40. Peter Boekel, Koo Wee Rup (VIC)

Kaarsrecht komt hij het bezoek tegemoet lopen, in de hal van het Killara Hostel in Koo Wee Rup in AustraliŽ. Geeft een stevige hand en zegt: 'Please follow me to my humble abode'. Voor de zekerheid: 'Volgt u mij alstublieft naar mijn eenvoudig onderkomen'. Peter Boekel, geboren op 1 december 1915 en getogen in Tuitjehorn, 95 jaar jong zoals hij zelf zegt, voelt zich niet oud en der dagen zat. Hij kent zijn beperkingen, vindt het nog steeds een schande dat hij een half jaar geleden zijn rijbewijs moest inleveren maar is nu mobiel op zijn electroscooter. Hij vloog er al eens mee uit de bocht toen hij probeerde hoe hard het ding wilde, maar kwam er zonder botbreuken of kleerscheuren af. Half februari overleefde hij een kleine beroerte en verbaasde de heren doktoren met zijn vlotte herstel. Dus e-mailt hij weer elke ochtend een van zijn zoons om te laten weten 'dat hij er nog is'.

Boekel groeide met zeven broers en zusters op op de ouderlijke boerderij op de hoek van de Dorpsstraat en de Veilingweg in Tuitjenhorn. Peter, ooit voorbestemd om priester te worden - 'maar ik was niet geschikt voor die professie' - groeide op op de ouderlijke boerderij in Tuitjehorn. Al jong werd hij geconfronteerd met de gevolgen van de crisis. De kool, aardappelen en uien die thuis werden verbouwd waren bijna onverkoopbaar. 'Vader verdiende bijna niets. Het was een miserabele tijd. Ik mocht na de lager school doorleren om priester te worden maar toen dat niets werd moest ik thuis aan de slag. Het betekende hard werken voor niks en toen nog twee broers van school kwamen, besloot ik wat anders te gaan doen. Na mijn dienstplicht tekende ik in 1937, zwaar tegen de zin van mijn ouders in, bij vanwege de mogelijkheid om naar IndonesiŽ te gaan. Niet alleen vanwege de voor die dagen royale dagvergoeding maar ook omdat ik meer van de wereld wilde zien.'

Na een jaar werd Boekel eruit gepikt om de korporaalsopleiding te gaan doen. Hij specialiseerde zich in onderzoek naar de effecten van windsnelheden op de baan van projectielen. 'Maar ik was meer geÔnteresseerd in de administratieve kant van de organisatie en vroeg om kwartiermeester te mogen worden. Dat mocht. Toen Japan zich met WW2 begon te bemoeien was ik net bevorderd tot sergeant-kwartiermeester. Vanaf die tijd, 1942, verloren we elk contact met Nederland. We voelden ons erg geÔsoleerd omdat we nooit een brief van ouders of familie kregen.'
Uiteindelijk werd Boekel krijgsgevangene en begon de zwartste periode uit zijn leven. 'De Japanners waren wreed en vonden ons lafaards omdat we gecapituleerd hadden. Ze vonden dat een soldaat moest vechten totdat hij sneuvelde of andere harikiri moest plegen. Maar in 1945, toen ze capituleerden, waren de meesten dat vergetenÖ'
Vanuit het toenmalige Batavia werden Boekel en duizenden andere krijgsgevangenen per schip, onder onmenselijke omstandigheden naar Singapore verscheept. Daarna per trein verder, in open goederenwagons, om uiteindelijk bij de beruchte spoorlijn aan te komen. Dit verhaal kan net zo makkelijk worden gewijd aan de vreselijke omstandigheden, het gebrek aan alles, voedsel, kleding, medische verzorging tijdens het werken aan de beruchte spoorlijn.
Maar uiteindelijk kwam er een eind aan de oorlog, niet nadat 267 krijgsgevangen stierven toen de Amerikanen de spoorlijn bombardeerden. Boekel: 'Ze hadden een dag eerder pamfletten afgeworpen dat we weg moesten blijven van de spoorlijn. Maar als je dat deed schoten de Japanners je dood.'
De herinneringen moeten vooraan in zijn geheugen gegrift staan, zo gedetailleerd vertelt de 95-jarige hoe de kampcommandant uiteindelijk de verlossende woorden sprak: 'De oorlog in Groot Oost AziŽ is over. Nippon heeft deze oorlog niet gewonnen. Daarna kwamen de voedseldroppings. Wat een sensatie na drie jaar rijst, rijst en rijst. Ik woog nog 56 kilo.'


