23. Vier weken met z'n vieren (20-10-2003)

Heel lang hadden we ernaar uitgekeken. Samen met dochters Mascha en Sandra een stukje van AustraliŽ bekijken. Proberen ze een indruk te geven waarom het ons hier zo goed bevalt. Eindelijk was het dan zo ver. Op 11 september met Cathay Pacific van Schiphol naar Hong Kong en na een lange tussenstop in die intrigerende voormalige Britse kroonkolonie door naar Cairns. Voor ons een terugvlucht naar bekend terrein, voor hen de aankomst in een hele nieuwe wereld. Vier weken later brachten we ze in Brisbane weer naar het vliegveld. Mascha met ruim tweehonderd foto's nog op de rolletjes, Sandra met een paar honderd digitale foto's. Van de opeengepakte wolkenkrabbers en duizelingwekkende lichtreclames in Hong Kong, van watervallen in de Atherton Tablelands, van snorkelen en duiken op het Great Barrier Reef, zeilen rond de Whitsunday Islands en de skyline van Brisbane. En van koala's en kangoeroes, krokodillen en kamelen, papegaaien, bushfires en eindeloze stranden. En nog zo veel meer van het kleine stukje van AustraliŽ dat ze zagen. En dat toch zo groot is, dat we soms moesten opschieten. Te vaak eigenlijk, vandaar de kop 'te veel in te weinig tijd' boven deze aflevering. Achteraf hadden we minder moeten (willen) doen. Ze gewoon een paar keer een week alleen op pad moeten sturen, de tent puur voor noodgevallen houden. Nu was het een kwestie van bijna dagelijks verkassen en dus elke avond en ochtend een plek zoeken voor de tent dan wel die snel weer afbreken omdat we verder moesten. Het was een goede leer. Maar voor welke volgende keer?

Dan toch in vogelvlucht maar wat meer over een aantal hoogtepunten van de reis. Zoals het duiken op het Great Barrier Reef. Wij hielden ons bij snorkelen, voor Sandra was de ervaring niet nieuw maar voor Mascha ging een wereld onder water open. Nu is het grootste rif ter wereld ook niet de minste plaats om voor het eerst te duiken. Dus toen er een poosje later tijdens hun driedaagse zeiltocht rond de Whitsundays (Bounty) eilanden een tweede mogelijkheid was, bedachten ze zich geen moment. Tussen die twee duiken door hadden we ook al het nodige aan water gezien, voor het grootste deel in een verticale beweging. Want heel veel stromende rivieren kom je zelfs in het natste deel van AustraliŽ niet tegen. Waar Babinda in de Atherton Tablelands jaarlijks gemiddeld vier meter regenwater toebedeeld krijgt. Maar al geruime tijd wordt dat gemiddelde niet gehaald met als gevolg dat alleen de door watervallen gevoede rivieren nog stromen en er voor het overige niets dan droge zandbeddingen te zien zijn wanneer er weer een rivier of kreek wordt gekruist. Maar de Millaa Millaa Falls, de Ellinjaa Falls en de Josephine Falls zorgden nog wel voor spektakel, net als de Barron Falls in het Kuranda regenwoud, hoog boven Cairns.

Tussen de bedrijven door maakten de meiden ook kennis met de vervelende vliegende bewoners van de nattere delen van AustraliŽ. Ze liepen de nodige muggenbeten op en de mashflies, een soort horzels, joegen ons zelfs weg bij de Golden Hole in de buurt van de Josephine Falls. Voordat wij terug gingen naar Nederland hadden we op hetzelfde plekje een paar dagen genoten van de rust en de wandeling over de rotsen langs de Josephine Creek Toen was het water nog wat koel, nu kon er heerlijk gezwommen worden. Maar de mashflies verstoorden het feestje grondig. En dus gingen we weer. Door het bananen- en suikerrietland via Innisfail naar Townsville. Onderweg bezochten we Paronella Park, het landgoed met kasteel dat de Spaanse emigrant Josť Paronella helemaal eigenhandig in zes jaar van noeste arbeid bouwde.
In Townsville was ik jarig. En kreeg ik een nieuwe viskoffer en gingen we met z'n vieren lunchen. De eerste verjaardag van mij waarbij we ook door derden werden gefeliciteerd. Ik vond het maar wat leuk.

