09. Op weg naar Brisbane langs een spoor van natuurgeweld (26-02-2011)

De laatste weken van onze reis worden gedomineerd door beelden van door water omgeduwde bomen, door water uitgeholde oevers en door water weggeslagen bruggen. Het zwaartepunt van de overstromingen als gevolg van de extreme regenval lag in de regio Brisbane, Ipswich en Toowoomba. Maar de gevolgen zijn honderden kilometers verderop al te zien. Beddingen van kreken en rivieren zijn qua breedte verveelvoudigd, weilanden zijn voorzien van nieuwe (nood)hekken en watervallen bruisen zoals we het niet eerder hebben gezien.

De vorige aflevering eindigde aan de Sheba Dam in Hanging Rock na ons middagje hindernisbaan. Dat soort avonturen hebben we niet meer meegemaakt. Het was ook wel mooi zo. Niet dat we smalle, slingerende en onverharde wegen uit de weg zijn gegaan maar overal lag wel een stevig en niet ondergelopen spoor. En tegenliggers hebben we op de smalste en steilste stukken ook niet gezien. Wat we wel gezien hebben zijn prachtige uitzichten en het voordeel van het zien van uitzichten op doodstille wegen is dat je gewoon kunt stoppen en rustig om je heen kijken. Ik had bijna geschreven 'gewoon midden op de weg kunt stoppen' maar als de weg net een voertuig breed is met aan weerszijden een opgaande dan wel een neergaande helling, is het geen kwestie van midden op de weg stoppen.

We rijden weer van het ene naar het andere nationale park. Oxley Wild Rivers, Cathedral Rocks, New England, Richmond Rivers, Yabbra, Tooloom, Border Ranges, Kooreelah en Main Ranges, ze liggen allemaal op of langs onze route.
Via al deze parken komen we uiteindelijk terecht in Casino, waar we tijdens de vorige reis een aantal keren waren, vooral nadat we de smaak te pakken hadden gekregen van het oppassen op het huis en hond Fix van Dennis en Robyn Butler. De Dennis waar we dit keer tijdens de kerstdagen waren. Robyn overleed begin 2008 heel onverwacht.


New England © Ageeth de Niet
New England © Ageeth de Niet
Cathedral Rock National Park © Willem de Niet
Cathedral Rock National Park © Willem de Niet
New England National Park © Ageeth de Niet
New England National Park © Willem de Niet


Voordat we in Casino aankomen heb ik een voor mij unieke en hopelijk eenmalige ervaring. Het gebeurde op een natte, mistige middag in Richmond River National Park. We rijden via een 'dry weather only' spoor vierwielaangedreven naar de Cambridge Plateau Campsite. OKA196 heeft uiteraard geen moeite met het hier en daar glibberige spoor maar als we boven komen zitten we in de wolken. Dat betekent dat het fraaie uitzicht vanaf het plateau nul-komma-nul is. Ik vraag de onderhoudsmensen van het nationale park die er toevallig hun broodje eten wat ze met het uitzicht hebben gedaan. 'Grijs geschilderd', is hun laconieke antwoord. We praten nog even en ze wijzen me de wandeling door het regenwoud. 'Hier steil omlaag naar de kreek, aan de andere kant steil omhoog, niet echt lang, maar anderhalf, twee uur ben je wel onderweg. Het enige vervelende met dit natte weer zijn de leeches. Ik had er twee, vanochtend.'

