04. Dit keer geen eenzame kerst en een stille jaarwisseling (03-01-2011)

Op de laatste dag in Pelican Point wordt het eindelijk beter weer. We kunnen zonder jack een strandwandeling maken voordat we vertrekken, uitgezwaaid door Neelie, haar gasten uit Nederland en buren Jeanette en Milton. Neelie en Jeanette beloven dat, als ze in 2012 weer naar Europa komen, ze ons komen bezoeken. Kunnen we eindelijk iets terug doen voor alle gastvrijheid.
Hoewel, het kon bijna niet anders, we hebben wat teruggedaan. Ik heb een dagje getuinierd en de boel voor de feestdagen netjes gemaakt. Het gras was al kort, anders had ik dat graag ook nog even gemaaid. Maar net voor vertrek, tussen koffie en lunch, krijg ik nog een kans. Neelies hondje Storm, een handtas-chihuahua, ontsnapt regelmatig onder het toegangshek door en gaat dan bij de buren slapen, zoals Neelie zegt. Laten we nu tijdens onze laatste strandwandeling een prachtige dikke balk vinden. Net iets langer dan de ruimte tussen de twee pilaren van het hek. Ageeth en ik nemen de balk op onze schouders en, keurig in de maat, nemen we hem mee 'naar huis'. Gauw een sleuf gegraven, balk op maat gemaakt, flink onderstopt, paar piketten gezaagd, die erlangs en vastgespijkerd en klaar. Het hek sluit nu aan de onderkant bijna als een brandkast. De eerste test is als we Oka196 met 6500 kilo er overheen rijden als we weggaan. Buurman Milton komt melden: hij bewoog geen millimeter. Iedereen blij. Op naar Glenelg National Park en verder.

Na in Mount Gambier even te zijn gestopt (we waren er een paar keer eerder dus het Blue Lake en het Sinkhole kennen we al) rijden we door naar Nelson. Daar bij de VVV een folder van het Glenelg National Park gehaald en te horen gekregen dat voor het kamperen in dat park gereserveerd moet worden. Dus niet, we willen ons niet vastleggen en besluiten dat we zo ook wel een mooi plekje vinden. En dat lukt. Als we in het gebied terecht komen met de enorme dennenplantages duiken we gewoon een keer van de weg af het bos in. Mooie brede onverharde 'houthakkerswegen' lopen er doorheen. Anderhalve kilometer van de weg vinden we een mooie doodstille plek. We horen en zien geen mensen en verkeer meer, alleen vogels en kangoeroes. Het is er zo mooi dat de stoelen weer naar buiten kunnen en we een dagje langer blijven. Wel op een plekje dat wat lager ligt want hoog staan zorgt wel voor mooie uitzichten, bij de nog altijd straffe wind is het wel wat lawaaiig en luchtig in de 'daktent'.
Na nog een dag en een flinke wandeling gaat er lucht uit de banden want jawel, we kunnen via een zanderig pad het gebied weer uit, heb ik ontdekt. Dit keer geen spannende avonturen, gewoon berregie-op en berregie-af op de weg. Als we weer het asfalt opdraaien zien we aan de overkant van de weg een mooie plek waar we jaren geleden ook eens overnachtten. Grappig.


Glenelg National Park © Willem de Niet
Glenelg National Park © Ageeth de Niet
Glenelg National Park © Ageeth de Niet
Glenelg National Park © Willem de Niet
Big Hill Campground © Ageeth de Niet
Otways Ranges National Park © Willem de Niet


Verder gaat het, door het Glenelg National Park via allerhande bospaden terug naar Highway 1. We maken tussenstops in Tyrendarra en Port Fairy. In de laatste plaats staan we in de tuin in de luwte van de enorme schuur, het huis komt later wel, van een lid van de Australische kampeerautoclub. Het staat in het boekje van de club; voor vijf dollar, nog geen vier euro, sta je er een nacht aan de stroom, als je dat zou willen en kun je water bijvullen. Eigenaar Kevin is zelf op stap met zijn motorhome en vertrouwt er op dat zijn gasten de kleine bijdrage storten in de daarvoor bestemde gleuf.

