05. In de ban van water en vuur (15-01-2011)

Een land in de ban van water en vuur. Dat is AustraliŽ in de tweede week van januari 2011. Het water manifesteert zich tijdens de overstromingen in en om Brisbane en later ook in Victoria en New South Wales, het vuur via de bosbranden ten zuiden van Mandurah, waar deze reis een paar maanden geleden begon.
In beide gevallen zijn mensenlevens te betreuren. Schrijnend daarbij is dat de branden in West-AustraliŽ, als zo vaak, zijn aangestoken. Zeven brandhaarden tegelijk is geen toeval.
In Queensland is het de natuur die tekeer gaat.
Vrienden uit Brisbane mailden al weken dezelfde boodschap: blijf nog maar een poosje weg want het regent, regent en regent hier. Het duurt (gelukkig) nog acht weken voordat we OKA196 in Brisbane moeten afleveren.

De eerste berichten over overstromingen kwamen uit de omgeving van Rockhampton, Emerald en Saphire. We bezochten de streek jaren geleden met dochters Mascha en Sandra. Die er geen andere herinneringen aan kunnen hebben dan: droog, warm, stoffig. We konden er ons niets bij voorstellen, Saphire en Emerald onder water. En het bleef maar regenen. Hard regenen. Rond 10 januari viel er rond Toowoomba, 130 kilometer landinwaarts van Brisbane, 450 millimeter regen in twaalf uur tijd. Bijna 500 liter per vierkante meter. Riolen en rivieren konden dit uiteraard niet aan. Toowoomba beleefde een ervaring als een tsunami toen de vloedgolf door de hoofdstraat rolde. Op weg naar Ipswich en Brisbane. Huizen, auto's, vrachtwagens, containers, alles werd meegesleurd. Er verdronken vijftien mensen, tientallen werden als vermist opgegeven. De weg naar zee via de Brisbane River werd vertraagd door een springtij en de wereldstad Brisbane veranderde in een ondergelopen spookstad. Iedereen werd uit binnenstad en buitenwijken geŽvacueerd. Kantoren stroomden voortijdig leeg, winkels en restaurants werden gesloten. Het water bleef stijgen totdat 15.000 huizen onbereikbaar waren en 100.000 huishoudens zonder stroom raakten.

Overigens, pas toen het water zo ongeveer de hoogste stand bereikt had, werden wij ons bewust dat er iets aan de hand was op bijna 2000 kilometer van waar wij waren. Omdat we mailtjes uit Nederland kregen of we niet gehinderd werden door 'de overstromingen'. Maar midden in de Victorian Alps, verstoken van elke vorm van communicatie, wisten we van niets.
Het mag duidelijk zijn dat er sprake is van een nationale ramp waarvan de gevolgen nog nauwelijks te overzien zijn. En een Australische vriendin wist met zekerheid te melden dat, omdat het om een natuurramp gaat, de verzekeringsmaatschappijen niet in de buidel hoeven te tasten. Getallen zijn nog niet gepubliceerd maar dat het om vele miljarden gaat mag duidelijk zijn. Wellicht in het volgende reisverslag meer daarover, al heb ik de indruk dat jullie beter geÔnformeerd (zullen) zijn dan wij want er staat weer een gebied op de planning waar we van de buitenwereld weinig zullen zien of horen.


Victoria © Ageeth de Niet
Marysville © Ageeth de Niet
Marysville © Willem de Niet
Marysville © Willem de Niet
Marysville © Willem de Niet
Marysville © Ageeth de Niet


De dag nadat in Brisbane wordt gemeld dat het water hard zakt, is westelijk Victoria in rep en roer. Ook daar overstromingen, afgesneden dorpen en steden. De Ottways en Glenelg, waar we in de vorige aflevering nog waren, zijn no-go zones geworden. We waren er dus net op tijd weg. Oostelijk Victoria, waar wij zijn als deze aflevering wordt samengesteld, lijkt buiten schot te blijven. Of dat echt zo is zal de komende dagen blijken.

