De voorbereiding

Wanneer de voorbereiding is begonnen, weten we niet meer. Laten we het maar houden op het aanmelden als lid van de Nederlandse Kampeerauto Club (NKC), een paar jaar geleden. Voor het clubblad, want een kampeerauto hadden we niet. We waren absolute leken op dat gebied. We hadden zelfs nog nooit gekampeerd. Wel eens een kant en klaar staande caravan gehuurd in Spanje en Frankrijk maar die vakanties hebben bepaald geen onuitwisbare (positieve) indruk gemaakt. We zullen ook geen kampeerders worden in de ware betekenis van het woord. In het verslag van onze 'Vuurdoop in Florida' dat ik voor het NKC clubblad schreef naar aanleiding van onze reis met een gehuurde motorhome, staat het: ,,We willen niet kamperen in een camper maar wonen in een motorhome.''

© Willem de Niet
De clubbladen van de verenigingen die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de voorbereiding van onze reis, de NKC en de CMCA.

Het internet en daaraan gekoppeld het e-mailen heeft een hele belangrijke rol gespeeld bij de voorbereidingen. Via het internet ontmoetten we Tom Swann in Townsville. Ik informeerde voor hem hoe hij zijn in Europa achtergelaten camper in Amerika kon krijgen en stuurde hem een placemat met daarop een bloeiend tulpenveld. Hij reageerde daarop door spontaan een set wegenkaarten met veel toeristische informatie van Australian Geographic op te sturen. En hij mailde nadat we elkaar weken niet hadden gesproken: ,,Willem, let op, onze dollar staat historisch laag. Koop ze nu.'' Kijk, dat zijn spontane reacties waar je wat aan hebt.

Een jaar voor ons vertrek werden we lid van de Campervan and Motorhome Club of Australia CMCA . De club met inmiddels meer dan 30.000 leden waar zeker negen van de tien Australische eigenaren van campervans en motorhomes lid van zijn. Via dat clubblad kregen we een indruk hoe het er in AustraliŽ aan toe ging en wat er te koop was.
Veel omgebouwde Toyota Coaster en Nissan Civilian mini-bussen, veel nog kleinere campers op basis van de Ford Transit, Toyota Hi Ace en VW bus en heel veel omgebouwde touringcars. De laatste van niet meer echt jong (bouwjaar 1985) tot oud tot stokoud (bouwjaar 1965) en de meeste erg groot. De echte motorhomes, Winnebago's en Swagmans zijn dunner gezaaid en vergeleken met de Amerikaanse prijzen behoorlijk aan de prijs.
Vandaar dat in eerste instantie een 'jonge' omgebouwde coach wel wat leek. Lekker ruim (12 meter lang met van die grote bagageruimten) en de helft goedkoper dan een Winnebago. Aan een Swagman dachten we nog niet, gezien de prijzen van zowel nieuwe als gebruikte exemplaren van dit Australische topmerk.
Ook weer via het internet kwamen we terecht op een site, Delphiforums, waarop honderden Australische motorhomers met elkaar discussiŽren over alles wat maar met het reizen en trekken met busje, bus of motorhome te maken heeft. Daarvan hebben we veel opgestoken. Zoals het feit dat je als je een omgebouwde long-distance coach koopt, niet weet of het beestje 300.000, 400.000 of inmiddels een miljoen kilometer heeft afgelegd. En of je een liter olie op de 500, 1000 of 1500 kilometer moet bijvullen. En of de gereviseerde versnellingsbak en remmen zijn gereviseerd door de 'authorised dealer' of door een handige zwager van de laatste eigenaar. En ook niet of je per 2 of per 3 kilometer een liter brandstof moet afschrijven.

© Willem de Niet
De sticker zoals die op bijna elke kampeerauto in AustraliŽ zit.

Leuk was in dit verband het contact met Bova in Valkenswaard. De makers van de bussen met de hoogzwanger lijkende frontpartij. Er stond een mooie Bova te koop in Newcastle (niet Engeland, maar New South Wales AustraliŽ). Blijkt dat er 55 in AustraliŽ rondrijden die in de jaren 80 als long-distance coach vanuit het Brabantse zijn geŽxporteerd. Na een mailtje aan Bova belde de man die jaren voor het bedrijf in AustraliŽ had gezeten terug. Hij vond de bus er nog prima uitzien maar wel duur.

Maar door alle geluiden gingen we toch steeds meer denken aan een (tweedehandse) Winnebago. Ook al omdat opviel dat deze motorhomes, net als de Swagmans, de ene maand in het clubblad van de CMCA stonden en de volgende maand verdwenen waren. Terwijl de grote coaches maand na maand na maand werden aangeprezen. En voor ons is een vlotte verkoop na afloop van de reis natuurlijk heel belangrijk.
Vandaar dat het uiteindelijk toch een Swagman werd. Over het hoe en waarom meer bij de reisverslagen en de pagina Dutch Jumbo, ons rijdende huis. Zo genoemd om te laten zien dat we Hollands zijn, omdat het een flinke wagen is en omdat Ageeth al jaren olifanten verzamelt.

Een van de voorbereidingen voor de reis bestond uit het uitstippelen van een route in een tijdsplanning waardoor we de 'natte moesson' in het noorden en de koude winters in het zuiden zouden misrijden. Dat hebben we gedaan door van zo veel mogelijk plaatsen in AustraliŽ de gegevens van temperatuur en regenval te verzamelen en op grond daarvan de meest ideale maanden te bepalen. Die maanden hebben we uitgezet op een kaart en ziedaar, tempo en route waren bepaald. Nou ja, ongeveer, want als je je niet aan het tempo houdt en het weer niet aan de regels, kan het nog wel eens voorkomen dat het ergens erg warm of knap koud is. Maar gemiddeld is het de juiste manier.