18. Brr..., het wordt echt herfst (04-04-2003)

Een week geleden zeiden we het tegen elkaar: 'Het wordt tijd dat we naar het noorden gaan, het wordt echt herfst.' En een dag later: 'Toch wel mooi, al die herfstkleuren. Lang geleden dat we die hebben gezien.' En zo heeft elk nadeel toch weer zijn voordeel.
Nou is de herfst hier in de Adelaide Hills heel wat anders dan de herfst in Nederland. Geen noord- of zuid-westers, geen regenvlagen. Maar rustig weer, 'nachts een graad of 10, 12 en overdag ergens net boven tot midden twintig. Het is dus al met al zo slecht nog niet.
De afgelopen maand hebben we weer veel moois gezien. Gek is dat, er zijn van die dagen waarop je denkt het allemaal wel een keer gezien te hebben. En dan is daar weer een ander, anders en op een andere manier mooi stuk van dit land. Zoals de westkust van het Eyre Peninsula waar het vorige reisverhaal eindigt. De oostkust is minder toegankelijk al waren de plekken waar we wel aan de stranden konden komen het aanzien weer dubbel en dwars waard. Stranden, branding, rotsen, schelpen, vogels, het lijkt nooit te gaan vervelen. Net als heuvels en bossen, meertjes en rivieren trouwens. Kortom, de natuur gaat nooit vervelen. En daarom vervelen wij ons ook nooit echt. Natuurlijk, we doen wel eens een dag bijna niets, maar dat is anders dan je vervelen.

Het vorige reisverslag eindigt in Port Lincoln, de zuidelijke punt van het Eyre Peninsula. Daar ontmoeten we Ross Kassebaum, die we een jaar geleden ook ontmoetten. Met hem, hij in zijn nog onafgemaakte omgebouwde bus, gaan we dit keer naar het Port Lincoln National Park. Het is even hobbelen over een niet al te beste gravelroad maar dan hebben ook een mooi plekje aan een strand vol razorfish. Gekke naam voor een soort reuzen-mosselschelpen die rechtop in het zand staan. Er in zit een witte schijf spierweefsel waarmee de helften van de schelp aan elkaar zitten en om die witte schijf, iets kleiner dan een sjoelschijf, gaat het. Ze zijn rauw, in het zuur of gebakken te eten.
De dag erna staan we bij Ross op zijn hobby-boerderij, waarna wij verder gaan naar Whyalla, om Chris, Ross' vrouw, gezelschap te houden. Net als bij Ross is het als terugkomen bij oude vrienden. AustraliŽrs lijken een tweede natuur te hebben om je dat gevoel te geven. We kunnen op de oprit naast het huis staan, er kan gewassen worden en na een dagje grasmaaien en olijfboompjes sorteren, ervaar ik na lange tijd de luxe van een ligbad. Heerlijk. Als we na een paar dagen afscheid nemen is er weer dat gekke gevoel iemand te verlaten die je in korte tijd goed hebt leren kennen en die je waarschijnlijk nooit van je leven meer ziet.

Van Whyalla rijden we naar het nabijgelegen Point Lowly, een landtong met vuurtoren, waar we Jerry en Marina Goijers uit Den Haag ontmoeten. Twee jaar geleden ontstond via een AustraliŽpagina op het internet het eerste contact en in plaats van elkaar in Enkhuizen of Den Haag te ontmoeten, plannen we een ontmoeting zo ver mogelijk van huis. Na een heel gezellig etmaal gaan zij in hun huurcamper op weg naar Coober Pedy, Alice Springs en Ayers Rock en wij naar de Flinders Ranges.

Daar ervaren we weer de ruigte van de Australische 'bergen'. Ooit waren ze 9000 meter hoog. Na tientallen miljoenen jaren van erosie is daar niet veel meer dan duizend meter van overgebleven, maar om op de top te komen moet je flink klauteren, en kletteren, zoals ze in Oostenrijk zeggen. We maken er ook een dagtocht in een vierwiel aangedreven vergrote Toyota jeep. We nemen hellingen die verticaal lijken, duiken onder 45 graden rivierbeddingen in en komen aan de andere kant toch weer boven. We vinden het een van de beste excursies die we tot nu toe maakten. Drie weken later zien we 'onze chauffeur' en beelden van dezelfde excursie terug op tv in het best bekeken reisprogramma van AustraliŽ.


