22. Drugs en handel (mei 2005)

Waar zullen we het dit keer eens over hebben. Eerst maar over wat dit land de laatste maand(en) heeft bezig gehouden: drugssmokkel. We weten niet wat jullie er in Nederland van mee krijgen maar het nieuws wordt al maanden beheerst door de zaak Schapelle Corby, de jonge vrouw die een kleine vijf kilo marihuana naar Bali zou hebben gebracht. Het pakket werd aangetroffen in de hoes van haar surfboard. Volgens Corby is de marihuana na het inchecken in AustraliŽ daar terechtgekomen. Maar intussen wordt wel levenslang geŽist en kan de rechter alsnog bepalen dat het de doodstraf wordt.
En alsof dat nog niet genoeg was kwam de zaak van de 'Bali Nine' er nog eens bij. Negen jonge AustraliŽrs gearresteerd in Denpasar. Vier van hen op het vliegveld met in totaal zo'n tien kilo heroÔne op het lijf geplakt, de andere vijf hoorden bij hen en zouden ook nauw bij de zaak betrokken zijn. Als Corby al levenslang kan krijgen ziet het er voor hen helemaal somber uit. Dan is de Nederlander die begin mei in Sydney werd gepakt met een kilo heroÔne in zijn handbagage 'beter af'. Hij kan in elk geval niet ter dood worden veroordeeld al schijnt het in de Australische gevangenissen slechter toeven te zijn dan in de Nederlandse.

Dan nog maar eens een stuk van een vervolgverhaal: het rijbewijssysteem. Ik schreef al eens dat de rijopleiding hier niets voorstelt. Met een L voor en achter op de auto geplakt kunnen pa, ma, oom, tante, buurman- of vrouw, grote broer of zus rijles geven. En na een les of wat neemt de politie een test af. Gaat het dan redelijk goed en wordt een handvol theorievragen ook nog correct beantwoord, dan wordt het voorlopige rijbewijs uitgereikt. Met een P in plaats van de L op de auto kan de rest van de rijervaring worden opgedaan. Wie na een jaar of anderhalf geen ongelukken heeft gemaakt, niet te vaak te hard, onder invloed of door rood is gereden, krijgt daarna het echte, volledige rijbewijs. Een soort bewijs van goed weggedrag dus. Met alle gevolgen van dien. Het aantal slachtoffers onder jonge automobilisten is schrikbarend. Elk weekend is het weer gruwelijk raak. En elk weekend verschijnt weer een politie- brandweer- of ambulanceman (nee, inderdaad, het zijn nooit vrouwen) in beeld om te vertellen hoe verschrikkelijk het is, jonge levens, wreed afgebroken toekomst, nachtmerrie voor ouders, hele dorp/wijk geschokt en ga zo maar door. Maar niemand die er iets aan doet. Laatst vertelde een vriend van een verongelukte jongen dat van de 35 P-platers uit zijn schoolomgeving er binnen een jaar twintig waren gecrasht waarbij er twee waren omgekomen. En zes van de 35 waren hun rijbewijs al weer kwijt. En nog steeds is er niemand die op het idee komt om rijlessen bij rijscholen verplicht te maken. Omdat ze het hier nu al 'eeuwen' zo gewend zijn. Maar als het in de tijd dat wij hier zijn nog verandert, laten we het weten. Dan onstaat er plotseling een enorme markt. Laten rij-instructeurs met emigratie-ambities maar alvast beginnen met het instuderen van bochtjes achteruit aan de linkerkant van de weg en inparkeren aan de verkeerde kant van de straat. Hoeven ze dat hier niet meer te leren.


 © Willem de Niet

Voor het oprapen langs de spoorbaan: hapklare Corus brokken

Zelf loop ik ook al jaren te broeden om hier maar ondernemer te worden. De naam van het bedrijf is er al, de markt is al verkend, het bedrijfsplan zit in het hoofd. RailScrap moet de (eenmans)zaak gaan heten. Scrap is de afkorting voor scrap metal, oud ijzer. Jawel, ik wil in het oud ijzer. Spoorweg-oud-ijzer om precies te zijn. Dat komt zo. Ik wandel veel en graag een stuk langs de spoorlijn. Kun je namelijk niet verdwalen. En je komt wat makkelijker over rivieren en kreken. Je hoeft ook niet bang te zijn om een trein tegen te komen want vaak zijn het verlaten lijnen, opgedoekte verbindingen uit de tijd van voor de asfaltwegen en roadtrains. En als het wel in gebruik zijnde spoorlijnen zijn, moet je het al treffen om de dagelijkse goederentrein tegen te komen. Soms kilometers lange erts- of kolentreinen, soms lange linten van containers op weg naar hele verre bestemmingen.
En langs al die spoorlijnen, opgedoekte of nog in gebruik zijnde, ligt het scrap metal voor het oprapen. In stevige brokken van een pond tot een kilo of vijf en soms nog veel meer. Nagels die ooit de rails op de biels hielden. Koppelplaten van voordat de rails werden gelast. Stukken rail die werden vervangen en voor oud vuil, ijzer dus, werden achtergelaten. En allemaal puur zwaar metaal. Niks autowrakken die eerst moeten worden ontleed, gesorteerd, ontdaan van chemicaliŽn en kunststof. Nee, gewoon Corus ijzer in hapklare brokken voor de shredder. En niemand die ze opraapt. Ik heb wel eens geteld en gewogen. En kwam tot de conclusie dat er gemiddeld minsten een ton ijzer per kilometer tussen en naast de rails ligt. Gewoon een kwestie van langslopen en oprapen. Langs elke spoorbaan loopt wel een zandpad voor de onderhoudswagens.

