34. Een lange laatste blik op zuidwest West-AustraliŽ (16-02-2005)

En verder gaan we, over bekend terrein en langs al die bekende mensen. Na de jaarwisseling 2004/2005 komen we weer in Albany, en dus bij Wendy en Austin Woods terecht. De volgende stop voor de nacht is Bastiani Road, net ten westen van Denmark. Daar is in het verleden de highway een stuk omgelegd maar de oude ligt er nog. Mooi rustig, mooi vlak, geen gedoe met blokken hout om de wagen recht te zetten. Ik loop voor de zekerheid even naar de mensen die nu de nieuwe eigenaar van de plak asfalt zijn; twee jaar geleden kwam de man langs en zei dat er weliswaar geen borden stonden, maar dat hij toch echt eigenaar was geworden van de meest solide oprit naar zijn huis die je maar bedenken kunt. Maar het is prima, we gaan maar staan.

Daarna keren we terug in Walpole. Daar maken we de vaartocht in de talloze baaien, krijgen we van een alleswetende gids doorlopend een stroom van humoristisch verpakte informatie. De man zou zo als stand-up comedian aan de bak kunnen, denken we. Na de vaartocht lunchen we en gaan we nog een stukje verder. Dertig kilometer buiten Walpole kom ik er achter dat mijn 'buitenslippers' nog bij de steiger in Walpole staan. Naast de wagen gezet en vergeten. Ik baal, Ageeth moppert wat en ik besluit terug te gaan. Langs de kant van de weg, duim in de lucht. De tweede auto stopt. Er zitten twee dames is. Ageeth hoort van een afstand de discussie: 'Wat is er aan de hand? Oh, geen autopech. Ben je alleen? Oh, kan je vrouw hier wel blijven dan?' En dan de hamvraag: 'You're not a murderer, are you?' Ik kan ze overtuigen en mag mee. De slippers staan er nog. Terug krijg ik een lift van een Franse jongen die als stagiair op een melkveebedrijf in Bunbury werkt. Hij begint met zich te excuseren voor zijn Engels en is duidelijk blij als we het ook in het Frans af kunnen, al moet ik soms wel diep graven en spreken we uiteindelijk een soort steenkolen Frans.

Na een paar nachten Windy Harbour in het d'Entrecasteaux National Park gaan we weer op bezoek bij Nick (Nico) en Cecilia Krispijn in Manjimup. We leren ze klaverjassen en delven tijdens het laatste potje op de laatste avond zowaar het onderspit. Snelle leerlingen zijn het. Tussen de bedrijven door kan ik Nick een paar handjes helpen bij een klusje aan een huis, breek ik de restanten van een kippenhok af en assisteer ik bij het vellen van een paar bomen. Echte bomen, hoge bomen. Nick is handig met de kettingzaag, weet waar hij zagen moet zodat de boom met een beetje begeleiding van de touwtrekkers op de grond niet op, maar net naast de machineberging valt.


d'Entrecasteaux NP © Willem de Niet
d'Entrecasteaux NP © Willem de Niet
Windy Harbour © Willem de Niet
Harvey River brug © Ageeth de Niet
Walpole © Willem de Niet
Northcliffe © Willem de Niet


Daar in Manjimup voelen we ons ineens heel ver van Nederland verwijderd als de ziekte van een van de zussen van Ageeth ineens verergert. We wisten dat de kanker het eens zou winnen maar het proces duurt al een paar jaar en een paar weken geleden hoorden we na een inzinking dat ze weer wilde gaan tennissen. Maar nu zijn de berichten echt slecht. Ageeth belt haar een laatste keer in het ziekenhuis en neemt afscheid van haar. Een paar dagen later is ze overleden. Omdat we bij Nick en Cecilia naast het huis staan kunnen we bellen en gebeld worden wanneer het maar uitkomt. Dat is in dit soort situaties een uitkomst.
Op de dag van haar begrafenis wordt een andere zus van Ageeth geopereerd. Er wordt kwaadaardig weefsel uit haar hals weggehaald. Lijkt het maar zo of hoor je steeds meer van nog jonge mensen die door dit soort kwalen getroffen worden. Volgens de eerste berichten is de operatie goed verlopen.

