9. G'day, daar in herfstachtig Nederland (oktober 2003)

G'day, daar in herfstachtig Nederland. Hier weer even een bericht uit AustraliŽ waar het dus voorjaar is. En de zon nog steeds tegen de wijzers van de klok in langs de meestal strakblauwe hemel gaat. We zijn hier inmiddels alweer ruim een maand sinds onze 'holiday in Holland'. En we zijn weer samen, nadat onze dochters vier weken met ons hebben opgetrokken. Het was voor ons een hele omschakeling na bijna twee jaar met z'n tweetjes maar we zijn blij dat we ze een heel klein stukje van dit hele grote land, van Cairns naar Brisbane, hebben kunnen laten zien. Wat is vier weken dan kort.

Nog even terug naar ons verblijf in Nederland. Dat vloog voorbij. En weer hebben we niet al diegenen gesproken die we hadden willen spreken. Ondanks voor sommige dagen strakke planningen. Gelukkig bood die strakke planning nog wel ruimte om de thema-avond in De Nadorst bij te wonen. We verkeerden in een klein select gezelschap. Jammer. Hoezo, zullen jullie je afvragen. Welnu, omdat het nog leuker is om in een groot select gezelschap te verkeren. Voor alle aanwezigen, maar ook en vooral voor de organisatoren. Wat dat betreft heb ik zelfs op afstand nog wel eens het idee dat een groot aantal leden van de OCW het er bij laat zitten. Volgens mij verdienen bestuur en evenementencommissie beter.


 © Sandra de Niet

De schrijver dezes op zoek naar saffieren in de buurt van Emerald; de vondst van het jaar zat er niet tussen.


Nu dan maar weer naar AustraliŽ. Waar we inmiddels dus weer zijn aangekomen waar het ooit allemaal echt begon, in Brisbane. In oktober 2001 vertrokken we daar voor het rondje om langs de kust, de doorsteek middendoor van Port Augusta naar Darwin en alle zijsprongen. Ruim 50.000 kilometer hebben we sindsdien afgelegd. En we kunnen er niet genoeg van krijgen. Dus gaan we van Brisbane weer 'even terug' naar Adelaide en Melbourne om er vrienden op te zoeken. Van Melbourne uit gaan we begin volgend jaar twee maanden naar Nieuw Zeeland en dan? De tijd zal het leren. Ooit dachten we anderhalf jaar nodig te hebben voor AustraliŽ. Inmiddels vragen we ons af of we er ooit uitgekeken raken. Tot volgend jaar zomer houden we het in elk geval wel uit.

Hieronder maar weer een paar zaken die ons zijn opgevallen omdat ze anders zijn dan we in Nederland gewend zijn. Een van die dingen is het gemak waarmee je hier met een creditcard de kleinste boodschappen in elke winkel betaalt en de moeite die je moet doen om een doodgewone overboeking te doen. Met de creditcard kun je een boodschap van vijf euro afrekenen zonder dat iemand daar moeilijk over doet, maar denk niet dat je van de bank een stapel overschrijvingsformulieren krijgt. Elk jaar in oktober moeten we de verzekering van onze Dutch Jumbo betalen. Omdat we onze post maar zo af en toe laten opsturen vanaf ons Australische postadres mailden we de verzekeraar hoeveel we moesten betalen en op welke rekening we het konden storten. Nou, mooi niet. We konden betalen via een Bankcard (die we niet hebben), via het doorbellen van het nummer van onze creditcard (wat we niet willen), via een bankcheque of via een money-order. Voor de bankcheque ga je naar de bank, geeft op aan wie je wat betalen wilt, de bank schrijft een cheque uit, die neem je mee, doe je in een enveloppe en doe je op de post. Kosten voor de cheque vier euro exclusief de enveloppe en de postzegel. Voor een money-order neem je het geld op bij de bank, betaalt het op het postkantoor en de Australische PTT stuurt een money-order naar de verzekeraar. Omdat dat net zo duur was en we dat nog omslachtiger vonden, hebben we de goede oude bankchequemethode maar gebruikt. Maar het blijft behelpen, als je het Nederlandse systeem gewend bent.


