8. De vakantie in Nederland lokt (26-05-2002)

Deze pagina is getikt ergens tussen Alice Springs en Tennant Creek. Helemaal precies weten we het niet want vanmiddag om half vier zijn we vanaf de Stuart Highway rechtsaf een rood weggetje ingedraaid, de stoelen buiten gezet en op het einde van alweer een mooie dag gaan zitten wachten. Voor wie het nog iets nauwkeuriger wil weten en denkt het op te kunnen zoeken, het was tussen Ti Tree en Barrow Creek.
Na een paar honderd meter in de bush vonden we een mooie plek waar de Dutch Jumbo direct horizontaal stond. Dat scheelde weer gegoochel met stukken hout onder de wielen. Dat we sinds we hier staan niemand meer gezien of gehoord hebben vinden wij al heel gewoon. Bij een kampvuur hebben we de zon rood zien ondergaan, wolkenflarden van wit via grijs zwart zien worden en een voor een de sterren zien 'aangaan'. De bijna volle maan was er al een tijdje. Aan dierensporen ontbreekt het hier niet; regelmatig moeten hier kamelen en dingo's rondlopen maar wij hebben ze niet gezien. Wat wil je ook bij een kampvuur. Een paar weken geleden toen we op weg naar Ayers Rock zonder fikkie zaten te schemeren kwam er wel een dingo nieuwsgierig om de hoek kijken. Hij liet zich niet aanhalen maar zong even later met zijn hele familie vanuit de verte een lied voor ons.

We zijn inmiddels aan het aftellen. Want ondanks alles, de grote Ayers Rock, de veel indrukwekkender Olga's, de prachtige East en West MacDonnell Ranges, het gekke Coober Pedy, de leegstaande flats in de woestijn van de voormalige raketbasis Woomera en het supertoeristische Alice Springs, beginnen we zachtjesaan naar onze 'vakantie' in Nederland te verlangen. Niet dat we daarna met tegenzin terug gaan, maar negen maanden is een lange tijd. Sommige vrouwelijke bezoekers van deze site kunnen er over meepraten.
Het wordt tijd dat we onze dochters Mascha en Sandra weer zien. Want mailen is toch anders dan gewoon kletsen. En de kleinkinderen Lisa en Jaron, het moet een belevenis zijn om te zien hoe die zijn veranderd. Groter, ouder, nog wijzer geworden.
We weten zeker dat we niet hetzelfde zullen voelen als kennissen die na een jaar AustraliŽ op Schiphol terug kwamen en waarvan zij schreef dat ze toen ze in de aankomsthal de kinderen en naaste familie had begroet wel weer terug wilde. Ik denk dat we van de zeven weken in Nederland gaan genieten. Er is zo veel te vertellen, er zijn zo veel foto's te laten zien en er zijn er zo veel van jullie die we graag weer even spreken, ook die weken zullen voorbij vliegen. Zeker weten.

Van de zeven weken in Nederland (9 juli tot 27 augustus) 'wonen' we er drie, van 20 juli tot 9 augustus, in Enkhuizen. We passen er op een huis, een kat en een schildpad. Dankzij fantastische mensen die vorig jaar het aanbod deden 'als jullie eens terug zijn en jullie willen een tijdje in ons huis, moet je het maar laten weten'. Daar maken we nu dus heel dankbaar gebruik van. Want we hebben in 'het stadje' en De Streek heel wat bezoekjes af te leggen. En de andere vier weken verblijven we in Schoorl. In het huis van een ander fantastisch mens, vriend Chris van Sandra.

Nog even iets over het rode hart van AustraliŽ, waar we nu enkele weken vertoeven. Dat rode begint al ver buiten het centrum, bij Port Augusta waar de aarde nog roder wordt dan in de rest van AustraliŽ al op veel plaatsen het geval is. De afstanden worden groter, de vergezichten nog verder, de vrachtwagens langer. Temidden van het rood veel groen (van de struiken) geel (van de grassen) wit van eindeloze zoutmeren, het zwart na de bushbranden en daarboven dag in, dag uit de strakblauwe lucht. Borden langs de highway met waarschuwingen voor loslopend vee. Veel dode kangoeroes, een enkele dode koe. Roofvogels volop die zich tegoed doen aan de kadavers.

Vanaf Coober Pedy werd het 'druk' qua toeristen, op de wegen naar Ayers Rock, de Olga's en Kings Canyon stikte het van de (huur)campers en idem auto's. Maar Alice Springs spande tot nu toe de kroon. Nog nooit zo veel backpackers-auto's en campers van Maui, Britz, Koala, Hertz, Kea, NQ en Apollo gezien. Een backpackersauto is een al dik afgeschreven stationcar met liefst een slurpende zescilinder er in en volgestouwd met tent, gasflessen, slaapzakken, didgeridoo's, jerrycans en een reservewiel op het dak. En een beduimelde Lonely Planet voor de voorruit. Aan het tempo waarmee de meesten je voorbij scheuren zie je hoe kort ze maar hebben in dit grote land. Het zijn ook de mensen die 's ochtends om zeven uur weer klaar zijn om te vertrekken. Wat voelen we ons dan bevoorrecht.

Wat is er verder zo anders in de outback? De brandstofprijs. Betaalden we tot Port Augusta gemiddeld 85 dollarcent per liter, bij de Ayers Rock en Kings Canyon kost die zelfde liter diesel net zo makkelijk $1,15 en tweehonderd kilometer 'landinwaarts' vanaf de highway $1,20. Gelukkig gaat de Dutch Jumbo op de lange rechte einden, met 90 kilometer en 2000 toeren op de tellers, aanzienlijk zuiniger lopen. Dat scheelt weer een slok op een tank, zullen we maar zeggen.

Het is inmiddels wel echt woestijnweer. Elke dag dezelfde blauwe lucht. Koude nachten en warme dagen. Vorige week was het 's nachts vier en overdag bijna dertig graden. Maar daardoor slapen we prima. En als 's ochtends de gordijnen tien minuten open zijn, is de nachtelijke kou verdwenen.
Iets anders dat voor ons nooit meer hetzelfde zal zijn is het begrip 'in de buurt'. Want een bezienswaardigheid op honderd kilometer afstand is 'in de buurt'. En 150 kilometer is ook niet ver weg. Vinden we nu. Het zal in Nederland wel weer allemaal anders worden, maar toch. Opvallend is ook dat ondanks de enorme afstanden en het feit dat het Northern Territory geen maximum snelheid kent op grote delen van de highway, bijna niemand boven de 110, 120 kilometer per uur komt. Op die ene zwarte Porsche 911 na die ons passeerde. Op een weg die heel in de verte in een luchtspiegeling verdween. Toen de Porsche was verdwenen, hadden we voor en achter ons de Stuart Highway weer helemaal voor ons alleen. Niks in het vizier, niks in de spiegels. En toch zo veel te zien.


Island Lagoon zoutmeer © Willem de Niet Ghostgum © Willem de Niet Willem in ruste © Ageeth de Niet DJ in het rode hart © Willem de Niet Ellery Creek © Willem de Niet Glen Helen © Willem de Niet