21. Van Casino naar Cairns door de Queensland Outback (07-07-2003)

De ondertitel van reisverslag 18 luidde: op weg naar het volgende strand, 5000 kilometer verderop. Drie maanden geleden was dat. Inmiddels weten we dat dat volgende strand inderdaad (ruim) 5000 kilometer verderop lag.

In Karumba, aan de Golf van Carpentaria om precies te zijn. Maar wie AustraliŽ ooit bezoekt voor een strandvakantie (als iemand dat dwaze idee al zou hebben) kan het strand van Karumba wel van het lijstje schrappen. Omdat het maar een klein strand is dat vol staat met vissers en omdat het midden in Crocodile Country ligt.
Karumba is zo'n plaats waar je een keer geweest wilt zijn omdat je dan kunt zeggen dat je er geweest bent. Maar Karumba is ook een plaats waar duizenden AustraliŽrs jaar na jaar heen gaan om te vissen. Dan hebben al die mensen uit het land van de immense ruimte het er voor over om als haringen in een ton op een camping te staan. Het is echt onvoorstelbaar hoe krap in Karumba de staanplaatsen zijn. Er wordt nog net niet gestapeld, maar dat is dan ook alles. Of zoals iemand die het er een hele nacht had uitgehouden zei: 'Je kon de buurvrouw horen snurken'. We hebben gelukkig niet op een van de campings gestaan omdat we tussen alle 'no camping' borden toch nog een eenzame plek vonden waar die borden niet stonden. En daarom hebben we ook niemand kunnen vragen naar de lol van het 'sardientjeskamperen'. Maar opvallend is wel dat alle mensen die we na Karumba spraken, er geen goed woord voor over hadden. Eens en nooit weer, was het eensluidend oordeel.

Maar hebben we nou spijt van de rit naar Karumba? Nee, absoluut niet. Omdat we tussen de rally in Casino en Karumba een heel indrukwekkend deel van AustraliŽ hebben gezien. Het droogste deel tot nu toe. We dachten dat al gezien te hebben tijdens de rit middendoor via Alice Springs naar Darwin. En tijdens de lange rit langs de westkust. We weten nu beter. Dagen dat je geen druppel water in de kreken en rivieren ziet. Koeien in een verschroeid landschap. Als ze voortsjokken op zoek naar een beetje voedsel lopen ze in hun eigen stofwolken. Het is een wonder dat de meeste het overleven. Al zien we voor het eerst ook kadavers in het veld liggen. Geen slachtoffers van het verkeer maar slachtoffers van de grote droogte. De droogte zorgt er ook voor dat er veel vee vervoerd wordt. Naar abattoirs of naar delen van het land waar het wel af en toe (weer) regent. Iedereen is blij met elke verdwaalde millimeter regen. 'We had a few drops of rain here', hoor je dan op de radio, 'but we could use much more'. Maar even zo vrolijk meldt de weerman of -vrouw weer dat het morgen 'a fine day' wordt. We kunnen ons indenken dat er boeren zijn die hun koffiebeker door de beeldbuis gooien. Voor hen is het de laatste jaren een dorre doffe ellende.


Amby Hotel © Willem de Niet
Jonge stieren © Willem de Niet
Mt. Etna © Willem de Niet
Slang © Willem de Niet
Combo Waterhole © Willem de Niet
Roadtrain © Willem de Niet


De outback is ook het land van vergane (mijn)glorie. Zonder uitzondering staan de dorpjes tussen Roma, Charleville, Longreach en Mount Isa allemaal half leeg. De dagelijkse boodschappen zijn er nog verkrijgbaar maar alle andere middenstanders hebben de deuren al heel lang geleden gesloten. Huizen, winkelpandjes staan leeg en zijn voor een prikje te koop. Een drieslaapkamerbungalow op 4000 vierkante meter grond? Voor 10.000 euro ben je grootgrondbezitter. Maar dan? Of alleen een lapje grond van 2000 vierkante meter? Geef maar 300 euro. Ja, 300 euro. En dan woon je nog wel aan een brede geasfalteerde straat met water, elektra en telefoon voor de deur. Maar dan? Naar een echte supermarkt is het 1000 kilometer vice versa of daaromtrent. De bioscoop idem. Kleren kopen? Trek eerst maar 250 euro uit voor een retourtje winkel. Want je moet onderweg toch ook nog eten en slapen.

