13. Cruisen is toch geen kruis (16-04-2011)

Jarenlang had ik me ertegen verzet. Een cruise maken is voor oude bedaagde mensen die zich graag heel netjes kleden, zo vond ik. Op een cruise is het te vol, je moet te veel en je hebt er geen ruimte om te wandelen. En dus werd er nog nooit een cruise gemaakt. Nou hadden we ook niet anders gezien dan de mensenpakhuizen die vanuit Amerika Sint Maarten aandoen. Drijvende torenflats met twee-, drie- of vier- en zelfs meer duizend passagiers aan boord. De hele Front Street vol sjokkende en shoppende mensen. Van etalage naar etalage, van elektronica naar juwelen, van drank naar sigaren. Nee, ammenooitniet, zo dacht ik.

Totdat vriend Peter in Fiji zegt dat we een cruise moesten maken. En een paar dagen in een resort op een eiland moesten doorbrengen. Dat laatste lijkt me wel wat. Zwemmen, snorkelen, kajakken en veel wandelen. Ik probeer het cruiseplan nog te saboteren door het op Ageeth's zware zeeziektegevoeligheid te gooien. En het feit dat het hurricane seizoen nog niet was afgelopen. Maar daar trapt Peter niet in. We blijven binnen de lange rij Yasawa eilanden die als golf- en windbrekers fungeren. En de boot heeft een catamaranromp en ligt daardoor als een blok op het water, zo meldt hij. En ook nog: dineren in (nette) short en polo met kraagje mag ook, zelfs aan de captains table.
Hij stelt een cruise van een week voor. Dat lijkt me veel te lang en we worden het eens over een vierdaagse cruise en aansluitend een net zo lang verblijf op Nanuya Island in het gelijknamige resort.

En dus schepen we in op de Fiji Princess van Blue Lagoon Cruises. Uiteraard blinkend wit maar geen torenflat. Passagierscapaciteit 68, bezetting 60, nationaliteiten Australisch, Nieuw-Zeelands, Amerikaans, Canadees, Engels, Duits, Italiaans, Japans, Koreaans en Nederlands. Dat blijkt tijdens het rondje voorstellen. Gemiddelde leeftijd iets lager dan de onze, geen rolstoelen, looprekken, rollators of krukken aan boord.


Fiji © Willem de Niet
Fiji © Willem de Niet
Fiji © Anonymus
Fiji © Ageeth de Niet
Fiji © Willem de Niet
Fiji © Anonymus


Op de eerste avond is er een captains diner. Acht mensen kunnen aanschuiven bij de kapitein. Die acht worden aangewezen. Laten wij nou tot de gelukkigen behoren. Het zal er toch niet mee te maken hebben dat vriend Peter de eigenaar van Blue Lagoon Cruises goed kent?
Afijn, we profiteren ervan want aan de captains table is de wijn inclusief. Dat scheelt, want het is hier geen Lautoka. Hier zijn de prijzen niet lokaal maar internationaal. Maar vergeleken met de 'echte' cruiseschepen nog heel schappelijk. Bier of wijn voor 3,50 euro, cocktails voor 6.

De eerste nacht is onrustig en kort. Onrustig omdat we moeten wennen aan het geluid van de machines in het vooronder die ervoor zorgen dat de airco blijft draaien, er elektra is en de waterleiding op druk blijft, om er maar eens een paar te noemen. En kort omdat we ons heel enthousiast hebben gemeld voor het pre-ontbijt zwemmen. Om zes uur worden we geacht aan boord van een van de bijboten te gaan om op het dichtstbijzijnde strand te worden gedropt. Zes uur inschepen betekent een wake-up call om half zes. Wie Ageeth een beetje kent moet haar bewonderen om haar gedurfde actie.

Om zeven uur zetten we vanaf het strand weer koers naar het moederschip voor het ontbijt. Net als het diner in buffetvorm wat er voor zorgt dat je in elk geval te veel eet. Dit is lekker, dat lijkt lekker, dat was zo lekker dat ik er nog wel wat van lust, afijn, jullie kennen het wel. Het eetprogramma aan boord is als volgt. Vanaf zeven uur ontbijt, om half elf morning tea, koffie, thee of vruchtensap met gebak en vers fruit. Van het buffet. Om half een lunch vanaf alweer een rijkelijk gevuld buffet, halverwege de middag afternoon tea (zie morning tea) en rond zeven uur diner. Tussendoor natuurlijk happy hour voor een aperitief en 's avonds op het sterrendek (hetzelfde als overdag het zonnedek) voor een drankje voor het slapen gaan.


