3. Familie Van Poelgeest, Colac (Vic)

Op 22 januari 2002 besluiten we dat het tijd wordt om naar de kapper te gaan. We zijn in Colac in Victoria en de kapster heeft tijd om ons direct na elkaar te helpen. Ze gaat aan het werk, praat aan een stuk door en praat ook nog eens heel veel met haar handen. En dat gaat niet samen met knippen, dus het duurt allemaal even. Maar ach, we betalen haar niet per uur en we hebben de tijd.
Als ze hoort dat we uit Nederland komen zegt ze: ,,Oh, maar dan moeten jullie even bij de familie Van Poelgeest langs gaan. Zulke aardige oude mensen, ze zullen het enig vinden als jullie komen.'' We reageren niet direct razend enthousiast omdat we niet weten of we nu wel onaangekondigd en ongevraagd bij voor ons onbekende mensen voor de deur moeten gaan staan. Maar de kapster houdt vol en zal wel even bellen om onze komst aan te kondigen. Ze probeert het een keer of vier maar krijgt steeds de ingesprektoon. Het knipwerk duurt door dit alles nog wat langer, dat mag duidelijk zijn.
Als we weggaan is de verbinding nog niet tot stand gekomen. De kapster schrijft het adres op, beschrijft de route en bindt ons op het hart toch vooral langs te gaan. ,,Zulke aardige oude mensen, ze zullen het enig vinden'', zegt ze voor de zoveelste keer.

Buiten overleggen we. Gaan we wel of gaan we niet. Zo maar plompverloren. Maar als ze het nou echt leuk vinden en de kapster vraagt later of we nog langs zijn geweest. We besluiten het er op te wagen.
Op het aangegeven adres ga ik eerst even poolshoogte nemen. Achter het huis is een krasse oudere man met een snoeischaar bezig. Ik vraag of hij meneer van Poelgeest is. ,,Ja, en wie ben jij dan wel'', is de reactie. Ik zeg hem dat en leg uit hoe het zo gekomen is. ,,Oh, de kapster, Ja, die kennen we, aardig mens en ze knipt ook nog eens goed. Maar eh, leuk dat jullie er zijn, kom binnen.''
Na de eerste ronde koffie met koek laten de heer en vrouw des huizes ons het huis zien. Ze zijn er met recht trots op, omdat ze het met hard werken bij elkaar gespaard hebben. Weer aan de gezellig grote keukentafel vertellen we dat we onze komst wel hadden willen aankondigen, maar dat ze steeds in gesprek waren. Dan reageert de 79-jarige oud-vishandelaar: ,,Dat kan wel kloppen. Ik zat te internetten. Heb net een nieuwe computer gekocht, die is me een partij snel. Die oude was me veel te langzaam. Ga mee, zal ik hem laten zien. En jawel, in zijn werkkamer staat het nieuwste model Hewlett Packard, een futuristisch designmodel, zo lijkt het wel. Hij wordt gestart en Van Poelgeest laat zien waar hij mee bezig is, het napluizen van de stamboom van de Van Poelgeests. ,,Je kunt zo veel met een computer. Zo interessant allemaal.''

Na het intermezzo praten we nog een tijdje over van alles en nog wat. Over de zware tijd net na de emigratie. Hoe zoons visser werden en dat er een op zee gebleven is. Hoe goed ze het nu nog samen hebben nu hij nog maar kort geleden de winkel helemaal aan de huurders heeft overgelaten. Tot een jaar eerder ging hij er nog dagelijks helpen. ,,Ik hoefde niet, maar vond het leuk. Wat moet een mens anders, stil gaan zitten?''
Als we weggaan zegt mevrouw Van Poelgeest in de gang: ,,Komen jullie morgen weer? Het was zo gezellig.''
We zijn blij dat we gegaan zijn. Onaangekondigd en ongevraagd.