15. Op weg naar het warme noorden (mei 2005)

Tja, op weg naar het warme noorden. Dezer dagen en weken is iedereen die voor langere tijd op reis is, op weg naar het noorden. Omdat de gemiddelde AustraliŽr geen liefhebber is van kou. Althans niet voor lange tijd. Natuurlijk zijn er honderdduizenden die niet kunnen wachten totdat in de Snowy Mountains en de Victorian Alps de skiliften weer open gaan. Het is een enorm wintersportgebied, groter dan alle skigebieden in Zwitserland bij elkaar. Maar de bergen zijn er niet zo hoog. Naar 'Dreitausender' zul je er vergeefs zoeken.
Maar het is niet het gebied voor al die mensen die (semi)permanent met de caravan of camper onderweg zijn. De gemiddelde caravan hier heeft een hefdak, een top-up zoals ze hier zeggen. De wanden van het deel van het dak dat opgeklapt wordt, bestaan uit canvas met muskietengazen raampjes. Zodat het 's nachts niet te benauwd wordt. En de Australische campers en motorhomes zijn bepaald niet zo geÔsoleerd als de Europese. Omdat ze nu eenmaal gebouwd zijn voor mensen die met het warme weer mee, of er naartoe reizen. In Amerika hebben ze een naam voor die categorie mensen: snowbirds.

We herinneren ons nog de keer dat we in Florida met een camper op weg waren. Gehuurd in Orlando Florida. Maar met Alaskaanse (zou dat zo heten?) nummerborden er op.
Achtergelaten door een vorige huurder die ermee van Alaska naar Florida gereden was. Mensen spraken ons er op aan. Constateerden dat we ver van huis waren. Tot ze hoorden dat we nog verder van huis waren. Maar de reactie van een ranger bij de ingang van een nationaal park is ons het meest bijgebleven. Toen we, ergens in september, stopten om ons kampgeld te betalen zei de man: 'Jullie zijn vroeg dit jaar'. We keken hem en elkaar aan. 'Vroeg dit jaar? We zijn hier nog nooit eerder geweest'. Waarop de man reageerde met: 'Oh, well, I thought you were the first snowbirds'.


 © Willem de Niet

Vleeskoeien spelen een grote rol in de Australische economie.
Deze Brahmanen kunnen tegen een stootje en langdurige droogte.


Van Florida 1999 terug naar AustraliŽ 2004. Weer op weg in ons eigen huis, alles bij de hand, koffie drinken waar en wanneer je dat wil, slapen in ons eigen bed. Een verademing na alle verschillende motelbedden in Nieuw Zeeland.
Terug ook in de droogte. Want het mag dan heten dat AustraliŽ herstellende is van 'de grote droogte', dat geldt maar voor een deel van het land. Toen we vanaf de Tasmanzee AustraliŽ weer binnenvlogen viel het eens te meer op: wat is dit land droog, dor en bruin. Vandaar dat de mensen hier dolblij zijn met regen. Het liefst honderd tot tweehonderd millimeter tegelijk. Zodat alle 'dams', de kunstmatige meertjes in de weilanden, eindelijk weer eens op peil komen. En de water-restricties kunnen worden opgeheven in plaats van te worden verzwaard. Twee keer tijdens bezoek aan vrienden in Victoria begon het te regenen toen we er net waren. Voor het eerst in een maand of acht. Nou, we moesten blijven eten en slapen en het liefst heel lang. Niemand die hier zegt 'hebben jullie dat weer besteld?'
Over het herstel van de jarenlange droogte en wat dat betekent voor de veeteelt nog even een voorbeeld. Het Australische 'Agrarisch Dagblad' meldde onlangs dat een van de grote rundveebedrijven in de Queensland Outback de 'voorraden' weer aan het aanvullen was nu er na hevige regen en overstromingen weer gras op het land groeide. Het bedrijf kocht daarom voor maar liefst vier miljoen Australische dollar, Ä 2,4 miljoen, aan jongvee.
Oh ja, nog even dit. In AustraliŽ praat men in bepaalde gebieden niet over het aantal koeien per hectare maar over het aantal hectares per koe. Vandaar dat je soms uren lang geen koe ziet en je afvraagt of een weiland wel gebruikt wordt. Dan zijn de koeien gewoon 25 kilometer verder naar gras aan het zoeken. En nog even voor de niet-agrariŽrs onder de lezers, we hebben het hier natuurlijk over vleeskoeien.

