Water is overal te vinden

Voordat we naar AustraliŽ afreisden hadden we het idee dat het vinden van water een van de grootste problemen zou worden. Inmiddels weten we anders. Water is overal. Daar moet wel worden bijgezegd dat dat geldt voor mensen zoals wij, die 99 procent van de route afleggen op asfalt. En rijden over asfalt betekent in AustraliŽ dat er regelmatig een stukje bewoonde wereld opduikt. Elke twee- of driehonderd kilometer is ook regelmatig, nietwaar?

Water vinden is het resultaat van zoeken. Goed zoeken. En na verloop van tijd weet je waar je zoeken moet. Hieronder een aantal van de vindplaatsen.
In de beginperiode van onze reis tankten we water tijdens het tanken van brandstof. Dat gaat alleen echt lekker als het tankstation een beetje ruim is en je niet te veel in de weg staat. Want het tanken van water duurt in ons geval langer dan het vullen van de brandstoftank. De waterslang kan net in de vulopening zodat de toevoer beperkt moet worden om de lucht de kans te geven te ontsnappen.


Water in het noorden © Willem de Niet
Zout water © Willem de Niet
Waterautomaat © Willem de Niet


De eerste keer dat ons bij een tankstation water werd geweigerd was in Coober Pedy. Het water was te duur, zo werd ons verteld, en verderop in het plaatsje was een waterautomaat. Het viel ons rauw op het dak. We hadden net de vrijwel lege brandstoftank tot de dop gevuld maar mochten nog geen dertig liter aan containers vullen. We hebben altijd een aantal eerder geleegde drinkwatercontainers als noodvoorraad mee maar legen ze in de regel in de nog lang niet echt lege watertank.
Een tip: als er zoals in Coober Pedy meerdere tankstations zijn, vraag dan voor het tanken of je ook wat water kunt krijgen. Daar waar het roadhouse de enige benzine- of dieselbron in de verre omtrek is, werkt dat natuurlijk niet. Al zul je juist daar vaak meer medewerking krijgen, zij het dat het rantsoen op voorhand wordt vastgesteld.
Overigens zijn we in Coober Pedy niet naar de automaat gereden, want we vonden elders ook hier een publiek bereikbare kraan.

Waar ook heel vaak water is, is in de stads- en dorpsparken en -parkjes. Elke plaats heeft wel een picknickpark. Geschonken of onderhouden door Lions of Rotary. Met banken, afdakjes, barbecues en veelal een of meer standpijpen met kraan. Ook op of rond (gemeentelijke) sportterreinen zijn altijd wel kranen te vinden.
En dan zijn er natuurlijk de openbare toiletgebouwen. Het stikt ervan en de meeste worden heel redelijk onderhouden en zeer regelmatig van papier voorzien. Meestal zit er wel ergens bij de dames of de heren een kraan aan de muur, onder de wasbak of boven het urinoir.

Dan zijn er de watertanks op de rest-area's. Grote veelal groene tanks. Als op de aankondigingsborden het logo van een beker onder een kraan staat is het duidelijk, als het er niet staat betekent dat niet dat het op voorhand niet drinkbaar is. Die zekerheid is er wel als er op de tank staat dat het water 'not suitable' is om te drinken. Dan geen risico's nemen. En in andere gevallen even een handvol proeven en wat in een fles van helder plastic gieten. Kijk bij het opendraaien van de kraan wel uit voor de wespen of mieren die graag in de kraan kruipen. Maar even de leiding doorspoelen is altijd goed.

Al bovenstaand water is in elk geval prima gebleken om thee en koffie van te zetten, voor het spoelen van groenten, het koken van aardappels, je te wassen en je tanden te poetsen. Bij gebruik voor voedingswaren goed doorkoken en bij het tanden poetsen alleen spoelen. En voor de drinkfles tijdens de wandeling gewoon water uit de supermarkt meenemen. Veiligheid voor alles. En nog een keer, bovenstaande geldt dus niet voor de Oodnadatta en Birdsville Tracks, de Tanami Road of de Plenty Highway. Voor die wegen gelden weer heel andere regels. De keiharde regels van de echte Outback.