29. De geschiedenis herhaalt zich (19-06-2004)

De geschiedenis herhaalt zich. 'We blijven nog even', luidde de kop boven reisverslag nummer 4 in maart 2002. En boven verslag 5, van april van datzelfde jaar: 'Tussenstop Adelaide'. In mei daaropvolgend: 'De vakantie in Nederland lokt'. En die drie samen hadden de ideale kop boven dit verhaal gevormd. Met de onderkop 'Brr, het wordt winter', als variant op 'Brr het wordt herfst van april 2003'.

Maar goed, het mag dus duidelijk zijn, we komen er aan en gaan weer terug. Op 20 juni vertrekken we in Adelaide, op de 21e komen we op Schiphol aan en in de eerste week van september vliegen we terug. Voor het laatste jaar(tje) AustraliŽ. Er zal toch ooit een eind aan moeten komen als de dochters niet besluiten naar Down Under te emigreren. En er zijn geen voortekenen die daarop wijzen.
Jawel, we vliegen terug vanuit Adelaide. Dat was een soort last-minute beslissing nadat we elf maanden lang waren uitgegaan van Brisbane als vertrekpunt. Maar toen duidelijk werd dat we DJ nog niet zouden (willen) verkopen en we als volgende reisdoel de wildflowers in West-AustraliŽ hebben, was Adelaide zo'n gekke plek nog niet om vandaan te vertrekken en terug te komen. Want Adelaide ligt bijna halverwege Brisbane en Kalgoorlie in West AustraliŽ. Brisbane - Adelaide is 2100 kilometer, Adelaide - Kalgoorlie een kleine 2000. En net achter (300 kilometer is hier 'net achter') Kalgoorlie ligt Meredin waar we afbuigen naar waar de Wildflower Way begint. De Wildflower Way is een toeristische route door het gebied waar tussen augustus en november de wildflowers het uitbundigst bloeien. Het is grofweg de route Perth - Mullewah - Geraldton - Kalbarri National Park - Geraldton - Perth. Een toeristische route van zo'n 1500 kilometer als je hier en daar wat criss-crosst. En dat gaan we zeker doen.
Maar dat is de toekomst, nu even terug naar het recente verleden. De afgelopen maand, zeg maar.


Glasshouse Mountains © Willem de Niet
Shailer Park © Ageeth de Niet
Amamoor © Willem de Niet
Amamoor © Willem de Niet
Howard © Willem de Niet
Warrumbungle National Park © Willem de Niet


Daarin genoten we van de warmte van Queensland en de gastvrijheid van Frances en Eric Woods.(zie ontmoeting 19) En we ontmoetten Fred en Dawn Birken. Daarover meer in ontmoeting 24.
Bij Frances en Eric Woods in Howard (bij Hervey Bay/Fraser Island) kwamen we ook Helen en John Bainbridge en John Berkelaar tegen. Helen en John hadden we de vorige keer bij Eric en Frances voor het eerst ontmoet en nu waren ze er toevallig weer. Helen heeft Ageeth op het spoor gezet van een dieet van zo veel mogelijk (eigenlijk alleen maar) fruit en groente. Het is een idee van de Amerikaan Ross Horne die er een boek over heeft geschreven 'Improving on Pritikin, you can do better'. Terwijl meneer Pritikin al vond dat er niets beters was dan zijn dieet. Maar Ageeth voelt zich er goed bij, ondanks dat ze tijdens het avondeten regelmatig zondigt en lekker een vorkje meeprikt van een steakje, een chopje of een kippetje.
Van John Berkelaar hadden we al veel gehoord. Omdat AustraliŽrs onderweg hem steeds beschreven als 'nog een Nederlander' die al jaren op pad is. Maar John is inmiddels een echte AustraliŽr die geen Nederlands (meer) spreekt.