Op de laatste dag van ons verblijf bij Nick en Cecilia maak ik een flinke wandeling. Ik spreek met Nick, Cecilia en Ageeth af dat ze me later op de dag oppikken op 25 kilometer van Manjimup. Ik kan het niet laten om iets van de route af te wijken en door de bush te struinen. Omdat ik weet dat ergens links van me een weg ligt waarlangs mijn 'oppikkers' komen kan ik niet echt verdwalen. Toch wil ik een bevestiging van die theorie en ga ik door eindeloze weilanden naar een boerderijtje waarvan ik het dak in de verte zie. Er rijdt een man op een grasmaaier rond het huis. Hij ziet me pas als ik bijna naast hem sta maar lijkt niet verbaasd dat er iemand zo maar toevallig langs komt. Zo gauw hij begint te praten hoor ik het: een (oud) Nederlander. Ik vraag het hem en hij bevestigt het. Wil weten hoe ik heet. 'Willem, ik heet ook Willem. Willem Schut. Opgegroeid in Den Haag? Ik ook!' Dat schept een band. We kletsen zo lang dat hij me de laatste twee kilometer naar het ontmoetingspunt met de auto brengt. 'Dan spreek ik Nick ook weer eens, lang niet gezien.'
De volgende dag nemen we weer afscheid van Nick en Cecilia. Ze gaan deze zomer naar Europa, dus wellicht treffen we elkaar daar.

We rijden via Grimwade naar Bunbury en Australind waar we bij Cyril en Sharon barbecuen voordat we, jawel, aan de Harvey River neerstrijken. Dan terug naar Wim en Tinie in South Yunderup. De reis daarheen duurt een paar uur langer dan gepland omdat ik een mooi plekje, langs dezelfde Harvey River als eerder genoemd, zie. We draaien van de weg af en even later staan we stil. Onvrijwillig, met het rechter achterwielen in de zandbak waar ik net omheen had moeten rijden. Dus komen de houtblokken en de krik er aan te pas en begint het proces van krikken, extra houtblok erbij, weer krikken, zien dat de houtblokken nog steeds in het zand wegzakken onder het gewicht van de kont van DJ, alles weg, gat opvullen met (los) zand, takken onder de houtblokken die dan niet helemaal horizontaal liggen zodat het ook al niet werkt. Totdat ik denk het voor elkaar te hebben, flink gas geef, achteruit rijd enÖ jawel, net voor het stevige gras nog een keer wegzak. Ik kijk nog eens rond, er moet meer hulpmateriaal te vinden zijn. Dan zie ik de zware dekbalk op de oude brug. Neem de klauwhamer mee en begin te wrikken. En jawel, de balk komt los. Dan is het redelijk snel gebeurd. DJ staat op vaste bodem en ik spijker de balk weer terug. Zo besteed je een middag nog eens nuttigÖ


Lake Clifton © Willem de Niet
Stromatolieten © Willem de Niet
Fremantle P&O-gebouw© Willem de Niet
Fremantle haven © Willem de Niet
Fremantle haven © Willem de Niet
Fremantle haven © Willem de Niet


Als we weer bij Wim en Tinie in South Yunderup zijn breekt de grote dag aan. We moeten naar de immigratiedienst in Perth om te vragen of we nog een half jaar mogen blijven. De dag tevoren knipt Ageeth mijn haar, we doen onze Paasbeste short en shirt aan en verzamelen alle papieren waaruit blijkt dat we rondreizen (afschriften van de Westpac Bank en Visa alsmede de kaart waarop we de route intekenen). Dan bewijzen dat we niet denken de sociale voorzieningen nodig te hebben. (afschriften van dezelfde banken en de Rabobank met de stand van die ochtend, leve het internet). Verder onze vliegtickets, een foto van DJ, het kentekenbewijs, het bonnetje van de wegenbelasting, de nota van de verzekering en nog zo wat. Het is voldoende. De aardige immigration-mevrouw maakt kopieŽn van de bankafschriften en van de foto van DJ, er wordt nog even gevraagd waar we sinds onze laatste aankomt zijn geweest en wat we nog van plan zijn te gaan doen en dan plakt ze het begeerde roze papiertje in onze passen en incasseert ze 120 euro per persoon. We constateerden het al eerder, een visawinkeltje is lucratiever dan een viswinkeltje. Maar tot uiterlijk 24 augustus zijn we legaal in dit land en dat moet genoeg zijn.

We kijken nog even rond in het gezellige centrum van Perth en stappen weer in de bus. Dat is nog wel een paar regels waard. Toen we 's ochtends in Mandurah, 85 kilometer ten zuiden van Perth, instapten moesten we voor ons tweetjes 4,50 euro voor een 'family-ticket' betalen. Mooi prijsje, dachten we toen. Bij het instappen in Perth vroeg de chauffeur op wat voor soort kaartje we 's ochtends waren gekomen. Toen we vertelden, want we konden het zo snel niet vinden, wat voor kaartje het was, deelde de chauffeur mee dat we op datzelfde kaartje ook terug konden. Hij geloofde ons op ons woord en toen ik hem later het teruggevonden kaartje alsnog toonde grapte hij: 'Ja, dat is van gisteren'. Het is wel duidelijk waarom alle park-and-ride parkeerterreinen rondom Perth vol staan. Voor 4,50 euro twee keer 85 kilometer voor twee personen.