Nu terug naar onze wederwaardigheden. Naar aanleiding van ons bezoek aan Sjaak en Sandra Verlaat schreef ik een verhaal voor het Noordhollands Dagblad dat als Ontmoeting 33 op onze site te lezen is. Bij hen vandaan gaan we op bezoek bij een ander Noordhollands stel, van een oudere generatie, Jan en Annie Boontjes. Jan kwamen we jaren geleden tegen bij bollenbedrijf Tesselaar in Monbulk, aan de oostkant van Melbourne. Wat wij niet wisten was dat de schoonouders Sjaak en Truus van dochter Sandra en Jan en Annie al jaren hele goede vrienden zijn. Hij belde 's avonds na ons bezoek aan Truus door dat hij 'Nederlanders' op bezoek had gehad en pas na enig doorpraten werd het Truus duidelijk dat wij het waren geweest. Zij belde uiteraard Sandra en zo kwam het dat die ons al mailde dat ze had gehoord van ons bezoek aan Tesselaar voordat we het haar konden vertellen.

Maar goed, we zijn er nu terug geweest. Gezellig aan de Nederlandse koffie, mee uit eten en nu pratend over gemeenschappelijke kennissen en hun leven in AustraliŽ op pensioengerechtigde leeftijd. Ook over hen tikte ik een stukje voor het NHD, te vinden onder Ontmoeting 34.
Al eerder schreef ik een verhaal over de twijfels die na bijna dertig jaar AustraliŽ nog steeds leven bij Mijnie en Dirk Heistek in Perth. Dat valt te lezen in Ontmoeting 35.

De drie ontmoetingen die dit keer zijn toegevoegd zijn heel verschillende verhalen. Jan en Annie Boontjes hebben het prima naar hun zin in AustraliŽ, ook nu Jan (bijna) is uitgewerkt. Ze piekeren er niet over om ooit terug te gaan. Of, zoals Annie zegt: 'Twee weken vakantie is lang genoeg'.
Bij Mijnie en Dirk Heistek ligt dat heel anders. Ze wonen bijna dertig jaar in AustraliŽ maar Nederland blijft trekken. En zijn ze in Nederland, dan trekt AustraliŽ weer. Aan de een of de ander. Ze remigreerden al eens, gingen weer terug maar zitten nog niet rustig.
Sjaak en Sandra Verlaat nemen het leven zoals het komt. Ze zijn nog lang niet uitgewerkt en hebben er weinig moeite mee 'in twee werelden te leven', zoals Sandra het uitdrukt. Ze lijken overal voor open te staan. Er zal ons weinig verbazen. Of ze nu melden terug te gaan naar Nederland, te verhuizen naar Zuid-Afrika of een camping te willen beginnen in Duitsland.

Daarna waren we weer helemaal op onszelf aangewezen en maakten we kennis met de oostkant van de Victorian Alps. Het is een gebied waar het koude regenwoud domineert met enorme bossen en hele veel (boom)varens. Het is ook het gebied waar in februari 2009 enorme bosbranden woedden, net als op diverse andere plaatsen in Victoria. Het inferno bereikte zijn hoogtepunt op 7 februari, een dag die sindsdien Black Saturday wordt genoemd. Op die dag was het 46 graden warm en werd het vuur aangewakkerd door winden tot 100 kilometer per uur.
De februaribranden eisten 173 levens, 414 mensen raakten gewond en ruim 2000 huizen en 450.000 hectare bos gingen in vlammen op. Er waren bijna 3600 brandweermensen in actie.


Victoria © Ageeth de Niet
Victoria © Ageeth de Niet
Victoria © Ageeth de Niet
Victoria © Willem
Cooks Mill © Willem de Niet
Howqua River © Annonymus