Peter Boekel ©Willem de Niet

Peter Boekel, het prototype van een survivor.


Het duurde nog ruim een jaar voordat Boekel na 9 jaar, half augustus 1946 weer voet op Nederlandse bodem zette. 'Ik werd opgewacht door onder andere zus Nit en een ander meisje dat ik niet herkende. Toen ik vroeg wie ze was zei Nit dat het mijn jongste zusje, Truus, was. Thuis wachtte een grotere schok. Mijn moeder was al een paar jaar overleden. We hadden vijfenhalf jaar geen post gehad. Mijn vader was in slechte gezondheid vanwege zijn hart. Het was al met al geen blijde thuiskomst.'

Maar het was niet alles kommer en kwel, want daardoor kwam wel Betty Bommer uit Warmenhuizen in zijn leven. Betty is de zus van de vrouw van een van zijn broers. Haar moeder 'stuurde' Betty naar de Boekels om orde te scheppen in de mannenhuishouding die overbleef na het overlijden van moeder Boekel. Peter Boekel: 'Ik zeg altijd over mijn ontmoeting met Betty: ze zag me en was verkocht. Ik trouwens ook. Een half jaar later op 13 februari 1947 trouwden we. Toen ik na een lang proces van ziekenhuisopnames en tests voldoende was hersteld van de verschrikkingen van het Jappenkamp besloot ik toch weer naar IndonesiŽ te gaan. Betty, hoogzwanger van oudste zoon Kees, ging mee. Betty en ik vonden Nederland toen, rond 1950 nota bene, al te overbevolkt.

Het werd geen rustige tijd in IndonesiŽ, net voor de overdracht. 'Toen Betty van ons tweede kind in verwachting was moest ze terug naar Nederland omdat het te gevaarlijk werd. Ik zwaaide iets later af als sergeant-majoor en vertrok naar Melbourne. Daar werden Betty en ik acht maanden later herenigd en zag ik mijn zes maanden oude dochtertje Lucy voor het eerst.'

Groot voordeel voor Peter Boekel was dat hij bij aankomst in AustraliŽ al behoorlijk Engels sprak, opgepikt in het gevangenenkamp. 'Dat kwam van pas toen ik in het hotel waar ik de eerste weken verbleef andere Nederlanders hoorde die moeite hadden met het bestellen van een maaltijd. Ik hielp ze, we raakten aan de praat en een van hen zei dat hij de naam Boekel kort daarvoor nog had gehoord. Wat bleek? Mijn broer Niek was in de buurt, ook naar AustraliŽ geŽmigreerd, zonder dat ik dat wist.'
'Omdat we snel door ons geld heen raakten door het verblijf in het hotel, besloten we een baan te accepteren als beheerder/klusjesman van een nonnenklooster in Healesville, in ruil voor woonruimte. Het was hard werken in die tijd, want Niek en ik werkten ook nog bij een houtzagerij in de buurt.'


Peter Boekel ©Willem de Niet

Na het inleveren van zijn rijbewijs moet Peter Boekel het nu doen met zijn electroscooter.


Als administratief ingesteld mens kon Peter Boekel makkelijk inspringen toen de man die de voorraad bijhield en alle in- en uitgaande ladingen registreerde, plotsklaps verstek liet gaan. 'Ik nam die baan over en deed het kennelijk goed. De baas van de zagerij was zo blij met ons dat hij ons een tip gaf dat er een paar mooie stukken grond te koop kwamen. Hij dacht dat Niek en ik daar mooi huizen op konden bouwen van incourant hout van de zagerij. Hij leende ons zelfs het geld om de grond te kopen, want zo veel hadden we nog niet gespaard.'
Niek besloot echter zijn eigen weg te gaan maar Peter Boekel had al snel gezien dat een paar van de blokken opgesplitst konden worden. 'Ik werd het eens met de verkoopster, kocht er twee, splitste ze op, verkocht ze op het blok na voor ons eigen huis, kon de baas terugbetalen en had het huis vrij.'

