02. Op weg op de grote wielen (25-11-2010)

Het is begonnen. Het grote avontuur in de motorhome met de grote wielen. OKA196 is de komende maanden ons huis op wielen. Het nummer is overigens het productienummer want van voertuigen als de OKA lopen er niet dagelijks tientallen of honderden van de band. Het is geen Toyota Corolla.
We hadden trouwens een goede vlucht van Perth naar Adelaide. Het grootste deel van de vlucht was het nog licht en dat zorgde voor mooie blikken op het barre landschap onder ons. Nooit geweten dat er zo veel zoutmeren lagen langs de Nullarbor. Honderden moeten het er zijn die je vanaf de weg niet ziet.
In Adelaide was het inmiddels donker toen we om negen uur landden. Peter was er, grote smile als altijd. Dus op naar de Adelaide Hills waar ons bed op wielen wachtte. We waren moe genoeg om goed te slapen al had Ageeth wat last van de draden in de elektrische deken waarop we lagen. Die ging er de volgende dag dan ook uit. Het wordt toch zomer?

De volgende dag (vrijdag) was een dag vol informatie over de OKA. Over de vier watertanks, twee voor waswater en twee voor drinkwater. Samen 270 liter. Over de drie brandstoftanks, samen goed voor 250 liter diesel. Over hoe en wanneer de bandenspanning te verlagen en verhogen, afhankelijk van of gereden wordt op asfalt, een gravel road of op het strand. Geen nood, geen voetpomp nodig, de compressor is ingebouwd. Verder de verschillende aandrijvingen. Aandrijving op twee wielen, op vier wielen 'hoog' en vier wielen in een hele lage overbrenging. Om ergens op of uit te kruipen als het nodig is. Accu's en zonnepanelen hebben geen speciale aandacht nodig. Voor de techneuten, er ligt 600 Watt aan panelen op de achterste helft van het dak. Plenty stroom dus. Het voorste deel van het dak moest vrijblijven, dat scharniert en klapt omhoog als we gaan slapen. Heerlijk ruim.
De uitleg gaat nog een hele tijd door. Overal zijn bergruimtes, zowel binnen als buiten. Overal grote plastic bakken met spullen. Voor onderhoud en reparatie. En alles zo gemaakt dat ook bij het berijden van de hobbeligste wegen en paden alles blijft liggen waar het ligt.

Op de tweede dag gaan we een stukje rijden. Eerst Peter en ik. Door de bochtige en echt steile wegen in de Adelaide Hills. Op een gegeven moment stopt hij, schakelt in de eerste versnelling en draait een onverhard pad in dat volgens mij onder ongeveer 45 graden omhoog gaat. Even verstijf ik, dan geef ik me over. En de OKA gromt zich omhoog. 'Zie je', zegt Peter, 'en niet eens in fourwheeldrive'. Dat geeft de burger moed. Na het eerste rondje gaan we nog een keer, nu ik achter het stuur. Het voelt goed. En uiteraard durf ik de steile helling ook aan. Vervolgens een rondje met Ageeth, Peter blijft achter. Als ik stop voor de eerste off-road helling zegt Ageeth 'Nee!!'. Uiteraard zeg ik 'ja' en we gaan.


Hancocks Lookout © Willem de Niet
Hancocks Lookout © Willem de Niet
Mount Remarkable National Park © Willem de Niet
Mount Remarkable National Park © Willem de Niet
Mount Remarkable National Park © Ageeth de Niet
Buckleboo © Willem de Niet


Dan komt de dag van vertrek. Zondag 7 november. Op naar vrienden Max en Amie Bettison (Zie ook Ontmoeting 11) voor een kop koffie. Ze zijn verhuisd van Port Clinton op het Yorke Peninsula naar een buitenwijk van Adelaide. Er staat weer een motorhome met de naam Undertaking Completed naast het huis, van buiten mooi, van binnen nog een puinhoop. Maar Max en Amie zijn vol goede moed, het is een project dat een paar jaar kan duren maar dan wordt het een mooie motorhome. Laten we het hopen. We gunnen ze het wel, maar kennen Max's beperkingen waar het gaat om klussen.