Een van de zwaarst getroffen plaatsen was Marysville, waar 80% van de huizen afbrandde. Het is een vreemd gezicht om in de landelijke omgeving een dorpje te zien dat bestaat uit splinternieuwe huizen, een nieuw sportpark, een nieuw zwembad, een nieuw schoolgebouw en een nieuw winkelcentrum.
Marysville was een van de weinige bestemmingen die al genoteerd waren voordat we uit Nederland vertrokken. Omdat Bruno's Sculpture Garden, Bruno's Beeldentuin, er gevestigd is. Een Australische vriendin stuurde ons nog voor Black Saturday een mail met foto's van de prachtige fantasierijke, soms surrealistische beelden in het groen. We hadden nog geen plannen om weer naar AustraliŽ te gaan maar beloofden haar dat als we zouden gaan, we naar Marysville zouden gaan. En na de brand stuurde ze weer een mail met beelden van na de brand. Veel van de beelden gingen verloren of raakten zwaar beschadigd. Andere staken indrukwekkend af tegen het zwartgeblakerde decor.
En nu, twee jaar na de brand, keken we er onze ogen uit. Ik ga niet proberen te beschrijven hoe apart, speciaal, uniek het is. Onze foto's geven een bescheiden indruk. Een kijkje op de website zegt vele malen meer. Doen! Even klikken en wegdromen.

Verder gaat het, naar Lake Eildon waar we ooit al eens in Dutch Jumbo omheen reden omdat het als geasfalteerde weg op de kaart stond; nog niet halverwege hield het asfalt op en 'deden' we 50 kilometer gravel road. Nooit waren we ooit meer zo door elkaar geschud en bestoft als toen. Nu waren we uiteraard niet bang voor een gravel road.
En op de kaart die we nu hebben stond precies aangegeven waar het asfalt zou ophouden. Weer was het allemaal anders, de kaart was niet actueel, de wegenbouwers waren snel geweest en alles was geasfalteerd. Wat ook anders was, was het waterpeil in het meer. De vorige keer werd het omzoomd door brede 'stranden' omdat het maar voor een kwart was gevuld. Nu stond het water bijna tot de overloop en was het meer bezaaid met vis- speed- en huisboten.

Onze rit om het meer eindigde bij Jamieson waar we afslaan naar de onverharde weg naar Licola. Na een tijdje verlaten we ook die weer voor de afdaling over het kronkelige pad naar de Wrens Flat campsite. Een mooi plekje aan de snelstromende Jamieson River waar vliegvissers hun forellen vangen en ik verschillende mooie (berg)wandelingen maak terwijl Ageeth het wel uithoudt in haar stoel onder de boom.


Lake Eildon © Willem de Niet
Jamieson River © Willem de Niet
Victorian Alps © Willem de Niet
Victorian Alps © Willem de Niet
Victorian Alps © Ageeth de Niet
Springs Clearing © Willem de Niet


We stuiten er overigens op bordjes die duidelijk maken dat de Australische (staats)bosbeheerders er niet op rekenen dat er buitenlanders komen. In dit deel van de Alpen komen seizoensgebonden afsluitingen van wegen voor vanwege sneeuwval en blubber door de dooi en regen.
Op die bordjes staat dat de wegen zijn afgesloten van: De laatste donderdag voor Queens Birthday tot de laatste donderdag voor Cup Day'. Zoek het maar mooi uit, bloody foreigners, zullen ze hebben gedacht.

Als we na twee mooie dagen uit Wrens Flat vertrekken doen we dat door de Jamieson River heen, nadat ik wat van het kristalheldere water in een van de watertanks heb gepompt. Een dag eerder heb ik nog wat gebadderd in de rivier na een lange warme wandeling. Nu valt er een druilregen en laat de fotografe de gelegenheid om een foto te maken van het oppompen van het water en het doorkruisen van de rivier voorbij gaan. (De druilregen was inmiddels veranderd in een echte bui)."Er komen vast nog wel meer doorrijdbare rivierkruisingen".

We gaan op pad naar het zuiden en zullen die dag nog twee tegenliggers zien. De regen stopt en maakt plaats voor mist, soms hele dichte mist. Minder dan tien meter zicht op onverharde boswegen rijdt niet relaxed.
Voordat het zicht zo beperkt wordt missen we nog een fotokans. Die van een enorm hert dat ons van een afstand een tijdje staat aan te kijken voordat het in de nevelen verdwijnt.

De enige mensen die we die dag spreken zijn Helen en Mike Ford uit Sydney die op de fiets de mistige Alpen doorkruisen. Als we ze net zijn gepasseerd stoppen we om ze uit te nodigen voor iets warms. Ze zijn dolblij met de beker koffie-met-een-koekje. We kletsen nog even maar dan moeten ze verder om op tijd op de camping te zijn om hun tentje op te zetten. We zijn niet echt jaloers op ze.