Whyalla © Willem de Niet Flinders Ranges © Willem de Niet Flinders Ranges © Willem de Niet Wilpena © Willem de Niet Arkaba Station © Willem de Niet Aldinga Bay © Ageeth de Niet


Vanuit de Flinders Ranges gaat het verder, naar het 'vertrouwde terrein' rond Adelaide. Ook daar wachten 'oude vrienden' op ons. Peter en Magaret Wright die we een jaar geleden ergens op een strandje ontmoetten, daarna in Adelaide opzochten en waar we nu ook meer dan welkom zijn en ons net zo voelen. Ook hier is ruimte genoeg op de oprit van hun huis dus er hoeft na het eten niet meer gereden te worden.
We beloven ze terug te komen nadat we ten zuiden van Adelaide het Fleurieu Peninsula en Kangaroo Island hebben bezocht.

Van Kangaroo Island hadden we veel goeds gehoord, over het Fleurieu Peninsula niets. En als je dan het Yorke en het Eyre Peninsula al hebt gezien, denk je veel van hetzelfde tegen te komen. Mis, helemaal mis. Het Fleurieu Peninsula is, als je buiten de invloedsfeer van Adelaide komt, uniek mooi. Golvende hoge heuvels, steile rotskusten en veel, heel veel mooie uitzichten. We zakken langs de westkust af en nadat we Kangaroo Island hebben bezocht, gaan we via de oostkust weer omhoog. Via Victor Harbor en Goolwa. In die laatste plaats moet bij de jachtclub een plek aan de oever van de River Murray zijn waar je zo kunt gaan staan, waar water is en openbare toiletten zijn. De omschrijving op de website van de CMCA is niet helemaal duidelijk, dus als we denken in de buurt te zijn besluiten we te voet op verkenning te gaan. We lopen net als er achter ons wordt gefloten en even later geroepen. Op het eerste reageren we niet, na het geroep kijk ik maar eens om. Er komt een man onze kant uit. We houden in, wachten even en daar is hij, Frank Refchange, zeer pensioengerechtigd, net eigenaar van een Winnebago motorhome en samen met vrouw Linda bezig met de laatste voorbereidingen voor hun eerste trip, naar Darwin. Of we trek hebben in thee, koffie mag natuurlijk ook. We lopen mee, bekijken de motorhome en gaan aan de koffie. Frank maakt er, aldus Linda, een gewoonte van mensen in campers en motorhomes van de straat te plukken. Om zodoende van iedereen weer wat te horen. Want ze vinden het maar wat spannend, zo'n eerste reis, en dan dwars door AustraliŽ naar het noorden. Vorig jaar rond dezelfde tijd maakten wij dezelfde trip, dus we hebben de nodige tips. Frank en Linda zuigen de informatie op als een spons.
Als we weggaan snijdt Frank een prachtige roze roos uit de tuin. Voor het eerst hebben we een bloem(etje) in een vaasje (plastic beker) in de wagen. En Linda plukt een bosje lavendel. Dagen lang geuren ze allebei heerlijk. We wensen ze een goede trip en hopen oprecht dat ze die ook hebben. Zulke aardige mensen gun je het allerbeste.

Dan gaan we verder, via Hindmarsh Island, de wijngaarden ten zuiden van Adelaide en historische plaatsjes als Strathalbyn met een prachtige grote kerk naar de Adelaide Hills, aan de oostkant van de stad. Na een paar dagen van regelen van wat onderhoud aan DJ, het boeken van de terugvlucht deze zomer en een (allerlaatste?) bezoek aan Peter en Margaret Wright, zijn we klaar voor het binnenland. Op naar Broken Hill, Bourke, Charleville, Longreach, Mount Isa en Karumba. Daar, 5000 kilometer verder, wacht het eerstvolgende strand. Het tropische strand aan de Gulf of Carpentaria. We verlangen er nu al naar.


Veerboot Kangaroo Island © Willem de Niet Roos © Willem de Niet Strathalbyn kerk © Willem de Niet Strathalbyn bank © Willem de Niet Strathalbyn park © Willem de Niet Fleurieu Peninsula © Willem de Niet