Na de koffie-met-van-alles, taart, kaas, crackers, abrikozen en walnoten, rijden we door, het rijden gaat overigens prima, gewend aan links rijden, rechts zitten en links schakelen ben ik al door het rijden in de pick-up truck bij Sigi in Dongara en de huurauto in Perth.
We vinden al snel ons ritme weer en teren de eerste tijd op onze ervaringen van de eerste reis. Op weg naar het Eyre Peninsula kennen we de beste overnachtingsplekken nog en dus rijden we naar Mallala en Hancocks Lookout (net voor Port Augusta). Vanaf dat laatste hooggelegen punt met uitzicht over de Spencer Gulf op de lichtjes van Whyalla en Port Augusta maken we een dagtocht naar het Remarkable National Park. Via een weg waar auto's met caravan verboden zijn maar die voor ons uiteraard geen enkel probleem is.
We trekken overigens wel bekijks en wekken jaloezie. 'Tjonge, die brengt jullie zeker overal', is de meest gehoorde openingszin. Gevolgd door: 'Daar zou ik ook wel eens een lange vakantie mee op pad willen.' Om, als ze horen dat we de OKA hebben geleend van een good friend, te reageren met: 'Dat moet dan wel een hele goede vriend zijn, ik wilde dat ik zo'n vriend had.'
Ik realiseer me ook regelmatig wat een groot hart Peter moet hebben om de OKA aan ons uit te lenen. Jaren heeft hij er aan gewerkt om er vanaf het kale chassis dit mechanische kunstwerk van te maken. Geld noch moeite zijn gespaard. Alles moest licht en sterk zijn, overal is over nagedacht, geen kubieke decimeter ruimte is onbenut gebleven.

Na een tussenstop in Port Augusta, voor milk, bread and fuel, zoals de AustraliŽr zegt als er fors wordt ingeslagen voor een tocht door winkelloze gebieden, gaan we richting de Gawler Ranges. In Port Augusta worden we nog blij verrast in de bibliotheek. Er stonden in het verleden al voldoende gratis te gebruiken internetcomputers maar nu is het nog beter. De bieb is wifi geworden. Bij aanmelding wordt een gebruikersnaam en password verstrekt en die combinatie is geldig bij alle bibliotheken in Zuid-AustraliŽ. Ga maar zitten, daar is een stopcontact, zo gaat het.


Hancocks Lookout © Ageeth de Niet
Hancocks Lookout © Willem de Niet
Hancocks Lookout © Ageeth de Niet
Mount Ive © Ageeth de Niet
Mount Ive © Willem de Niet
Lake Gairdner © Willem de Niet


Dan, na een stuk de highway naar West-AustraliŽ, gaat het rechtsaf een gebied in waar asfalt nog niet is doorgedrongen. Hoe anders dan met DJ. Als we al eens een stukje gravel deden, ging dat langzaam, ging dat gepaard met aanslagen op de vering en moest na afloop de stofdoek er flink aan te pas komen. Als we toch te hard door een kuil of over een hobbel gingen, kwam de achterkant zo ongeveer los van de grond. Nu cruisen we met 60 tot 80 kilometna nog er aan het hoofd van een enorme stofwolk over wegen die we vroeger vervloekt zouden hebben. En duiken we een keer in een dip, creek of floodway, zoals het op de borden heet, of gaan we over een bump, dan vangen de veren en de enorme schokbrekers het allemaal soepeltjes op. De eerste keren zitten we nog te wachten op het springen van de achterkant, maar niks. We snappen nu ook dat AustraliŽrs vroeger zeiden: 'Je moet gewoon hard rijden op een gravel road, dan voel je de ribbels niet meer.'

Ook nu, op onbekend terrein, vinden we weer mooie plekjes. Zoals op het sportpark van Buckleboo. Het is een sportpark in the middle of nowhere want Buckleboo is geen dorpje, het is de naam van een grote boerderij en in de omgeving liggen, wijd en zijd verspreid nog meer boerderijen. Misschien wel twintig. En ja, als er zo veel boerderijen staan, moet er een sportpark komen. Rugbyveld, tennisbanen en een gemeenschapshuis, de zogeheten community hall.
Als we er een poosje staan draait er een auto binnen. Een moeder en twee kinderen stappen uit en gaan, bij dik 30 graden, een balletje slaan. Ze zwaaien naar de bezoekers. Als ik later een praatje ga maken en de eerder gevonden tennisballen weggeef, blijken ze van een boerderij een stukje just up the road te komen. Het blijkt in dit geval inderdaad just up the road te zijn, de eerstvolgende boerderij, vier kilometer verderop. We hebben het eerder wel meegemaakt dat met just up the road een kilometer of dertig, veertig werd bedoeld. En wij maar denken dat we de aanwijzingen verkeerd begrepen hadden.
De moeder heeft de sleutel van een wc-gebouw en zegt dat te zullen openen voor ons. Later in de week komt ze wel terug om weer af te sluiten. 'Er komt in between toch niemand'.

