8. Daar zijn we weer (juli 2003)

Daar zijn we weer een keer vanuit AustraliŽ. We kunnen ons bijna niet voorstellen dat we hier op vier maanden na al twee jaar rondtrekken. De weken en maanden vliegen voorbij maar dat zullen de meeste leden van de OCW wel herkennen. Hopen we tenminste want het betekent dat jullie druk zijn met z'n allen. Maar zelfs als je je, zoals wij, niet al te druk meer maakt, gaat de tijd snel.
Dat komt natuurlijk hoofdzakelijk door de vele nieuwe indrukken die we nog steeds opdoen. Want we hebben er nu bijna 50.000 kilometer op zitten in dit enorme land, nog steeds verbazen we ons over bepaalde zaken. Over de verschillen, maar ook over de overeenkomsten tussen dingen die zich hier afspelen, maar die net zo goed in Nederland hadden kunnen plaats hebben.

Op dit moment is AustraliŽ in rep en roer over de verkoop van de tweede helft van het telefoonbedrijf Telstra. De staat is nog voor de helft eigenaar en wil wel graag de 300 biljoen dollar incasseren die de helft van het aandelenpakket waard is. De gemiddelde AustraliŽr is bang dan aan de nukken en grillen van Telstra overgeleverd te zijn zonder dat de regering er nog iets over te zeggen heeft. En vooral de mensen in de zogeheten Outback maken zich grote zorgen. En die zorgen zijn niet minder geworden door de 'geruststellende mededeling' van de regering dat die bij Telstra bedongen heeft om een kleine 200 miljoen dollar, 120 miljoen euro, te steken in de verbetering van de dekking van het mobiele net in het immense buitengebied. In een radio-praatprogramma merkte een luisteraar laatdunkend op dat dat wel een hele kleine druppel op een gloeiende plaat is. Voor die 200 miljoen dollar doe je natuurlijk ook niet zo veel in een gebied dat honderdvijftig keer zo groot is als Nederland en waar de klanten soms 100 kilometer uit elkaar wonen.


 © Willem de Niet

Een bord langs een van de eenbaans highways in de Australische Outback.
Volgende inhaalmogelijkheid over 15 kilometer.
En jullie maar jakkeren op de Westfrisiaweg.


Die opmerking over een gloeiende plaat slaat letterlijk op een heel groot deel van AustraliŽ waar het nog steeds droog, droog, droog is. We dachten er al het nodige van gezien te hebben maar de laatste weken hebben we de echte ellende in de Outback gezien. Tientallen, nee honderden kilometers kale vlaktes waar eerder gras groeide. Het is een dorre doffe ellende en dwingt boeren verzwakte dieren af te schieten omdat ze te mager zijn voor de verkoop of vee te verkopen voor lage prijzen omdat het aanbod bij de abattoirs enorm is. De rundvleesprijzen in de supermarkt zijn dan ook lager dan we voor mogelijk hadden gehouden. Kip is in elk geval duurder dan een mooie steak en voor een varkenskarbonade betaal je veel meer. De prijs van kangoeroe ligt overigens nog onder dat van rund en is een echte malse magere lekkernij.

Een heel ander koeienpraatje is de op handen zijnde verkoop van een van de grotere rundveebedrijven. Het eerste echt grote slachtoffer van de droogte. Dus als er nog een Westfriese rundveehouder is die het eens met vleeskoeien in AustraliŽ wil proberen, dan moet hij er snel bij zijn. Half juli sluit de inschrijving.
Oh ja, ik vergat te melden om wat voor een bedrijf het gaat. Het heet Stanthorpe. Het geschatte aantal koeien dat met de verkoop gemoeid is, is 500.000. Jawel, een half miljoen. Die beesten hebben hier meer ruimte nodig dan in Nederland waar het gras zelfs aan deze kant van hek groener is dan hier. Vandaar dat met de verkoop ook 11,9 miljoen hectare grond gemoeid is. Nee, niet afgerond op 12 miljoen, al zou je zeggen dat die laatste 100.000 hectare er toch weinig meer toe doen. Snappen jullie nu dat we ons zo af en toe nog steeds verbazen over de afstanden en afmetingen in dit land. En nog even dit, kenners denken dat een bod van ruim boven de 500 miljoen een kans maakt.


