14. Ervaringen in Nieuw Zeeland (april 2004)

Oud-lid Ageeth de Niet (ex-PSS) en echtgenoot Willem (Ex-NHD) zijn sinds oktober 2001 in hun motorhome op reis in Australië. Medio februari onderbraken zij hun marathonreis in het land van de kangoeroes voor een uitstapje van acht weken in Nieuw Zeeland. Daar vandaan komt deze aflevering met hun ervaringen.

Eigenlijk zou je over Nieuw Zeeland niet moeten schrijven. Omdat beelden meer zeggen dan duizend woorden. Dus een foto of dertig, veertig op deze plek zou voldoende moeten zijn. Voor een globale indruk dan, want in dit land raak je niet uitgekeken en -gefotografeerd.
Dat niet uitgekeken raken brengt een heel groot gevaar met zich mee: wie zonder strak plan op stap gaat, komt nergens. In elk geval niet op al die mooie plekken die gezien moeten worden als ooit de lange oversteek naar 'het land van de lange witte wolk' wordt gemaakt.
Wij hadden acht weken uitgetrokken en in die tijd kan het. In minder natuurlijk ook maar nogmaals, dan is het een kwestie van strak plannen. Of eerst het ene, en in een later stadium het andere eiland doen.

Nog een paar tips: ga niet op stap zonder een digitale camera. Met daarin een grote geheugenkaart. Zodat er heel veel foto's gemaakt kunnen worden waarvan er 's avonds dan de nodige weer weggegooid kunnen worden. Wie een laptop kan meenemen, heeft opslagruimte genoeg en anders kunnen de foto's in een van de vele internetcafés op cd worden gebrand. Maar dan staan ook de foto's er op die later alsnog in de prullenbak verdwijnen. Dus die laptop is zo'n gek idee nog niet.


Waihiwaterval © Ageeth de Niet

Waihi waterval

Lord of the Rings bos © Willem de Niet

Lord of the Rings bos

Nog een tip voor wie tevoren een indruk wil krijgen van wat hier te wachten staat: ga alle drie de films van de Lord of the Rings zien. De opnamen zijn verspreid over de beide eilanden gemaakt. Dat heeft inmiddels geresulteerd in een levendige handel in trips naar de filmlocaties die vrijwel zonder uitzondering in the middle of nowhere liggen. Bedenk wel dat het in het echt nooit zo mooi wordt als in de film want de dramatische zonsop- en ondergangen vallen buiten de werktijden van de touroperators die er ook de special effects en de filmmuziek er niet bij kunnen leveren.
Van de touroperators wemelt het hier overigens, want Nieuw Zeeland wordt vrijwel het jaar rond overspoeld door bezoekers van over de hele wereld. Veel van die bezoekers zijn bungyjumpende, wildwater- dan wel jetboatvarende maar vaak ook wandelende backpackers. Want wandelen kun je hier, hoog, ver en extreem lang. Langs prima gemarkeerde tracks. Er rijden shuttlebusjes, drop-off busjes en pick-up busjes. En er staan onderweg hutten waar een man/vrouw of vijftig tegen elkaar op kunnen snurken.
Het aantal huur- en kampeerauto's is hier ook onvoorstelbaar. Net als het aantal motels en bed- en breakfast accommodaties. En hoewel we niet in het vakantieseizoen reizen, is de bezetting hoog. Volgens ons moet je in het hoogseizoen weken tevoren boeken. Dat is iets wat wij niet doen, gewend als we zijn om de route van de dag pas onderweg te bepalen en voor het eind van de dag weer te wijzigen. Maar inmiddels lukt ons nu af en toe om een dag tevoren de volgende overnachtingsplek vast te leggen.

Maar oh, wat missen we ons eigen huis op wielen en elke avond ons eigen bed. Dat we onze motorhome niet hebben meegebracht heeft trouwens te maken met de kosten, € 10.000 enkele reis. Want Australië en Nieuw Zeeland worden vaak in één adem genoemd, de Tasmanzee is aanmerkelijk breder dan de Noordzee op zijn breedste punt. Van dat bedrag is ruim de helft voor de verzekering.

Even tussendoor, Nieuw Zeeland is niet alleen een zomervakantiebestemming. Vooral op het Zuider eiland kan van juni tot oktober volop worden geskied. Niet op de schaal als in Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en Italië maar wie eens iets anders wil beleven dan gebieden met tientallen liften en lange wachttijden kan hier goed terecht.


Een deel van een enorme kudde schapen © Willem de Niet

Een deel van een enorme kudde schapen.


In Nieuw Zeeland worden duizenden en duizenden herten gehouden. © Willem de Niet

In Nieuw Zeeland worden duizenden en duizenden herten gehouden.

De gezonde Nieuw Zeelandse economie en de groei van het toerisme zorgen voor twee dingen: de huizenprijzen stijgen sterk, net als de bouwgrond en er is schaarste aan horecapersoneel. En dat laatste heeft mede te maken met de gestegen huis- en grondprijzen. Grond is zo kostbaar, dat het niet lonend is om er, zoals wij dat noemen, sociale woningbouw op te plegen. Dus wordt er grof verkaveld in blokken van een acre (4000 m2) tot een hectare of een veelvoud daarvan, een zogeheten 'lifestyle block'. Die gaan als zoete broodjes over de toonbank maar worden uiteraard niet verkocht aan de (veelal jonge) mensen die nodig zijn om het de toeristen naar de zin te maken. Die willen wel wat huren, maar ook daar loopt het spaak. De huren houden gelijke tred met de huizenprijzen en wie een blokje huurwoningen bezit, transformeert ze tot alweer een motel, lodge of backpackershostel.

