27. Wilma Rietdijk-Van der Zwan, Leonora, (WA)

In Leonora, waar we niet hadden zullen zijn als onze post eerder in Kalgoorlie was aangekomen, beleefden we de eerste nieuwe ontmoeting in ons vierde reisjaar in AustraliŽ. Vanwege een enorme hoeveelheid wasgoed, waaronder grote stukken zoals dekbedhoes, hoeslaken en wat dies meer zij, besloten we voor een dag en een nacht een caravanpark op te zoeken. We gaan altijd bewust voor de dag en de nacht, omdat je dan optimaal profiteert van de faciliteiten. Als je, zoals de meeste mensen, tegen de avond aankomt, is er geen tijd meer voor de was. En tegen de tijd dat die klaar is, is het geen tijd meer om te vertrekken en blijf je dus nog een nacht staan. En als je zoals wij het liefst 'wild' kampeert, kun je dus beter 's ochtends arriveren, die dag doen waarvoor je gekomen bent en de volgende ochtend weer vertrekken.

Toen ik kort na aankomst van een klein verkenningsrondje over en om het caravanpark terugkwam, stond Ageeth met een mevrouw te praten. Heel geanimeerd, zo kon ik van afstand al zien. Niet zo maar het standaardpraatje dat je op elk caravanpark met elke nieuwe buur maakt: 'How are you, which way are you heading, where is home for you, have a nice day and safe travelling.' Dat zijn volgens mij de meest gebruikte korte volzinnen van elkaar ontmoetende reizigers.
Maar goed, Ageeth stond daar dus met die mevrouw. Ze was net gearriveerd in een handig model motorhome voor een dame alleen, had ik eerder gezien. Maar ik was er niet op voorbereid dat ze me zou begroeten met: 'Zo Scheveninger, hoe gaat het?' Want ik ben dan wel vanwege oorlogsperikelen in Den Haag geboren, getogen ben ik in Scheveningen. Kan ook nauwelijks anders, met een achternaam als De Niet.

En onze nieuwe kennis, Wilma Rietdijk, werd begin jaren dertig in Scheveningen geboren als Willy van der Zwan. Ook zo'n achternaam die nergens in zo groten getale voorkomt als in de mooiste voorstad van Den Haag.
Dat Wilma nu Wilma en geen Willy meer heet komt omdat Willy in Engelssprekende landen vaker een jongensnaam is dan een meisjesnaam. 'Het was voor ons toch al lastig genoeg omdat mijn man, die een paar jaar geleden overleed, Chris heette. En dat is hier meestal een meisjesnaam. Maar hij heeft het zo gelaten, ik vond het te lastig en heb me Wilma laten noemen.'

Chris en Wilma emigreerden in 1959 met hun twee hele jonge zoons. 'Waarom we geŽmigreerd zijn? Tja, dat is een gek verhaal. We zaten op Oudejaarsavond bij vrienden toen iemand het idee van emigreren opperde. Daar hebben we toen een tijdje over gepraat en wat landen genoemd en weer verworpen. Ik weet nog dat we het over Canada hadden en dat we zeiden dat dat te dichtbij was. Dan hadden we de familie ieder ogenblik op de stoep, dachten we. En dus werd het AustraliŽ. Dat was toen nog echt ver weg. Een directe vlucht deed er drie dagen over. Maar altijd nog beter dan de lange bootreis die andere emigranten maakten.'


