Grote stappen, te vroeg in Darwin (08-07-2002)

We gaan te hard. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt. Maar als we zo doorgaan komen we veel te vroeg in Darwin aan. Nou doe je tussen Alice Springs en Katherine (1200 kilometer) niet veel anders dan tanken, rijden, slapen, tanken, rijden, slapen. Hoewel, de Devils Marbles zijn natuurlijk een niet te missen fenomeen. Zulke knikkers. En het Wycliffe Well Roadhouse, beroemd sinds er jaren geleden ufo (zouden) zijn gezien. Het hele roadhouse en bijbehorende gebouwen staan in het teken van en zijn beschilderd met vliegende schotels en 'marsmannetjes'.
Wat veel indrukwekkender is op deze rit is de verandering van het landschap. Het lijkt alsof er ergens een streep getrokken is tussen het droge ruige landschap van het rode hart en de tropische flora van het uiterste noorden. Om die denkbeeldige streep over te steken moet je wel een paar uur flink doorrijden, het blijft een aparte gewaarwording.

In Mataranka, net voor Katherine, zwemmen we in de thermal pool. Er volgen er nog vele. We vragen ons af of de voorraad warm water onder onze voeten onuitputtelijk is. Intussen wordt het ook warm. Echt warm en dan dag en nacht. Dat laatste is minder, maar (z)onder een laken komen we de nachten wel door. En overdag zijn er bronnen en watervallen in overvloed voor een duik. Niet altijd even fris, want sommige warme bronnen zijn ťcht warm.

Na de Katherine Gorge, waar we kanoŽn, omslaan, twee badhanddoeken verspelen maar de camera's droog houden, nemen we drie dagen rust aan de Copperfield Dam bij Pine Creek. Het is een meertje waaruit het voormalige mijnstadje drinkwater krijgt. Schoon water dus, veel kleine visjes, veel water- en landvogels. 's Ochtends als het licht wordt gaan die laatste allemaal aan het zingen. Dit is een zogeheten freebee, een gratis camping, met water en schone wc's. Je mag er officieel maximaal drie dagen staan met maximaal acht voertuigen. Soms is er een vrijwillige beheerder/ster. Dan houdt die in de gaten dat na acht caravans of kampeerauto's het bord 'vol' aan de weg wordt gezet en dat iedereen na drie nachten weer vertrekt. De beheerder/ster is onbezoldigd en mag in ruil voor de diensten aan de gemeente net zo lang blijven als het 'dienstverband' duurt.

We hoorden dat er enkele dagen na het vertrek van de vorige beheerster zeventien rustzoekers waren neergestreken. Qua ruimte kan het ook makkelijk, waar het aantal van acht vandaan komt is iedereen een raadsel. Maar je staat wel lekker ruim en rustig. 's Avonds schuift iedereen aan bij het kampvuur, kijkt naar de sterren, vertelt een mop of luistert naar het echtpaar dat echt mooie Australische country en westerns laat horen. Ze zingen mooi en hij is ook nog eens een kei op de gitaar.

We ontmoeten er ook Bill en Mary. Paar jaar ouder dan wij en voor een half jaar op pad vanuit Queensland. Een paar dagen later ontmoeten we ze weer als we in Kakadu National Park een camping opdraaien. We besluiten een dag of drie met elkaar op te trekken. Blijkt dat Bill zijn eigen spiritualiŽn stookt. En daarvan een flinke voorraad mee heeft. Elke dag rond een uur of vier is er happy hour. De illegale brouwsels, al kun je alle onderdelen legaal kopen, smaken hartstikke goed. Niet van echt en zwaar belast te onderscheiden. Het is goed dat we na drie dagen samen wandelen, excursies en happy hours weer afscheid nemen. Een mens raakt gauw ge- en verwend.
Verder valt Kakadu ons een beetje tegen. We zijn er ook niet in het juiste jaargetijde, het is te droog. Aan het eind van de natte periode, zo in april, mei, moet het veel mooier zijn. En in oktober/november, als 'the wet' begint. Later sluiten we ons aan bij de grote groep die Litchfield National Park mooier vindt. Maar eerlijk is eerlijk, nergens zagen we meer en grotere krokodillen in het wild. En zo veel mooie aboriginal rock-art. En niet te vergeten de vogels.