Ik vraag niet verder door wat leeches zijn, omdat ik denk dat het teken zijn. Stom, stom, stom. Als het 's middags een tijdje droog is, besluit ik de wandeling te gaan maken. Alleen, want steil is niet Ageeth's favoriete terrein. En ik weet nog steeds niet waarom, maar ik houd mijn sandalen aan, verwissel ze niet voor mijn stoere hoge Lowa bergschoenen.
Het is een mooie wandeling, inderdaad lang en steil omlaag, een smal bruggetje over de kreek en aan de andere kant weer omhoog. Her en der staand bordjes met verklarende teksten over welke bomen van welke leeftijd en omvang er te zien zijn. Mooie wandeling die nog mooier zou zijn geweest bij beter weer. Tegen het eind denk ik een klein zwart blaadje op mijn kuit te zien en ik doe een poging het er af te vegen. Dat valt tegen, zeker vastgeplakt. Dan merk ik dat het een soort rupsje is, dat zich met zijn of haar kop heel stevig vasthoudt. Ik trek het los. Even later zit er weer een, wat lager. En dan hebben ze me kennelijk ontdekt en profiteren van het feit dat ik met blote voeten in sandalen loop. En dus kruipen ze tussen mijn tenen en zuigen ze bloed. Want dat zijn het, leeches, gewone ordinaire bloedzuigers. Ooit heb ik gelezen dat ze ergens goed voor zijn, maar ik heb niet het idee dat ik er beter van word.
Terug in de wagen inspecteert Ageeth mijn voeten en vindt her en der tussen mijn tenen nog een handvol van de zuigende beestjes die heel hardnekkig vasthouden en bijna niet dood te krijgen zijn. Er komt zelfs een pleister aan te pas omdat een van de wondjes blijft bloeden. Gelukkig doet het geen pijn en jeukt het niet. 's Avonds voor het slapen gaan stap ik op mijn slippers nog even de wagen uit om dat te doen wat wij mannen nu eenmaal makkelijker even buiten doen dan vrouwen. Het duurt al met al een minuut, dan ben ik weer binnen. Eenmaal in bed heb ik een raar gevoel tussen mijn kleinste en op een na kleinste teen van mijn linker voet. Toch een beetje geÔrriteerd, denk ik. Maar het blijft een gek, wriemelend gevoel dus we doen wat meer licht aan en Ageeth inspecteert de plek. En jawel, in de minuut dat ik naast de wagen even op de grond stond moet het beestje bloed geroken hebben. En zich stevig verankerd hebben. Maar hij overleeft het niet en we gaan rustig slapen. Dus neem van mij aan, ga nooit op blote voeten in sandalen in een nat regenwoud wandelen.
Nooit!


New England National Park © Willem de Niet
Ebor © Willem de Niet
Tyringham © Willem de Niet
Lilydale © Willem de Niet
Lilydale © Willem de Niet
Aratula © Willem de Niet


Intussen blijft het weer wisselvallig; zo zit je af te koelen in een rivier en slaap je onder een laken, zo moet het dekbed er weer bij.
De tussenstop in Casino, in de Motorhome Village was bedoeld om de was weer eens weg te werken. Maar omdat het geen wasdroogweer is, stellen we het bezoek nog even uit. Ageeth maakt een afspraak bij de kapper voor de volgende dag en we besluiten bij Yonnis en Nerio, tweede generatie Italiaanse immigranten, langs te gaan. Zij wonen naast het vroegere huis van Dennis en Robyn en hadden een bananen-, perziken- en mangoplantage. We kochten er in het verleden de lekkerste bananen van heel AustraliŽ bij Nerio's hoogbejaarde moeder die aan de andere kant van de weg woonde.

Intussen is alles anders. Nerio's moeder overleed vorig jaar heel plotseling en de plantages zijn gerooid. Nerio vond het toen hij 70 werd wel welletjes. Nu lopen er alleen nog 170 vleeskoeien in de heuvels rond hun huis. Van de opbrengst van die koeien en hun spaargeld moeten ze nu rondkomen, want een ouderdomspensioen krijgen ze niet. Hoe dat komt, willen we weten.
Nerio: 'Dat komt omdat we grond hebben. Hadden we de grond niet, dan zouden we een pensioen krijgen. Ook trouwens als de grond minder waard was. Dat is in AustraliŽ heel gek. Iemand die al zijn geld in een huis heeft gestoken, krijgt pensioen van de staat. En dan mag je er nog zo'n 800.000 dollar naast hebben aan aandelen, grond of spaargeld. Maar onze grond hier is getaxeerd op 950.000 dollar. Dat taxeren gebeurt om de vijf jaar. Het gekke is dat bij de eerdere taxatie de waarde 500.000 dollar was. Dus in vijf jaar tijd zou de waarde vrijwel verdubbeld zijn. Ja, we kunnen de boel natuurlijk verkopen, maar waar moeten we dan heen? We wonen hier al zo lang, we verhuizen niet graag. En ach, we hebben wel wat gespaard, de koeien brengen nog wat op, dus we redden het wel.'


