11. Fiji is meer dan palmbomen en Blue Lagoon stranden (05-04-2011)

Op 12 maart beginnen we aan de laatste etappe van onze 2010/2011 reis. Bijna twee weken Fiji als echte toeristen. Trefwoorden cruise en resort. De vlucht van Brisbane naar Nadi op Fiji is op tijd en duurt ruim drie uur. Al van ver zien we dat het regenseizoen weliswaar op zijn einde loopt, maar nog niet is afgelopen. De ontvangst is kletterend spetterend. Het hoost van de lucht, wie de hal van het vliegveld uit wil moet door een waterval en wie droog wil blijven in de hal moet ook goed opletten want het dak is niet overal even dicht.

Maar voordat we zo ver zijn dat we ons buiten kunnen wagen, halen we nog een stunt uit. We lopen met onze handbagage de hal door, leggen rugzak, laptop, riem, portemonnee, handtas op de band voor de scanner, halen aan de andere kant alles er weer af, gaan door een schuifdeur en staan in de aankomsthal. Niets scheidt ons nog van Fiji. Ik stel vast dat we wel erg licht reizen, zo zonder koffers. We kijken om ons heen, geen bagageband. Ik schiet iemand aan en vraag waar we de koffers moeten zoeken. Er wordt vreemd gekeken. 'Koffers? Daar, aan de andere kant van die schuifdeuren. Maar daar mag je nu niet meer in.'
Gelukkig mogen we, onder begeleiding, nog wel een keer terug en jawel, twee koffers draaien geduldig hun rondjes op de bagageband. Dus niemand anders zag de band over het hoofd. Maar ja, voor alles is een eerste keer.

Dan gaan we weer door de schuifdeuren, op weg naar de uitgang waar we vrienden Peter en Margaret verwachten. Niet dus. We nemen aan dat ze op het parkeerterrein de bui in de auto afwachten. Ook wij voelen er niets voor ons binnen vijf meter doorweekt te laten regenen. Want zo hard gaat het nog steeds. Taxichauffeurs bieden vergeefs hun diensten aan. Allemaal eigen bazen, allemaal in Toyota. Oude en redelijk recente maar zeker geen nieuwe. Die zijn niet te betalen, mede omdat de spoeling wel erg dun is. Zo veel taxi's voor zo weinig mensen.
Het duurt en duurt, de regen wordt minder. Maar al wat we zien, geen Peter en Margaret. Ik ga op zoek naar een telefooncel. En Fijiaans geld. Dat wordt gevonden bij een wisselkioskje en ik bel. Peter aan de lijn: 'Waar ben je', wil hij weten. Ja, op het vliegveld natuurlijk. 'Dan ben je te vroeg', constateert hij onterecht en voegt er aan toe dat ze onderweg zijn, nog tien minuten van het vliegveld. Opluchting dus want we hebben alleen een e-mailadres, geen huisadres.


Fiji, Viti Levu © Margaret Wright
Fiji, Viti Levu © Willem de Niet
Fiji, Viti Levu © Willem de Niet
Fiji, Viti Levu © Willem de Niet
Fiji, Viti Levu © Willem de Niet
Fiji, Viti Levu © Willem de Niet


Dan zijn ze er, er wordt omhelsd, schouders geklopt, geknuffeld en gezoend en we gaan met chauffeur Ali op weg naar Lautoka.
Het landschap is groen, groen en nog eens groen. Wat wil je, tegen het einde van de regentijd. Langs de weg hier en daar een stalletje waar groente, fruit en vis verkocht worden. Het is vier uur 's middags en de vis ligt al de hele dag, niet op ijs, in de broeierige 30+ graden warmte. Niet echt aanlokkelijk. Een aantal dagen later zien we vis verkocht worden aan de haven. Zo uit de scheepjes waarmee ze hier uit vissen gaan. Een bont palet aan kleuren, soorten en maten.

Drie kwartier later zijn we in Lautoka, een regionaal centrum en zeker geen toeristisch oord. Schuin tegenover het busstation waar bussen van zeker tien bedrijven staan, draaien we een straatje in. Aan het eind een hotel en een blok van vier flats. Hek er omheen met bovenop drie rijen prikkeldraad, elektrische poort, zware hordeur met tralies en stevig slot en een binnendeur. De hordeur, net als het hek, gaan altijd op slot. Ook voor vijf minuten. Zekerheid voor alles. De bevolking is arm, 99,9 procent is niets dan lief en aardig in de ware betekenis van het woord maar net als overal zit er ook een enkele rotte appel in de mand. Ook aan de achterkant, die uitkijkt op zee, zit alles dicht. Een verdiepinghoog traliewerk rond het terras, de achtertuin omzoomd door hetzelfde hekwerk-met-prikkeldraad als aan de voorkant. Het komt in eerste instantie hele deprimerend over.
Dat ligt niet aan ons. Margaret: 'We dachten hetzelfde toen we hier voor het eerst kwamen. We hadden de flat niet gezien, zelfs niet op een foto. Misschien hebben ze dat expres gedaan.'

