10. De laatste etappe en een bijzondere ontmoeting (25-03-2011)

Tegen het eind van onze reis in OKA196, op weg naar Lake Somerset waar we denken een plekje uit het verleden te bezoeken, belanden we tussen Gatton en Esk voor een tussenstop in Buaraba. Buaraba is niets, althans, niets meer. Het staat nog op de kaart en ooit had het twee scholen. Nu wonen er nog een paar boeren en een heel aantal blockies, zoals we later zullen ervaren. Wat een blockie is, wordt verderop in dit verhaal uitgelegd.

Op onze kaart en de gps staan een paar kleine weggetjes die naar en om Buaraba heen lijken te lopen. We draaien er een in en al direct is het asfalt weg. Maar er ligt een, zoals dat heet, good gravel road. Niet door maar over een door de overstromingen extra breed geworden kreek. Hier en daar staat bij een inrit een brievenbus, behorend bij een niet of nauwelijks zichtbaar huis. Dan een op instorten staand, maar getuige de auto's, kippen en honden wel bewoond huis.
We rijden nog wat verder, totdat we voor een hek komen te staan. Nu zijn hekken in wegen niets bijzonders in AustraliŽ, vooral niet als ze de blokkade in een openbare weg vormen. Dan doet de bijrijdster het hek open, rijd ik door en doet de bijrijdster het hek weer dicht. Gouden regel: laat een hek achter zoals je het vindt. Staat het open, dan blijft het open, vind je het dicht, dan doe je het dicht. Zo blijft het vee daar waar het moet blijven en kan het een waterhole altijd bereiken.

Maar omdat we net voor het hek een spoor het (wei)land in zagen lopen, besluiten we te draaien en te kijken waarheen dat spoor loopt. Het loopt naar een kreekje waar een stroompje water doorheen stroomt. Net genoeg om in te zitten en af te koelen na weer een warme dag. We besluiten ons er te installeren. Pakken de stoelen en de boeken.
Er rijdt, op afstand, een veewagen langs. De bestuurder zwaait. Verder is het stil op het geluid van het kabbelen van de kreek en het loeien van een onzichtbare koe na.


Buaraba © Willem de Niet
Buaraba © Willem de Niet
Buaraba © Willem de Niet
Buaraba © Ageeth de Niet
Buaraba © Willem de Niet
Buaraba © Willem de Niet


Er komt weer een auto aan. Die draait hetzelfde spoor in als waarlangs wij staan. Een mevrouw stapt uit en constateert dat we een mooi plekje hebben gevonden. Dat is vaak de eerste opmerking als we ergens staan. We staan natuurlijk ook vaak op hele mooie plekjes.
Maar omdat land in AustraliŽ, ook al lijkt het niemandsland, altijd wel van iemand is, vraag ik of we toevallig op haar land staan. 'Nee', zegt Marilyn Deuter, want zo heet ze, 'op het land van mijn vader. Maar het geeft niet hoor, zo lang jullie maar geen vuilnis achterlaten.' Daar hoeft ze niet bang voor te zijn want meestal is het tegengestelde het geval en gaan we met meer (rommel) weg dan we kwamen. Ook dit keer vinden we nog een leeg blikje en een lege frisdrankfles die in de vuilniszakken achter op OKA196 verdwijnen.

Dat ze het echt niet erg vindt dat we op haar vaders land staan, bewijst ze even later als ze zegt dat als we iets verder rijden, naar de andere kant van de kreek, er een veel mooier plekje wacht. 'Als je hier de kreek oversteekt, dat kan met die wagen wel, dan kom je bij de Buaraba Creek, de hoofdkreek. En daar heeft vader ooit een swimming hole laten graven. Mooi diep, je kunt er heerlijk zwemmen. Het is echt de moeite waard om erheen te rijden.'
Ze neemt de tijd, accepteert een aangeboden stoel, vertelt over haar 91-jarige vader die nog steeds zelfstandig woont en leert ons een nieuwe Australische uitdrukking: chunky dunking. Chunky dunking blijkt hetzelfde te zijn als skinny dipping, naaktzwemmen. Marilyn is een grote vrouw, niet dik maar stevig, zogezegd. Chunky dus. Solid and strong, zoals een vertaalwebsite het omschrijft. Ze vertelt ook wanneer ze het voor het laatst deed, chunky dunking. 'Toen moeder een paar jaar geleden overleed. We waren er allemaal kapot van, vader had het heel erg moeilijk na een huwelijk van ruim zestig jaar. Toen het me allemaal te veel werd, ben ik in de auto gesprongen, ben naar de kreek gereden, me uitgekleed en er in gesprongen. Het was alsof een deel van mijn zorgen en verdriet van me af spoelden.' Voor mij is het een scŤne die prima had gepast in de serie McLeods Daughters.