Ik noemde de twee eerdere overnachtingen tussenstops omdat het Otways Ranges National park het volgende doel is. Het is een prachtig regenwoudpark met smalle slingerwegen, omzoomd door bloeiende bomen en veel, heel veel ferntrees, zeg maar varenbomen. Het is in deze gekke Australische zomer ook een echt regenwoud. Je hebt warme en koude regenwouden, nou dit is typische een koud regenwoud. 's Nachts 8 graden of daaromtrent, overdag maximaal 15 en alles klam. We hadden op verschillende plekken wel een dagje langer willen blijven maar besluiten telkens weer door te rijden. Kleine stukjes, in de hoop dat het 'morgen beter wordt'. Het wordt inderdaad elke dag een beetje beter maar het duurt te lang. 's Avonds doen we de oven aan als verwarming, dat helpt.

Ik geloof dat ik al eens gemeld heb dat OKA196 voorzien is van een enorme zware lier, bedoeld om ons uit benarde situaties te redden. Nou, die lier zou goed van pas gekomen zijn op de Big Hill Campground waar we even moesten zoeken naar een vlakke plek. Eerst even dit, de campground heet dus Big Hill, maar is eigenlijk een Big Hole, een hele grote kuil. En in regenachtige tijden is een grote kuil natuurlijk extra nat. En wat de plek ook zeldzaam maakt is dat de grond bestaat uit vette klei. Toen ik dacht een goed plekje gevonden te hebben en Ageeth haar deur opende was haar oordeel: "zoek iets anders, we staan midden in een modderpoel aan deze kant van de wagen." En ik dacht een beter ander plekje gevonden te hebben, gewoon een stukje achteruit. Langzaam, te langzaam, reed ik een stukje terug. Totdat de achterwielen in een klein geultje zakten. En begonnen door te draaien want onder het weinige gras zat een laag vieze vette klei. Vooruit dan maar weer, zelfde resultaat, stop, halt, ho, banden vol klei en dus net zo glad als de klei.
Aha, dacht ik, de lier. Mooie dikke boom voor ons. Lier in z'n vrij, kabel afgerold, speciale brede band om de boom om beschadiging te voorkomen, alles oké. Op de lier zit een soort stopcontact waar een stekker in moet voor de afstandbediening. Die zou wel bij alle kabels en hijsbanden zitten. Niet dus. Ergens anders in een van de vele opbergvakken dan. Niets, niets. Samen doorzoeken we de hele wagen. Geen afstandbediening.


Otways Ranges National Park © Willem de Niet
Indented Head © Willem de Niet
Indented Head © Willem de Niet
Indented Head © Willem de Niet
Indented Head © Dennis Butler
Poowong © Willem de Niet


Intussen komen er meer kampeerders binnen. Ze parkeren op veilige plekken, zetten kun vouwwagens op en komen eens kijken. Tja, mooie lier. Sterk ook. Maar zonder bediening nutteloos. Ik probeer eigenaar Peter te bellen op Fiji waar de afstandbediening is. Geen gehoor. Dan gaan we aan het werk. De mannen van de vouwwagens doen enthousiast mee. Takken voor en achter de wielen, paar blokken hout erbij, grove gravel erbij. En jawel, we redden het, mede dankzij het betere duwwerk van Ageeth en de mede-kampeerders.

Nog een keer Peter gebeld, nu wel contact. "De afstandbediening van de lier? Binnen, onder de tafel, onder de vloerbedekking, zit ook nog een luik. In de ruimte daar onder ligt hij."
Want we zijn er wel uit, er ligt nog twintig meter kabel uitgerold die weer mooi strak opgerold moet worden. Dus de volgende ochtend de afstandbediening er op, schakelaar om….niks. Wellicht moet de motor draaien omdat de lier nogal wat stroom vraagt ….niks.
Ageeth ziet een grote rode schakelaar in een van de opbergvakken. Of die er iets mee te maken heeft. Nee, zeg ik, die heeft te maken met de accu's. We binden de kabel op, zetten hem vast voor op de wagen en gaan rijden. Op de volgende campground pak ik mijn blocnote dat ik bij de hand had toen Peter me in Adelaide alles over Oka196 vertelde. En ja, tussen alle gekrabbelde aantekeningen staat het: 'als lier, rode schakelaar om'. Tja, en dan heb je het maar te accepteren als je andere helft zegt: "Nou, wat zei ik, zie je wel, luister nou eens naar me." Sorry, sorry, sorry.