Wilma Rietdijk-Van der Zwan ©Willem de Niet

Wilma van der Zwan (72): 'Zo lang ik het kan, blijf ik dit doen'


In AustraliŽ werd het derde kind, een dochter, van Chris en Wilma geboren. Ze woonden in een buitenwijk van Melbourne waar ze een zaak in auto-accessoires hadden. 'Dat ging lang goed, totdat de grote ketens als AutoPro en Repco de markt overnamen. Daar konden we als klein zelfstandig bedrijfje uiteindelijk niet tegenop en een aantal jaren geleden besloten we te stoppen. Chris, die erg handig was, bouwde in anderhalf jaar tijd een truck om tot motorhome en daarmee hebben we samen heel wat afgereisd. Prachtige tochten hebben we gemaakt. Totdat hij een paar jaar geleden vrij plotseling overleed. Hij werd ziek toen we op reis waren en de dokter adviseerde om maar terug te gaan naar Melbourne. Een tijd na zijn overlijden besloot ik niet thuis te blijven zitten. Ik had zulke mooie herinneringen aan alle reizen en voelde dat er nog veel meer te zien was. Onze eigen motorhome was te groot voor mij, vandaar dat ik een kleinere heb gekocht. En ik geniet er samen met mijn hondje nog elke dag van.'

Wilma is net als bijna alle bezitters van kampeerauto's lid van de CMCA, de Campervan and Motorhome Club of Australia. 'Maar ik ben alleen lid vanwege de goede en voordelige verzekering die ze hebben. Ja, ik weet dat ze een aparte club voor solo's hebben, maar daar heb ik me niet bij aangesloten. Ik ben het liefst op mezelf, een beetje een loner, denk ik. Niet dat ik me eenzaam voel. Je hebt onderweg aanspraak genoeg maar als je niet als groepje reist, kun je zelf bepalen wanneer je aanspraak wilt hebben.' Gelukkig gaat Wilma graag in op de uitnodiging om 's avonds een bakje te komen doen. En als de thee voor haar wordt ingeschonken zegt ze: 'Ja, dat mis ik wel eens. Dat iemand iets voor je inschenkt en neerzet.' Het is de enige keer tijdens de avond dat er iets van een gemis anders dan dat van haar overleden man doorklinkt.

De inmiddels 72-jarige overnacht vrijwel altijd op caravanparks. Vanwege de voorzieningen, ze heeft zelf geen wc en douche aan boord, en vanwege de gemoedsrust van haar kinderen. 'Laatst hier in de Goldfields had ik me vergist. Toen reed ik zo een 'singles quarter' binnen. Dat is een soort barakkenkamp voor mijnwerkers. Voor de mannen die net als in de offshore voor een paar weken komen en dan weer een week vrij zijn. Ik had het pas door toen ik aan iemand vroeg waar de receptie van de camping was en waar ik kon gaan staan. Die man zei dat ik maar een plekje moest zoeken, dat het niks kostte en dat ik kon blijven zo lang als ik wilde. De kinderen moesten eens weten. Ma als enige vrouw tussen al die mijnwerkers.'
Wilma onderhoudt contact met het thuisfront via de mobiele telefoon. 'Ik bel regelmatig en anders SMS ik wel. Ze hoeven zich over mij geen zorgen te maken, zo lang ik gezond blijf.'

Het reizen als vrouw op leeftijd heeft voordelen, zo ervaart ze. 'Ik kan best zelf de bandenspanning controleren. Maar meestal rijd ik bij een bandenman voor de deur en vraag vriendelijk of die het even doet. En dat doen ze dan graag. Tegen een man zouden ze zeggen dat hij het zelf maar moet doen of anders vragen ze er wat voor. Van mij willen ze geen geld. Olie en water houd ik zelf wel bij. En een keer per jaar geeft mijn schoonzoon de wagen een grote beurt. Dat is zijn hobby. Hij heeft me op het hart gedrukt om er niemand anders aan te laten komen. Ik ben al lang blij. Zo kun je de kosten wat drukken. Want de diesel is knap duur geworden. Daar heb ik wat op gevonden. Ik ga gewoon wat langzamer rijden. Dat scheelt in het verbruik en ik heb immers geen haast. Zo lang ik kan blijf ik dit doen. De kinderen zijn er aan gewend dat ma niet zo vaak in de buurt is. Want ik maak lange reizen. Trips van maanden en maanden. Maar tegen de kerstdagen ben ik wel weer in Melbourne. Ook best gezellig. Tot het weer gaat kriebelen. Dan ga ik weer.'