31. Pontbazin Jill, Narrung (SA)

Zuid-AustraliŽ kent, net als de staat New South Wales, een prima systeem van veerponten over rivieren als de Murray en de Hawkesbury. Op onze eerdere reis werden we al aangenaam verrast als we DJ op de pont konden rijden en gratis en voor niks naar de overkant werden gevaren. Geen wachttijden, geen afwijkende diensten voor weekdagen of in het weekend. Gewoon 7 dagen per week, 24 uur per dag de veerman of -vrouw ter beschikking. De overheid vindt dat de oversteek gewoon een stuk van de weg is. En die is ook 24 uur per dag gratis te berijden.


Jill op haar pont ©Willem de Niet

Pontbazin Jill aan 'haar' kant van de rivier.
Links de wooncontainer, waar ze wel eens een nacht slapend doorbrengt bij gebrek aan klanten.


Een dag buiten Adelaide moeten we er ook dit keer weer gebruik van maken. Van de pont bij Wellington en even later die bij Narrung, allebei over de Murray River. Die bij Wellington is nog de 'heen en weer' in een redelijk drukke wegverbinding, die in Narrung bepaald niet.
Vandaar dat er een praatje wordt gemaakt met veervrouw dan wel pontbazin Jill die aan de wal de beschikking heeft over een wooncontainer compleet met bed en keukentje. Of ze wel eens lang moet wachten op de volgende klant is de openingsvraag. Schot in de roos. 'Ja, ik heb hier wel eens twaalf uur gezeten zonder dat er iemand wilde worden overgezet. 't Was natuurlijk 's nachts, dus ik heb heerlijk geslapen.'
Een signalering in de weg zorgt ervoor dat Jill gewaarschuwd wordt als er iemand aan de andere kant van de rivier staat. 'Waarom er dan ook nog een kastje met een bel is? Voor de voetgangers en fietsers. Maar die zie je hier maar heel zelden. Er is te veel niks aan beide zijden van de rivier.'

De volgende vraag is met hoeveel mensen ze de pont bezet houden gedurende de 168 uren die een week telt, willen we natuurlijk ook weten. Plus een kapitein voor als er ziek en zeer en vakanties zijn. Weer een voltreffer. 'Grappig dat je dat vraagt. We doen het met z'n vijven. En dat zijn ook nog eens allemaal familieleden. Behalve mijn persoontje zijn dat mijn man, zijn broer en diens vrouw en een andere schoonzus. Ik geloof niet dat dat op enige andere pont ook voorkomt. Ja, het is wel makkelijk als je eens een dienst wil ruilen en om vakanties te regelen, je overlegt dan wat makkelijker. Er is ťťn probleem en dat is als we een verjaardag hebben waar we allemaal verwacht worden. Dan is er niemand meer om mee te ruilen. Maar gelukkig is er iemand van buiten de familie die dan inspringt.'


Jill op de pont ©Willem de Niet

De gemiddelde bezetting van de pont over de Murray bij Narrung: 1 voertuig


Jill begon haar loopbaan als kapitein op een door kabels geleide veerpont vijftien jaar geleden in de heilige overtuiging dat ze met een jaar weer weg zou zijn. 'Mijn man zei dat het voor mij misschien ook wel wat was. Eerst twijfelde ik, maar toen ik er eenmaal zat Ö nou ja, het is wel duidelijk.' Als Jill werkt, werkt haar man ook. 'We werken twaalf uur per dienst, eerst vijf dagen op en twee dagen af en daarna twee dagen op en vijf dagen af. Dus we hebben regelmatig vijf dagen samen vrij. Als ik dagdienst heb, werkt mijn man 's avonds en 's nachts. Omdat hij geen zin heeft om te koken komt hij een uur eerder. Dan kook ik en eten we samen. En als ik hem 's ochtends aflos blijft hij nog even, zodat we samen ontbijten.' Omdat ze zo veel vrije tijd hebben, hebben Jill en haar man wat bezigheden buiten de pont om gezocht. 'Ik heb mijn 'girls', de koeien en mijn man vist op karper, die hier in de rivier een ware plaag is. Hij verkoopt ze aan de kreeftenvissers want kreeft is dol op karper dus ze gaan de kreeftenvallen in. Vandaag was hij op het water om zijn netten weer te zoeken. Gisteren hadden we een enorme storm die ze losgeslagen heeft. Hier naast mijn container en langs de weg lagen ook heel wat bomen om. Maar de veerdienst heeft er geen hinder van gehad. Er kwam gewoon niemand. En omdat de pont aan kabels zit, kunnen we altijd varen. Nee, ijsgang hebben we hier ook nooit, dat is bij jullie zeker wel anders.'

Als we zeggen dat we nog een keer naar de overkant willen maar dat ze voor ons niet speciaal de oversteek hoeft te maken zegt ze: 'Nou, even wachten, dan komt de shit factory weer terug.' We kijken haar aan: 'De shit factory? De wagen die de septic tanks leegt misschien?' Ze lacht: 'Nee, de veewagen die ik net vol schapen heb overgezet. Daar loopt onder het rijden van alles uit. En we mogen het niet meer van de pont af spuiten, de rivier in. Moeten het laten verdampen en opdrogen en wat er dan nog ligt opvegen. Het is jammer dat de rivier weer zo hoog staat na alle regen in Queensland en New South Wales. Nu kunnen ze er weer op rijden.' Toen de rivier jarenlang zo laag stond, lag de pont te laag en was de op- en afrit te steil voor grote vrachtwagens. Dus moesten ze omrijden en waren wij mooi van de stank af.' Aan de goede kant van de veewagen die inderdaad even later aan komt brommen is het tijdens de korte oversteek wel uit te houden, naar viooltjes ruiken doet het natuurlijk niet.