2. We blijven nog even (maart 2002)

De mensheid lijdt het meest van het lijden dat hij vreest. Die stokoude wijsheid is aardig van toepassing op het bezoek dat we onlangs brachten aan de immigratiedienst in Melbourne. Daar moesten we zijn om ons visum te verlengen. De Australische ambassade in Den Haag geeft geen visa uit die langer dan een half jaar geldig zijn. En ons halve jaar zit er op 13 april op. Dus werd het tijd om wat te regelen. Van kennissen die hetzelfde aan de hand hadden, hoorden we dat het nog een heel gedoe was. ,,Je wordt helemaal door de mangel gehaald. Ze willen weten waar je geweest bent, waar je nog naartoe wilt, of je wel genoeg geld op zak en op de bank hebt, of je wel goed verzekerd bent, of je er niet stiekem wat bijklust en waarom je in vredesnaam nog langer zou willen blijven.''
Het eerste bezoek aan de immigratiedienst, net voordat we begin februari naar TasmaniŽ vertrokken, was niet bemoedigend. Een norse man (een zeldzaamheid in AustraliŽ) liet ons weten dat we veel te vroeg waren. Twee tot drie weken voor het verstrijken van het visum was vroeg genoeg. En dat we, als we niet mochten blijven van alles moesten regelen voor onszelf en de Dutch Jumbo, daar had hij niets mee te maken. ,,En je moet wel een hele goede reden hebben om een verlenging te krijgen'', waren zijn laatste woorden.

Op 20 maart deden we een nieuwer poging. Dezelfde man achter de balie. Daarmee hield elke gelijkenis op. Hij was uiterst vriendelijk, gaf ons een volgnummer en zei dat het niet lang zou duren. Dat klopte, want in een wachtkamer met zeker twintig wachtenden voor ons, klonk al snel een oproep voor ons nummer.
Wij naar loket 2. ,,Goedemorgen, wat kan ik voor u doen? Oh, u wilt langer blijven? En u bent uitgewerkt? Dan hebt u wel een lange vakantie verdiend. Geen enkel probleem. En laten ze volgende keer in Den Haag gewoon een visum van een jaar geven. Zeggen ze dat ze dat niet kunnen? Tuurlijk wel.'' Een Visacard, meer hadden we niet nodig. Niks bankafschriften die we die ochtend nog even van het internet hadden geplukt. Niks kopie-ziektekostenverzekeringspolis, niks beschrijving van de afgelegde en nog af te leggen route. Na een klein kwartier stonden we weer buiten. Wel 360 dollar armer, want een visawinkeltje is een lucratief winkeltje.
Dus we blijven nog even. Drie maanden langer om precies te zijn. Half juli zijn we in Nederland. Voor een week of zes want er is hier nog zoveel te doen, te zien en te beleven.

Van begin februari tot 18 maart waren we zoals gezegd op TasmaniŽ. Een eiland met vele gezichten. Alle soorten landschappen die je maar bedenken kunt. Binnen een uur van het strand tot diep in de bergen, via het regenwoud en droge weidegebieden op glooiende heuvels. Wat een prachtig eiland. En wat kan het er in hoogzomer koud zijn. En nat. Bepaalde delen van de westkust krijgen per jaar drie tot vier meter water. Vandaar die regenwouden. En in de herfst, die hier gewoon op 1 maart officieel begint, heerlijk warm. In de zomermaand februari hebben we overwogen om maar een week eerder terug te gaan naar het veel warmere vasteland. De weergoden moeten meegeluisterd hebben, want van begin maart werd het eindelijk zomer. En hebben we met volle teugen verder genoten. Van alles waarvoor jullie verder de reisgidsen maar moeten raadplegen.


 © Ageeth de Niet

Ferntrees (varenbomen) en gumbomen in een Tasmaans regenwoud


Weet je wat ons wel is opgevallen? Dat er op TasmaniŽ zo veel shit verkocht wordt. Nee, geen bullshit, alhoewel, letterlijk waarschijnlijk ook wel. Overal op het eiland staan bordjes langs de weg. Dat er horse-manure (paardenmest) en cow-manure (idem van de koe) te koop is. Nog nooit zo veel van die bordjes gezien. Het heet manure of poo. Vandaar ook de bordjes chook-poo en paca-poo. Van respectievelijk de kippen (chook op z'n Tasmaans) of de alpaca's. En zo wordt de mest gelijkelijk verspreid over het hele eiland. Niks uitrijverbod of mestquota.

Verder zijn de Tassies net zo vriendelijk als de vasteland-Aussies. Iedereen wil weten waar je vandaan komt, iedereen wil weten wat je gaat doen en als ze horen dat je alle tijd van de wereld hebt is het bijna steevast: 'Good on you. That's the way to do it.' En hoe vaak we al hebben gehoord dat ze het zelf ook wel zouden willen maar ja, de vrouw, de kinderen, het huis. Dat van die vrouw klinkt misschien wat lullig, maar het is echt zo, de mannen lijken avontuurlijker. Wat dat betreft heb ik het met Ageeth maar getroffen.

We komen trouwens regelmatig bij AustraliŽrs over de vloer. Om het anti-virusprogramma te updaten. Mailen doen we via de laptop en mobiele telefoon, maar om op het net te gaan is die verbinding te traag en te instabiel. En dus bellen we een lid van de Australische kampeerautoclub uit een boekje dat de club uitgeeft en waarin alle honderden leden staan die bereid zijn reizigers te helpen met wat dan ook. En altijd zijn we welkom. Soms hebben ze geen benul van computers, laat staan van het updaten van anti-virusprogramma's maar altijd lenen ze grif hun telefoonlijn een half uurtje uit. Maar daar ben je er niet mee, want er wordt koffie gezet, koek aangesleept, toastjes gesmeerd, broodjes belegd, afijn, na een uur of twee tot zes kunnen we de weg weer op. Fantastische mensen zijn het.
En Australische motorhomers geven steevast hun telefoonnummer en adres met de dringende oproep om toch vooral langs te komen als we in de buurt zijn.


De Huon Pines in TasmaniŽ worden zo'n 80 meter hoog. Dat ze dan ook in de breedte groeien is wel duidelijk. Deze is ongeveer 1600 jaar oud. © Ageeth de Niet

De Huon Pines in TasmaniŽ worden zo'n 80 meter hoog. Dat ze dan ook in de breedte groeien is wel duidelijk. Deze is ongeveer 1600 jaar oud.
Sisters Beach aan de noordkust van TasmaniŽ in vogelvlucht. Op het parkeerterreintje linksonder de Dutch Jumbo. We hadden ook die nacht het rijk helemaal alleen. © Willem de Niet

Sisters Beach aan de noordkust van TasmaniŽ in vogelvlucht. Op het parkeerterreintje linksonder de Dutch Jumbo. We hadden ook die nacht het rijk helemaal alleen.

Wat gaan we doen tot juli? Eerst het westen van Victoria, dan naar Adelaide in Zuid-AustraliŽ. En vandaar door The Centre naar Alice Springs en Ayers Rock. Net als al die andere tienduizenden toeristen. Maar ja, sommige dingen zijn een must. Dan door naar Darwin. Daar krijgt Dutch Jumbo van begin juli tot eind augustus rust als wij proberen wat van de Hollandse zomer mee te pikken.

Tot zo ver voor nu. Reacties en verzoeken om meer informatie zijn van harte welkom via ons gastenboek. Tot de volgende aflevering of tot ziens in juli.


Willem en Ageeth de Niet