'Ze' zijn de mensen van Australian Volunteers International. Via die organisatie zijn Margaret en Peter voor twee jaar in Lautoka gestationeerd. Ze is er de supervisor in een dagopvang. In Adelaide was ze jarenlang werkzaam in dezelfde sector, leerde er op latere leeftijd voor door aan de universiteit en besloot vijf jaar nadat ze was uitgewerkt en negen maanden per jaar samen met Peter in OKA196 op pad was geweest, dat ze nog een keer iets anders wilde.
Nu maakt ze, soms lange, dagen in het groene houten gebouwtje schuin tegenover de flat. Ze kan het lopend af en omdat auto's duur en taxi's heel goedkoop zijn, doen zij en Peter het zonder auto. Totdat er een jeepje opduikt dat goed is en weinig hoeft te kosten (een onwaarschijnlijke combinatie) en ze op eigen houtje de bergen in kunnen.
's Avonds bij het eten in een van de favoriete restaurantjes van Peter en Margaret, wisselen we verhalen uit. Over wat wij hebben beleefd in hun OKA196 en wat zij hebben beleefd sinds ze in Lautoka wonen.


Fiji,Viti Levu © Willem de Niet
Fiji,Viti Levu © Willem de Niet
Fiji,Viti Levu © Willem de Niet
Fiji,Viti Levu © Willem de Niet
Fiji,Viti Levu © Peter Wright
Fiji,Viti Levu © Peter Wright


Het zijn verhalen over voldoening en machteloosheid. Over meer te willen doen dan ze kunnen. Over ontbrekende budgetten en de eindjes aan elkaar knopen.
Peter is inmiddels onbezoldigd klusjesman in het centrum. Hij vernieuwde de complete houten vloer in het gebouwtje en begint binnenkort aan de zandbak. Zo gauw het budget er is. Soms wachten ze niet en steken wat van hun eigen geld er in. Margaret: 'We willen zo veel en kunnen zo weinig. Je moet ook oppassen dat je niet te veel wilt. Je kunt met z'n tweeŽn de wereld niet veranderen. Zelfs niet dit kleine stukje. De medewerksters van het centrum moeten zelf hun opleidingen betalen. Kleine bedragen voor ons, veel geld voor hen. Dan kom je in de verleiding om het voor ze te betalen. Maar daardoor verliezen de medewerksters de realiteit uit het oog. Over een kleine anderhalf jaar zijn wij weg. Moeten ze op eigen benen staan. Als ze nu te veel op ons leunen, vallen ze later om.'

Peter en Margaret hebben het goed op Fiji. Ze krijgen een toelage waarvan ze kunnen leven dus hun pensioenen en spaargeld blijven onaangetast. Vandaar dat ze, als ze er een paar dagen tussenuit kunnen, leuke dingen doen. Een paar dagen naar een resort op een van de tientallen eilandjes. Of in het weekend naar een strand. Met de taxi. Dan lunchen op het strand en tegen zonsondergang een drankje. Kosten: 25 euro all inclusive. 'Maar ik vertel het maandag niet, als ze vragen hoe mijn weekend was. Want we besteden wel bijna een Fijiaans weekloon op die zondagmiddag. Dus zeg ik maar dat we gewoon een leuk weekend hadden.'
Het Australische stel is populair. Als Peter op weg naar de markt langs de opvang loopt klinkt van achter de getraliede ramen: 'Hello uncle Peter'. En als Margaret in het weekend over straat loopt wordt ze herkend en hartelijk begroet. Door kinderen en ouders, zonder uitzondering keurig gekleed. Want hoe beroerd de woon- en leefomstandigheden voor het gros van de Fijianen ook zijn, ze verzorgen en kleden zich goed. Vandaar dat er altijd en overal veel was hangt.
En velen hebben nog altijd de hoop dat het beter zal gaan. Dat de coup van 2006 de laatste zal zijn. Maar dat betekent weer dat de droom van een democratie in Fiji voorlopig een droom zal blijven. En dat de militairen de echte machthebbers blijven en de kranten blijven schrijven wat het regime goed dunkt.

