35. Even op en neer naar het hete noorden (21-03-2005)

Het is inmiddels een vertrouwde omgeving, die van Port Denison/Dongara en omstreken, 400 kilometer ten noorden van Perth. Een omgeving waar we graag komen en, we kunnen het rustig zeggen, waar ze ons graag zien komen. Zowel bij Rowena en Max Watson als bij Sigi Petersen is de ontvangst hartelijk. Met Max en Rowena gaan we uit eten in de pub waar we ooit de Melbourne Cup zagen en Rowena ontmoetten. De dag erna zijn we uitgenodigd voor, jawel, een barbecue bij de Watsons en twee dagen gaan Max en ik er met zijn boot op uit voor een paar maaltjes wijting. En op zondagmorgen gaan Max en ik naar de farm en rijden daar vele kilometers voor het schoonmaken en vullen van drinkbakken voor de schapen op de ruim 4000 hectare.

En bij Sigi, eigenlijk Siglinde, worden we volgestopt met groenten en fruit en vetgemest met haar koeken, taarten en zelfgemaakt ijs met veel 'sahne'. We grappen met haar. Of ze niet toch de heks en wij Hans en Grietje zijn. Als tegenprestatie leef ik me uit met kettingzaag en bijl. Er moet een stuk bos worden uitgedund en het dode hout moet er tussenuit. Het is een kolfje naar mijn hand. En als Ageeth haar zorgen uitspreekt over de nachtrustverstorende horde raven en kaketoes drukt Sigi me een geweer en een doosje kogels in de hand. En dat ik maar af en toe in de lucht moet schieten. Wat een land, wat een vrijheid.

Gepensioneerd kreeftenvisser Theo Harris lost zijn belofte in. In oktober 2002 ontmoette ik hem op een strandje ten zuiden van Port Denison. Het kreeftenseizoen was toen niet open. Maar als we nog eens in de buurt waren, moest ik hem maar bellen, dan regelde hij een dagje op zee. Dus bel ik hem en hij regelt het. Op de Maureen Joy, met schipper Steve en dekknecht Ben beleef ik een unieke dag.


Pauw op bullbar © Willem de Niet
Blowholes schelp © Willem de Niet
7Mile Beach zonsondergang © Ageeth de Niet
Kalbarri wormrotsen © Willem de Niet
Kalbarri Mushroom Rock © Willem de Niet
Kalbarri buien © Willem de Niet


Maar we zijn hier teruggekomen op weg naar het Ningaloo Reef. Dus rukken we ons los en vertrekken. Via Kalbarri naar Carnarvon, mooi maar warm.
In Kalbarri nemen we dit keer rustig de tijd. Zweten ons door mooie wandelingen over rotskusten, langs de Murchison River en verschillende kloven heen. Ageeth krijgt tussen door een extra dagje rust. Ongepland en zeer ongewenst. Maar het gevolg van iets te ver doorrijden in een poging om een beetje uit de wind te raken. We rijden voor de nacht een doodlopende weg naar een boerderij in. Na een paar kilometer lokt een mooi vlak terrein met een dikke stugge graslaag. Ik draai DJ er op. Als we staan, voelen we de wind, een harde wind. Iets verderop, waar het gras wat minder dik groeit, staan wat grote struiken. Dus rijd ik een stukje verder, in de luwte. Gaat prima. Heen dan. Want de volgende ochtend komen we twee meter achteruit, dan graven de achterwielen zich in. Alle vier.
De rest van de dag ben ik aan het krikken, onderstoppen, takken verzamelen en boeken we in totaal een meter of tien winst. We zien de hele dag verder niemand. Op het hek van de boerderij die ergens verderop moet staan, staat dat de familie Potter op kanaal 12 bereikbaar is. Dus roep ik ze op, maar krijg geen respons. Er heen lopen doe ik niet. Ze kunnen wel tien, twintig kilometer verder landinwaarts wonen. Moe maar niet voldaan ga ik slapen. De volgende dag sloop ik een oud hek en maak van het gaas een mat. Verzamel nog meer dode takken. Het is nog een klein stukje en ik neem geen risico meer. Begin het zat te worden. Dan klinkt het geluid van een vrachtwagen van achter de heuvels. Het komt langzaam dichterbij. Twee vrachtwagens zijn het, mannen die de afgelopen dagen een waterbron hebben geboord. Achter een van de vrachtwagens hangt een fourwheeldrive.
Ik hoef niets te zeggen, niets te vragen. No worries mate. Het hulpvoertuig wordt afgekoppeld van de vrachtwagen, DJ wordt aangekoppeld en twee minuten later staan we tweehonderd meter verder op de weg. Ik mag van Ageeth nooooooit meer van de weg af. De volgende avond rijden we na een dagje Kalbarri naar dezelfde weg terug, zetten DJ aan de kant en blijven op de verharding. Er komt toch niemand langs.

