42. Van de ene koe naar de andere hond (12-03-2006)

Na ons verblijf van drie weken in Casino North pakken we de draad van 'stukje rijden, overnachten op mooi plekje' en zo vervolgens weer op. De eerste tussenstop is Bellingen waar we rechtstreeks naar een van vorige keer bekend plekje aan de rivier rijden. Als we er de volgende ochtend een wandeling maken stuiten we op een enorme roestige 'neuskegel'. We hebben geen idee wat het kan zijn, daar midden in de bush. Dus lopen we het erf op om er achter te komen. Een heel aardige man van naar we later horen Egyptische afkomst ontvangt ons allerhartelijkst. We moeten in de schaduw gaan zitten en horen dat de meer dan twaalf meter hoge neuskegel eigenlijk een houtkachel is. Onder het genot van koel helder water en allerhande fruit uit de eigen enorme tuin wordt uitgelegd dat we op het terrein van een vroegere houtzagerij zijn aanbeland en dat al het zaagsel en afvalhout vroeger in de 'kachel' ging. Bij de gastheer hoort een net zo vriendelijke gastvrouw met Australische roots. Ze zijn overduidelijk moslim maar niet van de fundamentalistische tak, zo lijkt het althans. De gastvrijheid is enorm en we weten zeker dat als we een paar dagen hadden willen blijven, we welkom waren geweest.

Net zo welkom als bij Bill Twigg in Gladstone. Bill is aanvankelijk alleen thuis terwijl Mary op haar kleinkinderen in de buurt van Canberra past. Als zij terug is bezoeken we een paar dagen later Bev Lamrock die inmiddels ook aan de kust is neergestreken om zodoende wat dichter bij een van haar dochters te wonen. Bev heeft haar stoere Toyota Troopcarrier ingeruild voor een wat meer geciviliseerde campervan omdat ze het na alle desert-crossings nu dan toch echt wat rustiger aan gaat doen. Mag het, als je zeven kruisjes achter je naam hebt?

Het is nog steeds hoogzomer en daarom besluiten we de waterkant op te zoeken. In het Barrington Reserve bij Gloucester, een van de betere gebieden voor mensen zoals wij die de campings mijden. Een enorm grasveld, omzoomd door hoge bomen, een toiletgebouw, waterkraan en een rivier waarin het goed zwemmen is. Maximum verblijfsduur is een maand, complimenten van de gemeente. In Barrington Reserve maken we kennis met 'Barry'. Barry is een hele lieve jonge reu van onbestemd maar goedgebouwd ras. Hij is vrienden met iedereen maar al gauw een speciaal vriendje van ons. Als hij rust zoekt ligt hij onder DJ, als hij aanspraak wil gaat hij aan onze voeten liggen. Niemand weet waar hij vandaan komt of thuishoort. Hij ziet er goed doorvoed en goed verzorgd uit. Als we een keer naar het dorp lopen, loopt hij met ons mee. Eigenlijk hopen we dat hij ineens weer weet dat hij in een van de huizen waar we langs lopen woont. Maar nee. We vragen eens rond maar niemand weet iets van de hond af. Dus concluderen we dat iemand van Barry af wilde. Een Australische kampeerfamilie besluit hem echt te adopteren en na een aantal dagen zien we hem opgewekt bij hen in de auto springen. We missen hem heel even maar denken dat hij het beter getroffen heeft dan als campinghond met elke paar dagen een andere baas.


