12. Via de koralen naar de wildflowers (20-10-2002)

Na de tussenstop in Cape Keraudren, waar niets anders is dan pure ongerepte ruige natuur, lijkt Port Hedland het Australische Ruhrgebied. De hele stad wordt gedomineerd door de ertsoverslag. De een na de andere ertstanker wordt hoog op het water binnengesleept en vertrekt vele meters dieper liggend. Op weg naar Korea, Japan en andere meest Oost-Aziatische bestemmingen. De hele stad is ook bedekt met een laag roodbruine stof. Alsof het erts al roest voordat het staal geworden is. In groot contrast met de bruine grauwsluiers zijn de enorme spierwitte zoutbergen, even buiten de stad. De bulldozers die er op rijden doen denken aan het prepareren van de skipistes. De hele dag worden roadtrains geladen voor de rit van de zoutbergen naar de haven. We vinden het niet erg om een stad als Port Hedland weer te verlaten ondanks de rustige plek aan het strand waar we overnachtten. Met uitzicht op de honderden lichtjes van de continu-bedrijvigheid aan de verre overkant.

Verder gaan we, via de ruime rest-area's die West-AustraliŽ rijk is. Het zijn eigenlijk van overheidswege aangelegde kampeerterreinen langs de highway. Als ze worden aangekondigd staat er op het onderbord dat er 24 uur gestaan mag worden. Omdat er in de verste verte, hoe letterlijk kan de verste verste zijn, geen camping in de buurt is. Het zijn de plaatsen van de (hernieuwde) kennismakingen. Iedereen begint een praatje met iedereen. 'Waar kom je vandaan, waar ga je heen, daar moet je zeker heen, daar is een mooie vrije kampeerplek', dezelfde vragen en tips worden elke avond weer uitgewisseld. 'Oude bekenden' worden als oude vrienden begroet. 'Waar waren jullie sinds we jullie de vorige keer zagen?' Want het mag dan een groot land zijn, Highway 1 is de slagader voor het verkeer dat een 'rondje om' doet. Ieder in zijn eigen tempo.

Het wordt ook menens met het water, liever gezegd de afwezigheid van water. Als we bij Karratha zijn staat er een bord langs de weg dat er de komende 632 kilometer, naar Carnarvon, zo goed als geen water beschikbaar is. En of je er maar rekening mee wilt houden. 632 kilometer. Van waar naar waar is dat vanuit Enkhuizen nou weer. Bazel of zo?
Desondanks is de bodem van de watertank nog geen keer in zicht geweest. En de vijftig liter noodrantsoen in de berging onder de wagen is nog nooit in een noodgeval aangesproken. We leren ermee omgaan. Een dagelijkse douche is er niet bij. Maar hoe lang is het geleden dat heel Nederland zaterdags een flinke wasbeurt nam of kreeg? In de tijd toen de douche nog moest worden uitgevonden en een ligbad het summum van luxe was. Nou ja, toch wel heel lang. Maar we kunnen het ons allebei nog goed herinneren.


Port Headland, zoutberg © Willem de Niet Yardie Creek kloof © Willem de Niet Hollands Glorie in Carnarvon © Willem de Niet Blowholes © Willem de Niet Stromatoliten © Willem de Niet Sturt Desert Pea © Ageeth de Niet


In het Cape Range National Park bij Exmouth kunnen we eindelijk weer echt snorkelen. Vanaf het strand zo het mooie rif op. Dat is wat anders dan eerst een uur of wat varen naar het Great Barrier Reef.
In Exmouth, waar we weer eens een keer op een camping staan, ontmoeten we Paul en Judith Kerseboom uit Maarn. Paul en Judith bedachten een paar jaar geleden dat ze er wel eens een tijdje echt tussenuit wilden. En ze bedachten het niet alleen, ze besloten het te doen. Spaarden heel hard totdat ze genoeg hadden om er een paar jaar tussenuit te gaan, kochten een Landrover waarop ze een daktent lieten bouwen en gingen op pad. Nou ja, zo ongeveer, want hun voorbereiding hield natuurlijk veel meer in. Ze trokken door Europa, staken over naar Afrika en vanuit Zuid-Afrika naar AustraliŽ. Die maken echt wat mee. Ik ben een beetje jaloers, Ageeth niet. Ga maar eens kijken op hun website de Expeditie die is echt de moeite waard.

