22. Neelie Kuiper, Pelican Point (SA)

Op de zondagmiddag voordat op maandag 1 oktober 2001 de verhuizers ons huis aan de Pannewal in Enkhuizen kwamen leegruimen ging de telefoon. Iemand die ik van naam en vanwege zijn activiteiten voor de lokale radio vaag kende meldde zich. Wat zou die moeten, vroeg ik me af. Hij stak een verhaal af over een mevrouw in AustraliŽ, Neelie Kuiper, die om de een of andere reden op zoek was naar de stamboom van mensen met de achternaam De Niet. En of ik haar e-mailadres wilde hebben en of hij haar het onze mocht geven. Ik vond op dat moment alles best dus we wisselden de gegevens uit.
Normaal gesproken zou ik direct hebben gemaild met Neelie. Want ja, wie weet, een onbekende achternicht, een nieuwe tante, het intrigeert toch. Maar de computer was al weg en we hadden heel veel andere dingen aan ons hoofd.
Eenmaal in AustraliŽ mailden we een paar keer en kwamen er achter dat ik haar met haar stamboomonderzoek niet van dienst kon zijn want zij en ik waren van een heel verschillende tak.

En zo verwaterde het contact al snel weer. We kwamen een keer op 150 kilometer langs haar woonplaats in het uiterste zuidoosten van Zuid-AustraliŽ maar realiseerden ons dat pas toen we al hoog en droog in Adelaide zaten. En toen, dat was voorjaar 2002, verwachtten we nog in anderhalf jaar ons rondje AustraliŽ te doen en nooit meer in het uiterste zuidoosten van Zuid-AustraliŽ te komen. Inmiddels weten we van alles beter. Dat je nooit nooit moet zeggen wisten we al. Dat anderhalf jaar veel te kort was weten we inmiddels ook en dat we soms wel drie keer op dezelfde plek komen ook.
En zo gebeurde het dat we in januari 2004 weer van Adelaide zuidwaarts reden. Op weg naar Melbourne voor de oversteek naar Nieuw Zeeland. En omdat we Mount Gambier de eerste keer hadden gemist en proberen zo veel mogelijk nieuwe routes te rijden, besloten we het diepe zuidoosten van Zuid-AustraliŽ in te duiken.


Neelie Kuiper ©Willem de Niet

Neelie met haar honden


En echt, het was toen we bijna in Mount Gambier waren, dat ik weer aan Neelie Kuiper dacht. Neelie, die een hele tijd daarvoor had gemeld dat ze voor een tijdje naar familie in Townsville ging. Op een kleine 3500 kilometer van haar woonplaats. Geen bestemming om 'even' langs te rijden, hoe betrekkelijk afstanden in dit land ook zijn. Maar goed, een telefoontje was het proberen waard. Gelukkig stond ze in het telefoonboek want we hadden niet anders dan een e-mailadres en een idee waar ze woonde. Telefoonboeken zijn hier gelukkig anders ingericht dan in Nederland. Ze beslaan een groot gebied waarbij de verschillende plaatsen niet elk hun eigen 'hoofdstuk' hebben. Maar achter elke naam en adres staat de afkorting van de woonplaats of wijk. En bij (echt)paren staan beider initialen vermeld. Ook dat kan wel eens handig zijn als er meerdere Peters met dezelfde achternaam vermeld zijn. Zoek je dan Peter en Margaret, dan bel je wel de P&M en niet de P&A. Maar goed, in het telefoonboek van Mount Gambier en wijde omstreken stond ťťn N. Kuiper. Aan de Pelican Pt Rd in Plcn Pt. En jawel, Pelican Point ligt aan de kust, iets zuidwestelijk van Mount Gambier. Dus ik belde. Vroeg of de dame die met het hier gebruikelijk 'hello' opnam Neelie was en toen ze dat bevestigde vroeg ik of ze het leuk zou vinden als ene mevrouw en meneer De Niet even langs zouden komen. Want ze waren toevallig toch in Mount Gambier. Heel even was het stil. Toen klonk het met die doorrookte stem: 'I'll be damned'. Zo iets als 'verrek, krijg nou wat, asjemenou'. En ja, natuurlijk moesten we komen. Of we wel wisten dat ze wel veertig kilometer van Mount Gambier woonde en of we niet bang waren voor honden, want ze had er een paar.