Bellingen, houtoven © Willem de Niet
Barrington Reserve © Willem de Niet
Barrington Reserve, longneckturtle © Willem de Niet
Barrington Reserve, 'onze' hond © Willem de Niet
Austinmer © Willem de Niet
Port McDonnell © Ageeth de Niet


Inmiddels wordt duidelijk dat we qua communicatie gehandicapt zijn omdat onze goede oude Motorola TimePort niet kan communiceren met de Acer laptop. Komt omdat op onze oude Lappie 1 Windows 98 zat en op Lappie 2 Windows XP. We gaan aan het bellen met Motorola. 'Sorry, maar de software was 'third party' software, probeer het daar eens. Maar het bedrijf dat de software ooit ontwikkelde, bestaat niet meer of is overgenomen en de opvolgers kunnen ons ook niet helpen. We moeten echt bij Motorola zijn. En Motorola verwijst ons naar de leverancier van de telefoon in Nederland. Alsof, wanneer je een probleem met je Toyota hebt, je maar in Japan moet aankloppen. Maar intussen, geen mails die via infraroodpoorten verzonden en binnengehaald kunnen worden.

Gelukkig kunnen we regelmatig bij leden van de kampeerautoclub aan de lijn. Zoals bij Peter en Lenie van Mill in Batemans Bay. We kennen Peter en Lenie omdat ze de 'flat hose' verkopen, de oprolbare platte waterslangen voor caravans en kampeerauto's. In de afgelopen jaren hebben we ze een paar keer op een motorhomehappening ontmoet en een kort praatje gemaakt. Ze hebben net als wij een Swagman motorhome, dus ook dat schept een band. Als we ze bellen als we in de buurt zijn, worden we dan ook met open armen ontvangen. Ze zijn net verhuisd maar konden de verhuizing lopend af. Want ze bouwden een nieuw (een twee keer zo groot) huis naast hun bestaande huis dat ook nog maar een jaar of vijf oud is. Beide huizen zijn overweldigend mooi en kijken uit over Malua Bay, een zuidelijke buitenwijk van Batemans Bay. Het 'oude' huis is nog niet verkocht dus wie nog iets echt moois wil op een heel mooi plekje kan ons mailen. Oh ja, de vraagprijs is Ä 700.000.
Peter en Lenie van Mill zijn van die mensen die van de mogelijkheden die AustraliŽ biedt volledig gebruik hebben gemaakt. Omdat Peter in Nederland niet alle papieren had om voor zichzelf te beginnen, besloot het stel te emigreren. In AustraliŽ begonnen ze een trappenfabriek, een timmerwerkplaats en een bedrijf in oude bouwmaterialen voor restauraties en tenslotte Flat Out International. Inmiddels zijn de fabrieken verkocht, is hun zoon zelf een trappenfabriek begonnen en doen ze het flink wat rustiger aan. We gunnen het ze want het is natuurlijk niet zo maar komen aanwaaien. Voor het eerst in lange lange tijd drinken we weer echte koffie, want hoewel inmiddels natuurlijk echte AustraliŽrs, de Hollandse koffie is in ere gehouden.

We zakken verder af langs de kust en zowaar langs een stuk waar we niet eerder waren omdat we toen de inlandroute via Canberra kozen. In Victoria komen we weer op bekend terrein en maken nieuwe bekenden. Zoals Ellen Compton en Ian Bond in Paynesville. We krijgen hun namen door als we een kennis mailen over onze problemen met laptop en telefoon. Ze is zelf in Amerika maar geeft ons een paar namen en adressen. Waaronder dat van Ellen en Ian. En jawel, als zo vaak, er is weer een Dutch connection. Ellen is ooit geboren in 's Hertogenbosch. Ellens man overleed een paar jaar geleden en Ian is haar nieuwe partner. Ze wonen in een, het wordt afgezaagd, prachtig huis dat uitkijkt over Lake Victoria dat geen echt meer is omdat het in open verbinding staat met de Tasman Sea. Ian is een computerfanaat en gaat gelijk aan het zoeken en mailen om de ontbrekende communicatie-software te vinden, maar zijn zoektocht is vergeefs. Intussen worden we uitgenodigd vooral een nachtje (of twee) te blijven en we maken ons nuttig door de hond, labrador Fraser, flink uit te laten en wat te tuinieren.