De nacht erna brengen we door op Mount Ive Homestead. Een boerderij op 900 vierkante kilometer. Met aan de ingang een onderzeeŽr die opduikt uit de dorre harde grond. Grapje van een vriendengroep. We doen een mooie wandeling en douchen uitgebreid. Ook aan boord hebben we een douche maar de ruimte is zo beperkt dat het niet echt aanlokkelijk is. Die is dus voor uiterste nood.
Warm water op Mount Ive wordt verzorgd door de donkey, een waterketel waaronder het jaar rond een vuur brandt en van waar de leidingen naar de douchegebouwen lopen. Bezoekers worden verzocht de donkey regelmatig maar met mate te voeren.


Lake Gairdner © Willem de Niet
Lake Gairdner © Willem de Niet
Lake Gairdner © Willem de Niet
Lake Gairdner © Willem de Niet
Lake Gairdner © Willem de Niet
Gawler Ranges © Willem de Niet


Het weer is nog erg wisselvallig. In Port Augusta was het 37 graden, in Bucleboo net zoiets maar op Mount Ive besluiten we niet te barbecueŽn maar ons kostje binnen te koken. En we verkassen er nog een keer omdat we vlak naast een paar prachtige gumtrees zijn gaan staan waar jammer genoeg tientallen kaketoes en galahs nestelen. En als er ooit een verkiezing voor de herrievogel van deze aarde wordt gehouden kunnen deze beide soorten rustig meedoen, samen met de kraaien en de kookaburra's. En van uitslapen hebben ze nooit gehoord.

Lake Gairdner is de volgende bestemming. Weer een campsite alleen voor ons aan de oever van een spierwit zoutmeer. Daarna het Gawler Ranges Nationaal park. Daar moeten voor het eerst alle wielen worden aangedreven. Tien kilometer heen naar de Organ Pipes, een verzameling hardstenen zuilen, en dezelfde tien kilometer terug. Door diepe sporen en steile hellingen in en uit droge kreekbeddingen. Uiteraard geeft OKA196 geen krimp.
De volgende bestemming is Perlubie Beach, net ten noorden van Streaky Bay aan de westkust van het Eyre Peninsula. Eerder hadden we deze beach-bushcamping wel voor onszelf, nu is het er 'druk'. Een tweede motorhome, twee caravans, een stationcar met backpackers uit Duitsland (zij) en BosniŽ-Herzegovina (hij) en een busje met drie Franse jongens. Een van de Franse jongens reist een paar weken mee met zijn broer en diens vriend en moet, bij gebrek aan ruimte in het busje, buiten slapen. Op het strand heeft hij liggen genieten van de sterrenhemel en de moonset, zoals hij zegt. 'Thuis in Parijs zie je geen sterren. Daar is het ook 's nachts nog veel te licht. Dit was magnifique, trŤs, trŤs magnifique.'

Uiteraard is er ook met anderen het bekende praatje. Waar kom je vandaan, waar ga je geen, hoe vind je het. En tot onze verbijstering vindt de jongen uit BosniŽ-Herzegovina het allemaal maar niks, al die ophef over AustraliŽ. Te grote afstanden, te veel vliegen en vooral te veel rangers, zeg maar boswachters, die je wegjagen als je ergens staat te kamperen waar het niet mag. Ze gaan maar gauw weg, naar AziŽ ofzo. Op de vraag of hij die afstanden niet eerder had kunnen inschatten zegt hij ja, op de vraag waar de ranger hen dan had weggejaagd is het antwoord: in nationale parken waar je niet mocht kamperen en op plekken met bordjes no camping. En wij maar denken dat er, net zoals Perlubie Beach, duizenden plekken zijn waar je nog altijd gewoon vrij kunt kamperen. Op het aanbod om er een paar te noemen op zijn route gaat hij niet in. Hij heeft immers een gps met een open source program waarop alle campsites aangegeven staan. Nou, dan niet.