Fiji © Willem de Niet
Fiji © Willem de Niet
Fiji © Anonymus
Fiji © Ageeth de Niet
Fiji © Peter Wright
Fiji © Willem de Niet


Maar van vervelen is geen sprake. Overdag wordt kort gevaren, daarna is er tijd voor een excursie naar een 'echt authentiek traditioneel dorp' waar een kava ceremonie wordt gehouden, het koor zingt, de dansgroep danst en tenslotte de toeristen op de vloer worden gevraagd voor een rondje volksdansen, besloten met de Fijiaanse variant van de polonaise. Dan gaat het op naar het strand waar verkoopsters van sieraden, 'originele en unieke' Fijiaanse kunst en mooie schelpen hun waren hebben uitgestald.
Ook is er een stranddag. Op Blue Lagoons eigen stuk van Nanuya Island. Daar staan stoelen onder de palmbomen klaar en liggen de kajaks voor het grijpen. Er kan ook worden gesnorkeld. 's Avonds is er een traditionele barbecue waarbij het vlees wordt gegaard in van palmbladen gevlochten 'manden'. En als sluitstuk is er de internationale avond waarbij vertegenwoordigers van de verschillende nationaliteiten een optreden verzorgen.
Er wordt gezongen, er wordt gedanst, de Amerikanen doen een persiflage op America's got talent, de Engelsen zingen vooral hard, de Nieuw Zeelanders heel mooi en de Duitsers doen een liedje in hun eigen taal waar dus niemand wat van verstaat en ik, ik kom op voor de minderheden in het gezelschap.

Ik waag me niet aan zingen, het is immers nog geen bedtijd, maar geef een verkorte taalcursus en leer het gezelschap 'how do you do' zeggen in het Japans, Koreaans, Italiaans, Duits en Nederlands. En leg uit dat, als onze voorvaderen het wat anders hadden aangepakt, nu de halve wereld Nederlands had gesproken en zeker het gros van de aanwezigen. Dirk Hartog liet AustraliŽ voor wat het was, Abel Tasman trok zijn neus op voor TasmaniŽ, in Zuid-Afrika en IndonesiŽ lieten we het afweten en Peter Stuyvesant liet New York uit zijn handen glippen. Nou ja, zo ongeveer. Het zorgt wel voor de nodige hilariteit.

Op de laatste dag gaan we als eersten van boord omdat we op Nanuya Island blijven in het gelijknamige resort. Om zes uur 's ochtends worden we per watertaxi afgehaald en even later hartelijk ontvangen door Lily, de eigenares van het resort onder en achter de palmbomen. We betrekken er een ruime bungalow en amuseren ons er vier dagen.
Het is er onbeschrijflijk mooi en vredig. Rondom liggen meer eilanden met witte stranden. Het straalt zo'n vredigheid uit dat ik op een vroege ochtend op het strand ineens denk: er moest geen rest van de wereld bestaan.


Fiji © Willem de Niet
Fiji © Ageeth de Niet
Fiji © Willem de Niet
Fiji © Ageeth de Niet
Fiji © Ageeth de Niet
Fiji © Willem de Niet


Op een andere ochtend zo rond half zeven loop ik als enige op het strand als ik gezang en gitaarmuziek hoor. Ik loop in de richting van het geluid en zie een groep mannen en ťťn vrouw die welluidend zingen. Fijianen lijken allemaal wel geboren zangers en zangeressen te zijn. Eerder hebben we op een zondagmiddag in Lautoka al eens een half uur buiten een kerk staan luisteren, zo mooi werd er gezongen.
De groep die hangt, ligt en zit op en onder een blauw dekzeil rond een kom met kava zit er al sinds de avond ervoor. Ze nemen afscheid van een jongeman die naar het vasteland gaat voor een studie aan de universiteit. Uiteraard moet ik erbij komen zitten en een kommetje kava drinken. De kava is onuitputtelijk zo lang ze 'one dollar' zakjes van de gemalen wortels hebben en een jerrycan water. Steeds wordt het grijs-bruine, onsmakelijk uitziende en onbestemde brouwsel aangevuld door in een natte lap een portie gemalen kava te weken en uit te knijpen. Ik prijs me gelukkig met mijn sterke maag. Als dank voor de gastvrijheid en het optreden geef ik een rondje La Paz. Die gaan achter het oor, voor later, als ze weer smaak in hun mond hebben.

Ik heb nog niet gemeld dat Peter en Margaret er inmiddels ook zijn. Zij wilden ons verrassen en daarom hebben we ook gedaan alsof we heel verrast waren toen ze op de eerste middag van ons verblijf op het eiland van de pont kwamen. Gastvrouw Lily had 's ochtends, tot haar eigen grote schrik, haar mond voorbij gepraat. We hebben haar niet verraden.

