De plannen in 2010

We gaan weer naar AustraliŽ. En hoe! Nee, niet voor vijfenhalf jaar dit keer, vijfenhalve maand en een paar dagen, om redelijk precies te zijn. En het 'en hoe' slaat natuurlijk niet op de manier hoe we er komen. Dat gaat op de gebruikelijke manier, 24 uur in een vliegtuig van Emirates. Amsterdam, Dubai, Perth. Voor Ageeth de zoveelste 'beproeving', voor mij gewoon een lange vlucht. Nee, het 'en hoe' slaat op de manier waarop we in AustraliŽ gaan reizen. Ik houd de spanning er nog even in.
Het voorzichtige plan om weer eens in AustraliŽ te gaan kijken ontstond zo ongeveer een jaar geleden. Als een heel vaag idee en omdat we er nog zo vaak mee bezig zijn, met dat prachtige land met die aardige mensen. Met veel van die aardige mensen mailen we regelmatig, een aantal van hen is al hier op bezoek geweest.

Voor diegenen die per ongeluk op deze website terecht komen zal ik even uitleggen waar 'hier' is. Hier is Wilsum, nee niet bij Kampen maar Wilsum bij Hardenberg, net over de Duitse grens. In die Duitse bult in de grenslijn. Een gebied dat logischerwijs bij Nederland moest horen maar dat niet (meer) doet.
Daar in Wilsum vonden we ons betaalbare ruime huis met grote tuin in een bosrijke en licht glooiende omgeving. Dat was wat we wilden, ruimte, rust en bossen.
We hadden het na 19 jaar Lelystad en 13 jaar Enkhuizen wel een keer gehad met de polders. Niet met Enkhuizen zelf en ook niet met Lelystad als woonplaats. Maar de polders hŤ, en dan speciaal de Flevolandse polders. Zo vlak, zo wijds, zo winderig.
Dus begonnen we in AustraliŽ al te zoeken naar een huis in een wat meer bosrijke omgeving. Een huis aan een rustige weg, op het zuidwesten en met een flinke tuin. Zeg maar 500+ vierkante meters.
In Nederland vonden we het niet binnen het beschikbare budget. En zo kwamen we in Duitsland terecht.
Aan het nog jonge huis hoefden we weinig te doen.



Wilsum © Ageeth de Niet

Ons huis (voor)
Wilsum © Ageeth de Niet

Ons huis (achter)


Des te meer aan de tuin. De achtertuin was een groot speelveld. Gras, gras en nog eens gras. Hier en daar in de hoeken een hoekje struiken, twee appelboompjes, een kersenboom, een paar coniferen en een rode prunus. Dat was het wel zo'n beetje.
Dus moest er wat gebeuren. Er moesten borders aangelegd, paden bestraat, grondkabels en waterleiding ingegraven, een vijver uitgegraven en een blokhut gebouwd worden. Later kwamen daar een tweede schuurtje en een carport bij. Dus vervelen was er niet bij. Vooral omdat we al snel vrienden hadden waar, ik trek het kennelijk aan, ook nog wel wat te slopen en bouwen was en werk met kloofbijl en kettingzaag. Het was een kwestie van voor wat hoort wat, de ene dienst levert het andere op. Zo kon ik een carport annex schuurtje bij vrienden afbreken waarvan ik het hout gebruikte voor onze carport, het bouwen van een gereedschapschuurtje, de dakplaten voor een blokhut bij andere vrienden waar ik op mijn beurt weer een enorme brandhoutberging kon bouwen van het restant van de afgebroken carport. Bij die andere vrienden moest ook een blokhut worden gebouwd en in ruil daarvoor kregen we een partij brandhout waar we jaren mee vooruit kunnen. Dus nee, vervelen komt nog steeds niet voor.



De tuin toen © Willem de Niet

De tuin toen
De tuin nu © Ageeth de Niet

De tuin nu


Alleen de winters, daar konden we maar niet aan wennen. De wintersport was na al die jaren weer heerlijk. Daarnaast hadden we ook nog een warme bestemming, op Sint Maarten. Maar er bleven donkere dagen voor kerst, herfst- en voorjaarsstormen. Vies, donker, nat en koud.
Begin 2010 begonnen we het er serieus over te hebben. Een poosje de winter ontvluchten in AustraliŽ. Die en die en die weer eens opzoeken. Daar en daar en daar nog eens kijken.
Maar hoe en wat en waar en hoe lang. AustraliŽ is zo groot. Leg het op Europa en bijna heel Europa verdwijnt er onder. En er zijn zo veel mooie plekken en er wonen zo veel vrienden en bekenden. Wat te doen, was de vraag.
Vliegen, huurauto's, logeerbedden en motels was een optie. Geen goedkope en Ageeth haat het om om de paar nachten aan een ander bed te moeten wennen. Tweede optie: een motorhome huren. Maar dan wel een met een vast bed. Niet elke avond de boel verbouwen voor het slapen gaan. We hadden al wel bepaald dat we in onze winter en dus in het Australische zomervakantiehoogseizoen zouden gaan. En dus in het hoogste tarief van de huur-motorhomes terecht kwamen. Voor de dagprijzen kun je een auto huren en een motelkamer boeken.