Inmiddels begint het knap fris te worden. Vooral 's nachts. Nog anderhalve maand, dan is het echt winter. Vandaar dat we voor ons doen aan het opschieten zijn. Ik zeg speciaal voor ons doen want we kunnen het nog steeds niet laten om onze etappes te laten bepalen door de mooie plekjes die we onderweg tegenkomen. En waar we dan weer voor zwichten. Zodat we weer niet echt opschieten. En regelmatig tegen elkaar zeggen: we moeten opschieten want eind juni....


 © Willem de Niet

Motto voor alle ondernemers: zorg dat je bereikbaar bent voor de klant, hoe dan ook.


Ondanks dat we inmiddels weer daar zijn waar onze reis in oktober 2001 begon, grofweg tussen Sydney en Brisbane, slagen we er nog wel in andere wegen te vinden. Al blijft het uitkijken om niet na een kilometertje of honderd, honderdvijftig te moeten constateren dat het asfalt ophoudt. En dan zal de AustraliŽr altijd zeggen dat het de volgende honderd of meer kilometer een good gravelroad is, wij en DJ vinden een good gravelroad maar niks. Omdat ze altijd beter lijken dan ze zijn, die good gravel roads.
Maar gelukkig ligt er ook nog asfalt genoeg. Zoals langs de flanken van de Victorian Alps and de Blue Mountains. Het is niet altijd even breed en vlak maar daar hoor je ons niet meer over klagen.

Half AustraliŽ, en misschien wel meer dan de helft, klaagt over de onlangs gepresenteerde begroting. Het is hier de Derde Dinsdag in september in mei. En de Australische Gerrit Zalm heet Peter Costello. Die maakte nog maar eens duidelijk dat het gezin de hoeksteen van de samenleving is.
En dus is er een bevolkinsaanwasstimuleringspremie in het leven geroepen. Voor iedere nieuwe baby keert de regering belastingvrij A$ 3000, Ä 1800 uit. Costello presenteerde de premie onder het uitspreken van de wens dat het voor jonge gezinnen zal leiden tot gezinnen met minstens drie kinderen. 'Een voor moeder zelf, een voor vader en een voor het land', zo sprak hij. En of het niet op kon krijgt elk gezin voor elk schoolgaand kind nog eens een eenmalige uitkering van A$ 600.
Costello voegde er aan toe dat er ook geld is voor 40.000 extra kinderopvangplaatsen. En voor een belastingverlaging. Het addertje onder het gras, dat bij de komende verkiezingen nog wel eens een boa constrictor of python kan blijken, is dat het niet geldt voor gepensioneerden (omdat die geen inkomstenbelasting betalen) en mensen met lage inkomens (omdat die maar weinig inkomstenbelasting betalen). En daar komt nog eens bij dat de hoogste inkomens er het meest op vooruit gaan (natuurlijk omdat die al zo veel belasting betalen). Het is koren op de molen van de Labour Party die de kiezers belooft dat als hun man, Mark Latham, na de komende verkiezingen Howard opvolgt, ook de nu 'vergeten' groepen aan hun trekken komen. We zijn benieuwd. En zullen John Howard missen, vertrouwde figuur als hij inmiddels ook voor ons is.


 © Willem de Niet

Wij (uiterst links) op de campgound in het Barrington Reservaat. Geen kantine, geen telefooncel, geen zwembad. Wel water, toiletten, picnicbanken, stookplaatsen en een zandbank in de rivier. Het tarief? Gratis mits je er niet langer dan een maand blijft staan. Daarna kun je niet betalen maar moet je wegwezen.


We weten ook nog steeds niet of we na de komende verkiezingen nog/weer hier zijn. We hebben DJ inmiddels te koop staan in het blad en op de website van de Australische kampeerautoclub. En eind mei staat ons rijdende huis in een ander blad. Ook daar hebben we er geen uitverkoopprijs aan gehangen. Omdat we eigenlijk helemaal niet weg willen. We zijn gewoon verslingerd, verslaafd, gehecht geraakt aan dit land. En al hebben we er inmiddels ruim 60.000 kilometer afgelegd, er is nog zo veel dat we (nog eens) willen zien. Hetzelfde in een ander seizoen is compleet anders. Zeg maar tulpenvelden en herfstbossen. De wildflowers in West AustraliŽ in volle bloei en niet tegen het eind, zoals we ze ooit zagen, het Northern Territory net na het natte seizoen met wilde watervallen in plaats van iele straaltjes. De outback groen in plaats van rood en bruin. Er is nog zo veel te zien.
Maar eerst komen we een poosje daar bij jullie kijken. Van eind juni tot eind augustus. Dus wellicht tot ziens.