Ivory Creek © Willem de Niet
Conondale National Park © Ageeth de Niet
Conondale National Park © Willem de Niet
Conondale National Park © Ageeth de Niet
Conondale National Park © Willem de Niet
Conondale National Park © Willem de Niet


Ik vraag waar we terecht waren gekomen als we doorgereden waren. 'Oh, dan kom je bij de blockies uit.' Blockies? 'Jaren geleden lukte het een ontwikkelaar om de volgende boerderij op te splitsen in zogeheten lifestyle blocks. Niet groot genoeg voor een rendabele boerderij maar groot genoeg voor hobbyboeren met een baan in Ipswich of Toowoomba.' Hoe groot zo'n 'blokje' dan wel is, wil ik weten. 'Oh, iets van tussen de veertig en zestig acres. In hectares is dat tussen 16 en 24.' Mooie blokjes, zeg maar blokken, denk ik.

Als ze weer opstapt kondigt ze aan dat er volgende dag gemusterd wordt. Musteren is het bijeen drijven van het vee. Dat kan zijn als ze verkocht worden, om ze te tellen of zoals in dit geval ze preventief te behandelen tegen teken of de buffalofly. Voor ze wegrijdt geeft ze ons een plastic container met acht koeken. Zelfgebakken ANZAC biscuits, zegt ze, zoals die in de eerste wereldoorlog naar de soldaten werden gestuurd. Deze zijn heerlijk knapperig vers.

Als ze weg is verhuizen we en ze heeft niets te veel gezegd. Wat een mooi plekje onder een grote schaduwboom aan ons eigen zwembad. Niks tussenstop, we blijven nog maar even.
Te lang kan het allemaal niet meer duren want de datum van overdracht van OKA196 nadert en we willen nog een oude bekende bezoeken.


Conondale National Park © Willem de Niet
Conondale National Park © Willem de Niet
Conondale National Park © Ageeth de Niet
Conondale National Park © Ageeth de Niet
Conondale National Park © Willem de Niet
Conondale National Park © Willem de Niet


We rijden via Esk naar Lake Wivenhoe en de boerderij van Bill Butler. Toen we in 2006 zo maar ergens langs een stil weggetje een plekje voor de nacht dachten te hebben gevonden, dook Bill op en verwees ons naar een prachtige campspot op zijn boerderij. Ook weer aan een (toen bijna droge) kreek, met een bush-wc en een watercontainer van duizend liter die Bill graag voor ons wilde gaan vullen. Dat betekende een tractor en wagen ophalen, de container naar zijn huis rijden, de tank vullen en weer terug, alles bij elkaar een kilometer of vijf. Bill zei ons toen we weggingen dat we altijd welkom waren als we nog eens in de buurt waren. En dat zijn we, dus we rijden naar de Cooeeimbardi Road.

Als we het erf oprijden worden we welkom geblaft door een roedel honden en komt een jonge vrouw naar buiten. We zeggen dat we op zoek zijn naar Bill Butler. 'Die is dood' zegt ze, 'de boerderij is verkocht en wij huren dit huis van de nieuwe eigenares.' Onze volgende vraag is waaraan Bill, die indertijd een jaar of 60 was, is gestorven. 'He shot himself', zegt ze plompverloren, bijna achteloos. We weten even niet wat te zeggen. Kunnen het niet bevatten. We hebben er het de volgende dagen nog over.
Hoe Bill geÔnteresseerd was in wat wij deden, waar we vandaan kwamen. Gepassioneerd praatte over de regionale Aboriginals waarmee hij een speciale band had, vertrouwensman was. De huurster van zijn voormalige boerderij belt de eigenares en vraagt of we toch nog een keer op het mooie plekje kunnen overnachten. Ze heeft het liever niet en we rijden door.

Het is eind van de middag en we zoeken, ten noorden van Toogoolawah, een plekje voor de nacht. We kronkelen over een gravel road totdat we de Ivory Creek kruisen. Het is een van de vele kreken en rivieren die tijdens de 'Brisbane-overstromingen', volledig uitgespoeld zijn. Het kreekbed is een compleet rotsenstrand.
OKA-terrein dus. Ik draai van de weg af en het 'strand' op. Vind een plat plekje waar zowaar nog wat gras is overgebleven en besluiten dat dat ons plekje voor de nacht is. De stoelen gaan naar buiten om van de zonsondergang te genieten bij het geluid van de stromende kreek.