Tooloom Falls © Willem de Niet
Urbunville © Willem de Niet
Tooloom Falls © Willem de Niet
Tooloom Falls © Ageeth de Niet
Tooloom Falls © Willem de Niet
Paddy's Flat © Willem de Niet


Een dag later, na het bezoek aan de kapper, gaan we op zoek naar beter weer. We vinden het bij Tooloom Falls, een prachtige plek aan, de naam zegt het al, een waterval. Hier begint de Clarence River. Een paar jaar geleden was de waterval een watervalletje met aan de hoge kant een zwemplas. Als we er nu aankomen, buldert het water omlaag als een bruin-witte muur. Onderweg zagen we al dat alle eerder zo heldere riviertjes bruin waren. Gevolg van de zware regens van een paar weken eerder die zorgde voor grondafschuivingen en veel bruine en rode aarde in de rivieren.
Zwemmen doen we dit keer niet. Een stel lokale branieschoppers wel, onderaan de waterval waar het water flink kolkt. Zij liever dan wij. We vermaken ons met een boek, maken een wandeling, kletsen wat met andere kampeerders en ruilen nog een boek. Omdat we de vorige keer een hele goede ruil deden, we kregen acht boeken voor de vier die wij uit hadden, puilt onze bibliotheek aardig uit.

Dan gaan we terug naar Casino. Via een mooie gravel road die ons onder meer in Paddy's Flat doet belanden. Het is een graszandvlakte tussen de heuvelruggen met op het diepste punt de, jawel, daar komt'ie weer, Clarence River. We rijden tussen de koeien en paarden door en stoppen voor een wandeling. Langs de rivier liggen alle bomen plat. Platgespoeld door het al eerder genoemde buiten de oevers treden in januari. Wat niet weggespoeld zijn zijn de enige permanente bezienswaardigheden van Paddy's Flat, de driehoekige betonnen obstakels die er tijdens de tweede wereldoorlog werden neergelegd als verdediginglinie tegen de Japanners die dreigden AustraliŽ te gaan veroveren. De atoombom op Hiroshima zorgde ervoor dat die dreiging beperkt bleef tot een bombardement van Darwin. Maar intussen was er wel een kapitaal geÔnvesteerd in het maken en op zijn plek brengen van de betonblokken in Paddy's Flat. Op die manier dacht de legerleiding de Japanners in het noorden van AustraliŽ te kunnen houden.


Paddy's Flat © Ageeth de Niet
Killarney © Willem de Niet
Teviot State Forest © Willem de Niet
Killarney © Willem de Niet
Killarney © Ageeth de Niet
Thornton © Willem de Niet


Na de wasdag in Casino blijven we zachtjesaan zigzaggend naar het noorden rijden.
Tussen Legume en Killarney steken we de grens met Queensland over. Ooit moet het een echte grensovergang zijn geweest. Er zijn een paar extra rijbanen, kennelijk voor diegenen die vroeger iets aan te geven hadden en er staat nog een bord met daarop 'Border Office'.
En een bord met daarop de mededeling dat op het houden van een (kerst)konijn in Queensland een boete van maar liefst 30.000 dollar staat. Konijnen zijn nog steeds niet populair in AustraliŽ.

Via alweer een watervalroute komen we dan in de buurt van Toowoomba en Ipswich waar de hevige regenval van een paar maanden geleden zorgde voor de overstromingen die zich tot Brisbane uitstrekten. Waar we eerder zagen wat de kolkende waterstromen met de rivierbeddingen en de begroeiing erlangs hadden gedaan, nu krijgen we een idee hoeveel bruggen zijn weggespoeld. Overal zijn ploegjes wegenbouwers bezig met (nood)reparaties. Om er eerst voor te zorgen dat mensen geen kilometers, soms letterlijk tientallen, hoeven om te rijden op weg naar het werk of de supermarkt. We kijken er niet eens meer van op als de bebording niet overal up to date is. Zodat we op een goede ochtend na een poosje rijden ineens voor een niet-vooraangekondigd bord 'road closed' komen te staan. We kijken natuurlijk nog even of de afsluiting wellicht niet geldt voor OKA196 maar nee, er is geen doorkomen aan.
En dus rijden we een stukje terug en om. Als we het dichtstbijzijnde ploegje wegwerkers tegenkomen maak ik een praatje en zeg dat ze een bord vergeten zijn. 'Hoezoī, zegt de man, īde locals weten het en onwetende toeristen komen hier nooitī. Tja, zo kun je het ook bekijken.