Bij Frances en Eric kon ik me nog even lekker uitleven. Ze hadden de (woon)schuur annex garage waarin ze wonen te koop staan om van de opbrengst hun nieuwe motorhome af te bouwen. De Mitsubishi Fuso staat al voor de deur, van buiten mooi, van binnen helemaal leeggesloopt. Maar net als in Nederland hebben ze in AustraliŽ een afdeling bouw- en woningtoezicht. Die er op toeziet dat er (nog enigszins) volgens de regels wordt gebouwd. En na een bezoek van de bouwinspecteur moest er een overloop voor de septictank worden gegraven en een aantal verstevigingen in de staalconstructie van de schuur worden aangebracht. Dus hielp ik Eric met het aanbrengen van de schoren en groef ik een sleuf voor het riool. Graven betekent hier loshakken en scheppen. Het liedje dat ik daarbij neurie is als vanzelf 'It's the sound of the man, working on the chai-ain gang'. Maar ik mag het graag doen, een beetje echt fysieke arbeid. Vandaar dat ik Ageeth al de voorwaarde heb gesteld dat als we in Nederland terugkomen, we op zoek gaan naar een goed bewoonbaar huis(je) waaraan nog het nodige te verbeteren/op te knappen/uit te breiden is. Een mens zou zich eens gaan vervelen.
Op de laatste dag dat we bij Eric en Frances waren meldde zich een koper voor hun opstal. De man had gelukkig geen haast want Eric en Frances stonden op punt van vertrekken in hun huidige motorhome voor een maand of wat naar nog warmer streken.

In Hervey Bay gingen we ook nog even langs bij Tom en Theresa Swann (zie ontmoeting 14). Die mailden ons een aantal maanden geleden dat ze waren verhuisd van Mount Isa naar de kust. En gelukkig herinnerde Ageeth zich die mail en genoten we van het uitzicht vanaf het balkon van het hooggelegen huis. Overdag de South Pacific Ocean en Fraser Island, 's avonds de lichtjes van Hervey Bay. Uitzichten om nooit genoeg van te krijgen.


Bloeiende cactussen © Willem de Niet
Gilgandra © Willem de Niet
Kyalite © Willem de Niet
Peak Hill © Willem de Niet
Goolwa © Willem de Niet
Goolwa © Willem de Niet


Daarna op naar Southport, ten zuiden van Brisbane. Onderweg, net als op de heenweg, een nachtje in Amamoor op het mooie stille plekje aan de rivier en de spoorlijn waarover een paar keer per week een toeristische stoomtrein rijdt.
In Southport haalden we het eerder genoemde boek van Ross Horne op. Ageeth was er al bijna een jaar naar op zoek. Het wordt niet meer herdrukt maar een hele hulpvaardige mevrouw in de bibliotheek van Maryborough vond het op een tweedehandsboekenwebsite. Twee exemplaren in AustraliŽ, een in TasmaniŽ en een aan de San Remo Boulevard in Sorrento, bij Southport. Ja, het was zoals het klinkt, een mooi groot wit huis, hek er omheen, intercom aan de poort en in de garage een cognackleurige Rolls Royce. En een mevrouw die waarschijnlijk als hobby Global Village Books is begonnen.

En omdat het inmiddels nog maar twee weken was voordat ons vliegtuig ging, begonnen we vaart te maken. Te veel vaart, daar kwamen we na een week wel achter. Want hoe zuidelijker we kwamen, hoe kouder het uiteraard werd. Zodat de ooit in TasmaniŽ gekochte elektrische kachel onder het bed vandaan kwam en de lange broeken, truien en fleece jacks uit de kast. Overdag ging het nog best, maar zo gauw rond een uur of zes de zon onder ging, was het gebeurd met de pret.
Zo ongeveer in de buurt van Griffith was het point of no return. We vonden het welletjes en besloten door te rijden tot in de buurt van Adelaide. Naar vrienden met (hout)kachels en een vaste elektra-aansluiting. De eerste bestemming was Goolwa, even ten zuiden van Adelaide waar Frank en Linda Refchange wonen.(zie ontmoeting 25) Die verwachtten we half en half te zijn vertrokken naar warmere oorden maar we hadden geluk, tussen twee lange trips met hun motorhome waren ze een tijdje thuis. En dus praatten we lang met deze betrekkelijke nieuwkomers over waarheen te gaan en waar te overnachten.
Vervolgens en tenslotte, althans voor dit 'reisjaar', verrasten we Peter en Margaret Wright (zie ontmoeting 17) door een paar dagen eerder te arriveren. Peter is flink opgeschoten met het werk aan de opbouw van zijn super-go-anywhere motorhome die zal worden geplaatst op het chassis van een Oka, een heel stoer vierwielaangedreven voertuig waarvoor geen kreek te diep en geen zandduin te hoog zal zijn. Ik ben nu al hartstikke jaloers op ze. Om daarheen te gaan waar bijna niemand (kan) gaan. Dat lijkt mij ook wel wat. Nou ja, wellicht in een volgend levenÖ.