Van Townsville verder naar Airlie Beach, waar de meiden inscheepten voor een driedaagse zeiltocht en wij de mooie Withsunday Islands op ťťn dag doorkruisten. Roodbruinverbrand pikten we de lichtmatrozen drie dagen later weer op bij het hostel waarin ze voor en na de tocht hadden overnacht. Conclusie: de tent was niet alles maar toch nog beter dan een zespersoons zwijnenstal van de eerste nacht of de opspelende springveren van de laatste.
We deden ook nog een stukje 'inland'; weg van de kust met witte stranden, blauwe luchten en groene bossen. Naar Emerald, Rubyvale en Sapphire. Geen watervallen, stranden in plaats van water in de rivieren, wilde kamelen en edelstenen. Voor het oprapen als je weet wat en waar je moet zoeken en je een paar weken de tijd hebt. Dus kochten we de man en vrouw een emmer zand en stenen en gingen aan het zeven en spoelen. En jawel, we vonden een paar saffieren. Saffiertjes, beter gezegd. Sommige groot genoeg om geslepen te worden. Maar dat komt nog wel een keer.


Hong Kong © Ageeth de Niet
Willems harem © Willem de Niet
Ellinjaa Falls © Willem de Niet
Paronella Park © Willem de Niet
Paronella Park © Willem de Niet
Whitsundays-boot © Willem de Niet


Op naar de volgende havenplaats, Hervey Bay. Daar tegenover ligt Fraser Island, een must-see must-do voor iedereen die in de buurt is. Een 130 kilometer lang zandeiland met niets anders dan sporen die van vierwielaandrijving pure noodzaak maken. Met een hele dichte subtropische regenwoudbegroeiing, ruim veertig meren, raszuivere dingo's en rondvluchten vanaf het strand. De aanloop voor de take-off door het opspattende schuim is een heel aparte ervaring, het laag vliegen over boerenkoolbossen en meren met verschillende kleuren water en spierwitte stranden blijft altijd boeien. Alleen jammer dat rondvluchten altijd korter lijken dan ze volgens het horloge zijn. Enig minpuntje van ons tweedaagse verblijf in Hervey Bay: het regende er 's nachts verschrikkelijk hard (maar de meiden gaven geen krimp ondanks bijna wegdrijvende luchtmatrassen) en ook op Fraser Island hielden we het niet droog. Maar zoals de gids al zei: 'Niets mooiers dan een wandeling in het regenwoud in de regen'. De dag erna scheen de zon alsof die niet was weggeweest.

Intussen begon de tijd te dringen. Voor ons al bijna twee jaar een onbekend fenomeen maar voor dochters met vrienden, kinderen, werkgevers en een ticket met een al ingevulde retourdatum iets onvermijdelijks. En dus besloten we als een sneltrein van Hervey Bay naar Brisbane te rijden om in elk geval nog een dagje stad te kunnen doen. De eerste echte stad. Een mooie stad ook. Doorsneden door de Brisbane River en gelardeerd met mooie gebouwen, een boeiende botanische tuin en natuurlijk honderden en honderden winkels in het stadshart. Zodat de harten van de dames konden worden opgehaald tijdens het kopen van de laatste souvenirs voor 'thuis'.

En toen was het dan zo ver. Op naar Brisbane International Airport. Met een brok in de keel, een steen in de maag en vochtige ogen namen we afscheid. In de regen reden we terug. ,,De hemel huilt mee'', zei Ageeth. In een eveneens regenachtig Hong Kong zeiden de meiden een paar uur later tegen elkaar dat de hemel meetreurde, liet Sandra in haar 'veilig thuis' e-mail weten.


Josephine Falls © Willem de Niet
Kamelen Emerald © Willem de Niet
Fraser Island © Willem de Niet
Fraser Island © anonymus
Brisbane © Willem de Niet
Brisbane © Willem de Niet


Het weekend erna brachten we door net ten zuiden van Brisbane, waar we op bezoek gingen bij Maarten en Karin van Post Haste Australia. Het Nederlandse emigrantenpaar is een bedrijfje in post opvangen en doorsturen voor reizigers zoals wij begonnen. We bewonderden hun prachtige huis en genoten van het etentje waarvoor ze ons uitnodigden.

Voor ons was het daarna weer bijna 'business as usual', ware het niet dat we een aantal dagen bij Swagman doorbrachten om een aantal garantieklussen aan DJ te laten uitvoeren. Maar op donderdag 16 oktober konden we de draad weer oppakken. Op weg naar Frances en Eric Woods in Howard, Bill en Mary Twigg in Gladstone, Peter en Margaret Wright in Adelaide, Max en Ammie Bettison in Port Clinton, Joan en Colin Miller in Allendale North, Ross en Chris Kassebaum in Port Lincoln, Peter en Dianne Feenstra in Toongabbie en Laurie en Keith Smyth in Bairnsdale. Allemaal Australische vrienden die we graag nog een keer bezoeken. Voordat we begin volgend jaar naar Nieuw Zeeland gaan. En daarna? We zien wel.