 © Willem de Niet

Suikerriet is een van de belangrijke gewassen aan de noord-oostkust van AustraliŽ. Voor de grote suikerrietboeren duurt het oogstseizoen twintig weken, zeven dagen per week, dag en nacht. Zo lang rijden de treintjes af en aan.


Iets anders waarover we ons al bijna twee jaar verbazen, is het ontbreken van een uniforme statiegeldregeling. Alleen in de staat South Australia doen ze er iets aan. Met de nadruk op iets. Daar leveren een blikje, flesje of grote frisdrankflessen bijna 4 hele eurocenten op. Mits ingeleverd bij een van de inzamelcentra die meestel ergens achteraf op een industrieterrein gevestigd zijn. Het bedrag is te laag om het echt aantrekkelijk te maken, behalve voor de 'verzamelaars' die, bij voorbeeld in het centrum van Adelaide, met grote zakken op hun rug de afvalbakken afstruinen. Zodat er nog wat wordt gerecycled.

In de andere staten leveren glas en blik niets op. Het gevolg: lege (bier)flesjes en blikjes all over the place. Wegbermen tot in de outback, waar om het uur een auto rijdt, zijn bezaaid met in de loop der jaren uit autoraampjes gegooid fust. Die weggegooide flesjes zijn vaak de oorzaak van een bermbrand die al snel uitgroeit tot een bosbrand. Belangrijkste oorzaken van bosbranden zijn bliksem, weggegooide flesjes en brandstichting. Elk jaar worden weer idioten gepakt die willens en wetens de fik ergens in steken. De laatste keer dat we er iets over lazen was de brandstichter een puber met maar ťťn wens: lid worden van de vrijwillige brandweer. Twaalf keer liet hij de rode haan kraaien voordat hij uiteindelijk werd gepakt doordat hij telkens als eerste op de plaats van de brand was en zijn hulp aanbood aan de spuitgasten. We nemen niet aan dat hij een flitsende carriŤre bij de brandweer tegemoet gaat.

Verbazingwekkend was het voor ons de eerste tijd ook dat je om elke hoek van een mooi bospad een autowrak kunt verwachten. Net buiten de stad, maar ook diep in nationale parken of natuurreservaten of gewoon langs de highway. En niemand die zich er om schijnt te bekommeren, geen CAW dat een auto op pad stuurt. Het zal er wel mee te maken hebben dat dit land zo enorm veel schijnbaar ongebruikte ruimte heeft. Oh ja, AustraliŽrs die wat ruimer wonen en nog enig milieubesef hebben, lossen het probleem anders op. Die parkeren hun afgereden auto op eigen terrein. En als je dan ergens twintig, dertig jaar woont, heb je dus je eigen autokerkhof. Geen gezicht, maar nog altijd beter dan in de berm. Je moet er alleen niet aan denken waarmee de erfgenamen worden geconfronteerd als pa en ma het huis verlaten en het verkocht moet worden.
Accu's en banden worden ook her en der gedumpt. Net zoals grote hoeveelheden tuinafval en huisvuil. Maar ze hebben hier dan ook geen regionale afvalscheidingsdepots. Wel vuilnisbelten maar vrijwel altijd moet er (fors) worden betaald voor het wegbrengen van wat puin van een verbouwing of het snoeihout. En dus wordt dat laatste vaak gewoon in de fik gestoken. Een paar voorbeelden, genoteerd bij een vuilnisbelt aan de oostkust: voor het inleveren van een autoband moet 6 euro worden betaald, voor een kleine tractorband 75 en voor een grote maar liefst 110. En voor een kubieke meter snoei- of bouwafval wordt 18 euro in rekening gebracht, even veel (of weinig) als voor een autowrak. Verschil tussen bedrijfsafval en dat van particulieren is er overigens niet.

Tot zo ver deze aflevering vanuit AustraliŽ. Volgende keer iets meer over een onderwerp dat ook in Nederland de gemoederen bezig houdt, privť zowel als zakelijk: auto's.