Ageeth en Ellen raken aan de praat over honden en Ageeth zegt dat ze wel een labradoodle zou willen. Die kruising tussen labrador en poedel levert een hond met het karakter van een labrador, een vacht die een mix is tussen die van een labrador en een poedel en die, en dat is het belangrijkste, niet verhaart....
Dan zegt Ellen: 'Oh, als je een labradoodle wil moet je even via Seaspray rijden. Hier vlakbij. Daar is het research- en fokcentrum.' En zo komt het dat we bijna, echt bijna, met een labradoodle hadden rondgereden. Want toen we het gevonden hadden, na meer slechte wasbordstofgravelwegen dan we ooit op ťťn dag gereden hebben, was Ageeth op slag helemaal verliefd en bijna verkocht. Nummer 481, ze zal het nooit vergeten, was het mooiste, liefste teefje dat er op dat moment was. En echt, serieus, als ik haar niet had tegengesproken en tegengehouden, hadden we nu met z'n drieŽn rondgereden. Ageeth, ik en nummer 481, toen acht weken oud en nu waarschijnlijk eigendom van mensen in Japan of Amerika. Want daar gaat het gros van de pups heen. Naar eigenaren die ze via het internet uitzoeken en ze van het vliegveld afhalen.


Goanna © Willem de Niet
Malua Bay © Willem de Niet
Tatra © Willem de Niet
Paynesville © Willem de Niet
Arthur en Ageeth in the 7 Oaks © Willem de Niet
Labradoodle © Willem de Niet


In Warragul maken we vervolgens een ongeplande tussenstop bij Artur en Grace Peters. Ze zijn lid van de kampeerautoclub en we willen bij hen Norton updaten en de mail versturen. Dat kan, als we maar een nachtje blijven want dan kan Arthur ons de volgende dag de omgeving laten zien en kunnen we fruit plukken in een niet langer commercieel geŽxploiteerde boomgaard. We zwichten en gaan pas een dag later als een rijdende fruitwinkel weg.

De volgende, geplande, tussenstop is Nyora, honderd kilometer ten zuidoosten van Melbourne. Daar wonen sinds een paar maanden Sandra en Sjaak Verlaat. Ooit uit Wervershoof, eerder uit Narromine in New South Wales waar we ze een jaar geleden ontmoetten toen we een bezoek brachten aan ENZA Australia, de Australische vestiging van het Enkhuizer Zaadbedrijf. Toen was Sandra nog office-manager, nu doet en begeleidt ze namens ENZA teeltproeven in Victoria, Zuid-AustraliŽ en TasmaniŽ. Sjaak is haar part-time assistent en daarnaast boer. Veeboer om precies te zijn en inmiddels eigenaar van dertig koeien, een kudde van veertig geiten die gestaag groeit dankzij de hardwerkende bok Bertus en een toom kippen, geleid en beschermd door een stokoude haan met nog precies ťťn grote staartveer. En dan is er nog Joe, de cocker spaniel.

Als we na aankomst even rondlopen ben ik op slag weer hartstikke jaloers. Op zo veel ruimte en zo'n mooi uitzicht. De 'hobbyfarm', zoals ze dat hier noemen is 26 hectare groot, het uitzicht over grazige weiden en Western Port Bay, de baai ten zuidoosten van Melbourne waar de zon met grote regelmaat bloedrood in de zee zakt. Groot deel van de boerderij bestaat uiteraard uit weiland maar ze hebben ook hun eigen bos.
De veestapel bestaat op het moment dat we arriveren nog uit elf (pikzwarte) Angus vaarzen. Tien in de eigen wei, de elfde bij de buren waarheen ze een poosje eerder is ontsnapt. Een paar dagen later koopt Sjaak op de veemarkt in het naburige Korumburra een groep van 19 jonge Murray Greys. Leuke heel lichtblonde koeien die 's middags met de veewagen worden thuisbezorgd. Sjaak en ik snijden de staartmerken (gewoon een stevig plakbandje rond de staart) los. Een goede manier om ineens flink naar koe te ruiken (naar koe te stinken zegt Ageeth dan) want van deze vaarzen worden voor de veemarkt niet gewassen en geborsteld zoals voor de landbouwtentoonstelling in Opmeer.
Als de nieuwelingen zijn losgelaten, op een holletje de nieuwe wei verkennen en kennismaken met de tien zwarte 'soortgenoten' gaan we samen met de buurman de ontsnapte koe ophalen. Het is geen al te dwarse koe en als Ageeth de ontsnappingsroute naar de weg blokkeert is het eigenlijk een fluitje van een cent. Zonder paard en zonder lasso voor cowboy spelen is het eigenlijk.