En na een paar dagen Carnarvon (waar DJ APK wordt goedgekeurd en nieuwe West-Australische nummerborden krijgt) en de nabijgelegen Blowholes, gaan we natuurlijk naar Monkey Mia. Voor de (drie) dolfijnen die zich op de dag dat wij er zijn aan het honderdkoppige publiek vertonen. Ageeth is een van de gelukkigen die worden uitgenodigd Flipper 1 een vis aan te bieden, de rangers vertellen veel maar verder is het niet wat we ervan verwachtten. De mening wordt gedeeld door iedereen die je er over spreekt.
Toch kan het niet anders. Toen jaren geleden de toeristen de vrije hand hadden, waren er dolfijnen die niet meer hadden geleerd hoe ze een vis moesten vangen. Ze zwommen naar het strand, vraten zich vol en gingen 'liggen slapen' tot ze weer honger hadden. Maar de Indische Oceaan is geen dolfinarium. En als het een paar dagen lelijk weer was en de toeristen wegbleven, viel er niets te eten. Nu wordt er op gelet dat de dolfijnen, die worden herkend aan de unieke vorm en rafelige rand van hun rugvin, een vijfde tot een zesde van hun dagelijks voedselbehoefte van tien tot twaalf kilo op het strand krijgen. Voor de rest moeten ze zelf op jacht. Breng maar geen paar haringen mee, want op het voeren van dolfijnen op eigen houtje staan forse boetes.

We maken 's middags de excursie naar de ponton van de parelkwekerij. Dat is de vijf dollar per persoon meer dan waard. Er gaat een wereld open voor iemand die denkt dat parels in hun oesters liggen te wachten op de duikers. In Denham, waar de proefdruk van de website in een internetcafť vanuit onze laptop 'Lappie' op het net wordt gezet, slaat de schrik ons om het hart. De volgende ochtend weigert Lappie alle dienst. Een virus? Foto's weg, verhalen zoek? We rijden in ťťn ruk door naar Geraldton waar de dichtstbijzijnde computerdokter zit. Vierhonderd kilometer. Van Amsterdam naarÖ laat maar. In Geraldton blijkt er sprake van een inzinking als gevolg van een gewond anti-virusprogramma. Dat heeft de aanval van het Bearbugvirus afgeslagen, maar kwam zelf niet ongeschonden uit de strijd. En dat werkte weer door. Zo ongeveer zat het in elkaar. Binnen een half uur had de dokter de patient er weer bovenop zonder dat er een bitje of byte verloren ging.
Intussen zijn we in wildflowerland aanbeland. Qua seizoen wat aan de late kant maar we kijken desondanks onze ogen uit. Een stofkurkgortdroog landschap, droge rivierbeddingen, zandvlaktes onder een blauwe hemel en een brandende zon. En overal bloemen. Kleine polletjes in het zand. Grote bossen op heesters. Gemengde veldboeketten zo ver het oog reikt. Overdadig witbloeiende struiken aan weerszijden van de highway die een welkomstboog lijken te vormen. We raken niet uitgekeken en uitgewezen. ,,Kijk daar, kijk die, kijk daar nou weer eens.''


Gezicht op Shell Beach © Willem de Niet Het 'zand' van Shell Beach © Ageeth de Niet Monkey Mia © Willem de Niet Monkey Mia parelfarm © Willem de Niet Duinen Geraldton © Willem de Niet Wildflowers © Willem de Niet