5. Adriaan en Aafje Mol, Devonport (Tas)

Als we op TasmaniŽ aankomen is het tijd voor de update van het anti-virusprogramma voor de laptop. Dus wordt er in het handige boekje van de CMCA gekeken. En daar staan ze, Adriaan en Aafje Mol. Het zal toch niet waar zijn, een familie Mol uit West-Friesland. Familie van oud-collega Jan Mol uit Medemblik, van Piet Mol van het oldtimerfestival in Venhuizen, van Jan Mol van de PvdA in Andijk, van Ria Mol van de Stichting Muziekevenementen Stede Broec? VanÖ we kennen er nog een paar. Pas zes weken later krijgen we uitsluitsel. Want de verbinding komt begin februari niet tot stand.
Na het rondje TasmaniŽ proberen we het nog eens. Krijgen Aafje Mol aan de lijn. Haar Australisch Nederlands heeft niets West-Fries. Ze komen dan ook uit Rotterdam. Maar ze zou het hartstikke leuk vinden als we langskwamen. Zondagochtend, een beetje vroeg want er is een triatlon in Devonport en om een uur wil ze de start van het zwemmen zien.

Dus rijden we om haf elf de volgende dag voor. In een ruime buitenwijk, voor een mooi huis. Een heel mooi huis. Dat aannemer Adriaan Mol zelf ontwierp en bouwde. Voor de deur staat hun motorhome. Wat Adriaan betreft klaar voor een hele lange reis. Aaf is er nog niet klaar voor. Ze wil wel maar de kinderen op school trekken nog zo. Ze staat nog te graag voor de klas bij de kleintjes. Realiseert zich ook dat ze er niet jonger op wordt. Adriaan wil het huis wel van de hand doen, net als wij gedaan hebben, Aafje is zo ver nog niet. En dat terwijl Adriaan toch de man is die alles drie keer overdenkt en dan nog eens wikt en weegt. Het onderwerp komt steeds terug als we vertellen over onze reis tot dan toe.

Natuurlijk gaan we niet weg voordat Aafje naar de zwemmers gaat kijken. Het is veel te gezellig. Er moet geluncht worden. We gaan met z'n drieŽn naar de haven. Adriaan past op het huis.
Na de lunch wil Adriaan wel een stukje wandelen. Ageeth en Aafje passen nu op het huis. Onderweg wil Adriaan weer weten of het reizen ons nog bevalt. Ja dus. Of bepaalde dingen zijn tegengevallen. Nee dus. Of ze het dus eigenlijk nu ook moesten doen. Ja dus. En of ik weet hoe hij Aafje zo ver krijgt. Nee dus. We komen er niet echt uit.

Pas tegen een uur of vier nemen we afscheid. Van nieuwe kennissen die 'aanvoelen' als oude vrienden. 'Jullie mailen wel hŤ' zegt Aafje. Als het haar een week of drie later kennelijk te lang duurt voordat ze onze periodieke mail krijgt, mailt ze zelf. Dat ze al 'zo lang' niets meer van ons heeft gehoord. En of alles nog goed gaat.