We nemen dezelfde, zuidelijke, weg het park uit. Kijken uit naar weer drie dagen Copperfield Dam. Want in Kakadu staat nog wel water in de rivieren, maar er zijn heel weinig plekjes waar je zonder croc-risico zwemmen kunt. We hebben gelijk onze bibliotheek ververst. Gewoon een briefje opgehangen in de wc dat we wat te ruilen hadden. Binnen een paar uur hadden we weer alles 'nieuw'. Recycling in optima forma. Verder houden we vooral ons gemak want het is dagenlang zo'n 35 graden.
Na het Litchfield park komen we dan toch echt in de buurt van Darwin. Het is pas 24 juni en dus nog steeds te vroeg. Op 7 juli gaat ons vliegtuig pas. Na het aanvullen van de boodschappen de stad weer een flink eind uit. Naar Fogg Dam (waar we moeten vluchten voor een bosbrandje), Leening Tree Lagoon (een paradijs voor vogelliefhebbers) en Howard Springs (waar we zwemmen met barramundi's van een meter). Niet allemaal op dezelfde dag maar verspreid over een kleine twee weken.
Via webmaster Laurie Smyth van de CMCA zijn we aan het adres van Andy en Debby Russell gekomen. Bij hen kunnen we DJ stallen als we naar Nederland gaan. Een paar dagen voor vertrek gaan we maar eens op zoek naar hun huis. Als we in de buurt rijden maar het, op een industrieterrein, nog niet direct kunnen vinden, rijdt er ineens iemand een tijdje achter ons. Hij volgt ook als we een 'u-turn' maken en dezelfde weg terug gaan. Ik krijg een vermoeden en stop. Hij passeert en stopt voor ons. En jawel. Het is Andy. ,,Ik zag je zoeken, jij moet Willem zijn. Rij maar achter me aan.''
Andy is bezig met het ombouwen van een enorme Silver Eagle bus tot motorhome. Een gigantische klus. Elk vrij uurtje is hij bezig. Helpt tussendoor een 'mate' verderop in de straat die aan een zelfde operatie bezig is. En zorgt dat de twaalf tot vijftien steigerbouwers die hij aan het werk heeft, aan het werk blijven. Dus rijdt en vliegt hij heel wat af. Zoals naar Oost-Timor om over een offshore klus te praten. Naast de loods waarin de Silver Eagle met de naam 'No fixed address 2' (Geen vast adres 2, want Andy bouwde al eerder een bus om) staat, is ruimte voor DJ. Achter het hek en 's nachts bewaakt door twee waakhonden, nou ja hondjes, maar ze blaffen flink naar iedere vreemdeling en in het donker lijken ze groter.

In Darwin onmoeten we ook Peter en Diane Feenstra uit Toongabbie weer. Peter, in de VUT, is door zijn oud-werkgever, de elektriciteitscentrale, gevraagd om in de droge periode een aantal maanden terug te komen. Het bedrijf heeft er wat voor over, dus de Feenstra's hebben hun huis in het nu koele Victoria verruild voor een appartement in een vakantie-resort.

Op zondagavond 7 juli is het dan zo ver. Andy brengt ons naar het vliegveld waar kort na middernacht het vliegtuig naar Sydney vertrekt. Van daar vliegen we in een minder dan half bezet toestel, dus languit liggend en goed slapend, twaalf uur later naar Seoel, waar we weer acht uur voor onszelf hebben. We nemen een kamer voor zes uur in het airporthotel, nemen twee keer een douche en doen tussendoor weer een flinke tuk. En zo komt het dat we op dinsdagavond 9 juli om kwart voor elf na een korte tussenstop/overstap in Frankfurt behoorlijk fit in Amsterdam aankomen.
Daar worden we opgewacht met bloemen, door Mascha, Sandra en Chris.Het is een blij weerzien.


Devils Marbles © Willem de Niet Wycliff Well © Willem de Niet Kakadu National Park © Willem de Niet Litchfield National Park © Willem de Niet Nourlangie Rock © Willem de Niet Yellow Waters © Willem de Niet