Voor de 'wildkampeerders' is de outback van Queensland een eldorado. Bordjes 'no camping' komen er vrijwel niet voor. Prachtige stille plekken aan wegen waar overdag elk uur en tussen 's avonds zes en 's ochtends zeven geen auto langs komt zijn er te over. Waar je over kangoeroes struikelt en de wilde varkens gelukkig voor je op de loop gaan. En waar je door de vogels in slaap en wakker gezongen wordt. De kookaburra heeft er trouwens een handje van om 's morgens de zon boven de horizon uit te willen 'zingen'. Dat is zelfs hier knap vroeg. En voor als je eens een avond onder de mensen wilt zijn, zijn er de spotgoedkope of zelfs gratis campings. Eerst geloof je je ogen niet. Dan denk je aan de Hotelbon. Ja, gratis kamperen met verplicht ontbijt en diner in de plaatselijke pub. Of voor honderd dollar aankopen in de kampwinkel. Maar nee, gewoon gratis zonder bijkomende voorwaarden. Ga staan, koppel water en elektra aan, neem een uitgebreide douche en vul de watertank bij. En dat alles omdat wie zo verwend wordt, een paar nachten blijft en dus altijd wel wat dagelijkse boodschappen nodig heeft. Of ziet dat je in de pub goed kunt eten voor heel weinig geld.
Amby, Mitchell, Isisford en Wilton zijn enkele van de plaatsjes die op deze manier de doorreiziger tot even blijven hangen verleidt. En in Longreach, toch een grote plaats met diverse caravanparks, de toeristentrekkers Stockman's Hall of Fame en het Qantasmuseum, ligt net buiten het centrum een enorm terrein, uiteraard met prima toiletgebouw, waar vrij gekampeerd mag worden.

Nee, de rit was echt de moeite waard. Ook al omdat we in Mount Isa een weekend doorbrachten met en bij Tom en Theresa Swann. Onze internetkennissen sinds een jaar of drie die we door puur toeval al eens in West-AustraliŽ tegen het lijf liepen. We parkeerden DJ op de oprit en staken onze benen een paar dagen onder een andere tafel. Het werden gezellige avonden in een super-ontspannen sfeer. Hun huis was ons huis, ze probeerden niet ons in een weekend zo veel mogelijk van Mount Isa en omstreken te laten zien zodat we precies genoeg zagen van deze door mijnbouw gedomineerde plaats. En na het eten bleven we zo lang natafelen en napraten dat we rechtsreeks vanaf de eettafel het bed weer indoken. How time flies when you are having a good time.


Dooie koeien © Willem de Niet
Lake Moondarra © Willem de Niet
Maan overdag © Willem de Niet
Cactusboom © Willem de Niet
Mary Kathleen © Willem de Niet
Benzine over 540km © Willem de Niet


Daarna begonnen we aan de laatste etappe naar Karumba. Door een zo mogelijk nog dunner bevolkt gebied. Waar we op de enige doorgaande geasfalteerde weg tussen Julia Creek en het Burke en Wills Roadhouse op een goede middag drie uur lang geen auto zagen. Dat komt op dergelijke wegen ook wel mooi uit want de weg bestaat uit een enkele, iets breder dan standaard, rijbaan. Dus komt er een tegenligger van bescheiden formaat, dan gaan de linker wielen in de berm en hoop je dat tussen het opgeworpen stof geen stenen zitten. Maar zie je iets komen dat net zo groot of vele malen groter is dan deze Jumbo, dan duik je de berm in, zodat de tegenligger op het asfalt kan blijven. Desondanks vertoont onze voorruit al vier sterretjes die we in afwachting van ernstiger schade en dan noodzakelijke vervanging maar hebben voorzien van een stickertje ŗ la Carglass.

Heel aparte ervaring was ons bezoekje aan Mary Kathleen, een verlaten mijnstadje uit een recent verleden waarvan alle asfaltwegen er nog liggen en de begane grondvloeren van huizen, het cafť, het postkantoor en de bank. Toen de mijn was uitgeput werden alle gebouwen opgepakt en ergens anders weer neergezet.

Na Karumba volgde niets anders dan een stukje terug rijden, want je kunt er zonder vierwiel aangedreven voertuig niet links- of rechtsaf. Bij Normanton linksaf, op weg naar Cairns, om maar een hele grote sprong te nemen. Onderweg nog even de Gulflander bewonderd, een toeristentreintje dat vanuit Normanton 150 kilometer langs de Gulf Developmental Road rijdt, in de folder vertaald door: een unieke rit door het indrukwekkende savannelandschap. Je kunt op woensdag heen en op donderdag terug. Dus hebben de plaatselijke hotels in Croydon, het einde van de rit, in elk geval ťťn nacht in de week een prima bezetting. Totale kosten per persoon inclusief je natje en droogje zo'n 90 euro. De AustraliŽrs vinden het prachtig. Want de spoorlijn is meer dan honderd jaar oud, de diesellocomotief een halve eeuw of daaromtrent en langs de rails staan her en der bordjes met verklarende teksten over hoe het er ruim een eeuw geleden, toen de mijnbouw volop tierde, moet hebben uitgezien.

En een etmaal na de hitte en droogte van de outback lopen we in lange broek en fleece jacks hoog in het regenwoud van de Atherton Tablelands. Bijna onder de rook van Cairns. Nog ruim drie weken, dan wacht daar het vliegtuig naar Amsterdam. We tellen af.