De dagen vliegen om. We kajakken, zwemmen, snorkelen en wandelen. En maken een excursie naar de grotten waar opnames zijn gemaakt voor de film Blue Lagoon. Er kan in de grotten worden gezwommen. In de eerste valt nog enig licht door een 'gat in het dak', maar in de tweede is het aardedonker. Het is maar goed dat de gidsen zaklantaarns bij zich hebben. De tweede grot kan ook alleen onder water worden bereikt; het is een gekke ervaring om maar te moeten aannemen dat er na een flinke duik weer lucht en een beetje (kunst)licht aan de andere kant van de rotswand is.


Fiji © Ageeth de Niet
Fiji © Willem de Niet
Fiji © Anonymus
Fiji © Ageeth de Niet
Fiji © Willem de Niet
Fiji © Ageeth de Niet


De hele trip is een beetje chaotisch; dat komt door het bonnensysteem dat bij de backpackers zo populair is. Ze kopen een pakketreis met bonnen voor verschillende excursies. Hen wordt verteld dat ze niet hoeven te reserveren. Daardoor weten de schippers van de watertaxi's niet hoe veel passagiers ze onderweg naar de grotten op de verschillende eilandjes oppikken. In ons geval wordt de boot voller en overvoller en de zwemvesten raken op. Er wordt gebeld en er komt een tweede bootje. Op de terugweg wil onze schipper een paar passagiers overdoen aan een collega, zodat hij een bepaald eiland niet hoeft aan te doen. Terwijl ik het avontuur er nog wel van inzie om op volle zee over te stappen vindt Peter dat het helemaal niet kan. 'Je gaat hier, midden op de oceaan, geen mensen overzetten die nog niet eens een zwemvest hebben', briest hij. De schipper probeert het nog even, Peter briest nog een keer flink en het plan is van de baan.

Nanuya Island blijkt veel minder exclusief dan de cruiserederij had voorgesteld. De tekst uit het cruiseprogramma: Sail to Nanuya Lailai, our very own private island. Maar op het eiland ligt dus in de eerste plaats 'ons' resort en wat blijkt, aan de andere kant van het eiland ook nog eens het Sunrise Beach Resort. Daar komen we achter tijdens een wandeling rond het eiland. Het is duidelijk een backpackers resort waarvan je er op de Yasawa eilandengroep tientallen hebt. Op de laatste dag besluit ik het eiland niet rond te lopen of te kajakken maar dwars over te steken, via een 'geitenpaadje', tussen cassave- en bananenplantages door. Op het hoogste punt van het eiland, net voor de afdaling aan de andere kant, is een man onkruid aan het wieden. Met een flinke machete, want zo doen ze dat hier. We maken uiteraard een praatje. Waar ik verblijf, wil hij weten. Als ik het vertel zegt hij: 'Dan betaal je te veel geld.' Als ik een opmerking maak in de trant van 'maar dan heb je ook wat', zegt hij: 'Wij hebben ook een resort. Veel goedkoper, ook met douche en toilet. En we serveren local food. Kom volgende keer maar bij ons.' Tja, dat volgende keer zal in een volgend leven zijn, als backpacker, denk ik.

De terugreis maken we met de Yasawa Flyer, een hele snelle veerboot die onderweg naar Port Demereau bij Nadi een tiental eilanden en eilandjes aandoet. Overal hetzelfde beeld, kleine bootjes komen van het strand om passagiers weg te brengen en op te pikken. Het gros bestaat uit backpackers voor wie Fiji een enorme speeltuin is. Ze hebben bijna zonder uitzondering een hop-on, hop-off pas waarmee ze van eiland naar eiland trekken.


Fiji © Willem de Niet
Fiji © Willem de Niet
Fiji © Willem de Niet
Fiji © Willem de Niet
Fiji © Willem de Niet
Fiji © Willem de Niet


Dan resten nog twee dagen voordat we via een tussenstop in Brisbane weer naar Schiphol vliegen. Een van die dagen gebruik ik om mijn wandeling naar Abaca te maken die in het vorige reisverslag al beschreven is. En op onze laatste volle dag gaan we met de bus naar Rakiraki, op de noordelijke punt van Viti Levu.
Het is een leuke tocht van tweeŽnhalf uur langs de kustweg. Kosten: 8,60 Fiji dollars, nog geen 3,50 euro. Onderweg doet een controleur de ronde. Peter had het al aangekondigd: 'Je kaartje wordt misschien wel drie keer gecontroleerd door verschillende controleurs.' Het blijkt dat op de een of andere manier een kwart tot en derde van het geld dat de passagiers betalen verdwijnt. Omdat geen kaartje wordt verstrekt of omdat voor een lange rit wel wordt betaald maar een kaartje wordt verstrekt voor een stukje van de route, terwijl wel het volle bedrag wordt afgerekend. En omdat ook controleurs maar mensen zijn, zijn er controleurs die de controleurs controleren. En aan het eind van de rit wil de chauffeur alle kaartjes weer terug hebben. Dat staat ook nadrukkelijk op het kaartje. Op die manier moet dan de boekhouding weer worden gecontroleerd. Dat dat allemaal kan voor die prijs.

