Een dagje trainen in de Outback van Zeewolde

Hoewel we niet van plan zijn tijdens onze reis in OKA196 stunts uit te halen zoals Peter en Margaret, ontkomen we ook niet aan wat serieus offroad rijden. Daar staat de uitgestippelde route op voorhand garant voor. Want een onverharde weg in de Victorian Alps of de regio die New England heet is niet te vergelijken met de met vrijwel elke tweewiel aangedreven auto te berijden openbare zandwegen in Drenthe of op de Veluwe.

Vandaar dat ik oud-collega Peter Mastenbroek, indertijd fotograaf bij het Lelystads Dagblad, maar eens benaderde. Hij zit al jaren in de 4x4 wereld, eerst alleen als liefhebber, later als organisator van offroad ritten en vakanties in binnen- en buitenland. Dat alles via het bedrijf De Recreatieve
Voordat ik hem belde om te vragen of we wellicht eens een eindje onverhard konden gaan rijden keek ik op de website en zag dat er inmiddels twee activiteiten waren toegevoegd, een cursus terreinrijden en een cursus lieren.

Dus reis ik af naar de outback van Zeewolde. Nooit geweten dat die zo mooi was, daar ten zuiden van de brug naar Nijkerk. Het wordt steeds groener. Dan de bordjes die wijzen naar het oefenterrein(tje). Maar hier past de term 'klein maar fijn'.Een flinke bult, een paar uitgesleten sporen met enkele venijnige greppels en een flinke modderbak.
Mijn 'speelgoed' voor de dag is een Suzuki Samurai. Veel kleiner en lichter dan OKA196. Maar goed om te ervaren wat het betekent als je geen twee maar vier aangedreven wielen hebt. Vooral voor een rookie zoals ik.
Voordat er gereden wordt krijgen we een theorieles. Over waarop te letten voorafgaande, tijdens en na het rijden. Dat een oliepeil à la 'het gaat nog wel' niet goed genoeg is. Want wanneer je onder 45 graden tegen een bult op rijdt of op een zijdelingse omvalkoers ligt, zakt de olie wel erg naar één kant en kan een deel van de motor tijdelijk droogvallen. En dat je je handen stevig aan het stuur moet houden maar met je duimen op en niet om het stuur. Want in het terrein kan het stuur spontaan flinke uitslagen maken. En als dan je duim er stevig omheen zit kan dat pijnlijk en heel lastig zijn. En zo is er nog een hele serie van die 'oh, zit dat zo' dingen. Zoals dat het er wel stoer uitziet, twee jerrycans met reservebrandstof op het dak en dan nog een paar reservewielen erbij, maar dat je je wel moet realiseren wat het doet met het zwaartepunt van de auto. Dat komt natuurlijk veel hoger te liggen waardoor het omvalrisico veel groter wordt.


Suzuki Samurai, prachtig speelgoed voor in het terrein © Willem de Niet

Suzuki Samurai, prachtig speelgoed voor in het terrein
Typisch voorbeeld van 'zo vast als een huis'  © Peter Mastenbroek

Typisch voorbeeld van 'zo vast als een huis'


Over dat omvalpunt gesproken. Achterop de Suzuki is een teken geplakt, een schuin geplaatste ongeveer haakse hoek. Zeg maar een K zonder de verticale poot. Dit teken dus: < maar dan met een hoek van circa 90 graden. Peter vraagt of we weten wat het betekent. Nou, niet direct. Hij legt uit dat als je zo schuin rijdt dat een van de lijnen horizontaal is, je mag hopen dat de hellingshoek niet nog steiler wordt. Want het omvalpunt is dan wel aardig benaderd. En met die eerder genoemde jerrycans of reservebanden op het dak ben je het dan al lang gepasseerd en lig je op de zijkant.

Dan gaat er gereden worden. We, de andere cursist bereidt zich voor op een offroadvakantie in de Pyreneeën, beginnen met een paar rondjes om de bult heen. Ik zoek de eerste keer het meest begaanbare spoor. Dan bemoeien Peter en zijn collega-instructeur Anton Metselaar zich ermee. En word ik buiten de nog redelijk gebaande paden geleid. De neus duikt in een greppeltje en komt er wonderbaarlijk genoeg zonder moeite weer uit. Dan de linker wielen in het spoor en de rechter een flink stuk omhoog. Ik hel als tegenwicht naar de helling toe, denk dat dat wat helpt want voor mijn gevoel rijd ik al op de grens. Onzin natuurlijk, want zo ver laten Peter en Anton het niet komen. Ze hebben helemaal geen zin om met vereende krachten de Suzuki weer op de wielen te zetten.
Dan op naar een diepere, smalle, greppel. Duidelijk is wel dat als je een auto er gewoon rechttoe, rechtaan in rijdt, de neus tegen de andere kant van de geul tot stilstand komt. De truc is dus er diagonaal doorheen te rijden. Maar wel onder de juiste hoek, anders kom je met één van de wielen in de lucht te hangen en mis je weer aandrijving omdat als één van de wielen op de as geen weerstand meer heeft, het andere er ook mee uitscheidt. De truc is dan om te proberen of remmen werkt. Zachtjes remmen, zodat het vrijdraaiende wiel weer weerstand voelt en, oh wonder, ook het andere wiel weer mee gaat doen. Maar het is een kwestie van de juiste verhouding vinden tussen gas geven en remmen, dat mag duidelijk zijn.

