43. Terug naar Casino met een arm in het gips (26-04-2006)

Met nog ruim duizend campers en motorhomes rijden we op 13 maart in Mount Gambier het terrein op waar de halfjaarlijkse bijeenkomst van de Campervan and Motorhome Club of Australia wordt gehouden. En puur toevallig komen we naast onze vrienden Max en Amy Bettison terecht. Het zijn lang niet de enige vrienden die we tijdens de rally-week ontmoeten. Dat is een van de charmes van de rally, je spreekt weer eens iemand die je een jaar of langer niet gesproken hebt. De week is daardoor om voordat je het weet. En toch gaan we onvoldaan weg. Want ondanks de For Sale bestickering en de uitgebreide beschrijving van al het goeds dat DJ biedt is er niemand van de vele belangstellenden die een bod doet.
Vooral tijdens de open dag trekt DJ een stroom van bezoekers die zich zonder uitzondering vergapen aan zowel ex- als interieur, die complimenten maken over de staat waarin DJ verkeert, die om een kaartje met website en telefoonnummer vragen, willen weten of er nog wat aan de prijs gedaan kan worden (ja dus) en die willen weten waar we na de rally heen gaan. Maar daar blijft het tot nu toe bij. De markt zit duidelijk in een dip. Heeft ook te maken, denken we, met de alsmaar stijgende brandstofprijzen. Maar goed, ons visum verloopt pas in augustus volgend jaar en we zullen, als we na de vakantie in Nederland terugkomen, nog eens wat aan de prijs doen. Als het niet kan zoals het (eigenlijk) moet, moet het maar zoals het kan.

Na de rally gaan we op pad in noord-oostelijke richting. Naar Casino, waar we weer twee weken gaan oppassen op het landgoed van Dennis en Robyn Butler. We verheugen ons er echt op.
Een kleine week zijn we op pad als we in de buurt van Sint Arnaud, ten westen van Bendigo in het Kooyoora State Park terecht komen. Prachtig park, prachtige campground, lekker weer. We besluiten er een lang weekend te blijven. Zo heel veel haast hebben we ook weer niet.
Vrijdagmiddag ga ik het terrein verkennen. Er zijn prachtige wandelingen met fantastische uitzichten. Rotspartijen met holen waarin zich in vroeger tijden een zich Captain Melville noemende bushranger, zeg maar struikrover heeft verstopt. Zaterdag gaan we 's ochtends eerst samen een flinke wandeling maken, 's middags doe ik er nog een.

Voor zondag heb ik een wandeling uitgezocht die twee eerdere combineert. Het lijkt een hele mooie, eerst een klim naar een uitzichtpunt, dan een afdaling naar een picknickplek en tenslotte met een omtrekkende beweging zachtjes stijgend terug naar DJ. Het is allemaal prima gepland. En er komt niets van terecht. Tijdens de afdaling tussen het uitzichtpunt en de picknickplaats gaat Ageeth op wat losse steentjes onderuit. Ze vangt haar val op met haar linker pols die prompt breekt. Heel even denken we nog aan 'pols uit de kom' maar eigenlijk is het wel duidelijk, gezien de vreemde s-bocht tussen haar hand en onderarm.


Kooyoora State Park © Willem de Niet
Kooyoora State Park © Willem de Niet
Ziekenhuis Bendigo © Willem de Niet
Cactustuin © Willem de Niet
Vishaak cactus © Willem de Niet
Echuca raderboot © Willem de Niet


Samen maken we voetje voor voetje de afdaling naar het picknick- annex parkeerterrein. Daar zet ik Ageeth op een bank, schenk haar een kopje koffie in, jawel met een koekje, hadden we meegenomen in de rugzak en ga ik op pad naar de campground waar DJ staat. Nadat ik alles heb gestouwd rijd ik naar het parkeerterrein. Daar heeft een hele aardige familie zich al over Ageeth ontfermd. Het zijn David Madge en zijn vrouw Shelley die haar ouders, uit Sri Lanka, op bezoek hebben. David heeft, vanaf een hoge rots, want de ontvangst via het mobiele net is niet zo daverend, al wat rondgebeld naar ziekenhuizen in de buurt. Het wordt zestig kilometer doorrijden naar Bendigo want de ziekenhuizen in de kleinere plaatsen in de buurt hebben op zondag niemand voor het röntgenapparaat.

David en ik spalken Ageeth's arm met behulp van de plexiglazen lepel van het slabestek. De mooie ronde vorm in de handpalm is later in het ziekenhuis goed voor lovende woorden. ' Daar krijg je bonuspunten voor', zegt de receptionist. En ook de dokter vindt het een vinding. De verpleegster denkt zelfs dat het standaarduitrusting van het ziekenhuis is en doet er maar met moeite afstand van.
Na vier uur zijn we weer op pad. Morgen terugkomen om het gips te laten controleren, luiden de instructies. Na een kleine aanpassing aan het gips gaan we maandag rond de middag weer op pad. Ageeth pruttelt: ' Met die spalk had ik minder pijn dan nu in het gips'.

Het plan is om binnen een week naar Dubbo te rijden, omdat er na een week weer controlefoto's gemaakt moeten worden. Dank zij de pijnstillers heeft Ageeth redelijk rustige nachten al blijft ze het natuurlijk knap lastig vinden, zo met maar één arm. Ze is nu eenmaal geen echt berustend type.
Omdat we heel rustig willen rijden nemen we de kleinste weggetjes die we kunnen vinden. En komen daardoor op hele mooie rustige overnachtingsplekjes. Zoals op het sportveld van het niet meer bestaande dorpje Kamaroocha-east waar het wc-gebouw nog wel operationeel is. Ageeth meldt in haar dagboek: ' Heerlijk geslapen vannacht.' Dat is goed voor lopende patiënten.


