3. Opgeblazen aasopvretertjes

Nadat ik bij de Ellendale Pool een jongetje blij maakte met mooie hele kleine kennelijk uitgehongerde en graag brood etende groene baarsachtige visjes voor zijn aquarium moest er op het strand van Coronation Beach, ten noorden van Geraldton weer eens serieus worden gevist. Nou was ik bij dezelfde Ellendale Pool door een AustraliŽr gewaarschuwd dat er daar tot het donker werd, veel 'blowies' zaten. En dat die een plaag waren. Grappig was trouwens dat ik met dezelfde AustraliŽr een paar weken eerder in Cape Range National Park bij Exmouth op de rotsen had staan vissen. Ook hij reist samen met zijn vrouw het land rond en dus kom je elkaar af en toe tegen.
Okťā de blowies zouden dus een plaag zijn. Ze waren 'no good' maar vraten het aas van je haak voordat de whiting, de herring of de tailor ook maar een kans had. Maar tegen het donker verdwenen ze, dat was mooi meegenomen, want dat was toch de beste tijd om te vissen.

Maar goed, dan ben je aan Coronation Beach. Het water is redelijk rustig, de zon schijnt (wat een overbodige toevoeging), je hebt je wandeling gedaan en hier en daar staat of zit iemand te vissen. Wat doe je dan, ook al is het nog klaarlichte dag en je wederhelft maakt zich op voor een schoonheidsslaapje na wandeling en broodje-tussen-de-middag? Je pakt een hengel. Stukje inktvis er aan omdat dat lekker stevig aas is. Veel ander aas is me te zacht. Zo gauw het aas een stuk verder op de zeebodem ligt, voel je rukjes aan de lijn. Dat is snel. Na een poosje houden de rukjes op. Inspectie van de haak. Zo kaal als in de winkel. Snel weer ingooien, voordat ze weggaan. Nou, een heel lang verhaal kan kort gemaakt worden. Er zwommen duizenden blowies, hele kleine, met hele kleine bekjes. Met daarin hele kleine maar scherpe tandjes. Het moet zo gaan: het aas komt achter het lood aan omlaag zeilen. De grootste blowie (6 centimeter of daaromtrent) geeft het sein 'attack' en honderd visjes tegelijk storten zich op het aas. Vreten het rondom van de haak, kijken wel uit in de buurt van de haakpunt te komen en wachten op het volgende aas. Heel af en toe is er een onvoorzichtig. Komt spartelend boven als een klein slank visje en blaast zich als je hem of haar wilt onthaken op tot een ballonnetje met uitpuilende oogjes. Mooie oogjes, roodbruin als barnsteen met een opaalblauwe pupil. En een hele stekelige buik.


© Willem de Niet
Een blowie in gevechtshouding


Ik doe er een paar in een emmer om aan Ageeth te laten zien. Er komen een paar AustraliŽrs langs die in de emmer kijken. 'Kijk maar uit, ze zijn heel gevaarlijk.' Dan lach je eerst wat. Totdat ze duidelijk maken dat blowfish giftig is. Dat zelfs de meeuwen ze niet eten. Dat er Japanners waren die dachten dat je alles kon eten en dat die Japanners nu dood zijn. Vanaf dat moment hoor je het van iedereen: 'Don't eat them, they kill you. Have you heard about the Japanese guys?'

Een paar dagen later in Port Gregory probeer ik het nog eens. Een whiting of een herring te vangen. Of een van die grote blauwgrijze gestreepte vissen die we langs zien zwemmen. Samen met de stingrays. Wat een visplek, lijkt het. De blowies vergallen weer het plezier. Dan komen er twee Australische jongens op de steiger staan. Met dikke handlijnen (diameter waslijn maar dan van sterker materiaal), een hengel met 2 millimeter dik nylondraad en een visspeer. En een emmer met aas. Halve vissen, viskoppen. Aan de haak van de handlijn, formaat vleeshaak van de slager, wordt een flink stuk aas gedaan. Idem aan de hengel.
Twee tellen later wordt een flinke vis over de reling getrokken. In ťťn vloeiende beweging. Kunst, met zo'n vistakel. Het is zo'n grote blauwgrijs gestreepte. Wat het is, wil ik weten. 'Blowfish', zegt de jongen, 'they're no good, they kill you'. Dus zo zien de kleine opgeblazen aasopvreters er uit als ze groot zijn. De grote zijn wat trager of voorzichtiger dan de kleine. Vandaar het grote stuk aas. Dan hebben de grote tijd om in de buurt te komen en een flinke hap te nemen.
Afwisselend aan de handlijn, de hengel of met de speer als er een heel dichtbij de oppervlakte komt, worden in no time twintig grote exemplaren van de North Western Blowfish aan de haken geslagen.


© Willem de Niet
En zo zien blowies er uit als ze groot en dood zijn


Even later is het vissen met de hengel met die dikke lijn voorbij. Een stingray pakt het aas voor de blowfish. De AustraliŽr, type Rintje Ritsma, pakt de hengel stevig vast. Hij is sterk genoeg, de lijn is dik zat. De stingray is nog sterker, de hengel niet sterk genoeg. Het duurt drie, misschien vijf seconden. Dan heeft het zwarte vliegende onderwatertapijt er genoeg van. 'Krak' knalt het over de steiger. 'Rintje' heeft nu twee halve hengels. De alsmaar harder afrollende lijn wordt doorgesneden. Einde verhaal. Of nee, nog even dit. Iets eerder dachten de blowfish-terminators een flinke zeepaling te vangen. Meer dan polsdik, ruim een meter lang. Ze zagen hem al spartelen aan de haak (letterlijk) en sudderen (figuurlijk). Totdat die stingray kwam. En met ťťn hap de paling van de haak vrat. Dat is het voordeel van kristalhelder water Je kan zo mooi zien wat er gebeurt.