In Rakiraki beleven we een paar rustige uren aan de rand van het grote zwembad van Volivoli Beach Resort voordat de taxi ons weer ophaalt en naar het busstation brengt. 's Avonds is er het afscheidsetentje en de volgende ochtend rest nog slechts het inpakken en wegwezen.
Op naar Brisbane waar Kim Wright ons van het vliegveld haalt.
En weer gaan de koffers open en op zijn kop want we lieten in Brisbane een hoop bagage achter omdat we van AustraliŽ naar Amsterdam 30 kilo per persoon mee mogen nemen en van AustraliŽ naar Fiji maar 20. Als de koffers dicht gaan wegen ze 28 en 24 kilo. De vlucht verloopt zonder schokkende zaken, op de enkele luchtzak na al lopen we in Dubai als gevolg van het spitsuur op de startbaan drie kwartier vertraging op. Het zal de laatste vertraging niet zijn, weten we op dat moment nog niet.

Op Schiphol een grote verrassing: er staat een heus welkomstcomitť. Mascha, Sandra, Frank, Chris, Aiden, Finn en Mika. Met bloemen en een 'welkom thuis' ballon. We drinken koffie, kletsen een beetje bij en nemen dus een trein later naar Hardenberg waar vriend Manfred ons zal afhalen. We bellen hem onze aankomsttijd in Hardenberg door en stappen in de trein.


Fiji, Viti Levu, Raki Raki © Margaret Wright
Fiji, Viti Levu, Raki Raki © Margaret Wright
Brisbane © Ageeth de Niet
Dubai © Willem de Niet
Schiphol © Willem de Niet
Schiphol © Willem de Niet


Het gaat goed tot kort voor Zwolle. De trein remt af en stopt. Er is een ongeluk gebeurd, zo wordt omgeroepen, even wachten. Even later de volgende mededeling: er is een persoon betrokken bij het ongeluk en deze trein gaat terug naar Amersfoort. HŤ ja, daar zaten we nou echt op te wachten. Omdat in onze mobiel nog het Australische prepaid kaartje zit, schiet ik een medepassagier aan met de vraag of ik even met diens mobiel mag bellen. Manfred moet immers weten dat we later komen. Geen gehoor bij Manfred en Anneke thuis. En geen mobiel nummer van ze bekend. Dus geen contact.
De NS heeft het zo geregeld dat de trein waarin we zitten van Amersfoort zonder onderweg te stoppen via Deventer naar Zwolle zal rijden. Daar halen we met pijn en moeite (vanwege de inmiddels loden koffers) de aansluitende trein naar Hardenberg. Het is half acht als we er aankomen, terwijl half zes gepland was. Uiteraard geen afhalers.

We duiken de snackbar in want rammelen van de honger. Bellen Manfred. Ik hoef hem niets meer uit te leggen. Hij legt uit dat toen hij en Anneke nog twee treinen uit de richting Zwolle hadden afgewacht, naar huis waren gegaan. Hardenberg is een onbemensd station, dus daar was geen informatie over de stremming bij Zwolle te verkrijgen. Thuisgekomen zag Manfred dat er 'iemand' had gebeld. Manfred: 'Ik zag een onbekend mobiel nummer. Draaide het en hoorde 'Met Henk'. Henk? Ik ken geen Henk, antwoordde ik. Maar vroeg wel of jij daar toevallig was. Waarop 'Henk' antwoordde 'Willem, ik ken geen Willem'. Maar toen ging hem toch een licht op en legde hij uit wat er was gebeurd.'

Uiteindelijk waren we om half negen, 38 uur nadat we in Brisbane waren vertrokken, weer thuis. In een huis met lege koelkast en diepvriezers. We hadden immers om half zes in Hardenberg zullen aankomen om nog wat boodschappen te doen.
Maar geen zorg, we hebben het overleefd, zijn zondag met Manfred en Anneke gaan brunchen en waren dankzij de jetlag 's avonds al weer vroeg uitgeteld.