06. In hoogzomer door een wintersport gebied (01-02-2011)

Het vorige reisverslag eindigde met ons verblijf bij Ian en Ellen in Paynesville aan de zuidkust van Victoria. Daar namen we op zondag 16 januari hartelijk afscheid. Om er na een half uur weer terug te zijn. Ageeth heeft graag een stukje muziek op haar oren, zette haar MP3 speler op en constateerde dat het apparaat, verbonden met de aansteker-aansluiting, niet bijlaadde. Hetzelfde gold voor, de navigatie en ook de radio gaf geen geluid. Licht, ventilatoren, alles werkte verder. Dus gestopt en op zoek naar de stoppenkast, nou ja, de zekeringhouder. Moest ergens in de cabine zijn, voor dit deel van de wagen. Onder het dashboard, onder de stoelen, in de motorruimte die van binnenuit bereikbaar is, niets. Wel een doosje vol reservezekeringen. Nou is Ian aardig op de hoogte van auto-elektriciteit dus we draaiden om. Als Ian er niet uit zou komen konden we bij hem in elk geval wat telefoontjes plegen en in het uiterste geval een nachtje langer blijven en op maandag naar de auto-elektricien.
Ian en Ellen waren verbaasd dat we terug waren en Ian ging gelijk met een multi-meter aan de gang.
Constateerde wat we al wisten, geen spanning op een deel van de installatie. Samen zochten we nogmaals naar de zekeringhouder, zonder resultaat. Intussen pleegde ik een paar telefoontjes. Ene Paul Nott staat bekend als Mr. OKA en hij zou het wel weten. Geen gehoor op huis- en mobiele telefoon. Zoon Kim van eigenaar Peter, Kim gebruikt de OKA ook nog wel eens, dus die gebeld. Hij kon ons niet verder helpen. En op dat moment kwam de melding dat Ian een dubbele bodem in een klep gevonden had met daarin de zekeringhouder. En jawel, een kapotte zekering, die vervangen en kennelijk geen kortsluiting want de zekering bleef heel. Dus daar gingen we weer.

Eerst naar de supermarktpomp in Bairnsdale. Supermarkten geven hier nog steeds kortingsbonnen bij 30 dollar aan boodschappen. Net voor kerst deden ze er alles aan om de klanten bij de concurrentie weg te houden en zo gaf Woolworths acht cent korting per liter en deed daar, bij een aankoop van vijf dollar in de shop bij het tankstation, nog eens vier cent bij. Samen dus 12 cent en bij tankbeurten van 150 liter scheelt dat een flinke slok diesel.
Daarna naar Aldi. Jawel, de Duitse grootgrutter opent steeds meer winkels in AustraliŽ. Ze stunten minder dan in Nederland en Duitsland maar het scheelt toch. Met brood, melk en brandstof voor een week verlieten we de kust. Op weg naar Omeo, de toegangspoort tot het echte wintersportgebied. We overnachten in Ensay South, op het plaatselijke sportpark waar ik eerst de tientallen kaketoes een paar bomen verderop jaag. Wat kunnen die beesten tekeer gaan. Als we voor het slapen gaan nog een stukje wandelen, zien we bomen vol met pruimen in het niemandsland langs de weg. Niet zo groot als Jantje ze ooit zag, maar mooi rijp en goed voor in Ageeth's yoghurt. We besluiten de volgende morgen gewapend met een plastic zak weer op jacht te gaan. Tijdens mijn ochtendwandeling zie ik meer bomen met meer soorten pruimen. Dus plukken we van alles wat.

De eerste borden verschijnen langs de weg. Dat in de winter verschillende wegen voorbij Omeo gesloten zijn. In Omeo grote borden dat er ski's en sneeuwkettingen worden verhuurd. En dat iedereen vanaf een bepaald punt verplicht is sneeuwkettingen bij zich te hebben. AustraliŽ is dus echt meer dan zon, zee en zand. Met de zon zit het trouwens wel goed want we beleven mooie heldere dagen waarbij de temperatuur precies goed is. Een stuk na Omeo draaien we naar het oosten het Victorian High Country in. Het asfalt houdt op en het wordt stil op de weg, veel bochten, mooie uitzichten.


Omeo © Willem de Niet
Omeo © Willem de Niet
Limestone Creek © Willem de Niet
Native Dog Campground © Willem de Niet
Native Dog Campground © Willem de Niet


Na een rustige nacht aan de Limestone Creek maken we een uitstapje op het Limestone Track. Nou, da's andere koek dan de Limestone Road. Net van de Road af verdwijnt het track uit het zicht totdat we bovenaan een steile afdaling staan. Een hobbelige afdaling van zand, stenen en kleine rotsen in het wegdek. Ageeth vindt het niks, ik vind dat het moet kunnen. We zakken langzaam af. Laten de wielen hun weg zoeken tussen de stenen door. Na de eerste afdaling volgt de tweede, en de derdeÖ. Totdat we weer vrijwel horizontaal rijden, slingerend tussen struikgewas en kleine bomen. Dan wordt alles weer ruimer. Er is een vlakte, er is een slingerende kreek en er zijn mensen. Vader, moeder, zes kinderen, een paar tenten en een paard. Het hele dal is voor hen. De kinderen amuseren zich prima. Vissen in de kreek, waar genoeg forellen zitten, bruggen bouwen over dezelfde kreek van bij elkaar gezochte takken, af en toe een ritje op het paard voor de oudsten (een jaar of 10), wat een vakantie. 's Avonds met zijn allen rond het kampvuur.
We maken een klein praatje met de vader en oudste zoon als er nog twee auto's langs rijden en langs het spoor verdwijnen, op zoek naar een visstek. De jongen heeft het er niet op. 'Wat komen al die mensen hier doen', bromt hij wat. Ik verzeker hem dat wij snel weer verdwijnen en lichtelijk ongemakkelijk zegt hij: 'Ik bedoelde jullie niet'. Nee, nee.
Als we hem op de terugweg nog een keer spreken is zijn verontwaardiging groot. 'Nou hebben ze ons visplekje ook nog gestolen. Wij wilden daar verderop gaan vissen en nu staan zij er. Bah.' Gelukkig voor hem hebben de 'indringers' geen kampeerspullen bij zich dus de kans is groot dat het hele dal nog voor het eind van de dag weer van hem is.

