20. Met de vlam in de pijp naar Casino (06-06-2003)

Jawel, we zijn weer flink op pad. Misschien een beetje te flink, maar daarover later. Vorige maand eindigde het reisverslag net voordat Ageeth in Gawler in het ziekenhuis werd opgenomen. Daar pakken we de draad dus weer op.
Gelukkig is de operatie geslaagd, bleek de cyste onschuldig en zijn we dus behoorlijk opgelucht. Al valt het met die opluchting wel een beetje mee, omdat de foto's al hadden uitgewezen dat het ongewenste object in de buikholte met niets anders dan vloeistof was gevuld. Maar tochÖ Ageeth gaat voor het eerst in haar leven onder het mes en ik moet zeggen, ze gedraagt zich kranig. Trekt opgewekt de operatienachtpon aan en ondergaat rustig de noodzakelijke voorbereidingen. Om half twee wordt ze naar het 'theatre' (zo noemen ze hier de operatiekamer) gereden en de verwachting van de anesthesist is dat ze tegen vijf uur weer aanspreekbaar is. Omdat ik er wil zijn als ze weer wakker wordt, ga ik om kwart voor vier naar haar kamer. Te laat, ze is al wakker, zij het niet helemaal helder. Af en toe zakt ze nog even weg in de restanten van de narcose. Ik kom de chirurg nog tegen die nog eens zegt dat het er allemaal onschuldig uitzag maar dat de patholoog het laatste woord heeft. Dat laatste woord was dus niet anders dan de eerdere prognoses.

Vier nachten ziekenhuis zijn voldoende, daarna volgt een aantal dagen rust in en naast DJ. Ageeth heeft maar ťťn doel voor ogen, de rally van de CMCA in Casino, 2000 kilometer naar het noordwesten, onder de rook van Brisbane. Wat ik ook probeer om het verblijf in Allendale North nog wat te verlengen, het helpt allemaal niets. Als de dokter acht dagen na de operatie geen veto op de doorreis uitspreekt, is het inpakken, een afscheidsdiner bij Colin en Joan en volle kracht vooruit.
Het afscheid van Allendale North, lees Joan en Colin, valt zwaar. Al met al hebben we er bijna zes weken gestaan en in die tijd zijn we echt goede vrienden geworden. Niets was ze te veel, Colin moest Joan af en toe wat afremmen als ze ons leven te veel wilde organiseren, zoals hij het zei. Maar ze bedoelde het goed. En wellicht, als het allemaal een beetje wil lukken, zien we ze in oktober weer. Dan vieren ze hun 40-jarig huwelijksfeest. Waarvoor we heel erg verschrikkelijk hartelijk zijn uitgenodigd. We zullen zien.

Op donderdag 15 mei gaan we op pad. Van Allendale North via Broken Hill en Bourke naar Casino, waar we op 21 mei worden verwacht. Gelukkig biedt de DJ de mogelijkheid om als 'rijdend' patiŽnt te worden vervoerd. Nee, niet in bed, maar met de passagierstoel achteruit geschoven de rugleuning in de laagste stand en de voeten op een kussen op het dashboard. Het zijn dagen van flink doorrijden. 250 tot 400 kilometer per dag is in een luxe wagen niets, in DJ zijn het forse etappes. Omdat we natuurlijk ook niet om zeven uur 's ochtends vertrekken en tot donker doorrijden. Onze 'werkdag' duurt meestal van tien tot vier met een koffie- en een lunchstop.
Door dit alles hebben we weinig gezien van plaatsen als Broken Hill en Bourke met de boeiende mijnhistorie en de enorme open mijnkrater aan de rand van Broken Hill. Een mens kan in dit land nu eenmaal niet alles hebben.


Gawler ziekenhuis © Willem de Niet
Rijdend patiŽnt © Willem de Niet
Cobar © Willem de Niet
Inverell, courthouse © Willem de Niet
Ruwe katoen in Moree © Willem de Niet
Moree © Ageeth de Niet


We krijgen nog wel een mini-excursie aangeboden in een katoen-gin, een installatie waar katoen en katoenzaad worden gescheiden en de katoen in balen geperst. Ook hier is het effect van de droogte goed merkbaar, aldus onze rondleider Jim 'Jimbo' Freeman. Toen ik hem vroeg of ik op het terrein een plaatje mocht maken van de honderden vrachtwagenladingen ruwe katoen onder kleurige dekzeilen regelde hij ter plekke de excursie voor ons tweeŽn.
De hele installatie werkt zes weken per jaar en produceert dan normaal gesproken 120.000 balen katoen van 225 kilo elk. Dit jaar blijft de teller steken bij 70.000. Freeman: ,,En als we niet gauw veel regen krijgen, is er volgend jaar helemaal geen oogst.'' En dat terwijl wij het aardig nat vinden omdat we een dag regen hebben gehad en er wat bruingrijs water door de Darling River stroomt. Dat er zo weinig water in de Darling River staat heeft trouwens alles te maken met de katoenoogst. Voor katoenteelt, op omdijkte akkers die elk tientallen hectares groot zijn, is heel veel water nodig. En dat water wordt uit de rivier gepompt met enorme pompen die dag en nacht staan te stampen. Ook de Murray River ondergaat dit lot, daar voor de wijnbouw en het verbouwen van rijst.