Een uur later reden we Pelican Point binnen. Population 250. Huizen en huisjes met visbootjes erbij. Een baaitje met vissersschepen die een half jaar per jaar op kreeftenvangst gaan. En daar aan de Pelican Point Road woont ook Neelie Kuiper met haar drie honden. Bepaald geen honden om bang van te worden. Een zeer bejaarde Golden Retriever, een nog bejaardere zwarte hond van onbekende herkomst en een nog zeer jonge Chihuahua. 'Die andere twee lopen op hun laatste benen en daarom heb ik die kleine alvast genomen', verklaart Neelie de aparte combinatie. Dan stelt ze ons voor aan de buurvrouw: 'Mijn zus Marijke. En nog een huis verderop woont nog een Nederlandse, Jeanette. Die zijn net hun huis aan het renoveren dus die blijven, Marijke's huis is zo goed als leeg, die verhuist naar Mount Gambier.' En zo zijn een uur later, tijdens uiteraard een snel georganiseerde barbecue, de 'Dutchies' veruit in de meerderheid. Marijke en Jeanette zijn met de Aussies John en Milton getrouwd, vandaar dat het niet helemaal een bijeenkomst van de Nederlandse club was.

's Avonds praten Neelie en wij nog een hele tijd na. In het Nederlands, want Neelie moet haar moedertaal ophalen. Dit voorjaar komt ze samen met Jeanette voor een paar maanden terug. Voor het eerst, na ruim vijftig jaar. Ze willen de Keukenhof zien en hun geboortehuizen. Dat van Neelie staat in Apeldoorn waar haar vader een melkwinkel had. Het moet een enorme schok voor ze zijn als je het Nederland uit de jaren vijftig nog in herinnering hebt. 'We gaan na aankomst op Schiphol eerst maar twee dagen in een hotelletje om bij te komen en te wennen. En dan, dan zien we wel. Als we het nu niet doen, doen we het nooit meer.'
De dames reizen 'on a budget', wat zo veel betekent dat ze op de kleintjes moeten letten. (Ik heb ze al laten weten waar ze hun boodschappen dan misschien beter niet kunnen doen). 'Gelukkig zijn er geen leeftijdsgrenzen meer voor jeugdherbergen, dus daar zullen we regelmatig overnachten. Leuk toch, met jongelui om je heen.'

De consequentie van het al meer dan een halve eeuw weg zijn en met de hele familie emigreren is dat er geen directe familie meer in Nederland is. 'We hebben nog wat verre familie, (achter)neven en nichten, maar die kennen ons niet en wij hen niet. Ooms en tantes zijn al dood. Dus het wordt geen tochtje langs familie. We zien wel hoe ver we komen en hoe lang we het uithouden. Als het geld op raakt, gaan we terug. Dat is het voordeel van een retourticket, je kunt altijd terug. Nee, ik ga niet rood staan op mijn creditcard. Dat loop ik van mijn pensioentje nooit meer in.'

Neelie's verhaal over de emigratie is dat van talloze Nederlandse families. Op zoek naar een betere toekomst voor de nakomelingen werd de oversteek gewaagd zonder al te veel kennis van het 'beloofde land', dat bepaald geen land van melk en honing bleek te zijn. 'Vader was kleine zelfstandige maar heeft in AustraliŽ zijn leven lang voor een baas gewerkt. Hard gewerkt. Hij was er uiteindelijk trots op dat hij op latere leeftijd nog een eigen huisje kon kopen. Het zijn heus niet allemaal successtory's'.
Neelie bleef ongetrouwd en (dus) kinderloos. Ze pakte van alles aan maar denkt met het meeste plezier aan haar periode als chauffeur bij de Royal Australian Air Force. 'Eerst was ik te jong, toen kon ik niet goed genoeg autorijden maar uiteindelijk is het gelukt. Eerst mochten we niet op alle wagens rijden maar later gelukkig wel. Maar zoals nu, dat vrouwen ook naar oorlogsgebieden gaan, dat lijkt me maar niets.'

Op de ochtend van ons vertrek ga ik met John en Milton mee de zee op, de kreeftenvallen legen. De vangst bestaat uit drie kreeften die aan de maat zijn en een dozijn ondermaatse. Die laatste gaan direct weer overboord. 'Voor de toekomst', zegt John. Twee van de drie zijn voor ons, gekookt en wel. Makkelijker kun je geen feestmaal op je bord krijgen.


Ageeth met kreeftenmaal ©Willem de Niet

Lekker maaltje kreeft


Als we afscheid nemen van Neelie, minder dan 24 uur nadat we haar voor het eerst zagen, is het alsof we afscheid nemen van een oude bekende. We hopen dat ze samen met Jeanette een fantastische tijd heeft in Nederland. Maar we weten wel bijna zeker dat ze blij zal zijn weer thuis te zijn. In Pelican Point, met uitzicht op de witte schuimkoppen van de golven die op het rif uiteenspatten.