16. Naar het eind van de Bibbulmun Track (02-02-2003)

De jaarwisseling 2002 - 2003 zal ons bijblijven als, om het maar eens in 'goed Nederlands' te zeggen, een non-event. We brengen de oudejaarsavond door op een rest-area tussen Bunbury en Collie. Om half elf hebben we er genoeg van, mobiel bereik is er niet dus er valt niets te bellen of te mailen, oliebollen hebben we niet gevonden dus we besluiten naar bed te gaan. Een jaar eerder in de Victorian Alps hadden we voor de tv Lawrence of Arabia uitgezeten, in afwachting van het vuurwerk dat niet werd afgestoken.
Nu slapen we om elf uur, wensen elkaar rond half twee een gelukkig 2003 als we er even uit moeten voor een kleine boodschap en doen het 's ochtends nog eens dunnetjes over.
Op nieuwjaarsdag is het ons niet gegund Nederland te bellen want de overzeese verbindingen blijken (nog steeds) verstopt.

We beleven een paar hete dagen aan Lake Stockton samen met tientallen waterskiŽnde en motocrossende AustraliŽrs. Niet echt in stilte dus, maar het sonore brommen van de automotoren in de speedboten went redelijk snel en na het weekend daalt de stilte weer neer over het onnatuurlijk blauwe meer, een voormalige open kolenmijn.

Na een ochtend vergeefs te hebben zitten wachten op de dolfijnen die in Bunbury (bijna) gegarandeerd elke ochtend een bezoek brengen aan het strand, zakken we af naar Dunsborough. Daar kunnen we weer een avond klaverjassen, want Wim en Tinie, onze vrienden uit South Yunderup en eerder Lelystad, zijn er voor een weekje neergestreken. En zo bezoeken wij ook weer eens een caravanpark.

Daarna begint een rit door een heel mooi stuk van AustraliŽ, The South West of The West. Eerst de ruige klippen tussen Dunsborough en Augusta waarop de golven van de Indian Ocean te pletter slaan en daarna de heuvels en bossen van Augusta tot Albany. Net als op TasmaniŽ wanen we ons soms in Europa. De Eifel, de Moezel, de Ardennen, bossen, wijngaarden, weilanden met hele beste koeien die volop te eten en te drinken hebben. Het grote verschil is dat de bossen hier vol staan met karri- en jarrahbomen, eeuwenoud en behorende tot de grootste bomen ter wereld.

We maken een flinke tussenstop in Pemberton. Onbedoeld, maar omdat onze post er wat later arriveert dan we hadden gehoopt. We staan afwisselend op het parkeerterrein van de golfclub (voorzien van water en toiletten, wat wil een rondtrekkend mens nog meer) en op een heel mooi plekje langs een Australische 'ANWB-route'. De overeenkomst tussen beide plekken is dat er overdag bijna niemand (minder dan een auto per uur) langs komt en 's avonds en 's nachts helemaal niemand. Vier dagen staan we vanaf het eind van de middag tot halverwege de volgende ochtend bij de golfclub en twee keer hebben we er dezelfde man een balletje zien slaan. Het is echt onvoorstelbaar hoeveel golfclubs AustraliŽ telt. In Pemberton zijn visitors van harte welkom om voor vijf euro de volle achttien holes te spelen. Voor een uur of vier vijf golfpret lijkt ons dat niet duur al moet je voor die prijs wel je eigen spullen meesjouwen want aan caddy's of golfkarren doen ze bij de Pemberton Golfclub niet.


DJ in Pemberton © Willem de Niet Huis in Bunbury © Willem de Niet Zonsondergang in Eaton © Willem de Niet Twee oceanen © Ageeth de Niet Het geweld van de zee © Ageeth de Niet Rotsen langs de zuidkust © Willem de Niet