Kangoeroes © Willem de Niet
Golfbalzwam © Willem de Niet
Bluff Rock © Willem de Niet
Willem in de Butler keuken © Karin van Wijngaarden
Wij op de veranda © Karin van Wijngaarden
Frogmouth © Willem de Niet


De dag erna komen we in Tennyson bij de Whiara Cactus Gardens terecht. Het ziet er in eerste instantie een beetje niet uit maar we besluiten toch een kijkje te nemen. En zijn blij dat we het gedaan hebben. Niet te geloven wat een cactussen. We zijn de enige bezoekers, misschien wel van de hele week en krijgen een persoonlijke rondleiding van de eigenaar die de tuin erfde van zijn vader. Eigenlijk zouden we in het voorjaar terug moeten, dan bloeien de meeste cactussen uitbundig, wordt ons verzekerd.

In Jerilderie aan de Billabong Creek moet ik tegen de avond nog als vrijwillige bosbrandweerman in actie komen. Als we er aankomen worden we door een paar jongetjes naar een mooi plekje geleid. Iets verderop stoken de jongens een fikkie. Nou, zeg maar fik. Maar tegen etenstijd pakken ze hun crossfietsen en laten ze het vuur het vuur. We mochten het wel hebben, hadden ze al eerder gezegd, waarop we vriendelijk bedankten voor de eer. Als ik net wil gaan koken, steekt de wind op en laait het vuur op. Zodanig dat ik bang ben dat het bos rondom ons in de fik zal gaan. Gelukkig staat er nog water in de kreek dus met een paar emmers heb ik de zaak snel onder controle. Het zal je maar gebeuren dat het pas gaat waaien als het donker is en onze gordijnen dicht…

Op de zaterdag voordat we op maandag denken naar het ziekenhuis in Dubbo te gaan strijken we neer bij Enza Australia in Narromine. Een jaar eerder waren we er ook en dachten we er nooit meer te zullen komen. Maar die gedachten moeten we maar eens laten varen. Het loopt allemaal toch altijd anders.
Onderweg naar Enza komen we langs het ziekenhuis in Narromine. Een klein ziekenhuis in een klein plaatsje. Ik ga even poolshoogte nemen voor de polspatiënt. Er is een bemenst röntgenapparaat en als Ageeth zich er maandagmorgen om half negen meldt, is ze direct aan de beurt. Dat lijkt ons wel wat. Ziekenhuizen in grotere plaatsen hebben grotere wachtkamers en veel meer klanten.
De service bij Enza gaat zo ver dat we maandagochtend een bedrijfsauto mee krijgen, zodat we niet voor dag en dauw hoeven op te breken. In het ziekenhuis verloopt alles van een leien dakje. De breuk ziet er goed uit en is dus minder breuk dan een week eerder en met de complimenten van de röntgenzuster en de dokter zijn we binnen de kortste keren weer op pad.

In de tussentijd doe ik verwoede pogingen om bij Emirates onze terugvlucht te regelen. Daar ben ik voor de rally mee begonnen. Om de paar dagen bel ik en om de paar dagen krijg ik de boodschap dat ze nog zitten te wachten op bericht uit dan wel Frankfurt dan wel Dubai. Op ons ticket hebben we indertijd de retourdatum 1 mei ingevuld, inmiddels weten we dat we op 12 mei terug willen. Uiteindelijk, na vier weken, tien telefoontjes met wachttijden variërend van 5 tot 45 minuten en enkele indringende e-mails komt het verlossende bericht: ' We mogen mee als we bereid zijn € 25 per ticket wijzigingskosten te betalen'. We melden dat we graag op dat voorstel ingaan.
In Tamworth belt ook Barry uit Mackay nog op. Of DJ nog te koop is, waar we heen gaan, dat het mooi uitkomt dat we naar Casino gaan omdat dat in de buurt van Brisbane ligt en dat hij na Pasen naar Brisbane gaat en dat hij dan weer zal bellen voor een afspraak. We zijn blij met zijn belletje. Nu niet meer, want het was het eerste en laatste dat we van Barry uit Mackay hoorden. Tja, er staan meer Swagmans te koop tussen Mackay en Brisbane.


Tooloom Falls © Marten Schrameijer
Pasen in Casino © Marten Schrameijer
Rock Valey postkantoor © Willem de Niet
Nimbin Embassy © Willem de Niet
Nimbin © Willem de Niet
Paasvuren in Casino © Ageeth de Niet


Een dag of vier voordat Dennis en Robyn Butler vertrekken gaan we even langs om wat nadere afspraken te maken en te kijken wat er voor mij zoal te doen valt. Ze vinden het onzin dat we weer weg zouden gaan. Ruimte genoeg, de badkamer in het gastenhuis is helemaal voor ons, af en toe blijft een van de twee auto's bij huis en kunnen we gaan winkelen dus waarom zouden we nog een rondje van een dag of vier gaan doen. Dus blijven we en genieten we van de tuin, de zon, het uitzicht, de hond, de kangoeroes in de 'voortuin'.

We krijgen een paar keer visite. Karin en Maarten van Post Haste Australia uit Brisbane komen een weekend en vinden het hier net zo mooi als wij. Hans en Agnes Schmid, onze Zwitserse motorhomevrienden komen een middagje en zeggen te kunnen begrijpen waarom we hier zo graag zijn.
En intussen rijd ik op de grasmaaier en de tractor, stook ik het ene paasvuur na het andere van de bomen en takken die ik rond kerst heb kleingezaagd en leef ik als een hobbyboer in Australië. Ageeth moet zich nog even inhouden maar kan met de dag meer en niet wachten tot het gips er af gaat. Maar ook met een arm in het gips tuiniert ze er aardig op los.