18. Gerard Nolan, Gladfield (Qld)

In de buurt van Warwick, even ten zuidwesten van Brisbane beleven we een avontuur dat ons nog lang zal heugen. Omdat het zo goed afliep en we weer, het wordt eentonig, door fantastische AustraliŽrs werden geholpen. Maar voor de verandering komt er dit keer ook een boeman in dit verhaal voor.

Op vrijdag 30 mei, op weg naar het Goomburra State Forest rijden we even verkeerd. En daardoor komen we op een landweggetje dat eigenlijk niet op de route ligt, een boer op een quad tegen. Een quad is een soort crossmotor op vier wielen met hele dikke banden. De boeren gebruiken ze hier veel voor het werk, stadsmensen om er in de weekends mee door de bush te crossen. De boer die wij tegenkomen stuurt met ťťn hand en houdt met de andere arm iets zwart-wits in bedwang dat achter op de 'bagagedrager' ligt. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik twee dingen: dat het een kalf is dat onder de duim gehouden wordt en dat de man gestopt is en hevig zwaait. Nou denk ik niet dat hij gedag zegt, dus stop ik ook en stap uit.
Hij komt terugrijden en samen bekijken we ons fietsenrek en de twee Raleigh mountainbikes, liggend op het asfalt. Het rek afgebroken, de fietsen zwaar beschadigd. Afgeschaafde rem- en versnellingshendels, kromme wielen, een afgebroken pedaal, olie lekkende voorvorken, kortom een puinhoop. Even tevoren hebben Ageeth en ik wel iets gehoord achter in de wagen, maar er verschuift of hobbelt wel eens meer iets en toen we vervolgens niets meer hoorden, ook de over de weg schurende fietsen dus niet, reden we gewoon door. Uiteindelijk zit er een vrachtwagenmotor in DJ, hebben we vaak de radio aan en het raam een stukje open. Genoeg (bij)geluiden dus op een wegdek dat ook niet bepaald uit strijkplank-asfalt bestaat.

Maar daar sta je dan. In het midden van nergens. Waar laat je de wrakken, waar is hier de vuilnisbelt? Hoe kom je daar en hoe vervoer je de fietsen? Boer Gerard Nolan, want zo heet hij, weet raad. Hij gaat zijn pick-up truck halen. Hij wil de restanten van de fietsen wel meenemen en naar de stortplaats brengen. Bij hem kunnen we de verzekering wel bellen. En hij heeft een fax om een schadeformulier voor ons te ontvangen. Langzaam komt er orde in de chaos. Dan duikt een nieuw probleem op. De verzekering wil een schaderapport van een fietsenmaker.
Tja, in Gladfield, 50 inwoners, is geen fietsenmaker. Daar sta je dus weer. Want de wrakken in DJ of op het dak meenemen is geen optie. Maar Gerard weet weer raad. Of ik met de pick-up truck kan rijden. Dat denk ik wel. 'Neem hem dan maar mee en rijd naar Warwick, dat is maar 30 kilometer'. Kijk, dat bedoel ik nou met een fantastische AustraliŽr.


Boer Nolan ©Willem de Niet
Gerard Nolan op z'n quad. Samen met z'n hond brengt hij de koeien naar de melkmachine


Heel wat anders dan de politieman in Warwick die, toen ik de fietsenmaker eindelijk had gevonden in een drukke winkelstraat op zaterdagmiddag en even verkeerd geparkeerd stond, stoÔcijns een bon uitschrijft. Ik wijs hem op de fietsen en dat ik die toch moeilijk mee de winkel in kan nemen. Vertel wat er gebeurd is, dat we toeristen zijn in een vreemde stad. Maar constable Montgomery schrijft door. Ik kan de constable nog meer vertellen. Het enige wat hij zegt is: Er is nooit een excuus voor het negeren van de wet. Helemaal niets anders. Gelukkig is het tarief redelijk, dertig dollar, 16 euro of daaromtrent. Nog altijd beter dan een wielklem in Amsterdam.