Vervolgens gaan we wat 'hellingproeven' doen. Eerst maar eens rustig aan naar boven en net zo rustig naar beneden. Uiterst belangrijk is om tevoren te bedenken wat de juiste versnelling is. Want onderweg schakelen is o zo riskant. Zo gauw de versnellingsbak 'in zijn vrij' terecht komt raakt de auto in een soort vrije val waarbij de snelheid verbijsterend snel oploopt. En ja, op asfalt en een stijgingspercentage van 11% rem je dan 'gewoon' en doe je de hellingproef zoals je die voor het rijexamen hebt geleerd. Nou ja, die doe je normaal gesproken niet als je flink schuin staat.
En flink schuin is het, als er borden langs de weg waarschuwen voor hellingen van 11 en 14%. Niets vergeleken bij Baldwin Street in het Nieuw-Zeelandse Dunedin, officieel de steilste straat ter wereld met 35%. Goed dat we daar ooit met een huurauto waren want met DJ waren we niet boven gekomen.
Terug naar Zeewolde, ik dwaal wel erg ver af.


Terreinrijden in stijl, de Landrover Discovery  © Peter Mastenbroek

Terreinrijden in stijl, de Landrover Discovery
Zo ver kan de Landrover uit de veren komen © Peter Mastenbroek

Zo ver kan de Landrover uit de veren komen


De hellingproef die ik in Zeewolde leerde is de snelst mogelijke schakelmanoeuvre van voor- naar achteruit. Daarvoor moet je de motor opzettelijk laten afslaan bij het oprijden van de helling. En net op het dode punt, dat ene deel van een seconde waarop de auto tot stilstand komt en nog net niet zo hard mogelijk achteruit wil, niet gehinderd door tandwielen en overbrengingen, moet er ontkoppeld worden en de versnellingspook precies in de achteruit worden gezet alsook de koppeling weer losgelaten. Het duurt langer om dit te lezen dan om het te doen. En echt, het valt wel mee.
Maar waarom niet gewoon remmen, vraag je je dan af. Simpel, omdat draaiende wielen nu eenmaal beter sturen dan geblokkeerde wielen. Dus als je zou remmen en de ondergrond bestaat uit zand, steentjes of modder is de kans groot dat je achteruit gaat schuiven. En als de helling achter je dan een paar honderd of meer meters lang is en er een paar bochten in zitten, is dat geen fijn achteruitzicht. Dus de auto in de versnelling, flink remmend op de motor, is altijd zeer aan te bevelen.
Zo is de training een aaneenschakeling van weetjes, theorie en praktijk. Dingen die (achteraf) heel logisch lijken en dingen waarbij je als berijder van een tweewiel aangedreven (asfalt)auto nooit bij hebt stilgestaan.

Tot slot van de dag gaan we de modderbak in. En omdat we er niet echt op gekleed zijn en er geen douches beschikbaar zijn en het interieur van de auto wel zo mag blijven als het is, wordt Regel 1 genegeerd. Wat is dan wel Regel 1? Regel 1 luidt kort en krachtig: weet waar je in duikt. Dat geldt voor duiken in onbekend zwemwater maar ook voor onbekend rijwater, zo lang je niet beschikt over een amfibievoertuig. Dus wordt van de beoogde doorrijdbare plek eerst gekeken of het een doorwaadbare plaats is. Als het, zoals in Zeewolde, om een modderbad gaat is het handig om een stok mee te nemen en er door prikken achter te komen hoe dik de modderlaag is. Grappig, realiseer ik me, water mag dieper zijn dan modder. Want als de bodem van de auto op de modderlaag ligt, doen de wielen al snel weinig meer. Terwijl op Youtube filmpjes circuleren van auto's die letterlijk onder water gaan maar dank zij de snorkel op de luchtinlaat toch blijven rijden. Zie bijvoorbeeld deze filmpjes of tik in: 'Landcruiser under water' in Google.

Maar goed, in Zeewolde hoefde ik niet te waden en niet te prikken. Er was een redelijk droog spoor naar de overkant met een wat natter ogend deel ernaast. Dus eerst het 'droge' deel. Ging goed, al was er af en toe een beetje wielspin. Toen terug. De helling af, de modder in. Verder, verder, nog verder en toen ineens stop, halt, ho. Achteruit terug? Geen schijn van kans.
Vergeefs draaiende wielen, zuigende modder. Ik had nog mazzel, het portier kon een stukje open, de wallenkant was niet te ver weg en zo klauterde ik zonder modderbad op het droge. Goede raad was hier niet duur. Er stond nog een auto buiten de modderbak en die auto was voorzien van een lier. Met was kunst- en vlieg- en klauterwerk kon de kabel aan de Suzuki worden vastgemaakt en langzaam maar heel zeker uit de p(r)ut geholpen worden.
In hoogzomer in Australië is er weinig kans op modderbaden. Dus het is goed dat we weten dat OKA196 een prima lier aan boord heeft die naar keuze voor of achter kan worden gemonteerd maar we denken/hopen hem niet te hoeven gebruiken. De tijd zal het leren.
Het was al met al een hele leerzame dag. Natuurlijk ben ik nog geen gevorderde terreinrijder. Ik ga in Australië nog een hoop bijleren. Nu maar hopen dat ik niet door schade en schande nog wijzer word. Fingers crossed, knock on wood.