Point Henry © Willem de Niet
Melbourne © Willem de Niet
Portarlington © Willem de Niet
Koo Wee Rup © Willem de Niet
Nyora Historic Train © Willem de Niet
Nyora Historic Train © Annonymus


We krijgen inmiddels genoeg van het weer. We mailen vriend Dennis dat we een dagje eerder komen. Zijn huis, met gaskachel, lokt nota bene. We maken nog één overnachting net buiten Geelong en als we daar wakker worden is alles anders. Het is prachtig weer. Ik ga voor het ontbijt twee uur aan de wandel, Ageeth zingt weer als een nachtegaal in de morgenstond. "De zon schijnt", juicht ze. De daktent gaat open, alles wordt weer warm en droog.
Binnen het uur zijn we bij Dennis in Indented Head. Hij kan ons nog net even wijzen waar alles is want hij vertrekt met een groep van zijn bush-walking club naar Melbourne voor een concert van The Eagles, die van Hotel California. Een dag later ga ik met Dennis en zijn cycling-club een rondje om.

Daarna is de rust bij Dennis over; het is zijn beurt om de rest van de familie te ontvangen en dat betekent drie volwassenen erbij en hetzelfde aantal kleinkinderen. Op kerstochtend verzamelt de hele club zich rond de stapel pakjes onder de kerstboom. Ook onze pakjes liggen ertussen. Ageeth krijgt van de kerstman een nieuwe MP3 speler en ik een zo te voelen metalen doosje met onbekende inhoud. Ik maak het open en jawel, een nieuwe portemonnee. Mooi, zwart leer, net als de portemonnee die sinds Port Augusta niet meer gezien is. Ik doe hem open en denk iets van 'zie je wel'. Mijn Visacard, Rabocard en nog zo wat spulletjes uit de 'vermiste' portemonnee. Ik heb aldoor volgehouden dat hij eigenlijk niet weg kon zijn en dat hij weer zou opduiken. Tegen beter weten in, dacht ik op het laatst natuurlijk wel. "En waar was de knip nou al die tijd," wil ik weten. Ageeth: "Onder de matras en ik snap niet dat ik hem eerder bij het verschonen van de lakens niet gevonden heb", is het antwoord.
Uiteindelijk geef ik toch de voorkeur aan mijn oude portemonnee en brengen we de nieuwe terug. Ik heb toch zeker geen reserve-portemonnee nodig?

Na de kerstdagen stappen we op, op weg naar Nyora, waar we bij Sjaak en Sandra Verlaat de jaarwisseling zullen beleven. Bij het vorige bezoek (zie Reisverslag 42) woonden ze nog in een bewoonbaar gemaakte schuur, nu is hun prachtige huis met million dollar view klaar. We zwichten voor de verleiding van een slaapkamer en eigen badkamer en trekken voor een aantal dagen bij ze in.


Poowong © Willem de Niet
Nyora © Willem de Niet
Nyora © Willem de Niet
Kernot © Ageeth de Niet
Kernot © Sandra Verlaat
Nyora © Ageeth de Niet