Midden in Lautoka is ook de markt. Een groot deel overdekt voor de vaste standplaatshouders. Rondom onder de luifel aan de buitenkant zitten de mensen uit de heuvels rondom Lautoka. Over het algemeen zijn het vrouwen die op donderdag worden gedropt met hun spullen en blijven zitten totdat ze alles kwijt zijn. Bananen, cassave, tomaten, pepers, zoete aardappelen, appels en vooral veel kava. Kava is een plant waarvan de wortels worden gebruikt voor het bereiden van een drank die ook kava heet. Heel veel Fijianen drinken regelmatig kava uit een traditionele houten kom op pootjes en uit kleine houten kommetjes. Ik drink er een paar keer een beetje van maar kan het niet lekker vinden.


Fiji, Viti Levu, Lautoka © Willem de Niet
Fiji, Viti Levu, Lautoka © Willem de Niet
Fiji, Viti Levu, Lautoka © Willem de Niet
Fiji, Viti Levu, Lautoka © Willem de Niet
Fiji, Viti Levu, Lautoka © Willem de Niet
Fiji, Viti Levu, Lautoka © Willem de Niet


Waarschijnlijk omdat ik er te weinig van drink want wie er wat meer van consumeert ervaart de verdovende en verslavende gevolgen. Volgens Wikipedia heeft kava achtereenvolgens de volgende effecten: gevoelloosheid en bleekheid van de lippen en tong, veroorzaakt door het samentrekken van bloedvaatjes; verhoogde behoefte om te spreken of te praten; euforisch gedrag; demping van angsten, kalmering; gevoel van welbehagen; helder denken; spierontspanning en tenslotte slaperigheid. Kortom een heel scala, uiteindelijk resulterend in een diepe slaap. Maar zo lang het kleine kommetje blijft rondgaan, blijft de gebruiker aardig bij de wekker. We hebben het meegemaakt dat een 'kava-party' een hele avond, nacht en de volgende ochtend duurde. Nee, we hebben er niet bij gezeten maar zagen 's ochtends dezelfde mensen op het strand zitten als de avond ervoor.

Voor een westerling is het leven op Fiji goedkoop. Groenten en fruit en vooral vis worden verkocht tegen prijzen die je twee keer moet omrekenen om het te geloven. Kilo's bananen voor een euro, een kilo vis voor tussen 2 en 3 euro. Maar het is natuurlijk allemaal betrekkelijk. Want 1 euro is voor heel veel Fijianen een uurloon. En dan is 2 euro weer hartstikke duur. Zeker een derde van de bevolking van Fiji leeft ver onder de armoedegrens. Die is door de regering bepaald op 15.000 Fiji dollars, een kleine 6000 euro. Maar bij een uurloon van 2,50 dollar is een jaarsalaris geen 15.000 maar 5000 dollar.

Het leidt natuurlijk tot gevallen van schrijnende armoede. En tot het verschijnsel bedelaar, al is hun aantal beperkt. De meesten bedelen met een door de overheid verstrekte vergunning. In die vergunning staat precies omschreven waarom de houder mag bedelen. Margaret vertelt het verhaal van een jongen die ze ooit zag bedelen. 'Ik vond het opmerkelijk, beetje vreemd, dat deze jongen aan het bedelen was. Zo jong nog, redelijk gekleed en zeker niet ondervoed. Ik heb hem aangesproken en gevraagd waarom hij daar stond. Hij liet me de vergunning zien. Wat bleek? Zijn vader had een levensbedreigende ziekte en moest geopereerd worden. Het geld daarvoor had de familie niet en werk is er ook niet al te veel. Dus vroeg en kreeg de jongen een vergunning om te bedelen. Hij vond het zelf verschrikkelijk, maar zag geen andere uitweg.'

Bij de prijzen op Fiji krijg je als toerist al snel de neiging om (te) grote fooien te geven. 'Niet doen', zeggen Peter en Margaret, 'je bederft het als toerist voor de plaatselijke bevolking. Natuurlijk kun je wat meer betalen. Maar overdrijf het niet.' Dus overdrijven we niet als we een schoenmaker, die zeven dollar (3 euro) vraagt voor twee kleine reparaties, een dollar extra geven. De man van de hakkenbar in een groot winkelcentrum in Brisbane vroeg een paar weken eerder bijna 40 dollar. Australische wel te verstaan, tien keer zo veel als de zeven Fiji dollar.
Pas later tijdens ons verblijf in Fiji wordt het verschil duidelijk tussen het prijspeil in een niet-toeristische provinciestad en dat op een cruiseschip of een resort op een van de vele Bounty eilanden.
Daarover in een volgend verhaal meer.