Maleny © Willem de Niet
Brisbane © Willem de Niet
Brisbane © Ageeth de Niet
Redcliffe © Willem de Niet


Dan stopt er een Landrover op het weggetje. Een mevrouw stapt uit en komt naar ons toe. Ze wil weten hoe lang we denken te blijven. Even denk ik: 'Huh, hoezo', maar ik zeg dat het maar voor een nachtje is en kijk haar enigszins vragend aan. Ze legt uit dat we in haar hengstenweide staan, althans wat het natuurgeweld ervan heeft overgelaten. Zij en haar dochter hebben een fokkerij van racepaarden. Voor de Arabische markt, legt ze uit. De overstromingen hebben zo ongeveer 2500 vierkante grasmat langs de kreek weggespoeld. En de nodige hekken. 'We zaten twee weken zonder stroom. Het water kwam angstwekkend hoog. Toen het begon was er nog een idioot die het leuk vond om met zijn auto rond te rijden. Totdat hij vast kwam te zitten. Toen schreeuwde hij moord en brand om hulp. Nou, ik heb hem geholpen door de politie te bellen. Die schakelde de brandweer in en die hebben hem gered. Kostte hem 3000 dollar.'
Ze vertelt verder over hoe er iemand van 'the government' kwam en hoe die een cheque overhandigde van 170 dollar. 'Daar kunnen we net vier hekpalen van kopen. We hebben er 400 nodigÖ. Ze hadden die cheque net zo goed kunnen houden. Weet je wat de overstroming ons wel heeft gebracht? Gouden bergen! Vroeger werd hier verder stroomopwaarts, bij Crows Nest, goud gevonden. Als nu de zon opkomt, glinstert het zand van het goudstof.' De volgende ochtend zien we het, de gouden glinstering. Mooi, maar niet exploitabel, stellen we vast en gaan weer.

Jimna, op de rand van het Conondale National Park is onze laatste bestemming. Mooi park met mooie vierwielwegen. Sommige zijn afgesloten omdat kruisingen van rivieren zijn weggespoeld maar we vinden onze weg. Soms is het glibberen en glijden, soms moeten we terug omdat een pad doodloopt. Op een gegeven moment volgen we de weg naar een waterval, kilometers en kilometers verderop. Er zitten een paar steile doorweekte hellingen in maar OKA196 geeft, zoals zo vaak eerder, geen krimp. We zien de parkeerplaats van de waterval en de achterkant van een bord op de weg. Als we erlangs rijden kijkt Ageeth om: Road Closed, staat er op. Niet voor ons dus.

En dan komt, onvermijdelijk, onze laatste dag op weg. Een natte dag. Een hele natte dag na een hele natte nacht. De overdracht van OKA196 zal plaats hebben in Marburg. Nee, niet de universiteitsstad aan de Lahn in Duitsland, maar Marburg ten westen van Ipswich. Waar iets verder naar het westen overigens Minden ligt. Ook in Duitsland te vinden.
Op zaterdag 5 maart is het zo ver. Onze spullen staan naast de OKA, in afwachting van de komst van Kim en Kylie Wright, zoon en schoondochter van Peter en Margaret. Kim en Kylie ondertekenen hun mail al een tijdlang met Kim, Kylie and little KK to come want Kylie is (hoog)zwanger. Kim en Kylie gaan op en neer naar Newcastle voor een bruiloft in de OKA en Ageeth vindt het dapper van Kylie, die nog zes weken te gaan heeft, en nu in en uit de hoge cabine en het hoge bed moet klimmen. Kim vertelt dat het plan is, om tussen de stoelen in de cabine een constructie te maken waarin een babystoeltje gemonteerd kan worden. Jong geleerdÖ.

We drinken koffie, praten een tijdje over wat we hebben meegemaakt en gaan op weg in de auto van Kim en Kylie. We voelen ons de eerste kilometers wel heel laag bij de grond. Let wel, grond, niet gronds. We beleven een paar relaxte dagen in het appartement van Kim en Kylie op de rand van het centrum van Brisbane. Van daaruit bezoeken we Fred en Dawn Birken in Redcliffe. Zie Ontmoeting 24.
Ook onze 'oudste' Australische vriend, Tom Swann, komt naar Redcliffe. Hem 'ontmoetten' we lang voor onze eerste grote AustraliŽreis via het internet, verloren hem even uit het oog en vonden hem via hetzelfde internet weer terug. Zie ook Ontmoeting 14.
Tom, altijd het type verstrooide maar heel kiene professor, komt nu als gentleman. In zijn Mitsubishi Colt cabrio en de bijbehorende pet op het hoofd. Theresa moet helaas verstek laten gaan. Ze werkt nog aan de universiteit van Townsville en verzorgt haar hoogbejaarde ernstig zieke moeder. Tom heeft datzelfde jaren gedaan voor zijn vader die onlangs overleed.

Tenslotte verkassen we naar Karin en Maarten van Post Haste Australia in een zuidelijke buitenwijk van Brisbane waar we tijdens de vorige reis een paar keer waren. Het is er weer gezellig en zaterdag 12 maart zetten zij ons op vlucht DJ 175 van Pacific Blue naar Fiji.