Op het gevaar af dat iemand anders in het gat springt, maar wellicht ook als ontmoediging, zal ik uitleggen hoe het zou moeten gaan. Een stuk spoorbaan moet minstens twee en soms drie keer gelopen worden. Een keer heen aan de ene kant, terug aan de andere en nog een keer midden tussen de rails als de rails op een dijkje ligt. Tja, en drie keer betekent dat je toch ook nog een keer terug moet naar het uitgangspunt. Misschien kan RailScrap dan als onderaannemer voor de eigenaar van de spoorbaan tegen een kleine vergoeding het spoor inspecteren. Noteren waar de rotte biels en losse verbindingen zijn, dat soort zaken.
Als die handelingen er op zitten ligt langs een kant van het spoor een spoor van oud ijzer. Dat moet worden opgepikt en afgevoerd. Dus zou RailScrap moeten starten met een lichte, vierwielaangedreven vrachtwagen. Met daarop een hydraulisch telescoop hijskraantje met elektromagneet aan het eind, aangedreven door een generatortje. Daarmee nog een keer langs de lijn en klaar is Kees. Tot zo ver leek het me lange tijd een fantastisch plan. Lekker in de buitenlucht, wandelen als werk, stukje rijden in een stoer vierwielvrachtwagentje. Gemiddeld een ton of drie ijzer per dag op de wagen.

Toen stelde Ageeth een paar vragen. Vragen die ze niet had moeten stellen. Die vragen die waren als de speld in de ballon. 'En waar ga je dan met dat ijzer naar toe?' Ik dacht nog even te antwoorden: 'Gewoon, naar de oud ijzerboer.' Maar voordat ik dat antwoord gaf, had ik het al bedacht. Gewoon naar de oud ijzerboer gaan is er niet bij. Dat betekent honderd, tweehonderd, vijfhonderd kilometer heen, dezelfde afstand terug. En dat voor drie of vijf ton oud ijzer. Een dag heen, een dag terug. Een dag geen productie. Ik zal er nog eens over denken. Misschien kan het grootschaliger worden aangepakt. Of helemaal niet.


 © Willem de Niet

Werkoverleg met een van de mannen van staal die ooit de spoorlijnen aanlegden.

Oh ja, ik weet nog iets anders. Een handel in zeewier. Op sommige plekken langs de westkust spoelt het in dikke pakken aan. Mensen die in de buurt wonen doen het in zakken. En dekken er hun borders mee af. Tegen het uitdrogen. En elke dag gedurende een lange periode van elk jaar spoelt het dagelijks aan. Dus als ik nou eens een licht vrachtwagentje kochtÖ Ik moet er nog maar eens over denken. Vragen wat Ageeth er van vindt.

En tot slot nog even iets anders. Op de tweede dinsdag in mei maakte de Australische Gerrit Zalm, Peter Costello, zijn koffertje open. En wat kwam er deze keer uit? Een belastingverlaging! Van in totaal A$ 2,1 miljard (ruim Ä 1,2 miljard). Maar de oppositie vindt het maar niks want de rijken worden rijker en de armen worden alleen maar een beetje minder arm. Wie A$ 40.000 per jaar verdient is per week A$ 8 beter af, wie A$ 80.000 verdient heeft per week A$ 27 meer te verteren. Het wordt nog beter voor de meer dan modaal verdienende AustraliŽrs. Op dit moment bereiken ze bij A$ 70.000 het maximale tarief van 47%. Volgend jaar pas bij A$ 95.000 en over twee jaar pas bij A$ 125.000. Voor wie het liever in euro's heeft, een Australische dollar is ongeveer Ä 0,60 waard. En inderdaad, Costello is van dezelfde partij als Gerrit Zalm.

Tot zo ver voor nu, tot de volgende keer.