Terug gaat het. Naar Gladfield. Ik zet de pick-up met de fietsen in de bak op het erf. We nemen hartelijk afscheid en rijden naar het Goomburra State Forest. Dertig kilometer verderop, de laatste kilometers onverhard. Het is bijna donker als we op ons plekje staan. Eindelijk rust. Lijkt het. Totdat ik mijn hand in mijn rechter broekzak steek. En vreemde sleutels voel. Jawel, de sleutels van de pick-up van Gerard. Ik heb het niet meer. Ageeth, flink grieperig, ook niet.

Inmiddels is het aardedonker. Op de campground nog een motorhome en een trekkerstentje met een auto ernaast. Ik loop erheen, vraag of er iemand thuis is. David, lang, student en behoorlijk warrig, steekt zijn hoofd naar buiten. Twee keer leg ik uit wat er aan de hand is. En vraag of hij met me naar Gladfield wil rijden. Dat is twee keer zo snel als met DJ en Ageeth hoeft met haar Moskou-griep haar bed niet uit. David veronderstelt dat er geen Australische boer is die op vrijdagavond zijn auto nodig heeft. En dat hij zich niet helemaal goed voelt (drugs of alcohol) en dat hij me morgen wel wil helpen, als zijn auto tenminste wil starten.


Een van de Nolan dochters ©Ageeth de Niet
Een van de Nolan dochters als cowgirl


Dan herinner ik me dat ik een kilometer voor de campground tussen de bomen door een huis heb gezien. Met twee auto's er voor. Ik zeg tegen Ageeth dat ik daar heen ga. Ze zegt dat ik gek ben. Ik ga toch. Onderweg moet ik met de zaklantaarn een kudde koeien het bos in jagen. Blij dat het geen verkeerd willende stieren zijn. Ik kom bij het huis aan, zie dat het aardedonker is. Alleen in de schuur brand licht. Ergens achterin staat een mevrouw in een geÔmproviseerde keuken iets te braden. Ik roep een keer, ze hoort me niet, ik roep harder en krijg contact. Ze reageert alsof er dagelijks vreemde mannen uit het stikdonkere bos opduiken en vraagt wat ze voor me kan doen. Ik leg haar het verhaal weer uit. Ook zij veronderstelt dat Gerard op vrijdagavond zijn auto niet meer nodig heeft en dat hij vast reservesleutels heeft.

Ze overtuigt me niet. Zie in gedachten Gerard denken dat die gekke Hollander 's nachts zijn pick-up komt stelen. Maar dan is er: de telefoon. Een gewone aan een vaste lijn. Want midden in het Goomburra State Forest heb je aan je mobieltje niks. En omdat ik 's middags het nummer van de Nolans een paar keer heb doorgegeven aan mensen van de verzekering, ken ik het nog uit mijn hoofd. Ik krijg Gerard's vrouw aan de lijn. Ja, ze weet ervan. Wat een pech hŤ. Nee, Gerard is er niet, die is met haar auto weg. Nee, niet omdat hij geen reservesleutels heeft, maar vanwege de fietsen in de bak. Ja, als we zondag op de terugweg de sleutels langsbrengen is prima. Maar dat hoeft niet, want de mevrouw van de telefoon, die in afwachting van het opleveren van het nieuwe huis in de schuur woont, rijdt zaterdag wel even langs. No worries, kleine moeite.

Ik loop terug naar DJ. Weet eindelijk dat ik die nacht rustig kan slapen.
Zondag rijden we toch nog even bij de Nolans langs. En maken kennis met zijn vrouw en vier van zijn zes dochters. En met stagiaire Meike. Een jonge Deense Friezin die tien jaar geleden met heit en mem naar Denemarken verhuisde. Omdat een boer daar met goed fatsoen nog honderdtwintig melkkoeien kan houden.