37. Yianni Paleologoudias, Venus Bay (SA)

In de haven van Venus Bay aan de westkust van het Eyre Peninsula in Zuid-AustraliŽ liggen drie vissersschepen. Garnalenkotters. Terug van een nacht op zee. Met zo'n 500 kilo grote garnalen. Op een van de schepen, de Limnos, is Yianni de schipper. Hij maakt hier en daar wat schoon in afwachting van de volgende nacht. Schoonmaken is niet zijn favoriete bezigheid en daarom wil hij graag praten over het bestaan als garnalenvisser. Over de kansen, over de bedreigingen, over de limitering en het steeds groeiend aantal marine parks. 'Ze willen ons langzaam maar zeker doen uitsterven. Het begon in Queensland en New South Wales met al die beschermde gebieden waar niet gevist mag worden, nu zijn er hier om de haverklap vergaderingen over. Nog even, dan hebben de bloody greenies and environmentalists het voor het zeggen.'
Het mag duidelijk zijn, Yianni heeft niks op met groenen en milieubeschermers. Hij is het met hun zienswijze en die van het ministerie van visserij helemaal niet eens. En daar wil hij best eens over praten met een journalist all the way from bloody Holland, zoals hij het zegt als hij zijn vriendin belt om te zeggen dat hij wat later is voor het middageten.
Eerst stellen we ons voor. Op de vraag naar zijn achternaam zegt Yianni: 'Wat wil je, de lange of de korte. De lange? Nou, daar komt'ie: Paleologoudias, maar ze noemen me Yianni Paul. De meeste mensen weten niet anders.'

Yianni's vader zorgde er in het begin van de jaren 50 voor dat zijn nakomelingen in AustraliŽ geboren werden. Hij verliet als 15-jarige het eilandje Limnos om in Athene zijn geluk te zoeken. 'Er was geen werk op Limnos, geen toekomst, veel jongens gingen weg. Toen mijn vader ook in Athene zijn draai niet vond, besloot hij naar AustraliŽ te gaan. Zoals zo veel mensen in die jaren. En wat denk je, mijn vader kwam in Broken Hill terecht. Broken Hill of all places. Kun je je voorstellen, van een groen Grieks eilandje met stranden en blauwe zee naar een droog en stoffig mijnstadje in de Australische outback. Hij ging er kangoeroes en konijnen schieten. Die waren daar echt een plaag. Vraten het voedsel voor de schapen en koeien op. Dronken het water en de kangoeroes maakten grote platgelegen plekken in het graan.'

Voordat Paleologoudias senior in de vis terecht kwam werd hij nog machinebankwerker en werkte hij voor grote mijnbouwbedrijven. Totdat een broer, die in Ceduna, op de grens van Zuid- en West-AustraliŽ een vishandel had, hem vroeg of hij geen partner wilde worden. 'Dat leek hem aanvankelijk wel maar het duurde niet lang of ze kregen onenigheid. 'Vader is een control-freak, zijn broer een no-worries type. Voordat het uit de hand liep besloot vader zijn heil elders te gaan zoeken. Hij wilde naar Coffin Bay, helemaal op het zuiden van het Eyre Peninsula. Onderweg stopte hij in Port Kenny in de pub om wat te eten en te drinken. Daar hoorde hij aan de bar dat er dertig vissersschepen in Port Kenny en het aangrenzende Venus Bay waren. En dat die vissers ontevreden waren met de coŲperatie waar ze hun vis aan leverden. Dat was alles wat vader nodig had. Hij besloot te blijven, bouwde tegenover de bestaande coŲperatie letterlijk met zijn eigen handen een fish factory en een paar jaar later ging de oude coŲperatie dicht.'


Yianni Paleologoudias ©Willem de Niet

Garnalenvisser Yianni Paleologoudias in het Australische Venus Bay: 'Nog even, dan hebben de bloody greenies en de environmentalists het voor het zeggen.'De Griekse AustraliŽr heeft geen hoge pet op van groenen en milieubeschermers.


'Vader had de mazzel dat veel van de vishandelaren in Adelaide en Melbourne geŽmigreerde Grieken waren. Vader won hun vertrouwen, sprak de taal met hen, deed zaken op een ongecompliceerde Griekse manier en kreeg daardoor meer voor de vis die hij leverde. Die winst deelde hij weer met de vissers en zo was iedereen happy.'
Indertijd was de visserij nog een wereld zonder regels en beperkingen. Iedereen haalde zo veel mogelijk vis uit de oceaan. Toen de overheid beperkingen ging opleggen, kregen veel vissers het moeilijk. Paleologodias: 'Vooral de vissers die de mooiste huizen hadden laten bouwen en de duurste auto's reden kwamen in de problemen. Die dachten dat het nooit op kon. Eerder werd met enorme netten gevist. Toen dat niet meer mocht, ging het mis.

