07. Van het ene meer naar de andere rivier, op zoek naar verkoeling (10-02-2011)

Onze volgende geplande stop in het hoogste deel van Australië is McKillops Bridge. OKA baas Peter had het gezegd, ga naar McKillops Bridge, mooie plek aan de Snowy River. Maar let op, de weg erheen is heel erg smal. Nou, dat laatste is een understatement van de eerste orde. We rijden door een kloof. Een 29 kilometer lange kloof met een gravel road die tegen de bergwand is geplakt. De weg is ruim één auto breed. Is volgens de borden very narrow and winding en kent maar heel weinig plaatsen waar je elkaar kunt passeren. En is geen éénrichtingsverkeersweg.
Maar ja, we zijn nu hier in Wulgulmerang en willen naar McKillops Bridge. Dus gaan we, heel rustig aan. Ageeth zit ongelukkigerwijs het grootste deel van de rit aan de 'verkeerde' kant. En kijkt constant minstens honderd, soms tweehonderd, meter de diepte in. Ze houdt zich dapper. We zien niemand, vijftien, twintig kilometer lang. Dan, jawel, een tegenligger. We stoppen (uiteraard). Stappen uit en de vriendelijke jonge man uit de ander auto en ik lopen de weg een stuk af. Hij heeft een paar kilometer! lager een plek gezien waar wat meer ruimte is en wil wel achteruit terug rijden. Hopend dat er niet nog iemand omhoog komt, want dan wordt het wel een achteruitrijdende optocht.
Het hoeft allemaal niet, een paar honderd meter lager al wijkt de bergwand iets en als ik OKA daar dicht, heel dicht, heel erg dicht tegenaan zet, loodsen we de andere auto erlangs. De vriendin van de tegenligger wacht tot het zo ver is, voordat ze weer instapt. Weinig solidair maar begrijpelijk.

Het is alle moeite wel waard. McKillops Bridge is een mooie plek met tientallen staanplaatsen, ver uit elkaar, waarvan er maar een paar bezet zijn. Er is voldoende zon, voldoende schaduw en het water in de Snowy River is bepaald niet snowy. Het is flink opgewarmd en we genieten ervan.
De oorspronkelijke route voerde terug naar Wulgulmerang via de ondermaatse kloofweg maar Ageeth zegt dat ze dan niet mee gaat. Nou, zo ver hoeft het niet helemaal te komen want ook ik heb er weinig trek in. We hadden het geluk om maar een enkele auto tegen te komen maar wat als het er over de kleine dertig kilometer eens twee of drie zijn. We hebben tijdens het verblijf op de campsite al wel gezien dat er toch nog redelijk wat verkeer is. Redelijk wat betekent in dit geval overigens een gemiddelde van een auto per half uur...
Dus gaan we in plaats van terug en naar het noorden, iets verder naar het oosten en via Bonang naar Bombala.

In Bombala brengen we een nacht door in het Platypus Reserve in de hoop een of meer van de bijzondere dieren te zien. Op het uitkijkplateau zit een Israelisch stel al uren op een stoeltje in de zon, vertellen ze. Maar de platypus laat zich van net na zonsondergang tot zonsopgang zien, heet het officieel. Ze zien dan ook niets dat op een platypus lijkt. Ik ben er 's ochtends om zes uur uit en een kwartier later zie ik beweging in de rivier. En jawel, de zwemvorm is die van een platypus. Ik maak een foto maar die lijkt heel erg op een foto zoals er zo veel zijn gemaakt langs de oever van Loch Ness. Nou, oordeel zelf maar. Ik weet het in elk geval zeker.


McKillops Bridge © Ageeth de Niet
McKillops Bridge © Willem de Niet
McKillops Bridge © Ageeth de Niet
McKillops Bridge © Willem de Niet
McKillops Bridge © Ageeth de Niet
Tambyne Crossing © Willem de Niet


Vanuit Bombala gaat het naar het noord-westen, richting Mont Kosciuszko, met 2229 het onbetwiste hoogste punt van Australië. Lang hadden we het plan om met de kabelbaan tot het bergstation te gaan waarna ik de ruim zes kilometer naar de top wilde lopen. Om er geweest te zijn zogezegd, want 2229 meter is voor ons Europeanen natuurlijk niet iets heel bijzonders. Een flinke dag autobaan vanuit Wilsum en we zitten hoger, als we zouden willen.

Jullie voelen hem al komen door het 'hadden we het plan', we hebben de beroemde Mount van een afstand gezien. Want het was koud, koud, koud. Al bij het dalstation van de kabelbaan stond een hele straffe stormachtige wind, 6 of 7 Beaufort. Dus doen we het met het uizicht en de wetenschap dat de grote Australische wintersportplaatsen Thredbo, Perisher Valley en Charlotte Pass er op een koude winderige zomerdag net zo uitzien als Oostenrijkse of Franse of een mengeling daarvan. Zonder sneeuw niks aan, al die op elkaar gepropte en gestapelde appartementengebouwen, stilhangende skiliften, gesloten restaurants. We stoppen er dus niet, zelfs niet voor een warme chocolade. Zo werd het hoogste punt geen hoogtepunt.

