28. Op weg naar het warme noorden (24-05-2004)

Na onze zwaarbevochten maar verder goed verlopen terugvlucht van Christchurch naar Melbourne (zie voor een uitgebreid relaas 'Reizen op een open ticket') was het zaak om niet te lang in Toongabbie te blijven. Niet dat het niet gezellig was bij Peter en Dianne Feenstra, maar vanwege de langzaam invallende Victoriaanse winter. Een invallende winter die voor honderden, zo niet duizenden mensen zoals wij, het sein is om noordwaarts te trekken. Op naar de warmere oorden in Queensland. Queensland is zo ongeveer het Spanje en Portugal van AustraliŽ, maar dan warmer. Meer het Florida van AustraliŽ eigenlijk. Ook Florida wordt 's winters overstroomd door mensen die het liever warm dan koud hebben.

Tijdens de rit naar het noorden probeerden we zo veel mogelijk nog niet gereden routes te rijden. Dat lukt overigens niet meer altijd, tenzij we ervoor hadden gekozen elke slinger op de kaart te gaan volgen. Het aantal doorgaande wegen, voorzien van asfalt, is en blijft beperkt. Wie er genoegen in schept honderden kilometers door stof en over wasborden te rijden, kan zijn of haar verdere leven nog terecht op 'nieuwe wegen'. Maar wij en DJ zijn daar niet op gebouwd en ingesteld.


Blue Mountains © Ageeth de Niet
Blue Mountains © Ageeth de Niet
Herfst in NSW © Ageeth de Niet
Shelly Beach © Willem de Niet
Shelly Beach © Willem de Niet


En dus zochten we onze weg omhoog door het prachtige woudreuzengebied ten noordoosten van Melbourne en ten westen van de Victorian Alps. Door de Yarra Ranges en het Lake Eildon National Park. Daarna een stuk langs de Murray River, de grensrivier tussen Victoria en New South Wales. Het water in de Murray staat nog steeds laag. Want er is in grote delen van AustraliŽ nog steeds sprake van droogte. Toen we vanuit Nieuw Zeeland over het oosten van Victoria vlogen was het duidelijk te zien. Zo groen als Nieuw Zeeland is, zo bruin en dor is AustraliŽ. Boeren die je spreekt hebben het over de laatste regenbui van tien maanden geleden maar er zijn er ook die veel verder in hun herinnering moeten graven. Drie, vier, vijf jaar is geen uitzondering in het binnenland.

Op de route die we volgden kregen we onvermijdelijk te maken met de Fruit Fly Exclusion Zone in het grensgebied tussen Victoria en New Souith Wales En dus aten we voor het binnenrijden van dat gebied onze appels, peren, bananen, sinaasappels en kiwi's op en zorgden dat we geen verse groente meer aan boord hadden. Dit keer was er geen sprake van een 'grenscontrole', zoals bij het binnenrijden van South Australia vanuit New South Wales of bij binnenkomst in Western Australia vanuit het Northern Territory. Daar is de controle strenger dan bij de douane. Er komt een inspecteur binnen die allereerst de koelkast opent en dan willekeurig een aantal kastjes en lades. Ook de 'buitenbergingen' moeten er aan geloven en we herinneren ons nog de keer dat in een van die bergingen al maanden een lege bananendoos stond waarin we onze voorraad limonade stouwden. We kregen er geen bekeuring voor (de boetes zijn niet misselijk als er wel iets plantaardigs in verse vorm wordt gevonden) maar de doos moest in de afvalbak. Een tip voor wie ooit deze kant op komt en verrast wordt door de borden die de grens van het gebied (ruimschoots tevoren) aankondigen: geschild fruit en idem uien en aardappels mogen mee. En anders is het een kwestie van in heel korte tijd heel veel fruit eten.

Het mooie van gebieden waar het nog echt herfst wordt is dat je er ook herfstkleuren ziet. Eerdere jaren waren we al verder naar het noorden of was het ons minder opgevallen maar nu genoten we van de fraaie rood en gele bomen. En als het dan overdag zo'n graadje of 20, 22 is, is de herfst zo slecht nog niet. Al werden de nachten knap fris en was het een paar keer witberijpt om ons heen als we 's ochtends de gordijnen openden. Dat was wel heel lang geleden, in de winter van 2000-2001.