In de stadscentra is het vervoer trouwens ook prima geregeld. Perth heeft drie zogeheten CAT (Central Area Transport) busroutes. De rode, de gele en de blauwe. Die om de paar minuten kriskras door het centrum rijden. Oost-west, noord-zuid en nog een keer diagonaal. Helemaal gratis. In Fremantle idem dito. Met de CAT van South Beach naar het centrum en verder. Alles bij elkaar een kleine 15 kilometer. Elke tien minuten. We hebben er diverse keren dankbaar gebruik van gemaakt. Om bij Wubbo Wiebrands, ooit uit Groningen, groente en fruit te kopen op de Fremantle Markets. Hij leerde ons tijdens een eerder bezoek de grote truc: kom zondagmiddag rond vier uur. Dan wordt het een echte markt en beginnen de tot dan toe rustige kooplui om het hardst tegen elkaar op te roepen en worden de prijzen minstens gehalveerd.


Perth © Willem de Niet
Fremantle Cat © Willem de Niet
Fremantle Markets © Willem de Niet
Bij de Fam. Heistek © Willem de Niet
Badgingarra, Blackboy veld © Willem de Niet
Port Denison © Willem de Niet


Van Wim en Tinie rijden we naar Secret Harbour waar we ruim twee jaar geleden kerst vierden. We zien er weer eens hoe het strandleven zich hier afspeelt. Het begint rond half zes 's ochtends als de eerste surfers komen kijken hoe het met de golven is. Het zijn geen plankzeilers maar jongens en meisjes die staande op hun planken de golven berijden. Sommigen nemen direct de plank mee het strand op, anderen gaan op een duintop zitten om de golfslag te bestuderen en wellicht bij te komen van de nacht ervoor. Zo rond zeven uur, half acht komen de gezinnetjes. Vanaf dat moment is het een komen en gaan tot een uur of half twaalf en dan ineensÖ. is het hele parkeerterrein weer leeg. Als je even niet oplet, zoals wij, is het een onwezenlijk gezicht. Zo staan er nog tientallen auto's en zo zijn ze allemaal weg. Want tussen twaalf en drie is het niet pluis met een zon die door het grote gat in de ozonlaag brandt. Pas tegen drie uur 's middags komt de nieuwe lichting strandgangers. Die blijft dan tot het donker wordt of nog iets langer.

Bij Wim en Tinie ontmoetten we Dirk en An, die aan de noordkant van Perth wonen. Als we in de buurt waren, moesten we maar langs komen. Potje klaverjassen ofzo. Dus bellen we en natuurlijk zijn we welkom. Ze wonen mooi, net buiten de (nu) laatste uitbreidingswijken, op een hectare grond, tegenover een dennenbos. Dirk is loodgieter, An is makelaar. De drie kinderen zijn de deur al een poosje uit en Dirk en An hebben het plan om deze zomer naar Nederland te gaan en er een jaar te blijven. Maar dat heeft consequenties. Want ze hebben bouvier ZoŽ, twee paardjes, een voliŤre vol prachtige vogels, een huis met een zwembad, een watersysteem-met-bron-en-gebruiksaanwijzing en een tuin die toch wel regelmatig wat onderhoud vraagt. En dus is het geen kwestie van, om als huisoppasser, de brievenbus regelmatig leeg halen. En de sproeiers in de tuin zijn dan wel via een tijdklok op de bron aangesloten, als een van de sproeiers het laat afweten moet er wel direct naar gekeken worden want in de zomer duurt het maar even of het gras is bruin.
Ze denken er over om het huis te verkopen en als ze uit Nederland terugkomen iets nieuws te kopen. Maar ze weten ook dat een plekje als het huidige, waar ze al zo veel energie en geld in hebben gestopt, moeilijk weer te vinden zal zijn. En dat als Dirk en An over een jaar of wat uitgewerkt zijn, het een plek is waar ze zich nooit hoeven vervelen zo lang ze recht van lijf en leden zijn. Vandaar hun suggestie dat we wel een jaar op hun huis kunnen passen, als ze naar Nederland zijn. Tja, als AustraliŽ nou eens niet zo ver weg was en als we simpel een visum voor een jaar konden krijgen. En alsÖ Het zal er wel niet van komen. Maar het lijkt ons wel wat gezien het huis, de tuin, de hond, het zwembad, het bos aan de overkant, het strand op tien minuten rijden, het treinstation met snelle verbinding naar Perth.

We denken er lang over, vergeten het maar weer even en zien wel wat de toekomst gaat brengen. Voorlopig moeten we zorgen dat we in een aangepast tempo naar het noorden trekken, op weg naar het Ningaloo Reef. Niet te snel, want het is er nog erg warm en ook niet te langzaam, want dan komen we in de knel om op tijd (11 april) voor de nationale rally van de CMCA, de Australische kampeerautoclub in Victoria te zijn. Gelukkig hebben we tijd genoeg voor een tussenstop in Dongara/Port Denison en bezoeken aan Sigi Petersen en Max en Rowena Watson. Over de (goede) afloop daarvan volgende keer meer.