Er is geen andere weg terug dan via de steile afdalingen maar dan andersom. En net als bij de 42 Mile Crossing toen we voor het eerst in het zachte zand over de duinen reden is er ook nu geen vuiltje aan de lucht. Lage overbrenging, tweede versnelling en up, up and over gaat het.
Verder op de Limestone Road, genoeg track voor de dag. Even later een campsite. Aan een andere kreek. Koffietijd, besluiten we. Dan is het wandeltijd, dan lunchtijd, dan zonzittijd en dus blijven we. Een hele 10 kilometer van onze vorige overnachtingsplek vandaan.


Native Dog © Ageeth de Niet
Native Dog © Ageeth de Niet
Wulgulmerang © Ageeth de Niet
Victorian Alps © Willem
Victorian Alps © Willem


Later op de dag beleven we sensatie als een politiewagen de campsite in draait. Hij rijdt rond, stopt bij een plek verderop waar een aanhangertje, twee stoeltjes en een tafeltje en twee swags, buitenmodel slaapzakken voor overnachting zonder tent, staan en liggen. Koffiepot op tafel, twee bekers, ketel boven een smeulend kampvuur. Verder een draaiende generator en een niet draaiende benzine-waterpomp om water uit de kreek te pompen.
We hebben ons al wel afgevraagd welke idioot/aso de hele dag een generator laat draaien en zelf een eindje gaat rijden.
De politieman meldt zich, in gezelschap van een ranger. Hoe het met ons is is uiteraard de eerste vraag. Dan hoe lang we er al zijn en waar we de nacht hebben doorgebracht. Ze zijn op zoek naar iemand die ergens een hek heeft vernield en een terrein is ingereden dat verboden gebied is. En of we weten van wie de generator is. En of die ons niet stoort. We zeggen dat we liever het geluid van vogels horen en of het eigenlijk wel mag, de hele dag een onbeheerde generator laten draaien. 'Nou', zegt de ranger, 'dat mag ook niet'. De politieman vult aan: 'Ik kan ze wel een bekeuring geven als het jullie stoort.' 'Ho, ho', zeg ik, 'dat is wel erg kort door de bocht'. Kun je ze niet eerst een waarschuwing geven. We moeten met de onbekende buren (die overigens een heel eind weg staan waardoor de generator alleen stoort als je er op let) de nacht nog door. En mensen met korte lontjes vind je ook in AustraliŽ. Zeggen ze.
De waarschuwing wordt uitgeschreven. Met een briefje erbij.
Tegen het eind van de dag draait een (bedrijfs)wagen de campsite binnen. Met twee mannen van een bedrijf dat aan onkruidbespuiting doet. Die werk doen in het nationale park en die niet elke avond naar huis kunnen, laat staan naar een in de wijde omtrek niet aanwezig hotel. Ze hebben daarom een ontheffing om overdag hun generator te laten draaien om hun koelkast op temperatuur te houden. 's Avonds en 's nachts wordt de koelkast op een extra accu in de auto aangesloten. Dat had de ranger natuurlijk moeten weten, dat van die ontheffing. Een van de mannen meldt zich bij Ageeth en legt de situatie uit. De politieman had ons als klagers opgevoerd, alsof wij de politie hadden gebeld. Nou, zonder satelliettelefoon doe je in dit deel van de wereld niks, zeker niet de politie bellen.
Het wordt nog even druk op de campsite. Tien leden van een offroadclub zetten hun Landrovers, Landcruisers en Patrols neer en bouwen hun kamp op. De een legt een swag neer, een echtpaar een bungalowtent en weer anderen een zelf-opblazend trekkerstentje met idem matras. De wagens zijn vies, de bemanningen moe en beschaafd en 's avonds is alles rustig.
Totdat er paardenhoeven op de weg klinken. We hebben al wel veel enorme hopen paardenpoep gezien maar dachten in eerste instantie dat dat met de iets verderop gelegen paardencamping te maken had. Dus denken we ook nog even dat iemand in het aardedonker nog even een paard 'uitlaat'. Nogmaals, het is aarde- en aardedonker, twee weken voor volle maan. Dan barst het geweld los. We horen galopperende, snuivende paarden. Links van de wagen, rechts van de wagen, onderdrukt gehinnik. Ik grijp de zaklantaarn en ga naar buiten. Te laat. Paarden weg. Niks paardencamping, brumbies, wilde paarden waarvan er in dit deel van de bergen nog honderden rondzwerven. De volgende ochtend is het raadsel van de enorme hopen paardenpoep ook snel opgelost. Op mijn wandeling voor het ontbijt zie ik nieuwe, net niet meer dampende, paardenvijgen midden op de oude. Dus zo doen brumbies dat. Wel netjes, al zal dat niet de reden zijn.