We nemen vervolgens een snorkel-voorproefje bij de Blowholes. Klein gebiedje maar heel mooi. Prachtige 'clams', grote schelpen die zich hermetisch sluiten als ze aanraakt of er je schaduw maar over werpt. De schelpdieren doen de hele dag niets anders dan water innemen, filteren en als een fonteintje weer uitspugen. Bij laag water is het een prachtig gezicht, al die fonteintjes. We durven onze vinger niet in een geopende schelp te steken want als ze dicht gaan, gaan ze echt dicht. Hermetisch.
Verder naar het noorden. De afslag naar Monkey Mia laten we letterlijk links liggen. We hebben er niets verloren, daar in die supergeorganiseerde 'tourist trap'. Geef ons de dolfijnen langs het strand bij Bunbury maar.


Osprey © Willem de Niet
Kalbarri hanging rocks © Willem de Niet
Port Gladstone aalscholvers © Willem de Niet
Exmouth emoe © Willem de Niet
Uitzicht op Shark Bay © Willem de Niet
Murchison River © Willem de Niet


We maken nog twee tussenstops. Aan de oostkant van Shark Bay. De eerste in het verlaten Port Gladstone waar je mag kamperen voor 60 eurocent per persoon per dag. Inclusief prima wc's, een picknickplek met mooi schaduwafdak en een privť-steiger om te vissen. En warm zeewater voor de deur. We komen er voor een nachtje en blijven er drie. Dat kan, omdat we inmiddels de beslissing genomen hebben om na het Ningaloo Reef om te keren en niet de zinderende vochtige hitte van het binnenland op te zoeken. Als het 's nachts ook niet onder de 30 graden zakt, is het op den duur niet leuk meer, zo weten we inmiddels. Dus krijgen we ruimte in ons schema dat ons op 11 april in Horsham in Victoria moet brengen voor de halfjaarlijkse clubmeeting van de Campervan and Motorhome Club of Australia. Uit mails hebben we begrepen dat er heel veel vrienden en bekenden zullen zijn.

Vanwege de ruimte in ons schema gaan we na Port Gladstone nog een keer van de weg af voordat we in Carnarvon zijn. Dat hadden we niet moeten doen want in New Beach (er is overigens echt niets nieuws te vinden in New Beach of het moeten stekende beestjes zijn) worden we lekgeprikt, opgevreten, rondom gestoken. Kon eigenlijk ook niet missen, met zo veel mangroves aan de waterkant. Het moeten de zogeheten 'no-see-ums' zijn want we hebben geen mug van enige omvang gezien. Het wordt dagen smeren, wrijven, krabben en nog onrustiger slapen dan we vanwege de warmte al doen.