Maar we halen het; op 21 mei zijn we in Casino. En we hebben er geen moment spijt van. De vijf dagen van de clubmeeting vliegen voorbij. Omdat er zo veel te doen en te zien is. Het dagprogramma loopt van half zeven 's ochtends tot tien uur 's avonds. Workshops van anti-snurk-ademhaling tot zonnepanelen en van quilten tot borduren op de naaimachine met alle soorten handarbeid daartussenin. Er zijn computercursussen, vooral gericht op e-mailen en internetten. Over het terrein rijdt een hop-on, hop-off busje want een rondje lopen betekent een dagmars. Er is een restaurant en een mini-supermarkt. Buiten de poort staat de shuttlebus voor mensen die 'in town' willen, waar elke winkel is voorzien van een sticker van de Campervan and Motorhome Club of Australia. Vooral de supermarkten en tankstations doen goede zaken. Net als diverse dealers en fabrikanten van campers, motorhomes en accessoires in de 'commercial' area op het rallyterrein. Daar zien we voor het eerst onze 'oude e-mailvrienden' Karin en Maarten. Ze wonen in Brisbane en zijn een postdoorstuurservice, Post Haste Australia, begonnen voor mensen zoals wij. We kletsen een avond lang lekker Nederlands en beloven langs te komen als we in oktober in Brisbane zijn.

Op het rallyterrein staan zo'n 1300 campers en motorhomes. Grote en kleine, splinternieuwe en stokoude. Ex-brandweerauto's, omgebouwde Bova touringcars, ooit gebouwd in Valkenswaard. Veel oude autobussen ook die aan een tweede leven, als rijdend huis, zijn begonnen. Compleet met garage 'in the back'. Je kijkt er elke dag weer je ogen uit. En zelfs wij ontmoeten er bekenden, heel veel bekenden. Mensen die we in de afgelopen anderhalf jaar ergens in AustraliŽ eerder zijn tegengekomen. Ruth en Maurie die we in Esperance ontmoetten, Hans en Agnes Schmid uit Zwitserland die met hun fourwheeldrive Swagman op TasmaniŽ ineens naast ons stonden, David en Kaye Cooper waar we op hetzelfde TasmaniŽ het antivirusprogramma op 'Lappie' updaten. Ze hadden een Winnebago, ze bekeken onze Swagman en nu rijden ze in een Swagman rond. Ook Bill en Mary Twigg, met wie we drie dagen optrokken in Kakadu National Park, zijn er. Bill is een speciale vriend want hij stookt zijn eigen spiritualiŽn. Rum, whisky, brandy, alles komt uit de eigen distilleerketel. Bill begroet me op zijn manier: ''Mary, look who's here. If that isn't the bloody Dutchman. Sit down, have a drink.' Het zijn drukke dagen. Eigenlijk te druk voor Ageeth die 's middags een flinke rustperiode inbouwt. Om weer fit te zijn voor het zoveelste happy-hour.


Casino CMCA-rally © Willem de Niet Casino CMCA-rally © Willem de Niet Casino CMCA-rally © Willem de Niet Casino CMCA-rally © Ageeth de Niet Goomburra State Forest © Willem de Niet Gladfield © Ageeth de Niet


Na de rally pakken we de draad van de oorspronkelijke route weer op. Richting Mount Isa, voor een bezoek aan Tom en Theresa Swann. Het eerste bezoek, de tweede ontmoeting. De eerste heel toevallige is eerder al beschreven.
Het wordt ook tijd dat we naar het noordwesten rijden. Weer naar de warmte want voor onze begrippen wordt het knap koud. Nachten van een graad of 7, maximum temperaturen overdag niet boven de 20. Brrr, niks meer voor ons.
Tussen de bedrijven door wordt Ageeth een paar dagen gekweld door een griepje. Het moet de Moskou-flu zijn, zoals ze op de radio zeggen. In het Goomburra State Forest ziekt ze het uit, net nadat onze fietsen treurig aan hun einde gekomen zijn en we als gevolg daarvan onze reddende engel Gerard Nolan. hebben ontmoet.

Dan, als we de uitlopers van de Great Dividing Ranges, de bergrug achter de oostkust van AustraliŽ achter ons laten, komen we op het platteland terecht. Het echte super-platte-pannenkoek-land. Zo ver het oog reikt plat. En dit keer geen bush of woestijn maar akkers. Met maÔs en andere graansoorten. Velden die eindigen in luchtspiegelingen. Het enige dat uitsteekt boven het maaiveld zijn dijken. Want we hebben als Hollanders het alleenrecht op dijkenbouw al lang niet meer. Kilometers en kilometers liggen er. In vierkanten van pakweg 500 bij 500 meter en meer. We denken dat het weer om katoenteelt gaat omdat de bermen weer witgevlokt zijn. Maar de dijken om de katoenvelden waren nog vele malen langer. Dus ga ik het vragen. Het zijn waterbergingen. Elk goed voor zo'n anderhalf tot twee miljoen kubieke meter water. Als het regentÖ En als het niet regent zijn het de laatste plekken waar nog wat kan worden verbouwd. Dus is er de laatste jaren veel verbouwd in de waterbergingen. Hoewel veel in dit verband wel heel betrekkelijk is want de waterbergingen beslaan ondanks de afmetingen van de bassins een fractie van de grond die een beetje boer hier ter beschikking heeft. Dus als de waterberging wordt ingezaaid, is het armoe troef. Zoals veel boeren hier de laatste jaren aan den lijve ondervonden hebben. De laatste nachten voordat deze update 'de lucht in gaat' regent het fors. Laten we hopen dat het genoeg is.