© Willem de Niet
© Willem de Niet
© Willem de Niet
© Willem de Niet
© Willem de Niet

Kunstige koeien in Shepparton


In Cowra raakten we even de route die we vorig jaar oktober reden, toen op weg van Brisbane naar Adelaide. We streken een nacht neer bij het huis van Bev Lamrock. Zelf was ze in West-AustraliŽ op haar laatste lange trip (twee jaar) voordat ze het, dan als mid-zeventiger, wat rustiger aan gaat doen. Maar haar dochter Sally en vriend Garry ontvingen ons met open armen alsof we oude vrienden waren.

Via Bathurst gingen we vervolgens verder door de Blue Mountains naar Sydney. In 1993 keken we er uitgebreid rond en onze ogen uit, dit keer genoten we vanaf de doorgaande weg van het uitzicht op het berglandschap met de blauwe waas erover.
Ook Sydney was dit keer niet meer dan een stad waar we een paar boodschappen te doen hadden. We maakten even een rondje door het centrum om Kings Cross, de Sydney Harbour, de Sydney Bridge en het Operahouse weer te zien en zochten ten noorden van Sydney de kust op. En zo gauw je de stad uit bent, vind je ze weer, de mooie plekjes aan stranden. Zoals Shelly Beach en Lemon Tree Passage. Het was nog iets te vroeg voor de walvissen die in dit jaargetijde net als wij naar het warme noorden trekken, maar in de komende weken krijgen we onze kans nog wel.

In Gladstone beleefden we weer een paar gezellige dagen bij Bill en Mary Twigg. Mary kan het werken nog steeds niet opgeven, Bill zit nog boordevol plannen 'voor later'. Hij heeft nu zijn zinnen gezet op een nieuwe motorhome, gebouwd op een zeven meter lange Mitsubishi Fuso bus. We zijn benieuwd.


Traralgon postkantoor © Willem de Niet
Lake Mulwalaa © Willem de Niet
Blue Lagoon © Willem de Niet
Lemon Tree Passage © Willem de Niet
Casino Village © Willem de Niet

En omdat we toch in de buurt waren streken we ook een paar nachten neer in Casino, waar het Casino Motorhome Village in aanbouw is. Op het voormalige vliegveld verrijzen een paar honderd een- twee- en driekamer 'retirement-villa's' met plek voor een motorhome, er komen standplaatsen die geleasd kunnen worden en die als uitvalsbasis kunnen dienen en er komen een paar honderd standplaatsen voor 'passanten', leden en niet-leden van de Australische kampeerautoclub.
Het voormalige vertrekgebouw is al clubhuis, een hangar is omgedoopt in Hangout waar dagelijks het happy hour wordt gehouden. In de planning zitten nog een restaurant, zwembad en ga zo maar door. Het project is uniek op het zuidelijk halfrond en een van de grootste ter wereld. In mei vorig jaar is met het project begonnen, inmiddels zijn de eerste toiletgebouwen klaar, net als de eerste zestig standplaatsen. In oktober stonden we naast een van de bestaande gebouwen, samen met nog een enkele camper, nu waren we met z'n vijftigen. We ontmoetten er oude bekenden die we in februari 2003 in West-AustraliŽ ontmoetten toen we 'in konvooi' naar Kalgoorlie reden.

En intussen is DJ te koop. Op de advertentie in het clubblad van de CMCA, de Campervan and Motorhome Club of Australia, heeft niemand gereageerd. Eind mei verschijnt een advertentie in een ander blad. We houden ons hart vast. Want eigenlijk hebben we nog niet genoeg van dit land van vrijheid-blijheid. Willen we nog een keer de wildflowers in West-AustraliŽ in volle bloei zien. Vorige keer toen we er waren, waren ze al op hun retour. En het Northern Territory kort na het regenseizoen, als de rivieren en watervallen bruisen, kolken en kletteren.
EnÖ. Afijn, er is nog zo veel te zien. We zien wel. Eind juni weten we meer. Tot dan.