We schoten eigenlijk niet zo heel erg op en ik vraag me af wat er van onze plannen was geworden als Peter Wright ons niet die verrassende mail had gestuurd. Wie denkt, wie is Peter Wright nou weer, moet even Ontmoeting 17 op deze website aanklikken. Dan wordt duidelijk wie Peter (en Margaret) Wright zijn. Het zijn twee van de vele vrienden in AustraliŽ.
Ze zijn zelf acht tot negen maanden per jaar 'on the road' en sturen ons elk jaar een cd met daarop een jaarverslag en beelden van hun avonturen. Die zijn ook hier te vinden.
Maar goed, we hadden onze overwegingen over hoe lang, wanneer, waarheen en waarmee ook aan Peter en Margaret gemaild. En toen kwam die mail. Kortgezegd: 'Luister, Margaret is bezig met een vrijwilligersbaan op Fiji, ik ga mee, de OKA staat op stal dus ga er een eindje mee rijden. Zo lang als je wilt.'

Ik wist niet wat ik las. De OKA die Peter helemaal zelf had gebouwd. Met de beste, de lichtste en de meest geavanceerde materialen. Ik weet nog dat ik voor hem op zoek ben geweest naar een Italiaanse vriezer en koelkast die de hoogste isolatiewaarde ter wereld heeft. En dat is belangrijk als je, zoals Peter en Margaret de meest afgelegen streken van AustraliŽ doorkruist en alle elektra via zonnepanelen moet worden geleverd. En, kijk in de beschrijving, het was nog niet goed genoeg want Peter bekleedde het hele koel- vriesgebeuren met 150 millimeter isolatie. Hij maakte zelf de mallen voor de watertanks die precies op maat tussen het chassis zijn geplaatst. Hij laste mig, hij laste tig, hij laste met gewone elektrodes en met gas en zuurstof, al naar gelang de materialen die aan elkaar gelast moesten worden. Hij maakte de zijwanden uit ťťn stuk en lijmde die met een hele speciale lijm omdat het stalen frame een andere uitzettingscoŽfficiŽnt heeft dan het plaatmateriaal. En dat levert spanningen op waartegen geen bison- en montagekit of secondenlijm bestand is.



OKA196 in de slaapstand © Peter Wright

Oka196 in de slaapstand
De andere kant van de OKA © Peter Wright

De mieren op de andere kant van de OKA


Ik dacht er eens over na. En stuurde een mail terug met als onderwerp 'Thanks, but no thanks'. Waarin ik hem hartelijk bedankte, maar dat ik het niet aandurfde en absoluut geen vierwiel-rijervaring had. Want dat maakt de OKA natuurlijk ook zo bijzonder, het is een vierwielaangedreven en daardoor, zoals ze in AustraliŽ zeggen, een 'go anywhere vehicle' is. Het is belachelijk en een belediging om met zo'n voertuig keurig op het asfalt te blijven. Dat wilde Peter ook niet want elke keer als we hem in AustraliŽ spraken zat hij weer te stangen. 'Je ziet maar de helft, je ziet de mooiste plekken niet. Ga toch van het asfalt af.' Margaret verdedigde ons dan en zei dat we het prima deden. Dat we meer hadden gezien dan menige AustraliŽr. Dat hoorden we meer, natuurlijk.
Maar Peter 'did not take no for an answer'. Hij mailde terug: 'Ik leer je alles wat je weten moet in een halve dag. Grijp je kans, ga ervoor. Ik vertrouw je.'

En zo is het gekomen dat we van half oktober tot eind maart weer aan de andere kant van de wereld zijn. We beginnen in Perth, vliegen op 4 november naar Adelaide om OKA196 op te halen en leveren die midden maart in Brisbane bij zoon Kim van Peter en Margaret weer in. Dan gaat we een week ofzo naar Fiji om verslag uit te brengen en hopen dat dit keer eind maart het voorjaar hier weer echt is begonnen.