34. Jan en Annie Boontjes, Silvan (VIC)

Jan Boontjes (68) uit Valkkoog en Annie Kuyper (65) uit Camperduin kwamen elkaar ooit tegen op de kermis in Petten. De vonk sloeg over, ze kregen verkering, trouwden een paar jaar later. Er kwamen drie kinderen. Jan kwam uit een agrarisch gezin, volgde zijn opleiding aan de middelbare tuinbouwschool in Hoorn en werkte lange tijd op het lab voor bloembollenonderzoek in Lisse. Annie bestierde het huishouden of, zoals Jan het nu, in Silvan bij Melbourne zegt, ze werd domestic engineer.

Want ruim 27 jaar geleden besloten ze te emigreren naar AustraliŽ, zonder er ooit een keer te zijn wezen kijken. 'Hoe het zo kwam? Ik had het niet meer zo naar mijn zin in Lisse', zegt Jan, 'en wilde dus wel wat anders. Vrienden brachten ons toen op het idee om naar AustraliŽ te gaan. Toen er in een vakblad een vacature in Sydney stond heb ik gesolliciteerd en werd aangenomen. We vertrokken in 1983 met drie kinderen in de leeftijd tussen 13 en 18 jaar.'

Annie vervolgt: 'Dat was niet de makkelijkste leeftijd, We hadden beter kunnen gaan toen ze jonger waren. Maar toen speelde het allemaal nog niet. De jongens vonden het van het begin af aan prima, ons middelste kind, de dochter, had het er niet makkelijk mee. Ze is ook nog een paar jaar terug geweest naar Nederland maar woont inmiddels al weer vele jaren hier. Ze wonen alle drie binnen een uur rijden bij ons vandaag dus we zien ze veel.'


Jan en Annie Boontjes ©Willem de Niet

Jan en Annie Bootjes zijn een keer of drie keer per week op de golfbaan te vinden. Als ze tenminste niet een paar maanden met de caravan op pad zijn naar warmer oorden.


Jans eerste baan in AustraliŽ duurde nog geen twee maanden. 'Toen was ik er al achter dat mijn baas er andere ideeŽn op na hield dan ik. Toen hij ook nog eens over een loonsverlaging begon had ik het wel gezien.'
Maar Jan gooide geen oude schoenen weg voordat hij nieuwe had. 'In Nederland was ik via via in contact gekomen met bollenkweker Kees Tesselaar die hier in Silvan een bollenbedrijf had en hij had me al gevraagd of ik voor hem wilde komen werken. Maar toen had ik die andere baan al aangenomen. Ik heb hem gebeld, we werden het eens en zo kwam ik op het bedrijf hier terecht en werd er de farm manager, zeg maar bedrijfsleider. Tot mijn pensionering werkte ik fulltime, nu kom ik er nog zo'n 15 uur in de week op tijden die mij schikken. Dat is een mooie overgang.'

De Boontjes zijn bepaald niet de enige Nederlanders in Silvan. Van Berkel Transport, Broersen Flowerbulbs, Koomen Flowerwholesale, het zijn maar een paar van de Nederlandse bedrijfsnamen langs de weg. 'Voor ons was dat goed', zegt Annie, want ons Engels was natuurlijk niet best. We maakten ook direct Nederlandse vrienden. Hier in de straat wonen er ook verschillende. Jan: 'We hebben al jaren een kaartersrondje met vijf, in de winter zes man. Je moet altijd een reserve hebben, ook al omdat wij de laatste jaren 's winters een paar maanden weg zijn. Met de caravan naar Queensland, waar het dan warmer is.'

In de jaren 50 en 60 vertrokken veel emigranten om pas na 10, 15 of 25 jaar weer een keer terug te keren naar het geboorteland. 'Dat heeft bij ons nooit gespeeld', zegt Boontjes. 'Ik kwam elk jaar voor de zaak in Nederland en Annie ging regelmatig mee.'
Iets anders dat onder oudere emigranten veel speelt, de wens om op latere leeftijd terug te gaan naar de geboortegrond, speelt bij de Boontjes absoluut niet. Annie: 'Mij zien ze er niet meer terug. Ja, voor een vakantie en dan niet eens lang, we gaan volgende keer voor twee weken. Dan heb ik het wel weer gezien. Ik krijg het er benauwd, ben blij als ik weer terug ben.'
Jan bevestigt Annies woorden. 'Ik denk er zelfs over om nu, na al die jaren, alsnog AustraliŽr te worden. Waarom? Kijk, we mopperen wel op de regering, maar mogen niet stemmen. Ik denk dat je dan ook zo je steentje moet bijdragen. Ik weet wel, die ene stem zegt natuurlijk niets, maar als iedereen er zo over denkt blijft het natuurlijk zo. Vandaar.'

Bang voor verveling zijn Jan en Annie ook niet. Ze golfen dat het een lieve lust is, een keer of drie per week. In een mannengroep, een vrouwengroep, een seniorengroep en tijdens toernooien in de regio. Jan Boontjes: 'Dat is hier nog goed te betalen, niet zo vreselijk duur als in Nederland. '
Dan zijn er natuurlijk de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Plus de drie maanden wintervakantie. En als dat allemaal niet genoeg is, is er altijd nog de grote tuin en idem groentetuin.
'We hebben het goed hier. Nooit spijt gehad van de emigratie. We hebben het goed getroffen', is hun eensluidende conclusie.