Gawler Ranges © Willem de Niet
Gawler Ranges © Willem de Niet
Gawler Ranges © Ageeth de Niet
Perlubie Beach © Willem de Niet
Talia Caves © Willem de Niet
Lincoln National Park © Willem de Niet


Een dag later strijken we (weer, net als jaren geleden) neer in Calca. Ooit een dorpje met een winkel en een postkantoor en een school voor de regio. Nu nog ťťn sloopwoning, een klein en goed onderhouden kerkje, twee tennisbanen en een community hall. En een gebouwtje met een prachtig schone wc, papier op de rol en plenty (regen)water.
Achter het uitgewoonde huis staat een hele verzameling autowrakken. Binnen is het een bende van matrassen, meubels, veel auto-onderdelen en nog veel meer troep. Tussen die troep een vel papier met daarop een deel van een ondervraging door twee constable-detectives. Het gaat over auto's van onbekende herkomst. De ondervraagde zegt niet te weten hoe de mensen heten van wie hij auto's heeft gekocht en sommige auto's zijn spontaan in zijn achtertuin gedumpt. Maar hij kan niet ontkennen dat onder een kast in zijn kantoortje, in een holte in de grond, papieren van twintig auto's van onduidelijke herkomst zijn aangetroffen. We vermoeden dat de man op dit moment op kosten van de staat boet voor zijn daden. En dat alles in Calca, of all (no) places.

Van Calca gaat het naar Venus Bay, waar we weer geboeid kijken naar wel twintig dolfijnen die heen en weer dartelen daar waar de ingang van de baai het smalst is en zo hun kostje bij elkaar scharrelen.
Intussen blijft het mooi, maar fris weer. De zon schijnt elke dag maar de wind uit zee blijft krachtig tot hard. Dus enorme witte schuimkoppen op het soms azuurblauwe water. En hele frisse nachten. Een week geleden sliepen we onder een laken, nu ligt de deken zelfs weer op het dekbed. En terwijl we in het begin zo gauw we ergens stonden het dak omhoog deden, laten we dat nu omlaag tot we gaan slapen. Want ook dik tentzeil isoleert voor geen meterÖ
De laatste overnachting, na bliksembezoeken aan Talia Caves en Locks Well Beach (285 treden omlaag naar het strand, oh ja, en ook weer omhoog) voor onze echte etappeplaats Port Lincoln, is in Kapinnie. We staan op de 'historische plek' waar ooit de school gestaan heeft. Er is he-le-maal niets meer van te ontdekken. Het voormalige dorp bestaat uit twee huizen, een andere historische plek waar ooit de graantreinen stopten en een aantal gigantische graansilo's. Maar, jawel, er ligt ook een enorm sportcomplex, net gemaaid, je weet wel, rugby- annex cricketveld, tennisbanen, handbalveld, kinderspeelplaats, enorm clubgebouw, toiletgebouwen en een community hall.
We vragen ons regelmatig af wie er ooit gebruik maken van deze enorme complexen. Een dag later krijgen we het antwoord. Als we er even stoppen voor een sanitaire stop is jong en oud aan het cricketen. We kijken even maar het spelletje kan ons nog steeds niet boeien. Het publiek zit voor het clubgebouw, ik loop naar een vrijstaand wc-gebouw in een uithoek van het immense terrein en doe wat ik wilde doen. Alles werkt en er is papier. Als ik weer buiten kom staat Ageeth te praten met een mevrouw van een boerderij just up the road. Ze had ons van verre gezien en zich afgevraagd of de waterpomp van de wc wel aan stond. Dus was ze in haar auto gesprongen om dat te controleren. Ze vertelt dat de overheid het complex heeft aangelegd en dat de gemeenschap het onderhoudt. Op de vraag waar de tientallen junior- en senior-cricketers vandaan komen zegt ze: 'Van de boerderijen in de omgeving.' Je ziet ze niet maar ze zijn er wel. Zo veel is duidelijk.
In Port Lincoln strijken we neer in het Lincoln National Park. Op een hele mooie campsite met uitzicht op zee. En voor het eerst tijdens deze reis blijven we een dagje langer. Of twee, we zien wel.