Victoria © Ageeth de Niet
Lake Wellington © Willem de Niet
Victoria © Willem de Niet
Paynesville © Ageeth de Niet
Paynesville © Ageeth Verlaat
Paynesville © Ageeth de Niet


Zelf vinden we als het toch nog even opklaart een mooie plek op een vlakte waar heel vroeger een nederzetting moet zijn geweest. We maken er nog een wandeling maar nog voordat we het dekbed over ons heen trekken legt de natuur een mistige deken over ons heen. Die deken ligt nog over ons heen als we opstaan. Het is een aparte manier van opstaan want we lopen te soppen op de vloerbedekking. Het is zo, in het dak van OKA196 zit een stiekem lek. Ergens bij de handgreep waarmee het hefdak ver- en ontgrendeld wordt. Als het maar lang genoeg regent, hoopt zich ergens water op dat vertraagd langs de handgreep omlaag komt. Een touwtje er aan dat in een pannetje hangt voorkomt dat het irritant drupt. Vanwege de mist en de regen hebben we het systeem geÔnstalleerd voordat we naar bed gingen. Met de grootste pan die we hebben er onder. Maar kennelijk heeft het lang geregend en dus was de pan toch niet groot genoegÖ Gelukkig ligt de vloerbedekking los en is de vloer van kunststof. En met slippers aan voel je van de natte vloerbedekking niks. Dat de luchtvochtigheid hoog was mag duidelijk zijn, binnen net zo hoog als buiten in de mist.

We rijden naar Traralgon waar we inkopen doen en denken de dag te besluiten in Rosedale voordat we een bezoek gaan brengen aan kennissen in Heyfield. In het boek met kampeerplekken staat een plek '1 kilometer ten noorden van Rosedale aan de Latrobe River'. Dat lijkt ons wel wat. Totdat we zien dat de rest area 1 kilometer ten noorden van Rosedale vlak naast, pal aan, bijna op, eigenlijk onder, Highway A1 ligt. En er dus de hele nacht vrachtwagens bijna over het dak van OKA196 zullen rijden. Er staan al zeker tien, zo geen vijftien motorhomes, caravans en backpackers busjes. Zij liever dan wij en we draaien er bijna net zo snel uit als we er zijn ingereden. Dan maar ergens buiten het dorp van de weg af, achter een bosje. Het hoeft allemaal niet, want tien kilometer verder ligt de Harrier Swamp Campsite in het Holly Plains State Forest. Dus daar maar kijken. Het is natuurlijk vakantietijd dus wie weer wat we daar aantreffen. Er rijden in elk geval geen vrachtwagens.
Er is he-le-maal niemand. De campsite is voor ons. En de muggen, want swamp betekent natuurlijk moeras en we komen er tegen de avond aan. Ageeth wordt even aangevallen, zonder ernstige gevolgen overigens en besluit binnen te blijven. Ik maak de wandeling rond de swamp nog even maar gebruik kennelijk de goede of te weinig deodorant; de muggen laten me ongemoeid. Dat doen ze ook de volgende morgen als we samen de wandeling rond de swamp andersom maken.

Het weer is weer niet zoals we verwacht hadden. Iedereen is het er over eens, het is goed mis met de Australische zomer. Het is weliswaar warm, er is de laatste dagen vrijwel geen wind maar echt bestendig Australisch zomerweer is anders. We blijven hopen op betere tijden.
De laatste stop voordat we het oostelijk deel van de Victorian Alps gaan verkennen is bij Ian en Ellen Bond in Paynesville bij Bairnsdale die we in februari 2006 voor het eerst ontmoetten. We strijken een paar dagen bij ze neer, kletsen bij, werken aan de website, Ageeth werkt de was weg, we douchen uitbundig en laten ons informeren over al dan niet afgesloten wegen. We lijken geluk te hebben, in westelijk Victoria wordt ernstig afgeraden de nationale parken te bezoeken maar hier in het oosten lijkt er niets aan de hand. Hopen dat het zo blijft, de tijd zal het leren.
Op naar Omeo, Benambra en Mount Kosciuszko, het allerhoogste punt van AustraliŽ.