6. Over yabbies die geen yabbies waren

Iedere AustraliŽr kent ze, bijna elke AustraliŽr lust ze: yabbies. Het zijn zoetwaterkreeftjes die bijna overal in dit grote land voorkomen. In vrijwel alle 'dams', de drinkgaten voor het vee, komen ze voor. Spontaan of omdat ze zijn uitgezet zodat de eigenaar van de dam af en toe een maaltje kan vangen.
We hadden nog geen yabbies gevangen of gegeten toen we in november 2004 in Grimwade (zie reisverslag 32) neerstreken. Omdat we niet wisten hoe ze te vangen. Want je ziet ze wel langs de waterkant rondscharrelen maar als je er een vinger (of een schepnet) naar uitsteekt, flipperen ze een paar keer flink met hun staart en schieten ze weg. Er schijnen speciale yabbietraps te zijn, maar we sjouwen al een krabbennet mee en de ruimte is beperkt.

In Grimwade was aan de ene kant van het verlaten houthakkersdorp een meertje dat was gevormd door een dam in een riviertje, aan de andere kant was een veel kleinere ronde plas die sinds de tijd toen Grimwade nog werd bewoond, dienst deed als zwemplas. Zo staat het nog steeds op de informatie die door de VVV in het naburige Balingup wordt verstrekt.
Toen wij voor het eerst rond de zwemplas liepen, was die voor de helft gevuld met grauwbruin water. Een AustraliŽr die er eerder was geweest snapte er niets van. Eerder kon je er zwemmen, was er een steiger waar de jeugd af sprong en zag je 's avonds de yabbies langs en op de kant scharrelen, vertelde hij. Nu stonden er bordjes dat je er beter niet kon zwemmen vanwege scherpe voorwerpen op de bodem.


Op jacht naar modderkruipers © Ageeth de Niet

Op jacht naar modderkruipers

Een paar dagen later was er ineens een hoop activiteit rond de zwemplas. Drie pompauto's van de (bos)brandweer draaiden op volle toeren om het water uit de plas te pompen. De jongste van de brandweermensen dook in het troebele water om een slang naar het diepste punt te brengen. Het uiteinde van de slang werd buiten de plas naar een lager punt gebracht en vormde zo een hevel voor het resterende water. Twee dagen later stopte de waterstroom en was de plas bijna leeg.

De volgende dag tijdens onze ochtendwandeling zag Ageeth een paar modderkruipende yabbies. De dieren kwamen maar moeizaam vooruit en leken nu een makkelijke buit. Maar de modderlaag was zo dik en zacht dar er geen doorkomen aan was zonder het gevaar van wegzakken en nooit meer loskomen. Maar oh, wat was de verleiding groot.
Toen dacht ik aan mijn schepnet. Met uitschuifbare steel maar toch te kort. Nou hebben alle bossen iets gemeen: er liggen takken. Hele lange takken soms. In dit geval lagen er dennenstammetjes die in het kader van het uitdunnen van een produktiebos plaats hadden moeten maken. Zo dun, dikte vlaggenstok, dat ze geen commerciŽle waarde hadden, maar een meter of zes lang en heel recht. Dus werd het schepnet aan zo'n stammetje gebonden en ging ik aan het 'vissen'. Ik schepte eerst de binnen bereik liggende nog levende yabbies uit de modder en verschalkte er vervolgens een paar die langs de kant rondscharrelden. Met elke haal van het net werd het laagje water troebeler, zodat ik om de paar uur een half uurtje terug ging als er weer wat doorzicht was. Dat ging zo een paar dagen door en ik moet zeggen, de vangst was goed. Ageeth kookte ze tot ze helderrood waren en maakte ze vervolgens schoon. En 's avonds smulden we.

Een week nadat de brandweer aan het pompen was geslagen, kwam er een ploegje terug. Nu om wat rommel van de bodem van de plas te halen. Ik maakte weer een praatje en meldde dat we hadden gesmuld van de yabbies. 'Oh ja', zei de brandweerman, 'dus er zaten er toch nog wel wat in', en ging er met zijn collega's vandoor.
De volgende ochtend ging ik nog een keer terug. Voor het laatst, want het water verdampte hard en de yabbies waren vrijwel niet meer te zien. Maar al met al hadden we nog een maaltje. Ik waste ze, Ageeth kookte ze en ze verdwenen in de koelkast. De zak met afval werd buiten opgehangen, in afwachting van verbranding.
Zo ver zou het nooit komen.


Marron of yabbie? © Ageeth de Niet

Marron of yabbie? In elk geval yammie
Zo rood als kreeften © Willem de Niet

Zo rood als kreeften

Want 's middags om een uur of twee stopte er ineens een auto naast ons. Met daarin drie mannen van de visserij-inspectie. Ze staken direct flink van wal. Of ik marrons had gevangen. Jawel, marrons. Want wat ik had gevangen waren geen yabbies maar marrons. Ik erkende dat, als het marrons waren, ik inderdaad marrons had gevangen. Ontkennen had geen zin want de zak met daarin duidelijk zichtbaar de rode schalen en scharen, hing te bungelen aan ons zonnescherm.
Ze zeiden te zijn gebeld door de bosbrandweer, vandaar dat ze even langs kwamen. Want wat ik had gedaan was heel ernstig, zo lieten ze verder weten. Het was gesloten seizoen en ik had geen vergunning, zaken waarop zware straffen staan en waarvoor je je normaal gesproken voor de rechter moet verantwoorden. Omdat marrons geen yabbies zijn, omdat marrons buiten het seizoen beschermd zijn, terwijl yabbies wel voorkomen in West-AustraliŽ, maar worden gezien als een pest.

Uiteraard beriep ik me op onwetendheid, op de AustraliŽr die had gezegd dat het yabbies waren en op de bosbrandweerman die ook al niets had gezegd toen ik zei dat we yabbies hadden gegeten en dat ik zou proberen er nog meer te vangen. Inmiddels werd de zak afval in bewaring genomen en onze adresgegevens opgenomen. Verder mijn naam en geboortedatum. Ik moet zeggen dat ze niet 'verkeerd' waren. Ze begrepen dat ik onwetend was en vonden het ook vreemd dat de brandweerman me er niet van had weerhouden verder Ūn de fout te gaan om vervolgens wel door te geven dat er iemand zwaar in de fout ging. Ze zouden het met hun superieuren overleggen en als er verder wat van kwam, zouden ze de volgende dag terugkomen. Ze wilden weten of we nog een tijdje in West-AustraliŽ bleven en wanneer we weer naar Nederland gingen. Nou hadden we kunnen inpakken en wegwezen, maar ik had ons correcte postadres in AustraliŽ opgegeven en het kenteken van DJ was gefotografeerd. Dus vluchten had geen zin. En dus bleven we. In afwachting van de dingen die komen gingen. Nou, kort en goed, ze kwamen niet terug. En ik ben niet meer terug geweest om te kijken of er soms nog yabbies, oh nee, marrons door de modder kropen.