Na Carnarvon is er tot Exmouth weinig te beleven. Of het moet Coral Bay zijn waar we twee dagen snorkelend doorbrengen. Wat een genot, dat snorkelen vanaf het strand. Geen dure boottrips naar het Great Barrier Reef, samen met nog tientallen tot tweehonderd mede-snorkelaars die allemaal op hetzelfde plekje overboord gaan. Coral Bay bestaat uit twee grote campings, een resort, tientallen vakantiehuisjes en kantoortjes van de vele touroperators. Daar kun je terecht voor boottochten van een uur tot een dag, coral viewing, sunset cruises, vistrips enÖ eco-quad tours. Dat is de vreemdste eco-ervaring die we ons kunnen voorstellen. Met een hele groep vierwiel-crossmotoren lekker rossen door de duinen en over het strand. En dat moet dan eco heten. Er zijn zonsopgangs- zonsondergangs- en tussendoortours. Dus altijd vertrekt of arriveert er wel een groep ronkende rijders.
We hebben gelukkig net buiten de plaats ons eigen overnachtingsplekje ontdekt tijdens een vorig bezoek. Want op de campings in Coral Bay is het eigenlijk altijd druk. Wie er over twee maanden een plekje wil, had dat een maand geleden al moeten reserveren.


Kaketoes © Willem de Niet
Cape Range NP Euro DJ © Willem de Niet
Mandu Mandu Gorge Willem © Ageeth de Niet
Mandu Mandu Gorge Ageeth © Willem de Niet
Galena Mine Willem © Ageeth de Niet
Dongara donderwolken © Ageeth de Niet


Op het Ningaloo Reef is het veel rustiger dan in Coral Bay. Daar in het Cape Range National Park ligt elke paar kilometer een strandje met kampeerterrein. De mooie schone wc's en regelmatig geleegde afvaltonnen zijn weliswaar de enige voorzieningen maar het is voldoende. Het is jammer dat cycloon Willy met de bijbehorende bewolking voor de kust hangt, daardoor is het drukkend en het water wat onrustiger dan anders en is het uitzicht onderwater wat beperkt. Maar we zien veel, heel veel en hele grote vissen, komen een paar keer een schildpad tegen die rustig met ons een koraaltje of wat om gaat, zwemmen regelmatig op met een blauw-gestipte pijlstaartrog en verbazen ons maar weer eens over de kleuren en vormen van de koralen. Maar toch, het is/lijkt niet zo mooi als de eerste keer. Zal wel een kwestie van ge- en verwenning zijn. We concluderen: het is (bijna) nooit zo mooi als het was. Sommige dingen zijn nu eenmaal eenmalige belevenissen.
Tussen de bedrijven door vang ik vis. Veel en grote vis dit keer. Zes flinke maaltjes. Malen dus, geen maaltjes. We eten drie dagen vis en stoppen de vriezer vol met filets. Mooi makkelijk.

Na vier dagen gaan we op weg terug. We doen in drie dagen waar we op de heenweg bijna drie weken over deden. In Dongara, op het 7 Mile Beach, strijken we neer voor de nacht, de volgende avond rijden we weer naar Sigi's place. We worden er verwelkomd door de honden, de geiten, de schapen, de koeien van de buren en honderden luidruchtige kaketoes. Maar die weet ik met een paar niet gemikte schoten naar de buren te jagen, en die wonen gelukkig een heel eind weg. Ageeth werkt de berg vuile was weg en we wassen DJ. Ik doe wat kleine klusjes aan DJ, ga nog wat met de bijl aan het werk en samen maken we deze update zo goed als verzendklaar. En we beleven er onze eerste bui regen sinds tweeŽnhalve maand. Drie dagen na onze aankomst gaan we op weg. Nog een keer langs bij An en Dirk Heistek even ten noorden van Perth voor een potje klaverjassen. En dan op weg naar de Nullarbor, AdelaÔde en uiteindelijk Horsham. Op weg naar een nieuwe eigenaar voor DJ. Het idee wil nog maar niet wennen maar we zijn toch aan het aftellen. Want zoals ze hier zeggen: all good things must come to an end.