Het plan voor 2001

Het plan voor onze reis leefde al geruime tijd. We denken zelf iets van 25 jaar inmiddels. Toch is het in de loop der jaren, eigenlijk sinds 1993, fors bijgesteld. In dat jaar zijn we in februari en maart zeven weken in AustraliŽ geweest. Eerst op bezoek bij geŽmigreerde vrienden in Perth waarna we vliegend zijn overgestoken naar Sydney en daarna ook door de lucht naar Cairns. Vanuit Perth bezochten we Rottnest Island, Esperance, Albany, Fremantle en Wave Rock. En vanuit Sydney maakten we een rondrit naar Dubbo, Tamworth, de Hunter Valley en de Blue Mountains.


© Willem de Niet
In het zuidwesten van AustraliŽ, werd in 1993 de kiem gelegd voor ons huidige rondje om.

Met Cairns hadden we zo ongeveer het lekkerste voor het laatst bewaard: het Great Barrier Reef. We hadden nog nooit echt gesnorkeld. En als je dan voor het eerst een blik onder water werpt in het rif der riffen ben je voor je leven verpest, verwend tot op het bot. Na 1993 hebben we op veel plaatsten in het Caribisch gebied gesnorkeld maar nergens was het zo mooi als op het grootste rif ter wereld. Anegada, een van de Britse Maagdeneilanden, komt heel dichtbij. Daar op dat piepkleine eilandje met een voetbalveld als vliegveld, dat we nooit zullen vergeten, hadden we het rif voor ons alleen. Samen met de roggen, de schildpadden, de murenen en de conchs, de grote bewoonde schelpen waarin je als ze leeggeten zijn, de zee zo mooi kunt horen ruisen.
Natuurlijk bezochten we in Cairns ook Karunda, met de scenic train, want de skyrail was er nog niet.

Toen we aan het eind van de zeven weken na de laatste tussenlanding in Darwin naar Singapore vlogen wisten we het zeker: we moeten terug en dan heel lang.
En omdat een mens er niet jonger op wordt, besloten we de tochten door Europa, waarmee we aanvankelijk wilden beginnen, wat verder naar achter in de tijd te schuiven. Na AustraliŽ en Nieuw Zeeland, Amerika, Canada en Alaska, want ook die tocht staat nog op het verlanglijstje.