Na Pemberton is Albany de volgende etappeplaats. Maar voordat we daar arriveren beleven we een ontmoeting die qua hoe-is-het-mogelijkheidsgehalte niet snel overtroffen zal worden. In de hoofdrollen: Tom en Theresa Swann.
In Albany vinden we een paar nachten onderdak bij Wendy en Austin Wood. Van de ruim veertigduizend vierkante meter grond waarop hun huis staat hebben ze een hoekje vrijgehouden voor leden van de CMCA die in de buurt zijn. Wendy is voorzitter van de lokale afdeling van de CMCA, de Rainbow Ramblers die net dit weekend hun maandelijkse uitstapje hebben. En of we ook komen. Laten we nou net niks hebben, dit weekend. Dus we gaan. De groep is klein maar de gezelligheid daardoor groot. We eten zaterdag mee uit de gezamenlijke pot waarvoor iedereen (behalve wij, want we kenden het programma niet en visitors zijn toch al vrijgesteld) iets heeft ingebracht. De een gebakken aardappels, de ander kippenpoten, de derde de sla, weer een ander de vruchtensla voor toe en tenslotte taart, cake en koekjes. Het ontbreekt ons aan niets en we luisteren geboeid naar de 91-jarige Stanley die voor de allereerste keer van zijn leven in zijn eerste camper slaapt. Als 15-jarige jongen kwam hij vanuit Engeland naar AustraliŽ, helemaal alleen. Hij had meer dan twaalf ambachten en minstens ťťn ongeluk. Op 23-jarige leeftijd kwam hij tot onder zijn oksels bekneld te zitten in zand waarmee een mijnschacht werd gevuld. Omdat zijn armen vrij waren kon er een touw onderdoor worden gebracht en werd hij met grof geweld bevrijd. Het greep hem zo aan dat hij binnen twee weken al zijn haar kwijt was. Maar Stanley leeft nog, en hoe. Hij maakt samen met zijn Lorrie eerst een paar korte trips om wat op te steken en gaat dan lange reizen maken, zo is het plan. In de toekomst, zegt hij er zelf van. Let wel, Stanley is 91 jaarÖ
Op zondagochtend is het tijd voor een spelletje disc-bowls. Een soort jeu-de boules maar dan met houten schijven in plaats van ballen. Dan is er de morning-tea, wat betekent dat bijna iedereen koffie drinkt en heel veel taart, cake en koekjes eet, want die zijn zaterdagavond lang niet opgegaan. Als de grijze wolken de restanten van de nachtelijke forse onweersbuien loslaten is het inpakken en wegwezen. De Ramblers naar het zuiden, waar de hometown Albany ligt, deze Dutchies naar het noorden waar de Porongurup- en Stirling Ranges liggen en The Lily staat.

The Lily is eigenlijk De Lelie en een replica van de gelijknamige korenmolen in Puttershoek. De Australische Lelie is eigendom van Pleun en Hennie Hitzert die in 1980 met hun drie dochters in het zuiden van West-AustraliŽ neerstreken. Behalve de molen, waar we geen Hollands appelgebak maar wel een overheerlijk broodje kroket eten, staan er inmiddels real Dutch cottages, replica's van 16e eeuwse huisjes met trapgeveltje waarin het goed overnachten lijkt. Pleun en Hennie zijn net die ochtend vertrokken voor een vakantie in Nederland, dus een diepte-interview over het hoe en waarom zit er niet in. Het blijft een prachtig gezicht, The Lily tegen de achtergrond van de Stirling Ranges. Jammer voor ons dat de molen elke folder in de wijde omtrek heeft gehaald. We hadden er best onvoorbereid tegenaan willen rijden.

Na het beklimmen van Toolbrunup Peak (1052m)in de Stirling Ranges gaan we terug naar Albany voor het aanvullen van de voorraden en zetten we heel voorzichtig koers naar Esperance. Het is nog geen 500 kilometer rijden maar we zijn gewaarschuwd, er is tussen hier en daar nog zoveel te zien. Eťn ding zullen we missen, de bordjes 'hikers crossing' die we tussen Perth en Albany tientallen keren tegenkwamen ten teken dat de Bibbulmun Track onze wegen kruiste. De Bibbulmun Track is het summum voor wandelaars, een lange-afstandstocht van bijna 1000 kilometer met elke twintig kilometer een trekkershut. Grappig, het slingerende spoor van Kalamunda, in de heuvels ten oosten van Perth naar de haven van Albany is officieel 964 kilometer lang. Wij in de DJ legden tussen Perth en Albany dik 3500 kilometer af. Gek hŤ, dat we soms het idee hebben dat we niet echt opschieten.


Valley of the Giants © Willem de Niet Natural Bridge Albany © Ageeth de Niet Disc-bowls in Porongurup © Willem de Niet The Lily © Willem de Niet Het eind van de Bibbulmuntrack © Ageeth de Niet The Toolbrunup Peak © Willem de Niet