Een paar dagen later moeten we wel terugdenken aan de koude Alpen. Want op Australia Day, 26 januari, is het dik 40 graden. We 'vieren' Australia Day, de meest nationaal gerichte nationale feestdag die we kennen, in Muttama, tussen Gundagai en Cootamundra. We zijn tegen vier uur van de weg af gereden in de wetenschap dat in een (bijna) verlaten plaatsje als Muttama (20 inwoners in de dorpskern, enkele tientallen in de boerderijen er omheen), altijd nog wel een community hall is. De gemeenschapshal waar vroeger de sportverenigingen hun jaarvergaderingen hielden, de plaatselijke toneelvereniging de jaarlijkse uitvoering en de plattelandsvrouwen hun taartenbak- of quiltwedstrijden.
En jawel, er is een hal, naast de brandweerkazerne. De hal heeft als voordeel dat hij een hele mooie diepe schaduw werpt. Nadeel is dat tussen een hal en een brandweerkazerne het uitzicht vrijwel nihil is.


Tambyne Crossing © Willem de Niet
Bombala © Willem de Niet
Bombala © Willem de Niet
Moonba © Willem de Niet
Tom Groggin © Ageeth de Niet
Tumut © Ageeth de Niet


Schuin aan de overkant is het vroegere sportpark met de stereotiepe vervallen tennisbanen, zes stuks, met lichtmasten, hekken omgevallen, gras door de banen, restanten net bungelend aan palen. Maar een groot veld, oude bomen die veel schaduw werpen, uitzicht naar alle kanten. We verhuizen.
Even later gebeurt het schijnbaar ongelooflijke. Activiteit bij de hal, activiteit bij de brandweerkazerne. Ik ga poolshoogte nemen en tref de brandweercommandant. Hij vertelt dat er de volgende ochtend een Australia Day Breakfast wordt gehouden, tussen de hal en de brandweerkazerne. En dat we uiteraard welkom zijn om het mee te beleven. En zo zitten we de volgende ochtend aan een lange tafel die precies op de plek staat waar we eerst OKA196 hadden geparkeerd voor de nacht.
Tijdens het ontbijt, pancakes, worstjes, gebakken eieren, bacon zo veel als je op kunt, vertellen geboren en getogen Muttamanaren over hoe het vroeger was. Twee cricketteams, verschillende tennisteams, footballteams, plattelandsvrouwenvereniging, een postkantoor, kruidenierswinkel, een eigen school. Het is het verhaal dat we al tientallen keren hebben gehoord. Schaalvergroting van de boerderijen, dus minder boerengezinnen, minder werk, de jeugd die wegtrekt, de voorzieningen die verdwijnen. Net als de post- en bankkantoren in West-Friesland, maar toch heel anders.

Het blijft (nog even, denken we op dat moment) erg warm. Dus richten we ons op plekken aan het water. Zoals aan het Lake Wyangala bij Cowra. Een enorm complex met camping, huisjes en veel (speed)boten. We besluiten er een dag en nacht door te brengen. Het valt tegen, het meer is niet bepaald kristalhelder, het is een stuwmeer dat lange tijd niet zo hoog gestaan heeft, dus er is begroeiing op de bodem, her en der staat een boom in het water. Maar we gaan een tijdje naar het 'strand', liggen een poosje in het water en daarna op de handdoek om toch weer met een boek onder de boom naast de wagen terecht te komen. Het is zo warm dat ik niet eens ga wandelen.
We hebben het al snel gezien aan Lake Wyangala en gaan op weg naar de volgende verkoeling.


Tom Groggin © Willem de Niet
Paddy's Falls © Ageeth de Niet
Muttama © Willem de Niet
Graham © Willem de Niet
Thredbo © Willem de Niet
Lake Wyangala © Ageethde Niet


Die denken we te vinden aan de Coarcar Dam. Weer een tegenvaller. Mooi meer met iets van blauwalg er in. En een 'tentenkamp' van jonge gezinnen die het met de avondklok niet zo nauw nemen. De bassen houden ons lang wakker, net als het gegil van de kinderen die tot zo ongeveer middernacht de grootste lol hebben. 's Ochtends nadat ik alle smeernippels van OKA196 van nieuw vet heb voorzien rijden we eerst naar Bathurst en vervolgens naar Sofala. Aan het voormalige gouddelverplaatsje hebben we speciale herinneringen. We waren er ook in 1993 tijdens onze allereerste Australiëreis. Het was er uitgestorven, alsof er echt helemaal niemand meer woonde. Nu komen we er op de laatste zaterdag van de vakantie en 'stikt' het er van de toeristen. Zeker tien, zijn het er, die zich vergapen aan de oude, deels vervallen, deels gerestaureerde pandjes.
Een paar kilometer buiten het dorp zijn verschillende mooie plekken langs de Turon River en dus plakken we er een nachtje aan vast. Luieren, wandelen en zwemmen wat. Het is al warm, maar het wordt echt warm. Heet mogen we wel zeggen. Dagen lang is het ruim 40 graden, 's nachts een graad of tien minder. Te warm naar onze zin en we vestigen onze hoop op meer rivieren en hogere gebieden zoals Barrington Tops, een bergplateau op zo´n 1400 meter.

