Op naar het westen (13-10-2002)

Nadat we in hetzelfde bos bij Howard Springs waar we voor ons vertrek naar Nederland al een week doorbrachten een paar dagen absolute rust genomen hebben, gaan we maar weer eens wat kilometers maken.
Eerst een stukje van 320 kilometer terug, naar Katherine, want daar sluit de eerste doorgaande weg naar rechts aan. En rechts gaan we, ver rechts, op weg naar de volgende grote stad, Perth. Ruim 4000 kilometer verwijderd van Darwin, althans zonder zijsprongetjes. Dus voor ons zal het neerkomen op zo'n 6000 kilometer. Pas als we ons een rit van 4000 kilometer vanuit Nederland voor de geest halen, realiseren we ons weer hoe groot dit land is. Naar Madrid en terug, zoiets? En alleen om van de ene echt grote stad naar de andere te komen.

In Katherine brengen we een paar dagen door bij Goldie, een CMCA-lid met veel ruimte om het huis. CMCA'ers zijn er welkom voor tien dollar per nacht. Voor die prijs kun je er ook de wagen wassen met wasborstel en shampoo en een van de kano's gebruiken voor een tochtje op de Katherine River. We treffen er Bev, de caretaker van Copperfield Dam. We misten haar al toen we er kort na Darwin voor de derde keer drie dagen verbleven. Ze regelt nu voor Goldie de zaken, want hij en zijn vrouw werken allebei. Lang blijft ze niet want het seizoen 'up North' loopt, althans voor de AustraliŽrs, af zo gauw het natte seizoen zich aankondigt. En Bev wil wel caretaken, maar er moet wel wat te caretaken zijn.

We kopen ook eindelijk een didgeridoo. En zitten onderweg de lipoefeningen te doen, nodig voor de sonore grondtoon. We proesten wat af. Gelukkig oefenen we echt droogÖ Tussen Katherine, waar we laat in de middag vertrekken en het 500 kilometer verder gelegen Kununurra, maken we twee stops. Een in de middle of nowhere, de tweede op een rest-area. De rest-area's in het Northern Territory zijn ruim, soms voorzien van een wc, meestal van water en uiteraard van barbecues. Je staat er vrijwel nooit alleen want het zijn ideale overnachtingsplekken.
Op de rit van Katherine naar Kununurra eten we meer dan onze dagelijkse appel. Want alles moet op voor de grens met West-AustraliŽ. Er mag geen appel, sinaasappel, blaadje sla, pieper, potje honing of sierkalebas in. Op weg naar Ayers Rock was de berm bezaaid met kalebassen en dus lagen er een paar voor de sier in de sla/fruitschaal.

Vanuit Kununurra gaan we de lucht weer eens in. Over de Bungle Bungles, de bijenkorfvormige gelaagde bergen en Lake Argyle en de gelijknamige diamantmijn. Bij de mijn ligt de langste particuliere landingsbaan ter wereld. Er wordt gewerkt in ploegendiensten van twee weken op en twee weken af en de aflossing gebeurt met een Boeing 737 van Qantas.

Dan gaat het verder. Naar Broome, weer dik duizend kilometer. Als we bij Karratha zijn staat er een bord langs de weg dat er de komende 632 kilometer zo goed als geen water beschikbaar is. En of je er maar rekening mee wilt houden. 632 kilometer. Van waar naar waar is dat vanuit Enkhuizen nou weer. Basel of zo?
Onderweg zien we veel boabtrees, de apart gevormde bomen met de bolle stam en sprieterige kruin. Ze doen onbeholpen en komisch aan. De meeste zijn zwaar bekerfd met namen van idioten. In Derby is er een zo dik dat ze er in de voor-vorige eeuw een cel in uitgehakt hebben. De boom, geschatte leeftijd meer dan duizend jaar, leeft vrolijk verder.

In Broome strijken we neer op een groot parkeerterrein bij de botenhelling aan het strand. 's Nachts is het hele terrein van ons. Er staat een klein bordje 'no camping', maar daar staat een soort wigwam op met een kruis erdoor. Nou, we zetten geen wigwam op en worden drie dagen ongemoeid gelaten. Wandelen, zwemmen, snorkelen, rijden een keer naar de stad voor water en snel terug. We gaan ook naar de openluchtbioscoop voor de film 'The rabbitproof fence' over de halfbloed aboriginalmeisjes die twee keer vluchtten uit een opvangkamp in de tijd toen de overheid bedacht dat halfbloed kinderen beter af waren bij willekeurige witte mensen dan bij hun ouders. De kinderen die nooit meer bij hun eigen ouders terug kwamen worden 'The lost generation' genoemd. En vandaag de dag zijn er nog mensen die zich bezig houden met helpen bij het terugvinden van familieleden uit die tijd.

We hebben ons in Broome niet goed genoeg verstopt. Op de derde ochtend, de gordijnen zitten nog dicht, hoor ik een auto pal naast DJ stoppen. Ik kijk naar buiten en zie Andy Russell, de oppas op DJ in Darwin, staan. Hij is met zijn omgebouwde Silver Eagle bus op weg naar een CMCA clubmeeting in Northam, bij Perth. Hij heeft zijn Toyota Landcruiser achter de motorhome gehangen en kwam even kijken of er wat te vissen was. We spreken af elkaar weer te zien in Cape Keraudren waar we een dag of wat neerstrijken. Mooie plek, bereikbaar via slechte gravelroad met wasbordprofiel. Daarna blaast Andy verder naar Northam. Wij zetten nog zes dikke blauwe strepen met de markeerstift voordat we in Carnarvon aankomen. De dikke strepen geven aan waar we overnacht hebben. Er staan er inmiddels tientallen op de Hema Touring Atlas. Nee, niet verkrijgbaar in Nederland maar voor iedereen die langer dan vier weken op pad gaat het standaardwerk en een must.


Wildflowers © Ageeth de Niet Prisonboab © Ageeth de Niet Rondvlucht Kununurra © Ageeth de Niet Broome © Willem de Niet Bungle Bungles © Ageeth de Niet Yardie Creek © Willem de Niet