Vader zag het aankomen en stapte uit de visfabriek en stapte in de visserij zelf. De boten waren niet duur in die tijd. De grote omslag was verder dat werd overgestapt van vergunningen om te vissen naar licenties. De vergunning betaalde je per jaar, de licentie werd je eigendom. Die worden nu vererfd of verkocht, de vergunning had verder geen waarde. Maar een licentie kost meer dan een schip. Twee miljoen dollar tegenwoordig. Een nieuw schip kost anderhalf miljoen, een goede tweedehandse 650.000 Australische dollars. En met alle onzekerheden moet je wel rocks in your head hebben of geen benul of veel te veel geld wil je nu in de visserij stappen. Alleen de Dubai-boys kunnen het nog, zeggen we wel eens tegen elkaar. Maar die gaan liever in de race-horses.'

Het betekende al met al (bijna) het einde van de visserij in Port Kenny en Venus Bay. 'Van de dertig schepen zijn er nog drie over. Er ligt een schip hier aan de steiger dat al drie jaar te koop is. De jonge schipper is op zee omgekomen en zijn vader wil het nu verkopen. En hij vraagt echt niet te veel.'
Yianni vist inmiddels dertig jaar op garnalen. 'Te lang eigenlijk. Maar wat moet ik dan gaan doen. Gaan vissen met mijn zoontjes? We verdienen nog geld en kunnen ons niet al te druk maken. We mogen per jaar nog maar 100 dagen vissen. Dat vind ik ook eigenlijk wel zat. Maar ik blijf het onzin vinden, al die bemoeizucht van de overheid. Het slaat ook allemaal nergens op. Zo lang als ik vis, en mijn vader weet het van de tijd ervoor, zijn er cycli geweest van een jaar of zeven. Zeven vette jaren en zeven magere jaren, zeiden we altijd. En natuurlijk was het ook wel eens zes of acht jaar, maar elke keer als ze riepen dat de garnalen nu niet meer terug zouden komen, waren ze er een paar jaar later weer in overvloed. Kwamen we met duizend kilo thuis na een nacht vissen. Dat waren wel uitzonderingen, het gemiddelde ligt op zo'n vijf- zeshonderd kilo.


Yianni Paleologoudias ©Willem de Niet

Ik heb dit dertig jaar gedaan, eigenlijk al te lang. Maar wat moet ik dan gaan doen? Vissen met mijn kinderen?


Nee, ik geloof niet in overbevissing. Meer in de effecten van koude golfstromen. El Nino, El Nina, dat soort dingen heeft wel effect. Als er een koude stroming is en het water blijft beneden de 15 graden, vang je geen garnalen. Warmt het water weer op, dan barst het er weer van. Je moet zorgen dat je een lange adem hebt. Schepen hebben hier ook wel eens jaren aan de steiger gelegen. Omdat het meer kostte om uit te varen dan wat het opbracht. Dan moet je niet te beroerd zijn om ander werk aan te pakken.'

De garnalen die Yianni diepgekoeld aan land brengt blijven in AustraliŽ. Adelaide, Brisbane, Melbourne. Daar liggen ze naast de geÔmporteerde. Het steekt dat het de Australische vissers steeds moeilijker wordt gemaakt en dat de (goedkope) import groeit. 'Die komen uit landen waar ze het niet zo nauw nemen met werkomstandigheden, kinderarbeid en hygiŽne. Hier worden al die regels elke paar jaar weer strenger. En de maatregelen kosten geld. AustraliŽ sluit steeds meer handelsverdragen. Goed voor de internationale verhoudingen, zeggen ze. Globalisering moet. Maar ze stellen niet de voorwaarden dat de geÔmporteerde producten onder dezelfde omstandigheden geproduceerd moeten worden als hier. En dan wordt de concurrentie oneerlijk.

Maar begrijp me goed, ik klaag niet, we verdienen nog steeds geld. Deze boot zet zo'n 700.000 tot 800.000 dollar per jaar om, we varen met zijn drieŽn, honderd dagen per jaar, het zal mijn tijd wel duren. En dan? Mijn oudste zoon wil visser worden. Ik zou liever zien dat hij eerst naar de universiteit gaat. Een ander vak leert. Om op terug te vallen voor als hij net in de magere jaren begint. We hebben natuurlijk het voordeel dat de boot van ons is, en niet van de bank. Maar als hij niet naar de universiteit wil, wat doe je dan? Hij moet er wel voor naar Adelaide. Op de campus gaan wonen of ergens in de kost. Maar hij is een jongen van het strand en de zee. Niet van de grote stad. Hier wonen 's winters twintig mensen, zomers 2000, in al die vakantiehuisjes. Maar nog niet te vergelijken met Adelaide. Wie weet wat hij daar tegenkomt aan rottigheid en verkeerde vrienden. Soms denk ik wel, laat hij direct maar gaan vissen. En als er dan een paar magere jaren komen, sleep ik hem er wel doorheen. Dat zou mijn vader ook gedaan hebben.'