In de regio Otago, een tot voor kort puur agrarisch gebied tussen twee van de grootste toeristentrekkers, de Franz Josef gletscher en het fjordengebied rond Milford en Doubtful Sound, speelt bovenstaande problematiek erg sterk. In dit tot voor kort 'onontdekte' gebied liggen de lonen nog steeds lager dan in de rest van het land. Zodat alleen die obers, kamermeisjes, koks en keukenhulpen die het elders niet kunnen vinden, hier terechtkomen. De regionale Kamer van Koophandel vindt die lage beloning een slechte zaak, zo viel deze week te lezen in de lokale krant. ,,You pay peanuts, you get monkeys'', aldus voorzitter John Hare van de Chamber of Commerce. En over de situatie op de huurhuizenmarkt: ,,Het laatste dat we willen is dat de ober die in zilveren schalen opdient, in zijn auto moet slapen.''
Maar voorlopig is er geen licht aan de horizon want de projectontwikkelaars sluiten de ene miljoenendeal na de andere. In dezelfde eerder geciteerde krant stond ook het verhaal over een stuk grond van 110 hectare dat onlangs voor NZ$ 24 miljoen (circa € 13 miljoen) van de ene naar twee andere projectontwikkelaars ging. Laat die eerste de grond nu drie jaar geleden voor NZ$ 6 miljoen hebben gekocht. De twee die het nu kochten, waren desondanks dolgelukkig met hun aankoop. Na verkaveling en de bouw van zestig villa denken ze over drie jaar NZ$ 60 miljoen op te strijken. Daar gaan wat kosten af natuurlijk, maar toch. Zestig huizen op 110 hectare…


White Island © Willem de Niet

White Island, een nog werkende vulkaan.
Het eilandje sist, pruttelt en gromt voortdurend. Geen toegang zonder veiligheidshelm en gasmasker. Maar wel heel indrukwekkend.

Milford Sound © Willem de Niet

Een boottocht in de Milford Sound, een van de fjorden in het zuid-westen van het Zuider eiland is een van de vele 'musts' voor iedereen die Nieuw Zeeland bezoekt.

Wat ook hele goede handel lijkt, is het starten van een wijngaard. Ze schieten vrijwel letterlijk met bosjes uit de grond. In vijf jaar tijd is hier in de buurt het aantal hectares met wijnstokken vervijfvoudigd.
Een andere trend die nog steeds doorzet is het inruilen van een deel van de kuddes schapen en koeien voor herten. Het is echt enorm hier op het Zuider eiland. Waar je ook maar kijkt zijn hier de hekken twee keer zo hoog als rond weilanden voor koeien, paarden en schapen. Het is een mooi gezicht, de ene hertenkamp na de andere. Kuddes van honderden stuks zijn geen uitzondering. Echt grote 'deerfarmers' houden er 4000, gemiddeld lopen er 2500 rond op de vlakte en in de bergen. Vooral dat laatste levert spectaculaire beelden op omdat je de indruk krijgt dat ze nog in het wild leven. Dezer dagen, de herfst is hier immers net begonnen, laten de mannetjes zich flink horen. Alleen het oormerk verraadt dat er sprake is van herten die hun leven eindigen bij de slager. De dieren die op de een of andere manier hun oormerk verliezen, hebben een kans op een langer leven. Die worden losgelaten in de bergen als duurbetaalde prooi voor jagers die grif een paar duizend dollar betalen voor een gewei en een vriezer vol vlees.

De omschakeling van vleeskoeien naar herten begon in de jaren 70 toen beroepsjagers bedachten dat het makkelijker was als de herten in lagere gebieden werden gefokt in plaats van ze in de bergen te schieten en ze, eerst op de rug en later onder de helikopter, naar de slager te brengen. Het betekende het einde van een tijdperk waarin vooral jonge mannen hun brevet haalden, een tweedehands helikopter kochten en 'herten gingen vliegen'. Veel van de piloten namen te veel risico's in de onherbergzame gebieden en eindigden als hun vrachtje: dood.
En zo startten de eerste fokkerijen. Beneden in de dalen en op de hellingen. Bijkomend voordeel is dat een hert minder eet dan een vlees- of melkkoe. En maar iets meer dan een schaap. Er wordt hier wat de voerconsumptie betreft gerekend in 'grazing units'. Elk schaap staat voor één unit, een hert voor anderhalf, een vleeskoe voor tweeënhalf tot drie en een melkkoe voor zes! Een ander voordeel is dat herten daar kunnen grazen waar zelfs de Nieuw Zeelandse koe niet kan komen. En verder is hertenvlees nog steeds flink duurder dan een runderlap.

En zo zouden we over van alles en nog wat nog wel een poosje door kunnen gaan. Zoals over de zeventig miljoen possums (schadelijke nachtdieren) die hier een ware plaag vormen. En over het feit dat er vorig jaar 2,3 miljoen alcohol-ademtests werden afgenomen op een bevolking van circa vier miljoen mensen. Over een hoge pakkans gesproken. Maar ook op de website van de OCW is de ruimte beperkt. Dus wellicht in de volgende aflevering nog wat meer over Nieuw Zeeland. En nog een paar foto's. Tot dan.