 © Willem de Niet

Onze Dutch Jumbo tussen twee road trains, elk geladen met 144 koeien.
En wij maar denken dat we een stoere bullbar hebben.


We hebben inmiddels ook de nodige ervaring opgedaan met de enkelbaans highways. Honderden en honderden kilometers highways bestaan hier uit een dik drie meter brede strook asfalt met halfverharde bermen. En om de zo veel tijd is er dan een breder stuk waar achteropkomend verkeer kan inhalen. Maar bij tegemoetkomend verkeer gaat dat wachten op een wegverbreding van een paar honderd meter natuurlijk niet op. In dat geval gelden verschillende scenario's. Hier komen ze, uitgaande van ons in onze DJ. Niet echt heel groot maar ook niet echt klein. Als we een luxe wagen tegenkomen gaan de linker wielen in de berm en remmen we een beetje bij in de hoop dat de ander dat ook doet omdat er dan wat minder stof en stenen in het rond vliegen. Komt er een lichte vrachtwagen aan, dan geldt hetzelfde scenario. Maar dan, de razende ronkende road trains. Enorme trucks met drie aanhangers, dik vijftig meter lang die op weg zijn van A naar B met 500, 1500 of 2500 kilometer ertussen. Met chauffeurs aan het stuur die per kilometer worden betaald. Honderd ton of daaromtrent zwaar, kruissnelheid 100 kilometer. Als ze vanuit stilstand optrekken tot die kruissnelheid verstoken ze net zo veel brandstof als ze gebruiken voor de volgende 60 kilometer. Die road trains dus remmen niet bij, gaan niet aan de kant en hebben maling aan rondvliegende stenen en het opwerpen van stofwolken waarbij de dichtste Nederlandse mist niks is. Dus wat doe je als bestuurder van elk ander voertuig? Je duikt bij het zien van een road train zo ver mogelijk de berm in. Helemaal van de strook asfalt af in de hoop dat de chauffeur van de road train niet toch een klein beetje uitwijkt en alsnog zijn 31 linker wielen (we rijden hier links, dat mag duidelijk zijn) door de berm laat rollen. De chauffeurs zijn blij met de ruimte en zwaaien dan ook als dank.

Dat zwaaien en groeten is in de Outback ook een verhaal op zich. Vrijwel iedereen groet iedereen, zij het op verschillende manieren maar volgens een vast patroon. Als wij een 'gewone' auto tegenkomen gaat bij het passeren de wijsvinger van de rechterhand die op het stuur ligt even omhoog. De tegemoetkomende chauffeur doet vrijwel altijd hetzelfde. Dat is zo'n teken van 'hello mate' zoals je hier elke willekeurige vreemde groet. Vrouwelijke chauffeurs groeten overigens veel minder, die vinden het kennelijk ongepast om naar een vreemde man te zwaaien. In dat geval steek je als man voor niks je vinger op want je ziet pas bij het passeren of er een vrouw of man achter het stuur zit. Dan is er de tegemoetkomende auto met caravan. In dat geval komt over en weer de hele hand even los van het stuur. Er wordt niet gezwaaid, de hand wordt opgestoken. Zwaaien is voorbehouden voor als we een mede-motorhomer of camperaar tegenkomen. Dat zijn de echte gelijkgestemden en meestal lid van die ene grote kampeerautoclub. Dus zwaaien chauffeur en bijrijder alsof ze oude bekenden tegenkomen. Ik laat het er voor deze keer bij. In gedachten zwaaien we allebei naar de vele oude bekenden bij de OCW.