Dus gaan we omhoog, via de Hunter Valley, op weg naar Dungog waar we een bezoek aan internetkennissen zullen brengen, Peter en Sandra James. (zie Ontmoeting 38) Hem 'ken' ik van een Australisch vierwieldrive forum, hij is bezig met het ombouwen van een ex-luchtmacht OKA tot motorhome en heeft daardoor veel contact met 'onze' Peter, de eigenaar van OKA196.

Tegen het einde van de dag, na een verkwikkende duik in de Allyen River, maken we een hele lange klim. Een heeele lange klim in de tweede versnelling. Het is 45 graden. OKA196 vindt het ook te warm en laat dat via het rode lampje met de thermometer er op weten. Ik stop onmiddellijk en kan de wagen achteruit half van de rijbaan manoeuvreren. Gelukkig is er weinig verkeer want de weg is, waar heb ik dat eerder getikt, smal en bochtig en we staan op een honderdvijftig meter lang recht stuk tussen twee bochten.
Ik stap uit, diep een oude lap op en probeer heel voorzichtig de druk van de ketel te halen. Vloeistof borrelt over de rand, een groene plas op het asfalt. De motor tikt. Ik kijk nog eens onder de wagen en schrik me helemaal de ……… Vul zelf maar in maar bedenk de ergste vorm van schrikken die bestaat. Er druipt olie op de straat. Een flinke plas. Olie die uit een motor loopt… Wat de oorzaak ook is, het is niet goed, helemaal niet goed. Ik zie het einde van de rit, een enorme reparatie. De berging alleen al, vanaf deze plek. OKA196 versleep je niet met een luxe auto, vooral als de motor niet kan lopen en er geen stuur- en rembekrachtiging beschikbaar is.
Er stopt een man. Of we hulp nodig hebben. Ik knik en zeg dat ik denk van wel. Al was het alleen maar om ergens heen te rijden waar wel mobiel bereik is, iemand te bellen. Hij parkeert en wacht af. Er stopt nog een auto, en nog een. Uit de tweede auto stapt een jonge man. Hij informeert kort naar het hoe en wat en duikt onder de OKA. Als hij weer opduikt vraagt hij hoe hij bij de motor komt. In de cabine is een luik dat toegang geeft tot de bovenkant van de motor. Ik maak het vrij en open het. Ik zie olie, olie en nog eens olie. Stap uit en laat de jonge man een kijkje nemen en wellicht een diagnose stellen.


Paddy's Falls © Ageeth de Niet
Sofala © Ageeth de Niet
Chaffey Dam © Willem de Niet
Manning River © Ageeth de Niet
Manning River © Willem de Niet
Polblue Falls © Willem de Niet


Het duurt maar even, dan stapt hij weer uit. In zijn hand een half lege fles motorolie zonder dop. Onder aan het motorluik zitten drie flessen motorolie bevestigd. Makkelijk voor als de olie bijgevuld moet worden. We hebben ze nog niet nodig gehad want OKA196 gebruikt geen druppel, althans niet tijdens de ruim 7000 kilometer die wij hebben afgelegd. 'Kijk´, zegt hij, ´hier komt de olie vandaan. Ik zag het gelijk. De olie op straat is helemaal schoon. You'll be right mate.' Ik bedank hem uitbundig. Hij stapt in zijn auto, zwaait en is weg. En ik maar denken dat de witte schroefdop in de plas olie met koelvloeistof onder de wagen er toevallig lag…. OKA196 is voldoende afgekoeld, ik vul de koelvloeistof bij en we vervolgen onze weg naar Dungog. Later zal ook nog blijken dat een extra ventilator voor de radiator was uitgeschakeld. Er zitten te veel knoppen met ventilatoren op het dashboard, in combinatie met de airco. En het was nog niet eerder zo heet.

Na ons bezoek aan Peter en Sandra James, waar we overdag profiteren van de airo in hun huis (en de grote wasmachine) maar ´s avonds bij een graad of 30 toch weer naar bed moeten in OKA196 vinden we in de Barrington Tops wat we zoeken: verkoeling, mooi weer bij lekkere temperaturen. Een watervalspa, mooie wandeling. Kortom, het leven zoals het in Australië hoort te zijn.