We maken bij Sandra en Sjaak lange dagen. Want er wordt dagelijks stevig geklaverjast. De heren tegen de dames. Nou, dat hebben we geweten. Jawel, we hebben heus ook wel een potje gewonnen. Maar de dames meer. Er was geen houden aan. Maar wat hebben we een lol gehad. Veel te snel nemen we weer afscheid. Eerst van Sandra, die 's ochtends al vroeg voor een paar dagen naar TasmaniŽ vertrekt, later van Sjaak. Nyora is zo'n plek waar ik nog wel eens terug wil komen. Al was het alleen om te kijken hoe het huis dat nu nog alleen op papier staat, er in het echt uitziet. Tot het zo ver is wonen Sandra en Sjaak in hun 'liveable shed' ofwel bewoonbare schuur, zoals dat hier heel vaak gebeurt. Compleet met ruime keuken, idem badkamer, grote leefruimte, werkhoek en slaapkamer.


Nyora © Willem de Niet
Warragul, veemarkt © Willem de Niet
Nyora © Ageeth de Niet
Limeburners Creek © Willem de Niet
Egrets en Heron © Willem de Niet
Orford, Clover Bay © Willem de Niet


We gaan weer. Op weg naar de volgende boerderij. Een flinke. Met 600 koeien. Waar Frances en Eric Woods tijdelijk hun domicilie hebben. In hun nieuwe motorhome 'Diesel and Dust'. Ze hebben er lang op moeten wachten en er veel voor over gehad, maar uiteindelijk hebben ze hun aftandse Toyota campervan kunnen verruilen voor hun huis op wielen. Eric vervangt de manager op de boerderij van Nieuw Zeelander Roger. Van de 600 koeien wordt de helft nog dagelijks gemolken, de andere helft 'staat droog' vanwege komende bevallingen. Vrienden van Frances en Eric, Glenn en Eileen, die een paar weken eerder voor een dagje op bezoek kwamen, werden direct ingelijfd als farmhands en verdienden een paar weken een leuk centje bij met het plaatsen en repareren van hekken. Zij nemen op dezelfde dag als wij weer afscheid van Frances en Eric omdat ze ook naar de halfjaarlijkse motorhomebijeenkomst in Mount Gambier gaan.

Onderweg daarheen beleven we de meest bizarre ontmoeting van de afgelopen vierenhalf jaar. Zie daarvoor ontmoeting 30: Renť Bakker en Lotte Noordermeer.

De paar dagen voor de happening in Mount Gambier brengen we door in Pelican Point, bij Neelie Kuiper. En jawel, vorig jaar (een jaar later dan gepland) heeft de geboren Scheveningse samen met buurvrouw Jeanette, ooit uit Enschede, haar reis naar Nederland en door Europa gemaakt, 52 jaar nadat ze als emigrantendochter haar woonplaats Apeldoorn verliet. Is het gek dat ze het nodige te vertellen heeft? Vorige keer bleven we maar een nacht, nu wat langer. En dus is er weer een barbecue en een vistocht met buurman Milton, de man van Jeanette. En weer krijgen we hapklare roodgekookte kreeft.