In Nyora besluiten we ons weer eens als echte toeristen te gedragen en maken we een ritje met de tourist train naar Leongatha. Ik kijk bij het station op de dienstregeling voor de volgende dag en maak eruit op dat er meerdere treinen per dag gaan omdat het vakantietijd is. Dat betekent dat we in Leongatha of Korumburra een uurtje kunnen rondkijken, een hapje eten en later in de middag de terugreis aanvaarden.
Als we de volgende ochtend bij het station komen is de trein in geen velden of wegen te zien terwijl hij er toch zou moeten staan. We twijfelen, kijken nog eens op het bord met de dienstregeling, stellen vast dat het toch echt een woensdag in de schoolvakantie is en dat we dus goed moeten zitten. De enige auto met bestuurder voor het stationnetje stelt ons gerust; hij wacht op de rest van de familie die hij eerder in Korumburra heeft afgezet. En jawel, een kwartier te laat but no worries komt de dieselloc uit 1932 met twee wagons er achter aan fluiten. Een poosje later vertrekken we en hebben we een goede blik op het prachtige heuvelachtige landschap met koeien, heel veel koeien.

In Korumburra, halverwege de rit, stoppen we net iets langer dan in Loch waar het stationnetje het enig zichtbare gebouwtje is. De machinist, de onderhoudsman en de conducteur eten snel een Korrumburraanse specialiteit, de meat pie. Eindpunt Leongatha. Omdat we al met vertraging gestart zijn vraag ik de machinist of dat consequenties heeft voor de laatste terugreis. Hij zegt dat als we om vier uur op het station zijn, er geen probleem is, no worries. Maar we moeten toch de conducteur nog maar even raadplegen. Dat doen we. Op de vraag wat de laatste trein terug is wijst hij op de trein waarmee we zijn gekomen. En die vertrekt binnen tien minuten. Dus geen tijd voor lunch. En het is twee uur en we hebben honger. Nou ja trek, want honger hebben de kindertjes in Afrika en hadden de mensen in de hongerwinter zei mijn moeder zaliger altijd.

Ik stel Ageeth voor dat we wat gaan eten en proberen terug te liften. Ze kijkt me aan met zo'n blik van 'daar heb je hem weer, de man van de praktische oplossingen'. Dus we stappen in de trein. Ik herinner me de meat pies van de treinbemanning in Korumburra. Het duurde niet lang voordat ze die te pakken hadden. Zo gauw we er stoppen schiet ik de machinist aan. Waar ze de pies vandaan hadden. Hij wijst een eind langs het spoor. 'Zie je dat groene dak, daar schuin tegenover. Maar je moet wel heel snel zijn.' Ik besluit dat ik dat nog best ben en reken er op dat Ageeth zich voor de trein zal posteren als ze zonder mij willen vertrekken. In gestrekte draf ga ik het dorp in, bestel twee van de beroemde Korrumburraanse meat pies en draaf terug, dwars over het spoor. Op het perron staat de conducteur met de fluit in de mond, de machinist in de deuropening en de onderhoudsman zijn hoofd te schudden. Ik geef ze een teken, we kunnen. En gaan dus. Als de conducteur later de kaartjes komt knippen, echt van die ouderwetse kartonnen die je bij de NS vroeger ook kocht zegt hij: "that was a pretty good meat pie marathon you ran there".

Terug op de farm schiet ook de siertuin van, zo ongeveer, 2500 vierkante meter, al mooi op dus er valt genoeg te doen. Ageeth en ik storten ons er met graagte op. Een rand van metselsteen langs de borders leggen, onkruid trekken, kanten maaien, een bergje mulch verwerken, de cockerspaniels Joe en Bobby uitlaten, de dagen vliegen om. Jammer dat het gras net is gemaaid, er staat een prachtige zitmaaier in de schuur.
We beleven er een gezellige jaarwisseling en zien heel in de verte zelfs iets dat op vuurwerk lijkt.

Op de maandag na de jaarwisseling vertrekt Sandra al vroeg naar Melbourne waar ze op het vliegtuig naar India stapt, waar ze voor haar werk in de automatisering (voor zaadbedrijven) regelmatig komt, net als in Zuid-Afrika. Wij blijven nog een dagje om de website af te ronden. Daarna gaan we naar het noorden, richting de Victorian Alps. We hopen er veel stille en kronkelige bergweggetjes tegen te komen. Zo lang het maar weggetjes zijn en geen te diepe, te schuine en te gladde sporen…