Dan komt een derde broer, Cor, in beeld. Ook die verliet Nederland om zijn geluk te beproeven in AustraliŽ. Peter en hij kochten een boerderij op 40 hectare met twee oude huizen er op. Het werkte niet, de grond was te arm en Cor's vrouw kon niet tegen de eenzaamheid. 'In die tijd werkte ik, omdat de boerderij niet genoeg opleverde, op het aardappelonderzoeksinstituut in Toolangi. Toen Cor vertrok moest ik het werk op de boerderij na werktijd nog doen. We verbouwden aardappels. Dus het was 's avonds en in het weekend voren maken, poters planten, ruggen maken. Betty hielp me door aardappels op te snijden met de ogen erin, zodat ik die kon planten. We hadden het geluk dat op een gegeven moment de aardappeloogst overal mislukte maar wij een ziektevrije prima oogst hadden. We verdienden veel geld, verkochten de boerderij en begonnen aan een nieuw avontuur met contant geld op zak.'

Dat nieuwe avontuur was een groente- en fruithandel. 'Ik ging met de vrachtwagen 's morgens heel vroeg naar de markt in Melbourne voor de inkoop en verkocht de spullen gedurende de rest van de dag huis aan huis. Daarnaast maakten we van de voorkant van ons huis in Silvan een winkel. Betty zorgde voor de winkel en inmiddels vier kinderen. De vijfde kwam wat later. Het was heel lucratief. Zo lucratief dat, toen we zes jaar in AustraliŽ waren, we een half jaar vrijaf namen en naar Nederland gingen. Dat had ik Betty's ouders ooit beloofd.'

Na terugkeer in AustraliŽ werd een nieuwe winkel gekocht en de zaak uitgebouwd. 'Het liep als een trein maar het bleef hard en lang werken. Op een gegeven moment besloten we dat een boerderij misschien toch beter was, ook voor de kinderen. In 1960 verruilden we de groentewinkel voor een boerderij van 56 hectare waar we 40 koeien molken. Dat groeide uit tot 90. In 1978, toen ik 63 was, besloten we te stoppen. Onze grond, zo dicht bij Melbourne, was fors in waarde gestegen en we verkochten de boerderij met een enorme winst.'
Peter en Betty gingen bepaald niet achter de spreekwoordelijke geraniums zitten maar namen het ervan. 'Alle kinderen hadden een goede opleiding genoten en goede banen, dus daar hoefden we ons geen zorgen over te maken. Betty en ik hebben twintig jaar over de hele wereld gereisd. Ze kreeg later Alzheimer en overleed in 2004. Ik mis haar nog heel erg maar weet dat we het goed gehad hebben.

In 1937 heb ik Nederland verlaten, ik heb er nooit spijt van gehad, AustraliŽ is goed geweest voor ons maar ik blijf een Dutchie. De banden worden wel steeds minder omdat meer en meer bekenden in Nederland sterven. Toen ik 93 was, ben ik nog een keer terug geweest. Wel een hele reis maar gelukkig kon ik First Class vliegen. Moet dat er wel in? De mensen zullen wel denken.'
Het wordt tijd om afscheid te nemen. Maar dan komt het klapstuk van de veiling. Er waren al speculaasjes bij de koffie. Nu gaat de gastheer naar de koelkast en komt terug met een schaal haring. 'Hier, die krijg je hier vast niet zo vaak.' Ze zijn bijna zo lekker als van onze eigen haringboer Overweel in Enkhuizen. Op de valreep wordt een ongemak gemeld. 'Weet je wat wel lastig is? Dat mijn gehoor zo veel minder is geworden. Dat is lastig met Skypen. Toch blijf ik het doen, het is zo fijn om te bellen als je de andere persoon ook op je webcam ziet.'